Reeks 115

 Hagenbeek

Voor de oudere generaties wordt verwezen naar:  Reeks 50

18. Jan van Heinsberg, ovl. 1334, vermeld 1326-1334, tr. 1324 Katharina van Voorneburg, (dochter van Hendrik van Voorne(burg) en Aleidis van Kuyc) ovl. 1 Sep 1366.   (Zie: E. Quadflieg, Katharina Frau von Born und  Sittard. Genealogische forschungen zur Reichs  Territorialgeschichte, Heft 2, 1958. Nederlandsche Leeuw 1983, pag. 105,  kolom203 e.v.)

Na de dood van Jan van Heinsberg in 1334 begon Dirk van Heinsberg als voogd van de kinderen van zijn broer een aktie in te stellen tegen Otto van Cuyk. Deze werd door de graaf van Gelre in een schuld gewezen van 2500 pond  ineens of 250 pond jaarlijks. Ook het goed te Merum, Maasniel en Roer zouden zij na zijn dood erven. Dat goed werd in 1336 op 300 pond jaarlijks getaxeerd. In 1342 wordt Katharina van Voornenburg gehandhaafd in het goed, dat zij als lijftocht in het land van Luik had en dat haar zeker bij haar huwelijk met lan van Heinsberg was toegewezen. Daarvan werd het goed van Maasniel en Steenkerke uitgezonderd maar wel hieId zij een vordering van 300 pond op Otto van Cuyk. In 1347 wijst Otto daarom aan Katharina, die hij zijn nicht noemt, en haar kinderen datzelfde goed te Merum, Maasdriel en Roer toe, dat in 1336 al aan de kinderen was gegund. 

Het bevreemdt  ons daarom niet, dat zij en haar oudste zoon in Maasniel gezamenlijk de rechtsmacht uitoefenen.  Tevens verklaart de heer van Cuyk, dat hij Katharina en haar zoons het bewuste schuldig is ,,van huere moeder  medegave". Het moet duidelijk zijn, dat de zin daarvan is, dat de kinderen dat goed vanwege hun moeder toekwam. De moeder behield de helft als lijftocht, hetgeen gebruikelijk is. 
 Otto van Cuyk was bij het huwelijk van Jan van Heinsberg en Katharina, aan de akte waarvan zeventien zegels hingen, blijkbaar eerste getuige geweest. Zijn plicht zal hem duur zijn geweest. 
Vermeulen overweegt deze oplossing van de inderdaad wat duistere passage van Otto van Cuyk niet, maar gaat ervan uit, dat de moeder van Katharina van Voornenburg bedoeld moet zijn geweest. Deze echtgenote van Hendrik van Voorne zoekt hij vervolgens, in het geslacht Van Cuyk. Hij vosert daartome nog een ander argument aan. Zij zou eenmaal vermeld zijn in de tekst ,,here Heynric van Voirne ende mire vaouwen moeder van Borne", een passage, die in het origineel in het Frans was  gesteld. Deze lezing is echter weinig zeker want ,,B" en ,,V" zijn in het handschrift vaak op dezelfde manier geschreven. Het doet er dan ook weinig toe, dat in andere handschriften van die tijd een duidelijk verschil tussen deze letters optreedt.  Evenmin kan de aangehaalde verklaring van Drs. J. Fox, dat in dergelijke bandschriften in de regel ,,Voirne" in plaats van ,,Vorne" voorkomt, veel gewicht in de schaal leggen. In het bewuste rhandschrift komen afwisselend vier verschillende spellingen van de naam Vorne voor. Afgezien van de betwiste zaak waren het 185 gevallen ,,Voirne",  gevallen Voirn, tweemaal Vorn  en eenmaal Voern. 
Haar vader zou Gerard van Voorne moeten zijn: Zie Nederlandsche Leeuw 1983, kolom 197, 198 en 558, waar niet duidelijk wordt wie de vader is van Katharina, wel in Ons Voorgeslacht 1987, pag 1 e.v.

 

19. Godfried II van Heinsberg, ovl. ca 1395.  Godfried II van Heinsberg, heer van Dalenbroek en Leeuwenberg 1354, van Heinsberg en Blankenberg 1361, graaf van Loon en Chiny 1361, overl. 1395, zn. van Johan I van Heinsberg en Katharina van Voornenburg, vrouwe van Born en Sittard. Tr. Philippina van Gulik, geb. 1357,4  (dochter van Willem V van Gulik en Johanna van Holland-Henegouwen) ovl. 24 Aug 1390.  

20. Johanna van Loon gezegd van Heinsberg, geb. 1362, begraven in St. Arnoul.  Getocht aan 800 gulden per jaar ten laste van het land van Horn 20-5-1374, tr. Willem VI van Horne, geb. 1358, (zoon van Willem V van Horne en Magteld van Arkel) ovl. 25 Okt 1415 in slag bij Agincourt.  Willem VI van Horn, volgt op als heer van Horn en Altena 1369; is betrokken bij de moord op Aleid van Poelgeest (30-12-1392); gesneuveld in de slag bij Agincourt 25 - 10 - 1415. 
  
21. Willem VII van Horne, ovl. 21 Jul 1433 in Aken (D), begraven in Aken (D).  Willem VII van Horn, heer van Horn, Altena en Weert sinds 1417; overl. Aken (in het huis "Horn" in de Jakobsstrasse) 21-7-1433, begr. Aken (Dominicanerklooster), tr. 23-1-1417 Jeanne van Montigny, vrouwe van Montigny en Oostervant; dr. van Jean de Montigny en Eléonore de Quesnes. 

22. Jacob I van Huerne, ovl. 3 Mei 1488.  Jacob I van Horn, heer van Horn, Altena, Weert, Nederweert, Kortessem, Wessem en (een deel van) Montigny; verkrijgt van zijn schoonvader het land van Born en verheft dit Heinsberg 29-6- 1448; verheven tot graaf van Horn  december (?) 1450; koopt Cranendonk en Eindhoven terug van Maria van Schoonhoven 1460; sticht  overeenkomstig de wens van zijn gemalin na haar overlijden een Franciscanerklooster te Aldenborg bij Weert (gewijd mei 1462) 
 en sticht een memorie voor zijn vader in de Dominicanerkerk te Aken 18-1 l-1477; bemiddelt in het tot stand komen van een vrede tussen Luik en hertog Philips van Bourgondië Sint-Truiden 22-12-1465; treedt in het Franciscaner klooster te Weert op of kort vóór 17-9-1486, ald. overl. 3/13-5-1488 en begraven (voor het hoofdaltaar),  tr. 1448  Johanna van Meurs, overl. 2-4-1461; dr. van Friedrich IV graaf van Meurs en Saarwerden, heer van Baer en Lathum, ridder in de Orde van het Gulden Vlies, en Engelberta van der Mark. Zie ook Heraldieke Bibliotheek 02-1873, pag 49 e.v. CD-rom, pag. 54 e.v. 
 
23. Jacob II van Huerne, geb. ca. 1450, ovl. 8 Dec 1502, heer van Horn (na 1450 graaf van Horn), bemiddelt bij het tot stand komen van het verdrag van Tongeren 22-5-1484 dat de weg voor zijn broer Jan vrijmaakt om bisschop van Luik te worden en is aanwezig bij diens intronisatie 7-11-1484; wordt wanneer deze zich veiligheidshalve in Maastricht heeft teruggetrokken, door hem belast met het bestuur van het bisdom; wordt (nadat hij Volgens Wolters (a.w.; Annexe nr. 23) was het verheffingsdiploma gedateerd 'die Veneris post festum S. Thomae apostoli'. De feestdag van Sint Thomas apostel is 21 december en viel (zie Grotefend, Taschenbuch der Zeitrechnung) in 1450 op maandag. De vrijdag daarna was dus Eerste Kerstdag, hetgeen toch een wat merkwaardige wijze van datering zou betekenen. De exacte datum der verheffing zij daarom hier in het midden gelaten. Hij is door het overlijden van zijn vader graaf van Horn geworden (1488) echter gevangen genomen in een gevecht tegen de De la Marck's en blijft gedurende drie jaar hun gevangene in het kasteel Louveign; wordt vrijgelaten bij de algehele vrede die op 25-7-1492 wordt gesloten, waarmee aan een vijftien jaar durende burgeroorlog een einde komt en Frankrijk en Habsburg de onzijdigheid van het bisdom Luik erkennen; geeft dan ter verzoening zijn dochter Margaretha ten huwelijk aan Everard de la Marck; neemt nadien deel aan de strijd van keizer Maximiliaan tegen Gelre, maar moet ter bestrijding der kosten het graafschap Horn en de heerlijkheid Weert (met kasteel) verpanden aan graaf Vincent van Meurs 1494, waarna hij een en ander pas met veel moeite terugkrijgt 16-4-1499; draagt Horn in leen op aan het bisdom Luik Kuringen  18-10-1500, en tracht de moeilijk blijvende verhoudingen te regelen door zijn oudste zoon (Jacob III) uit te huwelijken aan een kleindochter van Vincent van Meurs 29-5-1502; is (hoewel als Luiks onderdaan nu formeel neutraal) aanwezig bij de hernieuwde strijd tegen Gelre in 1511, maar wordt overrompeld in Woudrichem omstreeks 1-1-1512 en moet zich opnieuw vrijkopen; overl. 8-10-1530, bijgezet in het familiegraf in het Franciscaner klooster te Weert. 

Afgezien van wettige kinderen (uit zijn tweede huwelijk) was hij, in buitenechtelijke verhouding met een jonkvrouwe Van Kerckem, vader van:  (bastaard) Johan van Home, geb. ca. 1479, officier onder Fredrik van Egmond, graaf van Buren, later onder Lodewijk II van Hongarije, (waarschijnlijk) gesneuveld tegen de Turken in de slag bij Mohacsz 29-8-1526, tr. IJsselstein ca. 1515 Agneta Ockers, overl. IJsselstein ca. 1520; dr. van Ocker

Het idyllische beeld dat Wolters van Jacob II geeft (pag. 51: 'car toute sa vie ne respire que la paix et la concorde') is wel zeer eenzijdig. De ook in deze decennia turbulente geschiedenis van stad en bisdom Luik (waarbij de De la Marck's gewoonlijk door Frankrijk werden gesteund en de Hornes zich op Bourgondië-Habsburg richtten), valt in de meeste geschiedwerken echter  tussen stoel en tafel, zo ook in de beide edities van de Algemene Geschiedenis der Nederlanden.  Informatief is daarom nog steeds het overzicht dat Henri Pirenne in 1907 daarvan gaf in zijn  Histoire de Belgique (diverse edities, waaronder een Nederlandstalige Geschiedenis van België)  in deel III, eerste boek, hoofdstuk VI.

Maîtresse: Anna jonkvrouwe van Kerckem, gravin van Aremberg. 
(Zie: Repertoria op leenkamers die binnen het graafschap Holland hebben gefunctioneerd. Vervolg OV nr. 384 blz. 250,  Ons Voorgeslacht 1988, pag. 460.) 
 
 24-12-1555: Schout en schepenen te Vlaerdingen in het ambacht van heer Johan, graaf van Arembercht, heer van Naeldwijck en Cappelle, oorkonden dat Frans Duyst Fransz., poorter te Delft, verkoopt aan zijn schoonbroer meester Joost Heynricxz. te Delft een jaarrente van 96 karolus gulden, te lossen de penning 16, verzekerd op twee derde deel van 20 morgen land met huis, bergen en geboomte in Holyerhoeck, belend ten westen: de Holyerhoeckse weg, ten oosten: Joris Cornelis C.S., ten noorden: de woning van Cors Woutersz. en ten zuiden: Huych Voppez., waarvoor hij 9 morgen land te Groenevelt, leenroerig aan de vrouwe van Wassenaer, heeft ontvangen. In dorso: 14-2-1561: Dammas Symonsz. lost namens de weeskinderen van Frans Duyst Fransz. aan zijn oom meester Joost Heynricxz. 768 karolus gulden af en betaalt 96 karolus gulden rente; 16-4-1561: Hij lost nogmaals 384 karolus gulden; 31-5-1561: Hij lost nogmaals 384 karolus gulden af (f. 17~).

Het feit, dat Walburg van Manderscheid in tweede echt gehuwd was met Frederik van Egmond, graaf van Buren, en zij bijzondere genegenheid toonde voor haar natuurlijke nicht Johanna van Horne, moge tevens een verklaring zijn voor de omstandigheid, dat Johanna’s, natuurlijke broeder Johan van Horne na de moeilijkheden met zijn vader - vermeld in de notariële acte, afgedrukt op pag. 190 e.v. van het hierboven vermelde Jaarboek XIX van het Centraal Bureau voor Genealogie - zich naar de graaf van Buren begaf. De naam van de natuurlijke moeder, welke aan Johan van Horne onthouden zou zijn, schijnt voor Johanna van Horne niet verborgen gebleven te zijn, want anders zou het familiewapen harer moeder niet op haar grafzerk afgebeeld staan. 
Johanna van Horne overleed 1 februari 1558 en haar tweede echtgenoot Daniel van Gerwen stierf 23 september 1559. Beiden  werden te Tongelre bij Eindhoven in de kerk begraven onder een zerk , waarop behalve het wapen van Van Gerwen en diens moeder ook afgebeeld stonden het wapen van Johanna van Horne - zijnde de drie jachthoorns waaroverheen een rechter schuinbalk - en dat van haar moeder, zijnde een schild beladen met Franse lelies. Aangezien laatstgenoemd wapen gevoerd werd door het adellijke geslacht Van Kerckem, dat oudtijds ook in het graafsclhap Horne woonachtig was, is het vermoeden gewettigd dat Jacob II graaf van Home bij een vrouwelijk lid van dit geslacht zijn natuurlijke kinderen Johanna en Johan verkregen heeft. Gelet op deze adellijke afstamming van moederszijde, is het begrijpelijrk dat deze natuurlijke kinderen gelegitimeerd werden. Dit neemt overigens niet weg, dat Johanna als natuurlijke dochter in het Stift van Thorn op formele gronden niet opgenomen kan zijn. 
In de notariële verklaring van Maria van Hardenbroeck van 30 augustus 1602 - afgedrukt in voormeld jaarboek op pag. 189 e.v. - zouden wij dan ook wellicht de mededeling, dat haar tante Theodorica van Deudecom, gehuwd met Gijsbert van Hardenbroeck, vóór haar huwelijk verblijf gehouden had in het Stift Thorn gelegen in het graafschap Horne en aldaar gekend had een Johanna van Horne natuurlijke dochter van Jacob graaf van Horne, het woord ,,aldaar" moeten betrekken op het graafschap Horne en niet op het Stift Thorn. Tenzij de macht van de graven van Horne en de grote invloed van de grafelijke familie van Manderscheid in het bestuur van het Stift Thorn zo groot zijn geweest, dat de natuurlijke, erkende dochter van Jacob II graaf van Horne toch haar jeugdjaren in het vorstelijke Stift van Thorn heeft kunnen doorbrengen. 

Afgezien van wettige kinderen (uit zijn tweede huwelijk) was Jacob II van Heurne, in buitenechtelijke verhouding met een jonkvrouwe Van Kerckem, vader van:  

24. Johan van Horne, geb. ca   1479,  ovl. 29 Aug 1526 in slag bij Mohácsz,  baron van Boxtel, graaf van Baucignies, officier onder de graaf van Buren, (Frederik van Egmond) later onder Lodewijk II van Hongarije, waarschijnlijk gesneuveld in de slag bij Mohácsz tegen de Turken, Soliman II, drossaard van het graafschap Hoorn en is de natuurlijke gelegitimeerde zoon van Jacob II van Huerne. Tr. Agneta Ockers (van Alendorp), 1515 in IJsselstein, (dochter van Ocker Ockersz) ovl. 1520 in IJsselstein. 

25. Otto van Huern, geb. ca   1515 in IJsselstein, ovl. 28 Aug 1583 in Utrecht, burger van Utrecht, tr. Geertruy van Velsen, 15 Jul 1541 in Utrecht, geb. 1516 in Utrecht, (dochter van Lambert van Velsen en Lijsbeth Rijck Lubbertszdr), ovl. 12 Jan 1604 in overluid te Utrecht.  (Zie: Nederlandsche Leeuw 1977, kolom 143, CD-rom p.75) 

20 febr. 1598 compareren: Geertruyt van Velsen, weduwe wijlen Ottes van Hoorn als erffgenaeme haers moeders, die welcke eenige erffgenaem was van za. Henrick Evertsx. van Suylen') voor haer selven ende als het recht hebbende tot d’een helfte van de naevolgende huysinge ende Jan Bosch Jansx. den olden  voor hem selven ende vervangende bij desen sijnen broeder en susters, Johan Strick voor hem selven ende hem sterckmaeckende voor sijne broeder ende suster wonende tot Lubeck, mitsgaders Hillegondt Ellert Jansx. Van Loenensdr. oock voor haer selven ende haer sterckmaeckende voor Geeritgen Ellertsdr., haer suster, ende die voornoemde Jan Bosch, Johan Strick ende Hillegondt in qualite voorn. in desen vervangende ende hem oock sterckmaeckende voor Coenraerdt Strick, haerluyder neve ende broeder, respective te saemen geďnstitueerde erffgenaemen van za. Alijt  Jan Jacobsz. van Rotterdamsdr. (die) wede. was van den voorn. Henrick Evertsx. van Suylen, als in dier voegen gerechticht tot d’ander helfte der selver huysinge . . . (transport van de beterschap van een huis aan de oostzijde van de Plompetorengracht). 

 

26. Joannes Heurnius, geb. 25 Jan 1543 in Utrecht, ovl. 11 Aug 1601 in Leiden, begr. Pieterskerk,  Raad en Schepen van Utrecht, hij was de eerste medische hoogleraar in Leiden. Op zijn grafsteen nummer 193 (KN 193) staat uit het Latijn vertaald: Hier is bijgezet de zeer beroemde man, de heer Johannes Heurnius, voornaamste professor in de medicijnen aan de Leidse universiteit  gedurende 20 jaar en daar zes maal rector magnificus, een man van grote wijsheid en van de opperste schoonheid en befaamdheid in zijn onderricht en publicaties. Na een lofwaardig leven overleed hij op 11 augustus 1601. Hij leefde 63 jaar. Hij trouwt Utrecht 4 Mrt 1576 Christine Beijer, geb. 9 Dec 1555 in Utrecht,  (dochter van Wilhelmus Beyer en Margaretha Lijster), ovl. 11 Sep 1604 in Utrecht.    
  

Mr. Johannes Heurnius,Med. Doct, is na syne Italiaense reyse thuys comende gehijlict aen Cristine Beyerts tot Utrecht, alwair hij in den raet vercosen wert, maer meerder geneicht totte exercitie van de medecinen is tot Leyden beroepen ende daer mettertijt geworden professor in ea facutate primarius et principis archiatriae, wiens ervarentheit soe in theoria als praxi syne boecken getuygen, doch wesende seer calcule gequelt, heeft dselve hem na viel torment het leven benomen tot Leyden in de Peterskerck begraven in Augusto 1601, ende syn huysfr. is hem na 3 iaeren gevolcht met 3 kinderen aende pest gestorven. 
 
 Nederlandsche Leeuw 1981, pag16, kolom 26: 
 ,,D. Joannes Heurnius sterff tot Leijden anno 1601, aug. 11 stylo novo, op een Saterdach 's morgens een quartier nae vijff uren, op het Bagijnhof achter de kerck in het huisch geteyckent met N xxx in de camer beneden daer de drie scuyfraemkens staen." 
 ,,Christina Beijers sijn huysvrouw sterff anno 1604, den 26 sept. stylo novo op een Sonnendach t's avonts de klock thien slaende, aen de pest als sij drie daegen sieck geweest was, in het vs. huysch in de beneden camer daer het tuyntien ende keldertien aen respondeert." 
 
 Dr. Johannes Heurnius, geb. Utrecht 25 jan. 1543 (oude stijl), raad en schepen aldaar (1579), hoogleraar in de medicijnen te Leiden (1581), hij is ses maal Rector Magnificus in die universitijt geweest, t Leiden 11 aug. 1601, naar sijn doot heeft men in sijn lichaam seeven steenen bij openinge gevonden, die van sijn soon Otto bewaart stjn geworden, van gedaente als een grooten eijkel, alle van gelijck gewigt, weegende elck twee dragmas; hij is gelijck oock sijn vrouwe begraaven in Sinte Peeters kerke tot Leijden, voor de noorderdeur, waardoor men int choor gaet, naast een hoeckpilaar, int selve graf, daar Rombertus Dodoneus, sijn collega, voor hem begraaven is en wiens graftschrift in een steen gesneeden nog aen voors. pilaar hangt, zn. van Otto van Heurne, wijnkoper te Utrecht, en Geertruyt van Velsen; tr. Utrecht 1 maart 1576 Christina Beijer, geb. ald. 9 dec. 1555, t Leiden 26 sept. 1604 (door de pest, op haar 49ste jaar), dr. van Willem Beijer, kanunnik ten Dom, en Margareta Lijster. 

 

27. Thomas Heurnius, geb. 26 Sep 1583 in Leiden, ovl. 1 Mei 1633 in Utrecht, begraven 6 Mei 1633 in Utrecht (St. Jan).   (Not. Archief 209-14 en Trouwboek Utrecht anno 1624 G.A. Utrecht.) Tr. (1) Deliana Hessels, 3 Sep 1605 in Utrecht,  geb. 12 Aug 1583 in Utrecht,  (dochter van Adriaan Hessels en Margaretha van Mierlo) ovl. 29 Okt 1621 in Utrecht. Tr. (2) Hillegonda Hovenaer, 25 Jul 1624 in Utrecht,  geb. in Culemborg, (dochter van Lambert Hovenaer). (Notarieel Archief 209-14 G.A. Utrecht,  Nederlandsche Leeuw 1973, pag 10, kolom 14), weduwe van Adriaan van Helsdingen. 

Hieruit o.a.:


28. Geertruy Heurnius, geb. 26 Jul 1617.  (Zie:  Jaarboek C.B. XIX 1965, De Navorscher 1866, pag. 320. Gens Nostra 9/10/11 Sep t/m/ Nov 1968, Ned. Leeuw 1941, k. 417 en 1942, k.26, Gen. en Herald. Bladen X, Behrensteyn: Herald. Bibl. 1873: De Navorscher 1866, pag. 318, CD-rom pag. 320.) Ze trouwt (1) Utrecht 26 Mrt 1634 Bartholomeus Bercheyck, geb. 11 Sep 16?? in Rhenen, (zoon van Johan van Bercheijck en Elisabeth Lijster) ovl. 5 Jan 1659 in Rhenen, begraven in Rhenen (Cunerakerk).  Mr Bartholomeus Bercheijck, licentiaat in beijde de rechten ende Advocaat voor de E. Hoven van Utrecht, woonende aldaer ende Ioffrouw Geertruyt van Heurne, oock aldaer woonende. Rentmeester van het St. Agnietenconvent op 1 Ocober 1657. (CBG Jaarboek 1966, pag. 283. Algemeen Nederlandsch Familieblad 1888, pag. 276 e.v. CD-rom pag. 339 e.v.) 

 

29. Margriet Bergeijk, tr. Amsterdam 5 Dec 1671  (G.A. Amsterdam, 2026, 491 of 7 -285) Lambert Eradus, van Amsterdam, lakenwerker, oud 24 jaar, geassisteerd met Leendert Eratis zijn vader op de Princegragt. 

R.A. Utrecht, Rechterlijk Archief Rhenen 515-2 akte nr. 4  15 Jan 1675 Alg. Ned. Familieblad 1888, blz 276 e.v.  Berensteijn onder Eyck Amsterdam K.O. 497, blz 285. Lambert Eratus van Amsterdam, lakenwerker oud 29 jaer geassisteerd met Leendert Eratus sijn vader op de Princegragt. In de marge staat: sijn moeders consent goet ingebragt. 

 

30. Bartholomeus Eradus, ovl. 1750, begraven 1 Aug 1750 in Leiden, Bolwerk.  

Bartholomeus Eradus weduwnaar (met drie kinderen) van Geertruijd Schoordijk, wonende in de oude voorstad over de Haven, vergeselt met Jan Haambeeld, zijn bekende, wonende in de Loyersstraat, met Jacomina la Mair, weduwe van Samuel Douders (met een kind), wonende in de Kaarsmakersstraat, vergeselt met Willemijntje Douders, haar behuwdt suster, wonende op de Uijtterstegraft, ende met Stijntje Karre mede haer behuwdt suster ende wonende als vooren. 

Hij trouwt (1) Geertruijt van Schoordijck, 24 Nov 1714 in Leiden, geb. ca 1682 in Maastricht, ovl. 1724.  

In de marge van de huwelijksakte staat: Moet attestatie van De Graeff, daer de  bruid laest gewoont heeft, overbrengen.  Kort na de geboorte van Jan Eradus op 12 sept 1724 is Geertruijt overleden. Haar begrafenis is in Leiden niet te vinden. Bartholomeus wilde al zeer snel hertrouwen, want hij ging op 9 dec 1724 in ondertrouw. Uit dit 2e huwelijk zijn geen kinderen bekend. 

Hij trouwt (2) Jacomina la Mair, 24 Sep 1724 in Leiden (Pieterskerk).  

Vermoedelijk bleek bij de ondertrouw dat de voogdij over de kinderen nog niet geregeld was en daarom werden op 11 de 1724 Jan Aambeeld en Jacobus Ramak, wolspinders, geburen en gebeden vrunden, tot voogden aangesteld over Lambert, 8 jaren en 7 maanden, Jan, 3 maanden en Geertruid, 6 jaren en 11 maanden.  

Uit het eerste huwelijk o.m.:

  • Lambert, volgt hierna

  • Geertruy, volgt Reeks 151

31. Lambert Eradus, geb. 21 Apr 1716 in Leiden, ovl. 1 Jun 1776 in Leiden, begraven in Leiden (Papegaaien Bolwerk), tr. Leiden 20 Feb 1734 Jacomina de Groot  (dochter van Huijbert de Groot en Rachel Sirach), ovl. 18 Jan 1777 in Leiden.  (Zie: Voogdenboek M fol 206v 11-Dec-1722.) 
 
32. Geertruy Eradus, geb. 16 Sep 1742 in Leiden, ovl. 1 Mrt 1819 in Leiden, tr Leiden 25 Jun 1763 Paulus Duk (zoon van Hendrik Duk en Aagje Mahie).  

33. Jacomijntje Duk, geb. Leiden 11 Feb 1766, tr. Leiden 18 Aug 1793 Isaac Keereweer, geb. 30 Jul 1769 in Leiden (zoon van Cornelis Keereweer en Jannetje Maljé).

34. Cornelis Keereweer, geb. Leiden 8 Sep 1805, tr. Leiden 21 Aug 1828 Ida Linschoten,  geb.Leiden  3 Apr 1800 (dochter van Salomon Linschoten en Maartje van den Berg). 

35. Jacomijntje Keereweer, geb. Leiden 26 Jun 1829, tr. Leiden 8 Okt 1828 Abraham Heuzen, geb.  Leiden (zoon van Abraham Heuzen en Maria Elisabeth van der Steen). 

36. Ida Heuzen, geb. Leiden 5 Sep 1857, ovl. 15 Sep 1935 in Leiden, tr. Leiden 25 Jan 1881 Hendrik van Weeren, geb. 10 Feb 1857 in Leiden (zoon van Jacobus van Weeren en Jacoba Verver), ovl. 28 Jan 1930 in Leiden.  

Zij woonden op 1 Jan 1890 in de Bakkersteeg 16, daarna op nummer 9a en vervolgens op Kaiserstraat 38, Bakkersteeg 22 werd het bedrijfspand. Bron: Bevolkingsregister A - BA 1 pag. 334. 

37. Abraham van Weeren, geb. 25 Jan 1888 in Leiden, ovl. 11 Feb 1947 in Leiden, tr. Magdalena Scharloo, 3 Nov 1909 in Leiden, geb. 24 Sep 1887 in Koudekerk (dochter van Jan Scharloo en Dina Boon) ovl. 1 Dec 1958 in Leiden. 
  
38. Dina van Weeren, geb. 7 Jul 1914 in Leiden, tr. Cornelis Jorden Hagenbeek, 27 Sep 1939 in Leiden, geb. 19 Jan 1910 in Arnhem (zoon van Cornelis Jorden Hagenbeek en Elisabeth Wilhelmina van der Velden) ovl. 10 Okt 1944 in Zoeterwoude. 

39. Cornelis Jorden Hagenbeek, geb. 3 Jul 1942 in Leiden, tr. (1) Mechelina Mezach, 17 Dec 1966 in Alkemade, geb. 19 Jul 1942 in Vlagtwedde, (dochter van Harm Mezach en Hinderkien ter Veen) ovl. 5 Jan 1995 in Bussum, begraven 10 Jan 1995 in Bussum. Tr. (2) Christine Anna Schneidinger, 15 Apr 2000 in Amsterdam, geb. 28 Dec 1939 in Baden/Wenen, (dochter van Dr Christian Schneidinger en Anna Pauline Niederleitner).  
Uit het eerste huwelijk: 

40a. Magteld Elisabeth Deliana Hagenbeek, geb. 6 Jan 1970 in Alkemade. Partner Jasper Pierik, geb. 26 Nov 1970, (zoon van Jan Pierik en Jeannette Cornelia Marte Maria Ooms). 

40b. Cornelis Jorden Hagenbeek, geb. 4 Dec 1972 in Bussum. Partner Leontine Maxwell.

Ingezonden door: de heer Cees Hagenbeek