|
14. Albert/Albrecht van Cuijck, geb. omstr.
1160, ridder, getuige bij een schenking van het allodium Herpen aan de
Brabantse hertog 1191, heer van Cuyc en Grave 1204-1233, heer van Herpen,
Merum en half Asten 1220-1233, stadsgraaf van Utrecht tot 12 mrt. 1220,
verkocht zijn rechten voor 200 pond Utrechts, leenman van de bisschop van
Utrecht voor het hoge en lage gerecht van Gasperde en Everdingen, overl.
1233, tr. omstr. 1195 (een 4e-graads huwelijk) Hadewig (Heiwig) van Merum
(Merheym), geb. Limburg eind 1182 of later (dochter van Rutger van Merum,
nam deel aan de Derde Kruistocht 1189-1192, en N.N. (Aleydis van Horne?)).
15. Dirk van Cuijck, geb. omstr. 1205, ridder (milites), door graaf Willem
II aangesteld tot burggraaf van Leiden tussen 1240 en 1243 na het
overlijden van burggraaf Jacob, overl. voor 1260, tr. Leiden 1240 of 1241
Christina/Kerstine van Leijden (van Oegstgeest), geb. Leiden omstr. 1220
(dochter van Jacob, burggraaf van Leiden 1201-1241), erfdochter van het
Leids burggraafschap en de ambacht Leiderdorp en Oegstgeest, overl. 1254.
16. Hendrick van Cuijck, geb. Leiden omstr. 1245, burggraaf van Leiden
1266-1319, heer van Leiderdorp en mogelijk van Oegstgeest, gaf heer Jacob
van der Woude vroonland in Eslikerwoude in erfpacht 25 nov. 1284, ridder
onder graaf Floris V (1285), vergezelde de Hollandse delegatie naar
Engeland overzee 7 jan. 1298, overl. 12 jan. 1319, tr. omstr. 1275/80
Halewine van Egmond, geb. Egmond omstr. 1255 (dochter van Willem heer van
Egmond 1248-1304) en Ada N.N.), vermeld 1266-1276, vermeld filia heer
Willem van Egmond bij akte 15 mei 1276.
17. Alveradis van Cuijck (van Leijden), geb. Leiden omstr. 1285, tr. voor
1307 Dirck III van Wassenaer, geb. Voorschoten omstr. 1280 (zoon van
Philips III van Wassenaer, knape, zegelbewaarder en grafelijk raadgever
onder Floris V en Jan I, en N.N. van de Wateringe), werd door graaf Jan II
van Avesnes bevestigd in zijn lenen te Voorschoten en Wassenaar mei 1300,
ambachtsheer van Voorburg 1307, zegelde met 3 wassende manen
('wassenaers') 1311, bewoner van kasteel Ter Horst onder Voorschoten,
zwoer eed van trouw aan graaf Willem III 1314, werd met 79 man opgeroepen
in het leger van de graaf in Vlaanderen 1315, overl. 1319.
18. Philips IV van Wassenaer, geb. Voorschoten voor 1307, volgde zijn
vader op in diens Wassenaarse goederen 1319, nam deel aan de Slag bij
Kassel 1328, kocht het burggraafschap van Leiden van graaf Willem IV 1340,
als zodanig ambachtsheer van Valckenburg en Catwijck, nam intrek in
kasteel 't Zand tussen Katwijk en Oegstgeest 1340, kreeg te maken met
tegenstand van de Leidse Kabeljauwse factie, maakte testament sept. 1343,
moest toezien dat Leiden bij privilege van gravin Margaretha mocht
uitbreiden tot het Hogheland 1 sept. 1346, overl. voor 5 jan. 1348
(misschien aan de pest?), tr. (1) in of voor 1319 Goede(line) van Benthem,
tr. (2) 1321 of omstr. 1326 Elisabeth, geb. Dordrecht omstr. 1305 (dochter
van Jan II heer van der Dussen en kanselier van de Heer van Altena, en
Beatrix van der Sluijs), vermeld als gehuwd 1321, tr. (3) kort na 16 okt.
1333 Catharina Dudinck.
Het is niet geheel
zeker of Elisabeth van der Dussen dan wel Catharina Dudinck de moeder
van Dirk IV van Wassenaer is, gezien het feit dat Dirck in 1348 nog
onder voogdij als het ‘kint wassenaer’ werd aangeduid en hoogstens
14 jaar oud kon zijn, waardoor zijn geboortejaar op 1333/34 geschat kon
worden. Desondanks wordt in ‘Heren van Stand; Van Wassenaer
1200-2000’ aangegeven dat hij waarschijnlijk uit het tweede huwelijk
afkomstig is.
19. Dirck IV van Wassenaer, geb. Voorschoten omstr. 1333, burggraaf van
Leiden en ambachtsheer van Valkenburg en Katwijck 1348-1386, heer van
Wassenaar, Kethel, Voorburg, Sassenheim, Vennep, Burggravenveen en
Kalsslagen, bewoonde kasteel 't Zandt te Oegstgeest, stond onder voogdij
van Jan van Polanen mei 1350 en nam als zodanig op 5 sept. 1350 deel aan
het Hoekse verbond, werd na de Kabeljauwse staatsgreep d.d. 24 juni 1351
sterk beperkt in zijn rechten, verzoende zich met de graaf sept. 1351,
vervolgens onder curatele van 3 Leidse Kabeljouwen 1351-1355, in dienst
van graaf Willem V (1353), door huwelijk heer van Oost-Barendrecht 1354,
tot ridder geslagen 1356, maakte gemene zaak met de Hoeken en werd onder
curatele gesteld van 27 nov. 1356 tot 2 sept. 1357, nam deel aan het
landsbestuur in afwezigheid van hertog Albrecht 1358-1381, verkocht alle
erven rondom de Leidse Burcht 5 jan. 1360, werd na de moord op de
Kabeljouw Claas Colijn berecht doch vrijgesproken 18 jan. 1384, in
gevangenschap (Luik) 1386-1387, speelde geen rol van betenis meer na 1387,
overl. tussen mei 1391 en 7 nov. 1392, tr. 29 sept. 1354 (huw. voorw.)
Machteld Oem heer Gillisdr., erfdochter van Oost-Barendrecht, doch hij had
uit een buitenechtelijke relatie:
20. Katryn (bastaard) van Wassenaer, geb. in of na 1356, tr. (huw voorw.
30 okt. 1370) Dirk Goeswijnsz. Say (van der Lede), geb. omstr. 1345 (zoon
van Goeswijn Jansz. Saij, beleend te Schiedam), baljuw van Schiedam, was
beleend met de Spieringhoeck, ontving uit handen van zijn schoonvader een
jaarrente van 30 pond Hollands, leenman van Wassenaar, schout van Katwijk,
aangesteld tot rentmeester van Wassenaer 13 juli 1380 voor 20 pond
jaarlijks, overl. omstr. 1421.
Huwelijkscontract d.d. 29
oktober 1370, waarbij Dirk IV zijn onwettige dochter Catharina ten
huwelijk geeft aan Dirk Say, een lage edelman uit de omgeving van
Schiedam, met als medegave een jaarlijkse rente van dertig pond Hollands
(Kasteel Twickel, Inventaris van het Huisarchief Twickel, Inv.Nr.
7394/1, f.18-18v).
5 morgen land onder Kethel
30-10-1370: Dirc Zay Goeswijnsz. tocht zijn vrouw Katherine,
bastaarddochter van Dirc van Wassenair, burggraaf van Leyden, aan
dit land, waarnaast hij haar 75 pond hollands per jaar bewijst volgens
de huwelijkse voorwaarden, onder bezegeling door zijn broer Jan
Goeswijnsz. Haar vader zal haar 300 pond Hollands geven als een rente
van 30 pond, door de rentmeester van Wassenair uit te keren uit zijn
domeinen, half op Vorscotenmarkt en half op Valckenburchmarkt, te lossen
met 300 pond. Bij kinderloos overlijden van Katrine zal deze rente weer
terugvallen aan de heer van Wassenair en zijn erfgenamen (AA, f 18 en
18v). (Ons Voorgeslacht 1978, p. 664)
5½ morgen land in
Spirincshoec tussen de Zeedijk en de Oude dijk.
29-6-1371: Dirc Zay Goeswijnsz., zwager van de leenheer heer
Dirc van Wassenair, burggraaf van Leyden, ridder, na opdracht uit
eigen (AA, f 56v en A, f 40). (Ons Voorgeslacht 1978, p. 206).
11 morgen land in de
Kethel, genaamd de Gheer (1403: belend ten noorden: de abdis van
Rijnsburch, ten oosten: Jan Bogge, Pieter Jansz. en. Jacob Mathijsz.,
ten zuiden: Baerte Hoyters, ten westen: de Hardrechse watering.
25-3-1403: Dirc Zay Gooswijnsz. van der Lee, nadat het leen was
afgestorven bij dode van zijn neef Dirc van Cattendijc, te versterven op
zijn zoon Gillijs, gewonnen bij Katerine, zuster van de leenheer
Philips, heer van Wassenair en burggraaf van Leyden (A, f 27). (Ons
Voorgeslacht 1978, p. 215)
6 morgen land in Spirincshoecke, binnen en buiten de zeedijk
10-1-1416: Goeswijn van der Leede na overdracht door zijn vader Dirc
Zaeye Goeswijnsz. van der Leede, zwager van de leenheer Philips, heer
van Wassenair en burggraaf van Leyden (A, f 301). (Ons Voorgeslacht
1978, p. 218)
21. Adriaen(a) Dierc Zayensz. van der Lee, geb. omstr. 1385, haar wapen is
te zien op een gebrandschilderd raam in het kasteel van Rhoon, een
alliantiewapen met elementen Van der Lee (3 rozen) en Wassenaar (wassende
maantjes), tr. voor 18 febr. 1408 Pieter III van Roden (ute Duvelant),
geb. omstr. 1385/90 (zoon van Boudijn Pietersz. van Roden, heer van Rhoon
1380-1399, en Willemine Vranc Dirc Zayendr.), ambachtsheer van Rhoon 25
mei 1411-1437, schepen Dordrecht 1445, bouwde na de Elisabethsvloed (1421)
het kasteel van Rhoon 1433, overl. voor 26 sept. 1454.
Het land in Pendrecht
met de tiende en het
ambacht, strekkende van het kerkhof van Pendrecht tot aan het ambacht
van Cathendrecht
25-5-1411: Pieter
Boudijnsz. uut Duvelant, heer van Roden, geeft op raad van zijn oom Dirc
Zaeys Vranckenz., zijn neef Jan van Rijswijc, zijn neef en aangehuwde
oom Florijs van der Boechurst en zijn aangehuwde oom Jan van Rodenrijs
Danielsz. ter bedijking tot een zomerdijk voor 14 jaar uit een nieuwland
in Roden binnen de oude dijk van Ryerwairt aan Clays Duust Ysebrantsz.,
Jan Ghijs Jan ‘s Rodenz. en diens zwager Pieter Willemsz., Pouwels Dirxz.
en Symon Claysz. onder één dijk met het Cortambacht in de heerlijkheid
Putte, dat Pieter Walravensz. van de heer van Gaesbeke heeft aangenomen.
28-2-1414:
Peter van Roden tocht zijn vrouw
Adriaen Dierc Zayendochter aan de mindere helft van het leen (1.h.
54, f. 113~).(Ons
Voorgeslacht 1987, p. 244)
22. Pieter IV van Roden, geb. omstr. 1420, beleend met een vijfde deel van
de lenen van zijn vader 1 aug. 1455, met een twintigste deel 1465, koopt
tweemaal een vierde deel 1471, 1474, uiteindelijk ambachtsheer van de
gehele heerlijkheid Rhoon 1483-1502, krijgt het onversterfelijk leenrecht
1481, zag zijn kasteel geplunderd en verbrand door de benden van jonker
Frans van Brederode 1489, verkreeg de hoge heerlijkheid 1497, inpolderaar
van de Rhoonse polders Gijsenland, Nijenland en JanCorneliszoonland,
overl. 28 juni 1509, tr. tussen 1460 en 23 mei 1474 Margriet Gerritsdr.
Storms (van Weena), geb. Delft omstr. 1440 (dochter van Gerrit Willem
Stormsz., schepen en thesaurier van Delft, en Maria Vranck Lambrechtsdr.).
Het land in Pendrecht
met de tiende en het
ambacht, strekkende van het kerkhof van Pendrecht tot aan het ambacht
van Cathendrecht 15-10-1455: Dirck van Roden bij dode van zijn
vader Pieter van Roden met een vijfde deel ten Zeeuwse rechte (1.h. 116,
cap. Z.H., f. 21). 4-10-1465: Willem-, Vranck-, Pieter en Dirck van
Roden elk met een twintigste deel na koop ten Zeeuwse rechte na dode van
hun broer Boudijn van Roden (1.h. 117, cap. Z.H., f. 24). 23-5-1474:
Pieter van Roden na koop op 194-1474 tegen 10 pond groot Vlaams met een
vierde deel ten Zeeuwse rechte na dode van zijn broer Willem van Roden,
hij tocht zijn vrouw Margriet Gerijt Stormsdochter en met een
vierde deel ten Zeeuwse rechte na koop op 1-7-1471 te Brugge na dode van
zijn broer Dirck van Roden (1.h. 118, cap. Z.H., f. 7v en 23).(Ons
Voorgeslacht 1987, p. 244)
23. Pieter V van Roden, geb. omstr. 1460, ambachtsheer van Rhoon
(1502-1534) en Pendrecht (1520-1534), eigenaar van een huis aan het
Westeinde te 's-Gravenhage, overl. 19 febr.1534, begr. Rhoon, tr. 7 juni
1501 Anna van Grave, geb. Leuven 5 jan. 1475 (dochter van Raes van Grave,
heer van Hevere, en Elisabeth van Sinte Guericx), overl. 6 mrt. 1549,
begr. Rhoon. 24. Gerrit/Gerard van Rhoon, geb. Leiden omstr. 1518/21, schildknaap 1553,
bewoner van het Huys te Rhoon 1553, baljuw van Rhoon 1557, eigenaar van
het slot Valckensteijn onder Poortugaal 1578-1582, heeemraad van Rhoon
1589, doopgetuige bij de kinderen van zijn kleinzoon Philip Philipsz.
1591, 1593, baljuw van Putten en Geervliet 1593, kocht het land Korendijk
van Arnout van Boshuijsen 1593, overl. ald. na 3 okt. 1600, tr. Catharina
van der Does, geb. Leiden omstr. 1522, overl. 1607/08, verwekte een
onwettige dochter omstr. 1543 Katrijna Clementsdr., mogelijk geboren
’s-Gravenhage omstr. 1520 als dochter van Clement Aertsz., overl. voor
1559, en Adriaentge Andriesdr.), overl. voor 10 mrt. 1559.
25. Helena Gerritsdr. van Rhoon, geb. (ws) 's-Gravenhage omstr. 1544,
biersteekster op het veer van Rhoon, werd bij testament gelegateerd van
haar natuurlijk vader jonkheer van Rhoon voor het vruchtgebruik van 150
carolus guldens 3 okt. 1600, overl. aldaar voor 19 okt. 1623, tr. (2) voor
3 okt. 1600 Jacob Mathijssen, tr. (2) voor 1567 Philip Cornelisz. Vermaat,
geb. Rotterdam omstr. 1537 (zoon van Cornelis Philipsz., mogelijk brouwer,
vermeld te Utrecht 1532-1542, later te Rotterdam 1540-1543, en
Trijntje/Katrijn Jansdr. Coning), woonde Rhoon 1561, schepen aldaar 1566,
overl. Poortugaal voor 3 okt. 1600.
26. Philips Philipsz. (de Oude) Vermaet (van der Maet), geb. Rhoon omstr.
1567, won. Poortugaal, daarna Spijkenisse, schipper en biersteker, overl.
Spijkenisse na 19 okt. 1623, tr. (2) Spijkenisse 3 mrt. 1602 Margen
Aertsdr., tr. (1) voor 4 mrt. 1591 Maertje Dircx, (dochter van (?) Dirck
Cornelisz. Kuedieff en Maertje Aryensdr.) overl. Spijkenisse 20 mei 1640.
27. Cornelis Philipsz. Vermaat, ged. Spijkenisse 16 sept. 1609, schipper,
overl. ald. tussen 2 febr. 1653 en 24 apr. 1668, tr. Spijkenisse 19 mrt.
1636 Maertje Pietersdr., ged. Spijkenisse 31 okt. 1621 (dochter van Pieter
Commersz., rietdekker te Spijkenisse, en Mettie Leendertsdr.), overl. ald.
na 24 apr. 1668.
28. Philips Cornelisz. Vermaat, geb. Spijkenisse omstr. 1637, overl.
Spijkenisse 11 mrt. 1684 (grafzerk), tr. omstr. 1666 Teuntje Jans
Lakenkoper, ged. (als gehuwde vrouw) Spijkenisse 16 okt. 1664 (dochter van
Jan Ariensz. Lakenkoper, kleerkoper te Spijkenisse, en Berdetgen
Cornelisdr.), overl. in de Nieuwe Uitslag van Putten aan de Drogen.
29. Cornelis Philipse Vermaat, ged. Spijkenisse 9 sept. 1668, tr. (2)
Hekelingen 17 nov. 1709 Aaltje Bastiaans Munter, tr. (1) voor 1705
Ariaantje Jansdr. Blijenburg.
30. Annetje Cornelisdr. Vermaat, geb. Simonshaven, ged. Geervliet 27 juni
1706, woonde te Nieuwerhoorn 1735, tr. Heenvliet 7 okt. 1736 Leendert
Arentsz., ged. Monster 24 juli 1701 (zoon van Arent Leendertsz. van der
Arent en Anna van Oringe), veerschipper, tr. (1) Heenvliet 1 jan. 1728
Geertje Abrahams Oostdorp, tr. (3) Heenvliet 8 okt. 1741 Jannetje Visser,
tr. (4) Heenvliet 2 febr. 1743 Jannetje van Bockom.
31. Johanna/Anna Leendertsdr. van der Arend, ged. Heenvliet 19 mrt. 1741,
tr. Heenvliet 17 juni 1759 Klaas/Nicolaes Bar(re)mond, ged. Zwartsluis 29
aug. 1732 (zoon van Christoffel Jansz. Barmond en Neeltje Claesdr.
Admirael), overl. Zwartsluis 10 dec. 1792.
32. Elisabeth Barmond, geb. Zwartsluis omstr. 1771, overl. tussen 1843 en
1868, tr. Vlaardingen 26 nov. 1797 Dirk van Dorp, ged. Vlaardingen 2 juli
1766 (zoon van Jan Dirkse van Dorp, visser, en Sara Jans Kok), eerst
visser, later stuurman op de visserij, won. op de Hoogstraat no 33 te
Vlaardingen (1811), overl. Vlaardingen 30 sept. 1843, tr. (1) Vlaardingen
23 mrt. 1788 Ariaantje Pietersdr. 't Hart.
33. Klaas van Dorp, geb. Vlaardingen 28 aug. 1811, zeeman, verdronken op
de Noordzee 22 mrt. 1868 tijdens dienst op het visserschip 'Vaarwel', tr.
(2) Helena Lekkerkerk, tr. (3) Neeltje Baggers, tr. (1) Vlaardingen 26
mrt. 1834 Johanna Boekhoven, geb. Maassluis 8 mei 1810 (dochter van
Jan/Joost Boekhoven, zeeman, en Barbara van Veen).
34. Johannes (Jan) van Dorp, geb. Vlaardingen 16 febr. 1839, los werkman
(1899), visomroeper (1900), arbeider en zeeman, won. in de landstraat
onder Vlaardingen, overl. Vlaardingen 12 jan. 1918, tr. Vlaardingen 20
nov. 1861 Maria van Roon, geb. Vlaardingen 1 okt. 1838 (dochter van
Joannes van Roon, tabakskerver en winkelier, en Jaapje Boog(aert), woonde
later bij haar schoonzoon Jacob van der Meijden in, overl.
Vlaardingen 22 sept. 1931.
35. Johanna van Dorp, geb. Vlaardingen 12 dec. 1872, overl. na 1938, tr.
Vlaardingen 16 aug. 1899 Jacob van der Meijden, geb. Vlaardingen 11 jan.
1877 (zoon van Pieter van der Meijden, stuurman (1872), later tolbaas op
de Maassluissedijk onder Vlaardingen, en Engeltje van Hoek),
fabrieksarbeider bij melkfabriek 'Hollandia' in Vlaardingen, later ook
zadenverkoper, woonde in de Oranjestraat no 13, overl. Vlaardingen 20 juli
1932.
|