Reeks 135

Van Voskuilen (II)

Zie voor de oudere generaties: Reeks 1

14.  Albert/Albrecht van Cuijck, geb. omstr. 1160, ridder, getuige bij een schenking van het allodium Herpen aan de Brabantse hertog 1191, heer van Cuyc en Grave 1204-1233, heer van Herpen, Merum en half Asten 1220-1233, stadsgraaf van Utrecht tot 12 mrt. 1220, verkocht zijn rechten voor 200 pond Utrechts, leenman van de bisschop van Utrecht voor het hoge en lage gerecht van Gasperde en Everdingen, overl. 1233, tr. omstr. 1195 (een 4e-graads huwelijk) Hadewig (Heiwig) van Merum (Merheym), geb. Limburg eind 1182 of later (dochter van Rutger van Merum, nam deel aan de Derde Kruistocht 1189-1192, en N.N. (Aleydis van Horne?)).

15. Dirk van Cuijck, geb. omstr. 1205, ridder (milites), door graaf Willem II aangesteld tot burggraaf van Leiden tussen 1240 en 1243 na het overlijden van burggraaf Jacob, overl. voor 1260, tr. Leiden 1240 of 1241 Christina/Kerstine van Leijden (van Oegstgeest), geb. Leiden omstr. 1220 (dochter van Jacob, burggraaf van Leiden 1201-1241), erfdochter van het Leids burggraafschap en de ambacht Leiderdorp en Oegstgeest, overl. 1254.

16. Hendrick van Cuijck, geb. Leiden omstr. 1245, burggraaf van Leiden 1266-1319, heer van Leiderdorp en mogelijk van Oegstgeest, gaf heer Jacob van der Woude vroonland in Eslikerwoude in erfpacht 25 nov. 1284, ridder onder graaf Floris V (1285), vergezelde de Hollandse delegatie naar Engeland overzee 7 jan. 1298, overl. 12 jan. 1319, tr. omstr. 1275/80 Halewine van Egmond, geb. Egmond omstr. 1255 (dochter van Willem heer van Egmond 1248-1304) en Ada N.N.), vermeld 1266-1276, vermeld filia heer Willem van Egmond bij akte 15 mei 1276.

17. Alveradis van Cuijck (van Leijden), geb. Leiden omstr. 1285, tr. voor 1307 Dirck III van Wassenaer, geb. Voorschoten omstr. 1280 (zoon van Philips III van Wassenaer, knape, zegelbewaarder en grafelijk raadgever onder Floris V en Jan I, en N.N. van de Wateringe), werd door graaf Jan II van Avesnes bevestigd in zijn lenen te Voorschoten en Wassenaar mei 1300, ambachtsheer van Voorburg 1307, zegelde met 3 wassende manen ('wassenaers') 1311, bewoner van kasteel Ter Horst onder Voorschoten, zwoer eed van trouw aan graaf Willem III 1314, werd met 79 man opgeroepen in het leger van de graaf in Vlaanderen 1315, overl. 1319.

18. Philips IV van Wassenaer, geb. Voorschoten voor 1307, volgde zijn vader op in diens Wassenaarse goederen 1319, nam deel aan de Slag bij Kassel 1328, kocht het burggraafschap van Leiden van graaf Willem IV 1340, als zodanig ambachtsheer van Valckenburg en Catwijck, nam intrek in kasteel 't Zand tussen Katwijk en Oegstgeest 1340, kreeg te maken met tegenstand van de Leidse Kabeljauwse factie, maakte testament sept. 1343, moest toezien dat Leiden bij privilege van gravin Margaretha mocht uitbreiden tot het Hogheland 1 sept. 1346, overl. voor 5 jan. 1348 (misschien aan de pest?), tr. (1) in of voor 1319 Goede(line) van Benthem, tr. (2) 1321 of omstr. 1326 Elisabeth, geb. Dordrecht omstr. 1305 (dochter van Jan II heer van der Dussen en kanselier van de Heer van Altena, en Beatrix van der Sluijs), vermeld als gehuwd 1321, tr. (3) kort na 16 okt. 1333 Catharina Dudinck.

Het is niet geheel zeker of Elisabeth van der Dussen dan wel Catharina Dudinck de moeder van Dirk IV van Wassenaer is, gezien het feit dat Dirck in 1348 nog onder voogdij als het ‘kint wassenaer’ werd aangeduid en hoogstens 14 jaar oud kon zijn, waardoor zijn geboortejaar op 1333/34 geschat kon worden. Desondanks wordt in ‘Heren van Stand; Van Wassenaer 1200-2000’ aangegeven dat hij waarschijnlijk uit het tweede huwelijk afkomstig is.


19. Dirck IV van Wassenaer, geb. Voorschoten omstr. 1333, burggraaf van Leiden en ambachtsheer van Valkenburg en Katwijck 1348-1386, heer van Wassenaar, Kethel, Voorburg, Sassenheim, Vennep, Burggravenveen en Kalsslagen, bewoonde kasteel 't Zandt te Oegstgeest, stond onder voogdij van Jan van Polanen mei 1350 en nam als zodanig op 5 sept. 1350 deel aan het Hoekse verbond, werd na de Kabeljauwse staatsgreep d.d. 24 juni 1351 sterk beperkt in zijn rechten, verzoende zich met de graaf sept. 1351, vervolgens onder curatele van 3 Leidse Kabeljouwen 1351-1355, in dienst van graaf Willem V (1353), door huwelijk heer van Oost-Barendrecht 1354, tot ridder geslagen 1356, maakte gemene zaak met de Hoeken en werd onder curatele gesteld van 27 nov. 1356 tot 2 sept. 1357, nam deel aan het landsbestuur in afwezigheid van hertog Albrecht 1358-1381, verkocht alle erven rondom de Leidse Burcht 5 jan. 1360, werd na de moord op de Kabeljouw Claas Colijn berecht doch vrijgesproken 18 jan. 1384, in gevangenschap (Luik) 1386-1387, speelde geen rol van betenis meer na 1387, overl. tussen mei 1391 en 7 nov. 1392, tr. 29 sept. 1354 (huw. voorw.) Machteld Oem heer Gillisdr., erfdochter van Oost-Barendrecht, doch hij had uit een buitenechtelijke relatie:

20. Katryn (bastaard) van Wassenaer, geb. in of na 1356, tr. (huw voorw. 30 okt. 1370) Dirk Goeswijnsz. Say (van der Lede), geb. omstr. 1345 (zoon van Goeswijn Jansz. Saij, beleend te Schiedam), baljuw van Schiedam, was beleend met de Spieringhoeck, ontving uit handen van zijn schoonvader een jaarrente van 30 pond Hollands, leenman van Wassenaar, schout van Katwijk, aangesteld tot rentmeester van Wassenaer 13 juli 1380 voor 20 pond jaarlijks, overl. omstr. 1421.

Huwelijkscontract d.d. 29 oktober 1370, waarbij Dirk IV zijn onwettige dochter Catharina ten huwelijk geeft aan Dirk Say, een lage edelman uit de omgeving van Schiedam, met als medegave een jaarlijkse rente van dertig pond Hollands (Kasteel Twickel, Inventaris van het Huisarchief Twickel, Inv.Nr. 7394/1, f.18-18v).

5 morgen land onder Kethel
30-10-1370: Dirc Zay Goeswijnsz. tocht zijn vrouw Katherine, bastaarddochter van Dirc van Wassenair, burggraaf van Leyden, aan dit land, waarnaast hij haar 75 pond hollands per jaar bewijst volgens de huwelijkse voorwaarden, onder bezegeling door zijn broer Jan Goeswijnsz. Haar vader zal haar 300 pond Hollands geven als een rente van 30 pond, door de rentmeester van Wassenair uit te keren uit zijn domeinen, half op Vorscotenmarkt en half op Valckenburchmarkt, te lossen met 300 pond. Bij kinderloos overlijden van Katrine zal deze rente weer terugvallen aan de heer van Wassenair en zijn erfgenamen (AA, f 18 en 18v). (Ons Voorgeslacht 1978, p. 664)

5½ morgen land in Spirincshoec tussen de Zeedijk en de Oude dijk.
29-6-1371: Dirc Zay Goeswijnsz., zwager van de leenheer heer Dirc van Wassenair, burggraaf van Leyden, ridder, na opdracht uit eigen (AA, f 56v en A, f 40). (Ons Voorgeslacht 1978, p. 206).

11 morgen land in de Kethel, genaamd de Gheer (1403: belend ten noorden: de abdis van Rijnsburch, ten oosten: Jan Bogge, Pieter Jansz. en. Jacob Mathijsz., ten zuiden: Baerte Hoyters, ten westen: de Hardrechse watering.
25-3-1403: Dirc Zay Gooswijnsz. van der Lee, nadat het leen was afgestorven bij dode van zijn neef Dirc van Cattendijc, te versterven op zijn zoon Gillijs, gewonnen bij Katerine, zuster van de leenheer Philips, heer van Wassenair en burggraaf van Leyden (A, f 27). (Ons Voorgeslacht 1978, p. 215)

6 morgen land in Spirincshoecke, binnen en buiten de zeedijk
10-1-1416: Goeswijn van der Leede na overdracht door zijn vader Dirc Zaeye Goeswijnsz. van der Leede, zwager van de leenheer Philips, heer van Wassenair en burggraaf van Leyden (A, f 301). (Ons Voorgeslacht 1978, p. 218)


21. Adriaen(a) Dierc Zayensz. van der Lee, geb. omstr. 1385, haar wapen is te zien op een gebrandschilderd raam in het kasteel van Rhoon, een alliantiewapen met elementen Van der Lee (3 rozen) en Wassenaar (wassende maantjes), tr. voor 18 febr. 1408 Pieter III van Roden (ute Duvelant), geb. omstr. 1385/90 (zoon van Boudijn Pietersz. van Roden, heer van Rhoon 1380-1399, en Willemine Vranc Dirc Zayendr.), ambachtsheer van Rhoon 25 mei 1411-1437, schepen Dordrecht 1445, bouwde na de Elisabethsvloed (1421) het kasteel van Rhoon 1433, overl. voor 26 sept. 1454.

Het land in Pendrecht met de tiende en het ambacht, strekkende van het kerkhof van Pendrecht tot aan het ambacht van Cathendrecht
25-5-1411: Pieter Boudijnsz. uut Duvelant, heer van Roden, geeft op raad van zijn oom Dirc Zaeys Vranckenz., zijn neef Jan van Rijswijc, zijn neef en aangehuwde oom Florijs van der Boechurst en zijn aangehuwde oom Jan van Rodenrijs Danielsz. ter bedijking tot een zomerdijk voor 14 jaar uit een nieuwland in Roden binnen de oude dijk van Ryerwairt aan Clays Duust Ysebrantsz., Jan Ghijs Jan ‘s Rodenz. en diens zwager Pieter Willemsz., Pouwels Dirxz. en Symon Claysz. onder één dijk met het Cortambacht in de heerlijkheid Putte, dat Pieter Walravensz. van de heer van Gaesbeke heeft aangenomen.
28-2-1414: Peter van Roden tocht zijn vrouw Adriaen Dierc Zayendochter aan de mindere helft van het leen (1.h. 54, f. 113~).(Ons Voorgeslacht 1987, p. 244)


22. Pieter IV van Roden, geb. omstr. 1420, beleend met een vijfde deel van de lenen van zijn vader 1 aug. 1455, met een twintigste deel 1465, koopt tweemaal een vierde deel 1471, 1474, uiteindelijk ambachtsheer van de gehele heerlijkheid Rhoon 1483-1502, krijgt het onversterfelijk leenrecht 1481, zag zijn kasteel geplunderd en verbrand door de benden van jonker Frans van Brederode 1489, verkreeg de hoge heerlijkheid 1497, inpolderaar van de Rhoonse polders Gijsenland, Nijenland en JanCorneliszoonland, overl. 28 juni 1509, tr. tussen 1460 en 23 mei 1474 Margriet Gerritsdr. Storms (van Weena), geb. Delft omstr. 1440 (dochter van Gerrit Willem Stormsz., schepen en thesaurier van Delft, en Maria Vranck Lambrechtsdr.).

Het land in Pendrecht met de tiende en het ambacht, strekkende van het kerkhof van Pendrecht tot aan het ambacht van Cathendrecht
15-10-1455: Dirck van Roden bij dode van zijn vader Pieter van Roden met een vijfde deel ten Zeeuwse rechte (1.h. 116, cap. Z.H., f. 21).
4-10-1465: Willem-, Vranck-, Pieter en Dirck van Roden elk met een twintigste deel na koop ten Zeeuwse rechte na dode van hun broer Boudijn van Roden (1.h. 117, cap. Z.H., f. 24).
23-5-1474: Pieter van Roden na koop op 194-1474 tegen 10 pond groot Vlaams met een vierde deel ten Zeeuwse rechte na dode van zijn broer Willem van Roden, hij tocht zijn vrouw Margriet Gerijt Stormsdochter en met een vierde deel ten Zeeuwse rechte na koop op 1-7-1471 te Brugge na dode van zijn broer Dirck van Roden (1.h. 118, cap. Z.H., f. 7v en 23).(Ons Voorgeslacht 1987, p. 244)


23. Pieter V van Roden, geb. omstr. 1460, ambachtsheer van Rhoon (1502-1534) en Pendrecht (1520-1534), eigenaar van een huis aan het Westeinde te 's-Gravenhage, overl. 19 febr.1534, begr. Rhoon, tr. 7 juni 1501 Anna van Grave, geb. Leuven 5 jan. 1475 (dochter van Raes van Grave, heer van Hevere, en Elisabeth van Sinte Guericx), overl. 6 mrt. 1549, begr. Rhoon.

24. Gerrit/Gerard van Rhoon, geb. Leiden omstr. 1518/21, schildknaap 1553, bewoner van het Huys te Rhoon 1553, baljuw van Rhoon 1557, eigenaar van het slot Valckensteijn onder Poortugaal 1578-1582, heeemraad van Rhoon 1589, doopgetuige bij de kinderen van zijn kleinzoon Philip Philipsz. 1591, 1593, baljuw van Putten en Geervliet 1593, kocht het land Korendijk van Arnout van Boshuijsen 1593, overl. ald. na 3 okt. 1600, tr. Catharina van der Does, geb. Leiden omstr. 1522, overl. 1607/08, verwekte een onwettige dochter omstr. 1543 Katrijna Clementsdr., mogelijk geboren ’s-Gravenhage omstr. 1520 als dochter van Clement Aertsz., overl. voor 1559, en Adriaentge Andriesdr.), overl. voor 10 mrt. 1559.

25. Helena Gerritsdr. van Rhoon, geb. (ws) 's-Gravenhage omstr. 1544, biersteekster op het veer van Rhoon, werd bij testament gelegateerd van haar natuurlijk vader jonkheer van Rhoon voor het vruchtgebruik van 150 carolus guldens 3 okt. 1600, overl. aldaar voor 19 okt. 1623, tr. (2) voor 3 okt. 1600 Jacob Mathijssen, tr. (2) voor 1567 Philip Cornelisz. Vermaat, geb. Rotterdam omstr. 1537 (zoon van Cornelis Philipsz., mogelijk brouwer, vermeld te Utrecht 1532-1542, later te Rotterdam 1540-1543, en Trijntje/Katrijn Jansdr. Coning), woonde Rhoon 1561, schepen aldaar 1566, overl. Poortugaal voor 3 okt. 1600.

26. Philips Philipsz. (de Oude) Vermaet (van der Maet), geb. Rhoon omstr. 1567, won. Poortugaal, daarna Spijkenisse, schipper en biersteker, overl. Spijkenisse na 19 okt. 1623, tr. (2) Spijkenisse 3 mrt. 1602 Margen Aertsdr., tr. (1) voor 4 mrt. 1591 Maertje Dircx, (dochter van (?) Dirck Cornelisz. Kuedieff en Maertje Aryensdr.) overl. Spijkenisse 20 mei 1640.

27. Cornelis Philipsz. Vermaat, ged. Spijkenisse 16 sept. 1609, schipper, overl. ald. tussen 2 febr. 1653 en 24 apr. 1668, tr. Spijkenisse 19 mrt. 1636 Maertje Pietersdr., ged. Spijkenisse 31 okt. 1621 (dochter van Pieter Commersz., rietdekker te Spijkenisse, en Mettie Leendertsdr.), overl. ald. na 24 apr. 1668.

28. Philips Cornelisz. Vermaat, geb. Spijkenisse omstr. 1637, overl. Spijkenisse 11 mrt. 1684 (grafzerk), tr. omstr. 1666 Teuntje Jans Lakenkoper, ged. (als gehuwde vrouw) Spijkenisse 16 okt. 1664 (dochter van Jan Ariensz. Lakenkoper, kleerkoper te Spijkenisse, en Berdetgen Cornelisdr.), overl. in de Nieuwe Uitslag van Putten aan de Drogen. 


29. Cornelis Philipse Vermaat, ged. Spijkenisse 9 sept. 1668, tr. (2) Hekelingen 17 nov. 1709 Aaltje Bastiaans Munter, tr. (1) voor 1705 Ariaantje Jansdr. Blijenburg.

30. Annetje Cornelisdr. Vermaat, geb. Simonshaven, ged. Geervliet 27 juni 1706, woonde te Nieuwerhoorn 1735, tr. Heenvliet 7 okt. 1736 Leendert Arentsz., ged. Monster 24 juli 1701 (zoon van Arent Leendertsz. van der Arent en Anna van Oringe), veerschipper, tr. (1) Heenvliet 1 jan. 1728 Geertje Abrahams Oostdorp, tr. (3) Heenvliet 8 okt. 1741 Jannetje Visser, tr. (4) Heenvliet 2 febr. 1743 Jannetje van Bockom.

31. Johanna/Anna Leendertsdr. van der Arend, ged. Heenvliet 19 mrt. 1741, tr. Heenvliet 17 juni 1759 Klaas/Nicolaes Bar(re)mond, ged. Zwartsluis 29 aug. 1732 (zoon van Christoffel Jansz. Barmond en Neeltje Claesdr. Admirael), overl. Zwartsluis 10 dec. 1792.

32. Elisabeth Barmond, geb. Zwartsluis omstr. 1771, overl. tussen 1843 en 1868, tr. Vlaardingen 26 nov. 1797 Dirk van Dorp, ged. Vlaardingen 2 juli 1766 (zoon van Jan Dirkse van Dorp, visser, en Sara Jans Kok), eerst visser, later stuurman op de visserij, won. op de Hoogstraat no 33 te Vlaardingen (1811), overl. Vlaardingen 30 sept. 1843, tr. (1) Vlaardingen 23 mrt. 1788 Ariaantje Pietersdr. 't Hart.

33. Klaas van Dorp, geb. Vlaardingen 28 aug. 1811, zeeman, verdronken op de Noordzee 22 mrt. 1868 tijdens dienst op het visserschip 'Vaarwel', tr. (2) Helena Lekkerkerk, tr. (3) Neeltje Baggers, tr. (1) Vlaardingen 26 mrt. 1834 Johanna Boekhoven, geb. Maassluis 8 mei 1810 (dochter van Jan/Joost Boekhoven, zeeman, en Barbara van Veen).

34. Johannes (Jan) van Dorp, geb. Vlaardingen 16 febr. 1839, los werkman (1899), visomroeper (1900), arbeider en zeeman, won. in de landstraat onder Vlaardingen, overl. Vlaardingen 12 jan. 1918, tr. Vlaardingen 20 nov. 1861 Maria van Roon, geb. Vlaardingen 1 okt. 1838 (dochter van Joannes van Roon, tabakskerver en winkelier, en Jaapje Boog(aert), woonde later bij haar schoonzoon Jacob van der Meijden  in, overl. Vlaardingen 22 sept. 1931.

35. Johanna van Dorp, geb. Vlaardingen 12 dec. 1872, overl. na 1938, tr. Vlaardingen 16 aug. 1899 Jacob van der Meijden, geb. Vlaardingen 11 jan. 1877 (zoon van Pieter van der Meijden, stuurman (1872), later tolbaas op de Maassluissedijk onder Vlaardingen, en Engeltje van Hoek), fabrieksarbeider bij melkfabriek 'Hollandia' in Vlaardingen, later ook zadenverkoper, woonde in de Oranjestraat no 13, overl. Vlaardingen 20 juli 1932.

Ingezonden door: Edwin van Voskuilen 
Bronnen:
• J.A. Coldeweij “De heren van Kuyc (1096-1400)” 1981, Tilburg (betreft generaties 14-17)
• J.Aalbers, M.J. van Gent, S.Groenveld “Heren van Stand: Van Wassenaer 1200-2000: achthonderd jaar Nederlandse adelsgeschiedenis”, Stichting Hollandse Historische Reeks, 2001, Zoetermeer (betreft generaties 17-20)
• Kwartieren Prometheus XVII, 2001, Delft
• F.J.W. van Kan “Sleutels tot de macht : De ontwikkeling van het Leidse patriciaat tot 1420” 1988, Hilversum
• Eigen onderzoek (betreft generatie 31 – 35)

Met medewerking van o.m. Frans Angevaare.