|
18b. Jutte van Brederode, overl. 6-6-1346, tr.
(dispensatie 3-3-) 1314 Jan III Persijn, overl. 20-12-1353, begr. Abdij van
Leeuwenhorst; heer van Waterland; ridder; hij tr. 1e Aleid van Naaldwijk(?).
Volgens S. van
Leeuwen, Batavia illustrata … (Den Haag 1685) 1047-1049 voert het
geslacht een wapen, waarin staan zes fasces (of baren), de eerste van
goud, met negen gouden kruisen, namelijk op de eerste gouden fasce vier,
op de tweede drie en op de laatste twee, volgens J.Craandijk, 'Het
geslacht Persijn van Waterland', Bijdragen voor vaderlandsche
geschiedenis en oudheidkunde 4e reeks II (1902) 99, 446.
Jan (II) Persijn, ridder in 1270 en 1274 voert als wapen: gedwarsbalkt
van goud en blauw van 6 stukken, het goud beladen met resp. 4, 3 en 2
rode St. Andrieskruisjes, volgens dezelfde auteur.
Gijsbrecht zoon van Johan (III) ridder is geen bastaard, zoals ook S.
van Leeuwen, Batavia illustrata … (Den Haag 1685) aangeeft en Jutte van
Brederode zijn moeder noemt, zie verder Ons Voorgeslacht 20 (1965)
252-253 uit Familiearchief Persijn nr. 571.
Gijsbrecht wordt namelijk, als zoon van Johan Persijn ridder op 2-3-1347
beleend met 10 lb hollands per jaar, nl. 7 lb 10 sc uit de herfstschot
op de Zouteveen en 50 sc uit de hofhuur in De Lier. Deze belening wordt
op 3-3-1347 geconfirmeerd door hertog Willem van Beieren en als Willem V
graaf van Holland. Zijn zoon Claas Gijsbrechtsz Persijn, kleinzoon van
Johan Persijn ridder, draagt op 25-3-1383 zijn deel in de herfschot van
Zouteveen over en zegelt dan met 9 kruizen en 3 ballen en in het hoofd
een barensteel, zie Ons Voorgeslacht 20 (1965) 252-253 uit
Familiearchief Persijn nr. 571. Ook de acte Den Haag 10-7-1446 van
hertog Philips van Bourgondie dat Hendrik Persijn Claes Gijsbrechtsz
‘een schiltboortig en welgeboren man’ van ouder herkomst (Van Leeuwen,
Batavia illustrata, 342) wijst niet op bastaardij.
Van deze jongere tak van de familie voert Adriaen Hendrickz. Persijn
Claes Gijsbrechtsz heer Jansz (1458/59-1545) een wapen op zijn grafzerk
te 's Gravenzande: gedwarsbalkt zes stukken (resp. 1, 3 en 5), beladen
met 5, 3, 2 St. Andrieskruisjes, zie P.C. Bloys van Treslong Prins,
Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der
provincie Zuid-Holland, 2a (Utrecht 1922) 93, 374. Ook Cornelis
Adriaensz Persijn (1498/99-1571) en zijn vader Adriaan Hendriksz Persijn
voeren een wapern: gedwarsbalkt van goud en blauw van 6 stukken, het
goud beladen met resp. 4, 3 en 2 rode St. Andrieskruisjes, zie
Familiearchief Persijn 576, gegevens uit 1543, Ons Voorgeslacht 9 (1954)
18: gegevens uit 1688.
De verwarring over het feit dat Craandijk Johan III de laatste
mannelijke Persijn noemt, waarin hij gevolgd wordt door Antheun Janse,
Ridderschap in Holland. Portret van een adellijke elite in de late
Middeleeuwen, (Hilversum 2001)260, ligt in de vererving van de lenen van
deze in 1353 overleden heer van Waterland. Hij had op 24-7-1331
toestemming gekregen ze te laten erven door zijn dochters en bij
kinderloos overlijden door zijn oom Jan [de jonge] Persijn. Na zijn dood
werd oudste dochter Catharina (overl. 1372) beleend met de helft van
Waterland, en de ambachten Velsen, De Lier en Zouteveen. Janse geeft
zelf drie argumenten die tegen de bastaardij van Gijsbrecht pleiten:
bastaarden konden niet erven van hun vader, wat gezien de acten van 1347
wel het geval is geweest, zie Janse, Ridderschap, 221. Bovendien konden
bastaarden hun eigen bezit slechts beperkt aan hun nakomelingen
overdragen (Janse, Ridderschap), 221 waar het tranport met de acte van
1383 juis niet opwijst. De barensteel in het wapen van Claas
Gijsbrechtsz Persijn wijst meestal op een zijtak, het nageslacht van een
jongere zoon, zie Janse, Ridderschap, 256.
De argumentatie en gegevens van Craandijk en Janse vallen weg tegen de
omschrijving van de zegels,wapens, de acten en met de genealogie met
stamreeks van S. van Leeuwen in Batavia illustrata ….
19. Gijsbrecht Jansz Persijn, overl. 1352 (?);
schildknaap, 2-3-1347 beleend met 10 lb hollands per jaar, nl. 7 lb 10 sc
uit de herfstschot op de Zouteveen en 50 sc uit de hofhuur in De Lier; deze
belening wordt op 3-3-1347 geconfirmeerd door hertog Willem van Beieren en
als Willem V graaf van Holland, tr. Anna Willemsdr van Diepenburg, dochter
van Willem van Diepenburg en Machteld van der Woert.
20. Claas Gijsbrechtsz Persijn, overl. 1426 of 1429; schildknaap; welgeboren
man Delfland, draagt op 25-3-1383 zijn deel in de herfschot van Zouteveen
over, tr. Adriana Hendriksdr van Schoonhoven. Hij sticht een vicarie op het
St. Anthonisaltaar in de Oude Kerk te Delft.
21. Hendrik Claasz Persijn, overl. 1473; schildknaap; als schildboortig en
welgeboren man erkend, 10-7-1446; welgeboren man Delfland, tr. Cornelia
Spronck van der Leede, overl. 3-10-1475/15-2-1491.
22. Adriaan Hendriksz Persijn, geb. 1458/59, overl. 18-4-1545; welgeboren
man Rijnland 1529, Geertruid Engelbrechtsdr van der Meer, overl. 1558,
dochter van Engelbrecht Huibrechtsz van der Meer en Maria van Dorp.
23. Cornelis Adriaansz Persijn, geb. 1498/99, overl. Zandambacht 27-5-1571;
dijkgraaf polder 'Het Nieuwland' 1561-1571; welgeboren man Zandambacht 1554;
schepen ald. 1551-1552, 1556-1557, 1561-1563; ambachtsbewaarder
`s-Gravenzande; ambachtsbewaarder Zandambacht; kerkmeester ald.; Heilige
Geestmeester ald.; tr. 2e Maartje Florisdr; tr. Machteld Willemsdr Coppier
van Ouwendijk. Leenman van 1 morgen in de Weitiend onder Zandambacht ('s
Gravenzande) en van 1 morgen aldaar, beleend 1566.
24. Willem Cornelisz (Persijn) van Ouwendijk (soms: Willem Cornelis
Humansz), geb. 1549/50, overl. `s-Gravenzande 9-1-1588; schepen ald.;
Heilige Geestmeester ald. 1576; tr. 1e NN, tr. Maartje Jorisdr van der
Houve, overl. `s-Gravenzande 7-7-1614/1-12-1615; dochter van Joris Jorisz
van der Houve en Anna Florisdr Spronck van der Leede; tr. 2e Jan Dirksz
Storm. Leenman van 1 morgen in de Weitiend onder Zandambacht ('s
Gravenzande) en van 1 morgen aldaar, beleend 1588.
25. Anna Willemsdr (Persijn) van Ouwendijk, geb. `s-Gravenzande, overl.
Monster 15-9-/1-12-1615; tr. Dirk Leendertsz Bogaart, geb. 1569/72, overl.
Monster 21-5-/17-10-1640; bouwman; schepen Monster 1637; welgeboren man ald.
1614-1618; tr. 1e Claartje Pietersdr, tr. 3e tr. ca. 1618 Pietertje
Cornelisdr Molenwerf (1593-1676/4-12-1677).
26. Willem Dirksz Bogaart, geb. Monster 1613, overl. ald. 18-/29-1-1676,
korenkoper, schepen Monster 1645-1647, welgeboren man ald. 1668, tr. 1e
Maartje Pleunen Proot, 2e Maassluis 22-11-1648 Maartje Clasen Overschie
(moeder van 27), geb. Maassluis, overl. Monster 25-12-1653/16-2-1654,
dochter van Claas Arendsz Overschie, tr. 3e Monster 3-12-1656 Maartje
Maartensdr.
27. Ariaantje Willemsdr Bogaart, geb. Monster, begr. ald. 21-5-1694, tr.
1674/78 Dirk Joosten Zijtregtop, ged. Monster 15-1-1651, overl. na
15-5-1733, timmerman, welgeboren man Monster 1701, 1718, schepen ald. 1711,
1718, 1723, grootarmmester ald. 1718, weesmeester ald. 1721, diaken ald.
1694, zoon van Joost Jansz Zijtregtop en Annetje Dirksdr Brincx.
28. Anna Dirksdr Zijtregtop, ged. Monster 30-7-1678, overl. ald. 11-5-1759,
tr. ald. 3-6-1702 Cornelis van Heiningen, ged. Monster 10-11-1675, overl.
ald. 9-5-1755/26-8-1757, zoon van Jan Maartensz van Heiningen en Cornelia
Leendertsdr van der Touw.
29. Ariaantje van Heiningen, ged. Monster 11-12-1712, aang. ald. 18-1-1755,
tr. ald. 1-6-1732 Maarten van der Hidde (of van der Ridder), ged. Monster
8-2-1702, overl. ald. 7-1-1779, zoon van Arij Willemsz van der Hidde (of van
der Ridder) en van Lijsbeth Maartensdr Verheul.
30. Johanna Maartensdr de Ridder, ged. Monster 25-9-1746, aang. ald.
16-3-1811, tr. ald. 17-10-1773 Cornelis Jacobsz Noordam, ged. Monster
25-9-1746, aang. ald. 10-3-1789, zoon van Jacob Noordam en Gerritje
Cornelisdr van der Post.
31. Maarten Noordam, geb. Zandambacht, ged. 's-Gravenzande 9-2-1777, overl.
ald. 13-9-1823, arbeider, tr. Zandambacht 5-5-1805 Maria van den Bos, geb.
Zandambacht, ged. 's-Gravenzande 6-6-1779, overl. ald. 11-2-1855, dochter
van Abraham Willemsz van den Bos en Geertrui Fransdr van den Bos.
32. Dirk Noordam, geb. `s-Gravenzande 9-3-1819, overl. na 7-3-1881,
arbeider, tr. Naaldwijk 14-7-1849 Johanna Stokdijk, geb. Naaldwijk 1-3-1826,
overl. `s-Gravenzande 15-1-1881, dochter van Klaas Stokdijk en Jannetje
Bresselaar.
33. Nicolaas Noordam, geb. `s-Gravenzande 27-10-1853, overl. ald. 6-2-1942;
tuinder; lidmaat Maasland 30-3-1877, tr. Maasland 9-5-1879 Neeltje Stolk,
geb. Naaldwijk 9-11-1854, overl. `s-Gravenzande 8-3-1936, dochter van
Elisabeth Stolk.
34. Dirk Noordam, geb. Naaldwijk 5-8-1881, overl. Maarn (Valkenheide)
8-9-1944; directeur opvoedingsgesticht 'Valkenheide' te Maarn; wethouder en
loco-burgemeester Maarn; lid Provinciale Staten Utrecht 1923-1935, tr.
`s-Gravenzande 13-8-1909 Engeltje van den Berg, geb. `s-Gravenzande
12-10-1883, overl. Leersum 1-10-1974, dochter van Frans van den Berg en
Mijnsje van den Beukel.
35. Prof. Dr. Nicolaas Frans Noordam, geb. Maassluis 15-7-1910 overl. Peize
11-6-1994; hoogleraar RU Groningen 1970-1978, tr. Maarn 30-7-1940 Sophia van
Rees, geb. `s-Gravenzande 15-11-1913, overl. Peize 20-12-1993, dochter van
Jacob van Rees en Adriana van der Hout.
36. Dr. Dirk Jaap Noordam, geb. Dordrecht 2-6-1941; leraar geschiedenis
Dordrecht 1967-1975, wetenschappelijk medewerker RU Leiden 1975-2003, tr.
Dordrecht 1-9-1967 Drs. Maria Ludovica Julia Coleta Croes, geb. Turnhout
10-7-1943, dochter van Lodewijk Edmond Marie Croes en van Augusta Josepha
Verwilt.
|