Reeks 177

Wissenburg

Voor de oudere generaties wordt verwezen naar Reeks 149

28. Cornelia van Alblas, geb. ca. 1495, overl. Dordrecht 3 juni 1564, tr. omstreeks 1520 Arend Cornelisz. van der Mijle, geb. Dordrecht ca. 1501, overl. Dordrecht voor 31-7-1580, zoon van Cornelis Cornelis Dammasz. en Hillegonde Arend Willemsz. van Kraayestein. Schildknaap, heer van der Mijle, Dubbeldam St. Anthonispolder (na de dood van zijn vrouw), herhaaldelijk burgemeester van Dordrecht tussen 1541 en 1572, vader van Klooster Mariënborn in 1550, hinderde de beeldenstorm in 1566. Bracht in 1570 tien anabaptisten op de brandstapel. Met alle (mannelijke én vrouwelijke) wettelijke nazaten daarom geadeld bij adelsbrief van Philips II, 15 december 1570.

Uit dit huwelijk 15 kinderen, waarvan bekend zijn:

a.      Maria, volgt hierna

b.      Cornelis, overl. 1605, baljuw van Strijen (1556). Hij huwde (1) Catharina Joachimsdr. Hoppers, en (2) Adriana Jacobusdr. van der Does.

c.       Adriaen, geb. 1538, overl. 16 juli 1590. Hij huwde Magdalena van Egmond van Nijenburg, overl. 1593.

d.     4. Johan, overl. Antwerpen 1609, huwde (1) Agatha van der Burg uit Zierikzee, en (2) Christina Huygensdr. van Blijenburg, overl 1601.

 

29. Maria van der Mijle, geb. ca. 1520, overl. voor 21 juni 1577; ambachtsvrouwe van Hodenpijl. Zij huwde met Albrecht van Loo. geb. ‘s Gravenhage 28 november 1519, overl. Brussel in maart 1573, zoon van Gerrit en Margiete van Beest van Heemskerk. Albrecht was eerst auditeur van de Rekenkamer in ’s Gravenhage, later ‘Commies van 's Konings finacien’ te Brussel, onder meer belast met het innen van de Tiende van Alva. Hij was beleend te Voorburg, Delft, Ruiven, Wateringen en ‘s Gravenhage. In Brussel woonde hij in het huis De Struys in de Gulden Straat, naast het huis De Keyser.

Kinderen:

a.      Arelbrecht, overl. voor 24 juni 1621.

b.      Catharina, volgt hierna

c.       Cornelis, overl. na 1607, voor 1619.

d.     Gerrit, testeert 1581.

e.      Willem, testeert 1575.

f.        Maria, overl. na 1632, huwde Johan van den Eynde, zoon van Jacob en Isabeau van Nieuwland.

g.      Arent, overl. na 1641, voor 1643 (testeert 1642), huwde Leiden 1584 Hester van Aylva, dochter van Jan (Tyaert) en Arents tante Hester van Loo. In 1584 onder voogdij van zijn zwagers Jacob van den Eynden en Dirck van Leeuwen van Leyden.

h.      Hillegonda, overl. voor 1596, huwde Dirck Adriaensz. (van Leyden) van Leeuwen (geb. ca. 1549, overl. 20 april 1596), zoon van haar oom Adriaen.

i.        Margaretha, overl juli 1599, huwde voor 1585 met Johan Ruysch, heer van Pijlsweert (overl. 1595).

j.        Cornelia, overl. 16 september 1607, huwde Woerden 1589 met Willem Bardesius (geb. 1563, overl. 8 mei 1619), heer van Warmenhuizen, burgemeester van Amsterdam.

k.      Damas, minderjarig in 1584; onder voogdij van zijn zwagers Jacob van den Eynden en Dirck van Leeuwen van Leyden.

l.        Anna Cornelia, vermeld in 1575.

m.   Jacob, geboren voor 1550, overleden 1619/20, waarschijnlijk een bastaard. Deurwaarder te Harlingen in 1586. Hij huwde met (1) Rijkje Jans van Borrendamme (geb. ca. 1553, overl. ca. 1592); met (2) rond 1593 Maayke Eilertsdochter (geb. ca. 1571, overl. ca. 1598); en (3) in 1603 met Jantien van Boelema (overl. ca. 1642), weduwe van eerst Mr. Menno Broersma en later Mr. Hero Joachimi.

 

30. Catharina van Loo, geb. ca. 1550, huwt (huwelijkse voorwaarden ’s Gravenhage 19 juli 1581) Jacob van den Eynde, geb. Delft 1544, overl. Woerden 23 december 1628, zoon van Jacob van den Eynde, landsadvocaat van Holland, en Isabeau van Nieuwland. Jacob studeerde te Leuven (aug. 1558), en behaalde het doctoraat in de rechten. Hij was kastelein en gouverneur van Woerden tussen 1600 en 1625; daarnaast dichter, en ambachtsheer van Sandelinghe. Jacob erft op 28 maart 1572 van zijn vader Huis ten Dom in Voorburg en huis Bolgerstein in Rotterdam. Hij maakte zijn testament op 10 januari 1628 (ook een octrooi van 8 april 1613 wordt dan vermeld). Hij huwde eerder, rond 1570, met Maria van Hogendorp (overl. Den Haag voor 1581), bij wie hij ook twee kinderen had.

Kinderen uit het tweede huwelijk:

  1. Aelbrecht, volgt hierna
  2. Cornelia, huwde met Hendrik van Raaphorst (overl. 29 oktober 1660), de laatste van dit geslacht.

 

31. Aelbrecht van den Eynde, geb. Woerden ca. 1605, overl. voor 20-4-1655. Woonde op het ouderlijk goed in Voorburg. Hij huwde rond 1635 met Geertruida van der Poel, vermoedelijk afkomstig uit Delft, overl. na 1676.

Kinderen:

  1. Hugo, gedoopt Voorburg 27 september 1637, advocaat bij het hof van Holland. Hij huwde Rijswijk 27 december 1656 Wilhemina Canters, dochter van Albert Canters uit Amsterdam.
  2. Willem, ged. Voorburg 23 oktober 1639, advocaat bij het hof van Holland.
  3. Philips, ged. Voorburg 24 februari 1641, overl. Denemarken in of voor 1683. In 1666 commandant van Kristiansand in dienst van de Deense koning. Hij huwde Margaretha Petronella de Place; hieruit nageslacht in Denemarken.
  4. Jacob, volgt hierna

 

32. Jacob van den Eynde, geb. omstreeks 1643, overl. na 1696. Hoewel zijn doop niet is aangetroffen wordt Jacob wel expliciet vermeld als zoon van Geertruida en Aelbrecht en als jongste broer van Hugo, Willem en Philips. Vaandrig (1665), kapitein van de voetknechten te Bergen op Zoom (1671); kapitein op de Schenkenschans bij Lobith (1672), kapitein onder Mechelen (1674), in 1680 ‘gewesen capitein nu majoor’ van de Middenschans in garnizoen buiten Geertruidenberg, in 1683 Majoor en Auditeur Fiscaal; in 1696 ten slotte majoor in dienst van de Keurvorst van Brandenburg; begon daarnaast in 1687 ook een bedrijfje als manufacturendrukker. Hij huwde te Sluijs op 31 december 1665 met Adriana Cop, geb. Zaltbommel, dochter van kapitein Gerard Cop en Johanna van der Voort.

 

33. Dina van den Eynde, ged. 's Gravenhage 1 april 1681. Zij ondertrouwde ‘s Gravenhage 24 juli 1701 met Johan Philips Sloberts, jongman uit Pomer…(rest onleesbaar), soldaat onder kapitein Bootsem (?) voor de koning van Engeland.

 

34. Johanna Sloberts, ged. 's Gravenhage 2 december 1707, begr. 's Gravenhage 20 juli 1772. Zij huwde 's Gravenhage 20 maart 1739 met Adrianus Robberts, ged. 's Gravenhage 31 januari 1714, begr. 's Gravenhage 13 augustus 1772, zoon van Johan Robberts en Catryna Queborn.

 

35. Adrianus Robberts, ged. 's Gravenhage 5 januari 1738, overl. Rotterdam 4 juni 1799. Hij huwde Rotterdam 21 april 1771 met Maria Burggraaf, ged. Rotterdam 21 maart 1747, overl. Rotterdam 12 januari 1817, dochter van Thomas Burggraaf en Johanna Harrivan.

 

36. Maria Robberts (ook Robbertson komt in BS voor), ged. Rotterdam 9 augustus 1774, overl. Rotterdam 2 mei 1832. Zij huwde Rotterdam 5 februari 1804 met Jacob Bogaard, ged. Leijderdorp 10 september 1780, overl. na 1835, scheepstimmerman, zoon van Cornelis Bogaard en Teunisje Cornelisse Vooys.

 

37. Adrianus Bogaard, ged. Capelle aan den IJssel 14 januari 1807, overl. Rotterdam 18 maart 1856; timmermansknecht, scheepstimmerman, in 1856 voormalig scheepsbouwer. Hij huwde Rotterdam 3 mei 1829 met Johanna Maria Hermans, ged. 's-Hertogenbosch 11 maart 1804, overl. Renkum 9 januari 1878, dochter van Petrus Hermans en Anna Geertruida Reder.

 

38. Maria Bogaard, geb. Rotterdam 11 augustus 1829, overl. Renkum 11 juli 1907. Zij huwde Renkum 6 augustus 1853 met Jan Johannes Wennekes, geb. Wageningen 10 mei 1827, overl. Renkum 7 augustus 1903, landarbeider te Renkum, zoon van Lambertus Wennekes en Catharina Jansen.

 

39. Catharina Wennekes, geb. Renkum 19 mei 1871, overl. Barneveld 13 april 1945 aan complicaties ten gevolge van hongersnood, huwt Renkum 8 april 1899 met Jacobus Wissenburg, geb. Renkum 10 augustus 1868, overl. Barneveld 15 mei 1945 aan complicaties ten gevolge van hongersnood; arbeider, kaashandelaar, kruidenier en kort hotelhouder, zoon van Johannes Wissenburg en Arnolda Geutjes.

Kinderen:

  1. Johann Rudolf, volgt hierna
  2. Marinus Antonius, geb. Mülheim a.d. Ruhr 11 september 1901, overl. Mülheim a.d. Ruhr 22 april 1902.
  3. Marinus Gerhardus, geb. Mülheim a.d. Ruhr 19 februari 1903, overl. Mülheim a.d. Ruhr 19 februari 1904.
  4. Arnoldus Antonius, geb. Mülheim a.d. Ruhr 5 februari 1905, overl. Mülheim a.d. Ruhr 1 april 1905.
  5. Maria Johanna Arnolda, geb. Wageningen 26 mei 1907, overl. Renkum 7 juni 2001. Zij huwde Renkum 26 mei 1932 met Andries Gerardus van Brakel, geb. Renkum 29 juni 1909, overl. Ede 26 april 1961, aannemer, zoon van Gerardus en Grada ten Böhmer. Hieruit nageslacht.
  6. N.N., dood aangegeven jongen, geboren en gestorven Renkum 28 juni 1909.

 

40. Johann Rudolf Wissenburg, geboren Styrum (Dld.) 11 juni 1900, overl. Renkum 6 juli 1985. Hij huwde Renkum 11 oktober 1928 met Catharina Geurdina ten Böhmer, geb. Renkum 7 november 1903, overl. Arnhem 10 augustus 1990, dochter van Karel en Geurdina van Santen. Hieruit één zoon en twee kleinkinderen.

Ingezonden door: M.Wissenburg

Bronnen:

Generatie 28:

  • Anon., ‘Koning Philips veredelt Arend Corneliszoon van der Myle en zijne nakomelingen’, Algemeen Nederlandsch Familieblad 1883 nr. 60 p. 2-3.
  • M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht, Dordrecht 1677.
  • J. Belonje, ‘Het ambacht van de Mijle met zijn leenkamer’, Hollandse Studiën 3, 1972, p. 167-9.
  • J.C. Kort, ‘Repertorium op de lenen van de hofstede Strijen, 1290-1650’, Ons Voorgeslacht 1979, p. 47.
  • J.C. Kort, ‘Repertorium op de lenen van de hofstede Noordeloos 1453-1666’, Ons Voorgeslacht 1980, p. 264.

Generatie 29:

  • Anon., ‘Geslacht van Loo’, Navorscher 1865, p. 216.
  • L.H.J.M. van Asch van Wijck, ‘Geslacht Ruysch’, Navorscher 1880, p. 621.
  • J. Belonje, ‘Een bastaard Van Arkel?’, De Nederlandsche Leeuw 1972, kol. 154.
  • Egodocument Gerrit van Loo, overgenomen in F. Bontekoe en J.C. Kutsch Lojenga, ‘De Van Loo’s in de omgeving van Rembrandt’, Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie 1981, p. 158-60.
  • H.P. Fölting, ‘De Landsadvocaten en Raadpensionarissen der Staten van Hollend en West-Friesland I’, Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie 1973, p. 312 ff.
  • C. Hoek, ‘Repertorium op de lenen van de hofstad te Hontshol’, Ons Voorgeslacht 1972, p. 215.
  • S. Van Leeuwen, Batavia Illustrata, ’s Gravenhage 1685, p. 1015.
  • Rechterlijk Archief Hof van Holland inv. nr. 336:310, fol.91v-92, idem 347, fol. 151v-154v.
  • M. Thierry de Bye Dólleman en C.C. van Valkenburg, ‘Twee oude Haarlemse geslachten, Van Loo en Loo’, Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie 1979, p. 116.
  • E.B.F.F. Wittert van Hoogland, ‘Bijdrage tot de geschiedenis der Utrechtse Ridderhofsteden en Heerlijkheden, X: Pijlsweert’,  Genealogische en Heraldische Bladeren 1913, p. 167.

Generatie 30:

  • H.P. Fölting, ‘De Landsadvocaten en Raadpensionarissen der Staten van Hollend en West-Friesland I’, Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie 1973, p. 325.
  • C. Hoek, ‘Repertorium op de grafelijke lenen te Bleiswijk, Hillegersberg,  Kralingen, Overschie, Rotterdam, Schiebroek, Schoonderloo en Zevenhuizen (1200-1648)’, Ons Voorgeslacht 1986, p. 176-7.
  • C. Hoek, ‘Repertorium op de lenen van de bisschop van Utrecht in de provincie Zuid-Holland’, Ons Voorgeslacht 1989, p. 304.
  • J.C. Kort, ‘Repertorium op de grafelijke lenen in Voorburg, 1274-1650’, Ons Voorgeslacht 1986, p. 361.
  • J.C. Kort, ‘Repertorium op de lenen van de abdij Egmond, 12e eeuw-1650’, Ons Voorgeslacht 1998, p. 202.

Generatie 31:

  • C. Hoek, ‘Repertorium op de lenen van de Lek en Polanen gelegen in Delfland, Schieland, op het eiland IJsselmonde en in de Lek (13e eeuw-1650), Ons Voorgeslacht 1982, p. 242.
  • C. Hoek, ‘Acten betreffende Schieland en Oost-Delfland c.a.’, Ons Voorgeslacht 1987, p. 481.
  • C. Hoek, ‘Repertorium op de lenen van de bisschop van Utrecht in de provincie Zuid-Holland’, Ons Voorgeslacht 1989, p. 304.
  • Notarieel Archief  ‘s Gravenhage, inv. nr.  209, fol.223 en 225.
  • Notarieel Archief ‘s Gravenhage, inv. nr. 523, fol. 215.

Generatie 32:

  • Notarieel Archief ‘s Gravenhage, inv. nr.  89, fol. 345.
  • Notarieel Archief ‘s Gravenhage, inv. nr. 185 fol. 227.
  • A.J. Servaas van Rooyen, ‘Aanteekeningen over Weef- en Naaldkunst’, Navorscher 1913, p. 530.