Reeks 180

Zuiderent (V)

Voor de oudere generaties wordt verwezen naar De eerste generaties

5. Berta van Lotharingen (dochter van Lotharius II van Lotharingen en Waldrada), geb. ca. 863, overl. 08.03.925, begr. Lucca (Italië), Santa Maria Forisportam. Trouwt (2) ca. 890/98 Adalbert II van Tuscië, markies van Toscana, graaf van Canossa, overl. 17.8.91. Trouwt (1) 879/81 Theotbald (Thibaud), graaf van Arles (Bosoniden). Zoon van Hugbert van St. Maurice, hertog van Transjuranië, abt van St. Maurice (Agaunum, Wallis). Uit dit eerste huwelijk:

6. Boso van Arles, geb. ca. 885, ovl. na 936.  Graaf van Avignon en Vaison 911/31, doet samen met zijn broer Hugo van Arles een vergeefse inval in Italië 923; graaf van Arles 926/31; markgraaf van Tuscië vóór 17.10.931; door zijn broer, koning Hugo van Italië, op verdenking van samenzwering afgezet vóór 18.9.935. Hij trouwde met Willa (van Bourgondië, (dochter van Rudolf I van Opper-Bourgondie en Willa). In 936 verbannen naar Bourgondië.

7. Willa van Arles Tuscië, ovl. na. 963 in het klooster.  Zij trouwde 930/31 met Berengarius II van Ivrea, (zoon van Adalbert van Ivrea en Gisela van Italië) ovl. 06.08.966 in Bamberg.  Vermeld vanaf 918 als missus regis ibid, vanaf 924 als markgraaf van Ivrea en vanaf 845 als graaf van Milaan; huwt als aanhanger van koning Hugo van Italië 926/47 diens nicht. Koning van Italië, gekroond Pavia 15.12.950. Samen met zijn gemalin gevangen genomen in San Leone bij Montefeltro omstreeks Kerstmis 963 en als staatsgevangene overgebracht naar Duitsland; te Bamberg met koninklijk ceremonieen begraven.

[Bij de strijd om het Italiaanse koningschap met graaf Hugo van Arles liet Berengarius in Alemanië troepen bewapenen om daarmee de Italiaanse kroon te veroveren. Zijn tegenspeler Hugo brak daarop zijn strijd tegen de Saraceense benden - die vanuit hun basis in Fraxinetum bij St.Tropez voortdurend rooftochten ondernamen - af en spande de Saracenen voor zijn eigen oorlog tegen de Piemontesen in. Ze moesten de Alpenpassen bezetten om Beringarius' troepen tegen te houden. Als vergoeding mochten ze van pelgrims naar Rome losgeld vorderen].

8. Adalbert van Ivrea, geb. ca. 932/36, ovl. 972/75 in Autun.  Hij was medekoning van zijn vader Berengarius II van Italie 950/62 en graaf van Aosta. In 963 werden beiden als koning van Italie afgezet, waarop Adalbert met zijn vrouw en zoon uitweek naar Frankrijk, waar hij ca. 972/975 overleed. Hij trouwde (1) met Gerberga, ovl. 11.12.986/91 (wellicht een dochter van een Leotald graaf van Mâcon). Zij hertrouwde (2) Hendrik van Bourgondië. Uit het huwelijk van Adalbert en Gerberga:

9. Otto Willem van Bourgondië-Mâcon, ook bekend als Eudes, Othon, geb. 0958/59, ovl. 21.09.1026.  Graaf van Mâcon en Nevers 982, graaf in Bourgondië (comes in Burgundia) 995. Geadopteerd in 995 door zijn stiefvader hertog Hendrik van Bourgondie, die bij die gelegenheid aan hem het paltsgraafschap van Bourgondië overdroeg. Pretendent van het hertogdom Bourgondië 1002/05. Hij trouwde (2) voor 1016 Blanche d'Anjou, ovl. 1026, weduwe van Etienne de Gevaudan, gescheiden van Lodewijk V van Neustrië, weduwe van Willem I van Arles. Hij trouwde (1) ca. 982 met Ermentrude van Roucy, (dochter van de Noormannenaanvoerder Ragenoldus ofwel Renaud, later burggraaf van Reims en graaf van Roucy en diens vrouw Alverade van Lotharingen) ovl. 03.03.1002/05.  Zij was eerder getrouwd (1) voor 14.01.971 met Aubri graaf van Macon ovl. na 17.12.981/82. Uit het huwelijk van Otto en Ermentrude:

 

10a. Renaud I van Bourgondië-Ivrea, ook bekend als Reinald, geb. 990, ovl. 03/04.09.1057.  Graaf van Bourgondië 1026. Hij trouwde voor 01.09.1016 met Adelaide (Judith) van Normandië, (dochter van Richard II van Normandië en Judith van Rennes) ovl. 07.07 na 1037.

 

11a. Willem I van Bourgondië(-Ivrea), ovl. 12.11.1087.  Graaf van Bourgondië 1057. Hij trouwde 1049/57 met Stephanie van Longwy, ovl. 19.10 na 1088.

 

12a. Ermentrude van Bourgondië-Ivrea, ovl. na 08.03.1105.  Erfgename van Montbéliard. Zij trouwde ca. 1065 met Dirk I van Bar, (zoon van Lodewijk van Mousson en Sophia van Opper-Lotharingen) ovl. 02.02.1102/05, begraven in Autun (Cathedraal).  Graaf in Altkirch en Pfirt, graaf in Bar 1093, stichter van Walburg 1074, stichter van Biblisheim ca. 1100.

 

13a. (Mechtild) van Bar Mömpelgard, ovl. voor/in 1125.  Haar naam is niet overgeleverd, dat Adalbert van Mörsperg een schoonzoon was van Dirk I van Bar kan echter als zeker beschouwd worden. Zij trouwde met Adalbert van Mörsperg, (kleinzoon van Eberhard I “de Zalige” van Nellenburg en Ita) ovl. 30.08.1125.  Vermeld 1098/1124. Graaf van Mörsberg en Dill (Hunsrück), voogd van het klooster Allerheiligen te Schaffhausen. Krijgt na de dood van zijn schoonvader Dirk van Bar Mömpelgard (1105) een deel van diens erfenis en noemt zich dan "Adalbert von Mörsberg" wellicht naar zijn burcht Mörsberg/Morimont te Oberlarg in de Elzas (dicht bij kanton Jura), wellicht ook naar de door hem uitgebouwde Mörsburg bij Winterthur. In 1108 vermeld als neef (nepotes) en mede-erfgenaam van graaf Burkhard III van Nellenburg (voogd van Allerheiligen en Beuron).

 

14a. Mechtild van Mörsperg. Zij trouwde met Meginhard van Sponheim, (zoon van Stephan van Sponheim en Sophia (van Formbach)) ovl. 1136/45. Graaf van Sponheim en Mörsberg 1124/32, voogd van Sponheim 1126. Meginhards goederen zullen grotendeels door Mechtild – die zover bekend geen broers had – ingebracht zijn.

Eén van de zoons van Meginhard en Mechtild was met zekerheid Gotefredus, comes de Sponheim, die in 1145 in een door koning Konrad III voor het klooster Allerheiligen in Schaffhausen opgestelde oorkonde de schenking van Illnau aan het klooster Allerheiligen bevestigt, zoals die door zijn vader, moeder en grootvader (graaf Adalbert) gedaan was (donationem patris et matris et avi).  Bron: J. Mötsch.

 

15a. Godfried I van Sponheim, ovl. na 10.1159.  Graaf van Sponheim zu Starkenburg, Hamm, Clervaux en Ouren, vermeld 1132. [Het graafschap Sponheim lag in het huidige Rheinland-Pfalz. Het besloeg het Nahe-Hunsrück-gebied en was oorspronkeljk rijksgoed van de Saliers].

 

16a. Godfried II van Sponheim.  Graaf van Sponheim, zu Starkenburg, Hamm, Clervaux en Ouren, vermeld 1165/83. Hij trouwde met NN. 

Soms worden Godfried I en Godfried II als één persoon gezien, waarmee slechts 2 i.p.v. 3 Godfrieds bestaan zouden hebben. Godfried van Sponheim wordt tussen 1135 en 1218 vermeld. Hoewel een verdeling over 2 personen, met de overgang in 1183, niet onmogelijk is, gaan de meeste genealogen van 3 Godfrieds uit. Godfried I is vermoedelijk rond 1110 geboren en van 1159 tot 1165 is er een gat in de vermeldingen, wat volgende indeling waarschijnlijk maakt: Godfried I tot 1159, Godfried II tot 1183 en Godfried III tot 1218. (Bron: J. Mötsch).

 

17a. Godfried III van Sponheim, ovl. 1223.  Graaf van Sponheim, vermeld vanaf 1195. Doet met zijn vrouw Adelheid in 1218 een schenking aan het klooster Werschweiler, voordat hij ter kruistocht gaat. Is waarschijnlijk tijdens deze Vijfde Kruistocht overleden. Hij trouwde met Adelheid van Sayn, ovl. 22.11.1263.  Vermeld 1203, (dochter van graaf Hendrik II van Sayn en gravin Agnes van Saffenberg[i]). Zuster van Hendrik III van Sayn, die 1247 kinderloos stierf, waardoor Adelheid erfgename werd van Sayn en delen van Saffenberg. Hierdoor valt het graafschap Sayn aan Adelheids zoon Johan van Sponheim toe. Zij trouwt (2) 1236 graaf Everhard IV van Eberstein.

 

18a. Johan I van Sponheim, ovl. 1266 na 30.06.  Graaf van Sayn te Hachenburg etc, verder graaf van Sponheim Starkenburg ("hintere Grafschaft"), vermeld 1225. Wapenvoering der Rijnse Sponheimers: geschaakt blauw/goud. Hij trouwde voor 1233 met NN van Altena-Isenberg[ii], (dochter van Frederik II van Altena-Isenberg en Sophie van Limburg).

 

 

10b. Agnes van Bourgondië-Ivrea(-Mâcon), geb. ca. 0995, ovl. 10.11.1068.  Zij trouwt (2) Geoffrey Martel van Anjou. Op het eind van haar leven geestelijke. Zij trouwde (1) 1019 met Willem III-V "le Grand" van Poitou-Aquitanië, geb. 969, (zoon van Willem II-IV van Poitou-Aquitanië en Emma van Blois) ovl. 31.01.1030 in Maillezais.  Graaf van Poitou, hertog van Aquitanië 990. Weigert de kroon van Italië, die hem na de dood van keizer Hendrik II (1024) aangeboden wordt. Hij was eerder getrouwd (1) ca. 997 met Almodis Gévaudan, ovl na 1005 en (2) 1011 met Sancha van Gascogne ovl. voor 1018. Uit het huwelijk van Agnes en Willem:

 

11b. Pieter (Willem V-VII) "l'Aigret" van Poitou-Aquitanië, ovl. 1058.  Graaf van Poitou (Willem V), hertog van Aquitanië (Willem VII) 1039. Hij trouwde voor 1041 met Ermensinde van Longwy, ovl. na 1058. 

 

12b. Clementia van Poitou-Aquitanië, of wel van Gleiberg, geb. ca. 1055, ovl. 04.01.1142.  Gravin van Gleiberg, erfgename van Longwy, stichtte het klooster Schiffenberg bij Giessen 1129. Zij trouwde (2) met Gerard I "de Lange" van Gelre, geb. ca. 1055, ovl. 16.10.1137.  Zij trouwde (1) kort voor 1075 met Konrad I van Luxemburg, (zoon van Giselbert van Luxemburg-Salm en NN) ovl. 08.08.1086 in het Heilige Land, op de terugreis van een bedevaart naar Jerusalem; begraven in Munsterabdij Luxemburg.  Graaf van Luxemburg 1083, voogd van St. Maxim te Trier en van Stavelot (Stablo), sticht 1083 de Munsterabdij te Luxemburg. Uit dit eerste huwelijk:

 

13b. Ermesinde van Luxemburg, ovl. 24.06.1141 in Floreffe.  Erfdochter van Longwy, gravin van Luxemburg 1136. Zij trouwde (2) kort voor/in 1109 met Godfried van Namen, geb. 1067/68, ovl. 19.08.1139 in Floreffe.  Zij trouwde (1) met Albert I van Dagsburg-Moha, ook bekend als Adalbert von Egisheim, (zoon van Hendrik I van Egisheim Dagsburg en een dochter van Albert van Moha) ovl. 24.08.1098.  Graaf van Dagsburg 1089, graaf van Moha (bij Luik) 1096, uit het huis van Egisheim (Etichonen), eerder getrouwd met Hedwich. Uit het eerste huwelijk van Ermesinde:

 

14b. (Hendrik-) Hugo IX (VII) van Dagsburg. Graaf van Dagsburg, vermeld 1103, 1130/37. Als zoon van Ermesinde maakte Hugo tevergeefs erfaanspraak op Luxemburg.

Nadat de meningen over de moeder van Hugo IX/VII van Dagsburg lange tijd verdeeld waren, brengt Erich Brandenburg in "Die Nachkommen Karls des Großen" (pag. 142) de bewijsvoering voor de hier genoemde filiatie. Hugo IX/VII's zoon Hugo X/VIII noemt in een oorkonde van 1146 (zie Tihon, "Les comtes de Moha", Instit. archeol. liegeois 23, blz. 440) Ermensinde zijn grootmoeder ("Hugo, Dei gratia comes Musacensis, recognicit quod ava sua piae memoriae Hermesendis comitissa") en Hugo IX/VII maakte erfaanspraak op Luxemburg, die hij slechts als zoon van Emesinde kon laten gelden.

 

Hij trouwde met Gertrud (van Looz), vermeld rond 1153.

 

15b. (Hendrik-) Hugo X (VIII) van Dagsburg. Graaf van Dagsburg en Metz, vermeld 1138/78. Hij noemt in een oorkonde Ermesinde zijn grootmoeder. Hij trouwde 1143 met Lutgardis van Sulzbach, (dochter van Berengar I van Sulzbach[iii] en Adelheid van Wolfratshausen) ovl. na 1163, regentes-hertogin van Lotharingen 1142/na1153, weduwe van Godfied II van Leuven.

 

16b. (Luitgard) van Dagsburg, ook bekend als Luitgard van Egisheim.  Zij trouwde met Theoderich I van Ahr Hochstaden, (zoon van Otto van Ahr en Adelheid van Hochstaden) ovl. voor 22.01.1197.  Graaf van Ahr en Hochstaden, vermeld 1152/95.

 

17b. Lothar I van Ahr Hochstaden.  Graaf van Ahr; graaf van Hochstaden, oppervoogd van Münstereifel, voogd van Knechtsteden en Steinfeld 1195. Vermeld voor 11.1190/1214. Hij trouwde met Mechtilde van Vianden[iv], (dochter van Frederik III van Vianden en Mechtilde van de Neuerburg) ovl. voor/in 1241, vermeld 1195/1238, zij trouwt (2) 1216 Hendrik van Looz, graaf van Duraz.

 

18b. Mechtilde van Ahr Hochstaden.  Vermeld 1227/64. Zij trouwde met Hendrik II van Isenburg, (zoon van Hendrik I van Isenburg en Irmengard (van Büdingen)) ovl. na 29.09.1278. Heer van Isenburg, vermeld 1213, 1238/77. Zijn zoon Gerlach I wordt als heer van Isenburg-Arenfels vermeld.

 

19a. Godfried I van Sponheim-Sayn, ovl. 31.10.1283.  Graaf van Sayn-Hachenburg zu Weltensberg, Versprecht, Homburg en Vallandar usw. 1264. Vermeld 1247/83. Draagt in 1273 zijn graafschap op als leen aan paltsgraaf Lodewijk en laat de familienaam Sponheim vallen. Hij trouwde voor 08.1259 met Jutta van Isenburg, zie 19b.

 

19b. Jutta van Isenburg, ovl. 23.08.1314/1316.  Erfgename van Homburg en Vallandar. Zij trouwde voor 08.1259 met Godfried I van Sponheim-Sayn, zie 19a.

 

20. Engelbert I van Sayn-Homburg, ovl. 1336.  Heer van half Homburg, van Vallendar, etc. 1294, kanunnik van St. Cassius in Bonn (tot 1291), vermeld 1287. Na de dood van zijn vader wordt het graafschap verdeeld waarbij 2 kleine graafschapjes ontstaan (spottend wel Haverspanje genoemd). Engelberts broer Johan I volgt Godfried I op o.a. als graaf van Sayn, terwijl Engelbert o.a. half Homburg krijgt. Hij trouwde (2) Clarissa 1335. Hij trouwde (1) met Jutta van (Neder-) Isenburg, (waarsch. een dochter van Salentin II van Neder-Isenburg). Uit dit eerste huwelijk:

21. Godfried II van Sayn-Homburg, ovl. 1354.  Heer van Homburg en Vallendar, vermeld 1306. Hij trouwde (1) voor 1313 met Sophie van Volmestein, ovl. 1324. Hij trouwde (2) met Maria van Dollendorf, (hoogst waarschijnlijk een dochter van Johan van Dollendorf, heer van Kronenburg en Lucia van de Neuerburg[v]). Vermeld 1345/64, weduwe van Gerhard van Greifenstein. Uit dit tweede huwelijk:

22. Jutta van Sayn, ovl. voor/in 1387.  Vermeld 1370/81. Zij trouwde ca. 1357 met Adolf III van Grafschaft, (zoon van Hendrik III van Grafschaft en Lisa van Stein) ovl. 1381.  Heer van Ereshoven, vermeld 1338.

23. Jutta van Grafschaft.  Erfgename van Ereshoven, vermeld 1387/1419. Zij trouwde met Willem van Nesselrode, (zoon van Johan van Nesselrode en Agnes van Lohmar[vi]) ovl. 1411/15.  Heer van Ereshoven, medeheer van Stein, ambtman van de burcht Deutz en Elberfeld 1385. Vermeld 1385/1411.

24. Willem van Nesselrode van Stein, ovl. 15.04.1472.  Heer van Stein, Wildenburg en Lohmar, ambtman van Windeck, landdrost van het graafschap Berg 1449. Heer van Ereshoven 1436, ridder 1437. Hij trouwde (2) 1446 Eva van Oilgenbach, erfgename van Ehrenstein, ovl. na 1482 (huwelijk kinderloos). Hij trouwde (1) 1419 met Swenolt (Swana) van Landsberg, (dochter van Johan van Landsberg en Swenolt van Schönrode) ovl. 1440. Uit dit eerste huwelijk:

25. Swenolt (Swana, Schwengen) van Nesselrode.  Vermeld 1453/91. Zij trouwde 1445/50 met Albert[vii] van Gevertzhain gen. Lützenrode, (zoon van Albert van Gevertzhain gen. Lützenrode). Ambtman van Schönstein, burchtman van Dietz, vermeld 1450/91.

De vroegste vermeldingen van het huwelijk tussen Albert van Geverzheim en Swenold van Nesselrode in de oorkonden vindt men op 13.08.1453 en 21.09.1455, terwijl van Spaen het huwelijk reeds in het jaar 1450 vermeldt. Daar hun dochters Lisa en Jutta reeds 1461/65 (huw. voorwaarden) trouwden, moet Margaretha, die pas omstreeks 1578/81 trouwde, als jongere dochter worden beschouwd. Haar beide ouders Albert en Swenolt worden op 17.01.1491 nog samen vermeld. Jutta’s echtgenoot, Adriaan Sobbe, noemt Willem van Bernsau in 1491 zijn zwager. (Bron: Kurt Niederau).

 

26. Margaretha van Gevertzhain gen. Lützenrode, ovl. voor/in 1501.  Zij trouwde voor 1481 met Willem III (I) van Bernsau, geb. voor 1440, (zoon van Willem II van Bernsau en Irmgard van Bellinghoven) ovl. 18/19.01.1496. Dit huwelijk werd voor het geslacht van Bernsau van belang, omdat ze daardoor uiteindelijk tot hun belangrijkste bezit, het slot Hardenberg, kwamen [viii]. Willem: vermeld vanaf 1457, in 1469 door Kleef gevangengenomen en vrijgelaten, ridder 1469, heer van Bernsau en Anger. Ambtman van Porz 1471, Bergse raad, maarschalk 1481, ambtman van Steinbach 1489. Leenman van Gulik en Sayn, van de abt van Siegburg, van de abdes van Gerresheim en van de proost van de St. Cassius in Bonn. Broedermeester van de Hubertusorde. Hij trouwt (1) ca. 1460 Margarethe van Wolkenburg, ovl. voor/in 1478.

27. Lodewijk van Bernsau, ovl. 06.01/06.05.1535.  Heer van Hardenberg, Bellinghoven en Anger. Ambtman van Porz. Hij trouwde met Agnes van Eyl, 14.08.1513 (verdrag), (dochter van Silbert van Eyl en Sandrina van Tengnagel) ovl. 1567/71.  Vermeld 1506/67 (71). Bij het huwelijk brengt zij o.a. in het grutgeld uit de stad Xanten, de "Crampelswert" in het kerspel Luttingen, de hofstede Pannenkoicken in het land en voogdij Geldern en de goederen van haar overleden vader (onder voorbehoud van lijftocht voor haar moeder). Haar bruidegom Lodewijk bracht aanzienlijk meer goederen in, waaronder het huis te Anger, het slot en huis te Bellekoven in het land van Kleef en talrijke verdere goederen, hofsteden, molens en renten.

28. Willem V (III) van Bernsau, ovl. eind febr. 1572, begraven in Hardenberg.  Was bij de dood van zijn vader nog onmondig, werd reeds 1536 met de goederen van zijn vader beleend. Kreeg bij de erfdeling o.a. de goederen uit de erfenis van Lützenrode. Heer van Hardenberg 1545, medeheer van Anger, Bergse raad. Bergse maarschalk, ambtman van Solingen 1551. Hij trouwde 1542 met Anna von Plettenberg zu Schönrad. Hij had een verbinding met NN, waaruit Heinrich.

Willem had naast zijn wettige zonen drie buitenechtelijke zonen, Reinhard, Hendrik en Willem. Deze konden geen land erven, in plaats daarvan kregen ze een juridische of militaire opleiding. Twee van hen werden beheerder van de goederen der twee wettige kinderen. De tweede buitenechtelijke zoon, Heinrich Bernsau (zie 29), werd stamvader van de burgerlijke families Bernsau, met de 3 stammen Anger, Düsseldorf en Elberfeld. De Elberfelder stam vestigde zich op een hofstede "in der Mirke", waar Heinrichs zoon Gottfried (broer van Maria, zie 30) koopman en garenbleker was.

29. Heinrich Bernsau, ovl. 08.1615/06.1617.  Was in 1574 nog minderjarig. Rentmeester op het huis Angern bij Linnep 1596. Hij trouwde 1585/92 met Anna Vette von Saurenhaus, geb. ca. 1565/70 in Elberfeld, (dochter van Johann Vette zu Saurenhaus en Lysa Sauren zu Saurenhaus) begraven 28.03.1628 in Elberfeld. 

30. Maria Bernsau, geb. (1605), begraven 02.01.1675 in Elberfeld.  Zij trouwde 1627 in Elberfeld met Konrad Spieker, ook bekend als Kort Spiecker, (zoon van Thonis Spiecker en Maria Kronenberg) gedoopt 12.04.1594 in Elberfeld, begraven 21.06.1673 in Elberfeld.  Koopman te Elberfeld. Hij trouwde (1) te Elberfeld 30.11.1616 met Anna Mohn, geb. Velbert, begr. Elberfeld 09.07.1626.

31. Anna Katharina Spieker, begraven 12.12.1674 in Elberfeld.  Zij trouwde (2) 10.04.1674 te Elberfeld met Peter Mirken. Zij trouwde (1) 12.02.1657 in Elberfeld met Gottfried Üllenberg, (zoon van Gottfried Üllenberg en Margaretha Kuckelsberg) gedoopt 01.01.1619 in Elberfeld, begraven 12.06.1672 in Elberfeld.  Koopman te Elberfeld, Gemeinsmann 1666/69, Ratsverwandter 1671/72. [Zijn vader Gottfried Üllenberg (de oudere) was burgemeester van Elberfeld in 1640. Naam en oorsprong van dit oude Elberfelder geslacht gaan terug op een vroegere hofstede Üllenberg, waarvan de naam "am Uellenberg" nog heden nabij het Wuppertaler stadsgedeelte “vorm Holz” voortleeft]. Uit dit eerste huwelijk:

32. Johann Gottfried Üllenberg, gedoopt 12.08.1663 in Elberfeld, begraven 11.01.1749 in Elberfeld.  Koopman te Elberfeld, Gemeinsmann 1703, 09, 10, 21, 23, 25, Ratsverwandter 1714, 15, 26. Hij trouwde (2) Sibylla Frederika Fricker, ovl. Elberfeld 06.08.1735. Hij trouwde (1) in Elberfeld met Katharina Wichelhausen, (dochter van Peter Wichelhausen en Ursula Ossenbeck) gedoopt 02.05.1666 in Elberfeld, ovl. juni 1715 in Elberfeld. Uit dit eerste huwelijk:

De Gemeenteraad van Elberfeld (tegenwoordig een deel van Wuppertal) bestond uit 3 "Gemeinsmänner" (één per stadswijk) en 9 Ratsverwandte d.w.z. gewone raadsleden. De verkiezing vond jaarlijks begin mei in aansluiting op de burgemeestersverkiezing in de gereformeerde kerk van (het destijds calvinistische) Elberfeld plaats. Het kiesorgaan werd oorspronkelijk gevormd door de zgn. "Meistbeerbten", de met huis en hof ingezeten grondeigenaars. Dit waren in de regel garenblekers, daar voor de uitoefening van dit beroep grondeigendom nodig was. Sinds de Wuppertaler gemeenten Elberfeld en Barmen in 1527 het exlusieve privilege tot "Garnnahrung" (garennijverheid) in het hertogdom Berg verkregen hadden, was de Elberfelder gemeenschap nauw met de garenblekerij verbonden. De slechts door afstamming of huwelijk toegankelijke elite was verenigd in het gilde “Garnnahrung”, waartoe naast de blekers ook de (garen-) kooplieden behoorden. Deze kooplieden verkochten het gebleekte garen gedeeltelijk naar het buitenland, waarvoor jaarlijkse reizen naar landen als Vlaanderen, Holland, Engeland, Frankrijk en Zwitserland nodig waren. De Elberfelder burgemeesters - een erenambt - behoorden vrijwel zonder uitzondering tot de koopmansstand.

33. Engelbert Üllenberg, gedoopt 28.07.1706 in Elberfeld, ovl. 12.09.1775 in Elberfeld.  Koopman te Elberfeld. Gemeinsmann 1737, 41, 43, Ratsverwandter 1742, 47, 53, 54, 56, 61/62, 68/75. Burgemeester van Elberfeld 1744, 1766, stadsrechter 1745, 67. Hij trouwde (2) 18.07.1742 te Duisburg met Kornelia Mühlenkamp, ged. Duisburg 08.12.1710, begr. Elberfeld 03.08.1746 (dochter van Johannes Mühlenkamp, kerkmeester van de Salvatergemeente te Duisburg). Hij trouwde (3) 15.03.1747 te Elberfeld met Amalia Knevels, ged. Solingen 10.10.1709, ovl. Elberfeld 15.03.1777 (dochter van Isaäk Knevels, gereformeerd predikant te Düren, later te Solingen). Hij trouwde (1) 27.05.1734 in Elberfeld met Maria Katharina Langerfeldt, (dochter van Johannes Langerfeldt en Maria Katharina Cleff) gedoopt 26.03.1712 in Barmen, begraven 14.12.1741 in Elberfeld. Uit dit eerste huwelijk:

34. Johannes Engelbertus Ullenberg, gedoopt 06.10.1738 in Elberfeld (Dld), begraven 28.12.1790 in Amsterdam (Noorderkerk, middenkerk graf 43).  Koopman, vermeld als poorter van Amsterdam in 1765, afkomstig uit Erberveld (= Elberfeld). Bij zijn huwelijk 26 jaar, van Erberveld, geref., wonende in de Koningstraat, zijn is vader Engelbert Ullenberg te Erberveld [ix]. Koopt 1773 met zijn vrouw aan de Herengracht oostzijde tussen Romeinsarmsteeg en Oude Spiegelstraat het huis en erf voor f 14.000 (nr. 297, dicht bij zijn schoonvader op 281), woont daar nog bij zijn overlijden. Hij werd begraven in het familiegraf van zijn schoonouders Buys in de Noorderkerk. Hij trouwde 23.11.1764 in Amsterdam (otr) met Teuntje Buys, (dochter van Arent Buijs  en Elsje Schade) gedoopt 15.11.1737 in Amsterdam (Westerkerk), ovl. 1793/1801.  Teuntje woont in 1793 nog als weduwe in het pand op de Herengracht 297, in 1800 staat het huis leeg, in 1801 koopt de rentenier Jean Gossianx uit Baarn, gehuwd met Teuntjes dochter Christina Ullenberg, het huis voor f 7.000 uit de boedel van zijn schoonmoeder.

35. Elsje Ullenberg, gedoopt 02.08.1772 in Amsterdam (Noorderkerk), ovl. 16.03.1800 in Amsterdam, begraven 20.03.1800 in Amsterdam (Oude Kerk, f 8,-).  Bij haar ondertrouw wonende op de Herengragt bij de Oude Spiegelstraat, evenals haar moeder Teuntje Buys, die assisteert. Bij overlijden wonende op de Leijdengragt, tussen Leijderstraat en Kerkstraat. Zij trouwde 15.11.1793 in Amsterdam (otr) met Henricus Francois la Verge, ook bekend als Laverge, (zoon van Henricus Wa(r)nerus la Verge en Maria Dom) gedoopt 06.03.1761 in Amsterdam (Oude Kerk), ovl. 17.07.1817 in Amsterdam.  Bij zijn ondertrouw wonende in de Warmoesstraat, evenals zijn moeder Maria Dom, die assisteert. Commissionair, poorter van Amsterdam in 1790. Overlijdt 56 jaar oud, wonende in het Mansbinnengasthuis.

36. Johannes Engelbertus la Verge, ook bekend als Laverge, geb. 11.01.1798 in Amsterdam, gedoopt 21.01.1798 in Amsterdam (Nieuwe Kerk), ovl. 23.01.1871 in Beesd.  Landbouwer [x] in Darthuizen bij Leersum (11.07.1832 op attestatie van Doorn), woont 1858 in Rijswijk, later in Maurik en tenslotte te Beesd/Marienwaerd. Hij trouwde 09/13.11.1834 in Leersum met Evertje Versteegh, geb. 11.04.1809 in Leersum, (dochter van Mourits Gérard Versteegh en Maria Floor(en)) gedoopt 25.04.1809 in Leersum, ovl. 09.09.1891 in Neerijnen.  Belijdenis te Leersum 08.04.1832.

37. Pietronella Margaretha la Verge, ook bekend als Laverge, geb. 15.09.1853 in Darthuizen bij Leersum, ovl. 29.03.1894 in Neerijnen.  Twee jaar na de geboorte van haar enige dochter overleden. Zij trouwde 29.05.1889 in Culemborg met Abraham den Boesterd, geb. 23.10.1850 in Neerijnen, (zoon van Willem den Boesterd en Jannigje van Aken) ovl. 14.12.1935 in Neerijnen.  Landbouwer te Neerijnen. Hij trouwde (2) 24.03.1898 te Lienden met Janna Margaretha van Ommeren [Behalve Evertje stammen alle kinderen uit dit tweede huwelijk].

38. Evertje den Boesterd, geb. 04.05.1892 in Waardenburg (Neerijnen), ovl. 27.06.1993 in Driebergen-Rijsenburg.  Verhuisde 1944 met haar man van Bunnik naar Driebergen, waar ze als weduwe bleef wonen tot ze op 101 jarige leeftijd (nog steeds helder en geïnteresseerd) overleed. Zij trouwde18.06.1914 in Waardenburg (Neerijnen) met Wijnand van Wijgerden, geb. 25.11.1886 in Noordeloos, (zoon van Gijsbert van Wijgerden en Marigje Kooijwijk) ovl. 28.12.1945 in Driebergen-Rijsenburg.  Voor 1916 was Wijnand gemeenteambtenaar te Bunnik. In 1916 was hij oprichter en tot eind 1942 directeur van de Stichtse Boaz Bank met hoofdkantoor te Bunnik. Voorzitter schoolbestuur Bunnik 1929/37.

39. Gijsbert Marius van Wijgerden, geb. 13.09.1916 in Bunnik, ovl. 01.05.1984 in Doorn.  Directeur Stichtse Boaz Bank als opvolger van zijn vader 1943. Districtsdirecteur Utrecht van de Nederlandse Middenstandsbank, na een fusie met de Boaz Bank 1961. Lid van de landelijke directie NMB Bank (de latere ING-Bank) te Amsterdam 1970. Woonde aanvankelijk te Bunnik bij de bank aan de Provinciale Weg, woonde later – nadat hij hertrouwd was – te Doorn. Ouderling-kerkvoogd te Doorn, voorzitter van de Vereniging "Het Zonnehuis". Hij trouwde 11.05.1943 in Bunnik met Aaltje Baars, (gesch. 09.02.1962), geb. 02.01.1920 in Utrecht, (dochter van Bastiaan Baars en Pleuntje Zuiderent) ovl. 12.06.2002 in Utrecht. 

40. Plony Nel Margrete van Wijgerden, geb. in Bunnik. Geen verdere gegevens i.v.m. privacy.  Zij trouwde 1966 in Utrecht met Arnoldus Zuiderent, geb. 20.06.1940 in  's-Gravendeel, (zoon van Jacob Bastiaan Zuiderent en Jannetje Monster), electrotechnisch ingenieur, sinds 1966 wonende in Zwitserland.

41a. J. G. Zuiderent, geb. in Zug (CH). Geen verdere gegevens i.v.m. privacy.

41b. A. J. Zuiderent geb. in Zug (CH). Geen verdere gegevens i.v.m. privacy.

 

[Hiermee zijn alle 4 grootouders van generatie 41 via verschillende reeksen met Karel de Grote verbonden, zie de reeksen 103, 116, 128 (en 129).]

[i] Van de Saffenbergs loopt eveneens een waarschijnlijke lijn naar Karel de Grote, daar Agnes’ betovergrootvader Herman IV van Saffenberg gehuwd was met Gepa van Werl, kleindochter van Herman II van Werl, zoon van Gerberga (Welf) van Bourgondië.
[ii] Van NN van Altena-Isenberg zijn talrijke verdere lijnen naar Karel de Grote mogelijk, zeker via haar beide grootmoeders Mechtild van Holland (dochter van Floris III en Ada van Schotland) en Kunigunde van Lotharingen.
[iii] Ook de Sulzbacher zouden volgens de Karel de Grote reeksen in Gens Nostra 1969 (Middenreeksen) en 1991 (Beginreeks 228) van Herman IV van Schwaben en daarmee van Karel de Grote afstammen. Dit wordt echter in recentere studies niet bevestigd en ook door Schwennicke noch door Thiele meer aangenomen. Een alternatieve lijn is via de Welfen mogelijk, bevat echter verschillende zwakke schakels.
[iv] Van Mechtilde van Vianden loopt een verdere lijn naar (11a) Ermentrude van Bourgondië-Ivrea en Dirk I van Bar (en daarmee naar Karel de Grote), en wel via van Salm. Een discutabele schakel is in die lijn Elisabeth van Salm, de vrouw van Frederik II van Vianden, die volgens Erich Brandenburg niet persé een van Salm geweest moet zijn, daar de overgang van het graafschap Salm naar Vianden volgens hem ook door koop plaatsgevonden zou kunnen hebben. De meeste genealogen, o.a. Schwennicke (1981) en Thiele (2003) gaan ervan nochtans uit dat Elisabeth een van Salm was.
[v] Van Lucia van de Neuerburg loopt eveneens een lijn via van Esch, d’Aspremont en van Chiny naar (11a) Ermentrude van Bourgondië-Ivrea en Dirk I van Bar, en daarmee naar Karel de Grote. Verder verschillende lijnen van haar man Johan van Dollendorf o.a. via van Kuyc-Arnsberg.
[vi] Leo van de Loo geeft Nesa zum Steyne, erfgename van Stein, als vrouw van Johan van Nesselrode aan. Hier wordt de recentere informatie van Schwennicke, ES NF VII-152, gevolgd. Dit is niet van invloed op de afstammingslijn.
[vii] Men komt bij deze familie ook de naam Bertram tegen, wat L. van de Loo er toe gebracht heeft Bertram en Albert als synoniemen voor dezelfde persoon te houden. Kurt Niederau neemt dit niet over en noemt hem Albert, terwijl zijn vader, groot- en overgrootvader eveneens Albert geheten zouden hebben.
[viii] Hardenberg (tussen Elberfeld en Velbert) is afkomstig van Bertram IV van Gevertzhain gen. Lützenrode, kinderloos overleden 1522/25. Zijn vader Bertram III overleed 1515, de nalatenschap van die tak gaat gedeeltelijk naar de nakomelingen van Bertram III's broer Johan van Gevertzheim gen. Lützenrode (agnatische erfgenamen), gedeeltelijk naar de cognatische erfgenamen, de kinderen van Bertram III's zuster Margaretha, getrouwd met Willem III (I) van Bernsau. Hardenberg bleef oorspronkelijk over meerdere erfenamen verdeel tot het Lodewijk van Bernsau gelukte zijn medeërfgenamen uit te kopen. Juridisch was deze transactie pas in 1535, het jaar van Lodewijks overlijden, afgesloten.
[ix] Edmund Strutz noemt in zijn boek Johann Engelbert Üllenberg als derde kind (oudste zoon) van Engelbert Ullenberg met doopdatum maar zonder verdere gegevens, terwijl van de verdere acht kinderen wel gegevens voorhanden zijn. Zijn huwelijk in Amsterdam en zijn overlijden aldaar zijn Strutz kennelijk niet bekend geworden. Van de gegevens in Amsterdam komen behalve de naam van zijn vader Engelbert en zijn geboorteplaats Elberfeld ook zijn leeftijd van 26 jaar bij het huwelijk volledig met de doopgegevens van Strutz overeen. Bovendien zijn de getuigen bij de doop van zijn oudste zoon Engelbert op 27.11.1765 in Amsterdam zijn vader Engelbert Üllenberg en (diens derde vrouw) Amalia Katharina Knevels.
[x] Opmerkelijk is, dat deze zoon uit een Amsterdams koopsmansgeslacht – zowel van vaders als van moederszijde – landbouwer wordt in Leersum. De aanleiding hiertoe heb ik niet kunnen achterhalen. Ook in de eerste 3 tot 4 generaties van zijn kwartieren zijn geen landbouwers te ontdekken.
 
Ingezonden door:  Arnold Zuiderent    Homepage: www.zuiderent.ch

Bronnen:

§        Detlev Schwennicke, “Europäische Stammtafeln (ES), Neue Folge“, (Klostermann, Frankfurt am Main), o.a. Tafel I.2-226, II-59, III.1-Korr,  IV-92, 119, 120, VII-35, 140, 151, 152, 153, XVII-59

§        Andreas Thiele, “Erzählende genealogische Stammtafeln zur europäischen Geschichte“ Band I.1, I.2 & II.1 (R.G. Fischer Verlag, Frankfurt am Main1997/2001)

§        Mr. G.J.J. van Wimersma Greidanus, “Kwartieren Greidanus-Jaeger in stamreeksen, deel I en II“ (Kon. Nederl. Genootschap voor geslacht- en wapenkunde 1994, 2000)

§        Werkgroep M. V. K. “Beginreeksen/Middenreeksen Karel de Grote” (Gens Nostra 1968, 1991)

§        Karel de Grote page (www.kareldegrote.nl): reeksen en Excursiones, “Clementia van Gleiberg“ van Hans Vogels.

§        Genealogie Mittelalter (GMA), www.genealogie-mittelalter.de, waaruit gegevens o.a. uit:

-        Brandenburg Erich, “Die Nachkommen Karls des Großen“ (Degener & Co, Neustadt an der Aisch 1998)

-        W.K. Prinz von Isenburg, “Stammtafeln zur Geschichte der Europäischen Staaten“ (Marburg, 1953, 1975)

-        Hans Kläui, “Die Grafen von Nellenburg“ in “Genealogisches Handbuch zur Schweizer Geschichte Teil IV“, 1980.

§        Johannes Mötsch, “Genealogie der Grafen von Sponheim“  (Jahrbuch für westdeutsche Landesgeschichte 13 (1987), pag. 63-179).

§        Josef Heinzelmann, “Spanheimer-Späne, Schachwappen und Konradinererbe”. (Jahrbuch für westdeutsche Landesgeschichte 25 (1999)) Geeft een overzicht over de stand van onderzoek betreffend het geslacht Spanheim of Sponheim.

§        Marlyn Lewis, “The Ancestry of Elizabeth of York” (The Plantagenet Connection, Arvada, CO: HT Communications, 1999)

§        Heinz Renn, “Die Geschichte des Kronenburger Landes in der Frühzeit und das erste Kronenburger Edelgeschlecht“, Rheinische Vierteljahrsblaetter 1954, blz. 499 – 555.

§        Andreas Kraus, “Die Grafschaft Sulzbach“, Jahrbuch für fränkische Landesforschung 1992, blz. 195-207.

§        Leo van de Loo, “BERNSAU - Zur Geschichte des Ritter- und Bauerngeschlechtes (1150-1940), mit einer Geschichte der niederrheinischen Herrschaft Hardenberg und vieler niederbergischer Höfe“ (Familienverband Bernsau e.V., Essen 1940). Beschrijft de generaties 22-29, aangevuld met stamtafels. De gegevens slechts overgenomen voor zover ze niet met de recentere informatie van Kurt Niederau (zie hierna) in tegenspraak zijn.

§        Kurt Niederau, “Die von Bernsau des 14. und 16. Jahrhunderts“  (Zeitschrift des Bergischen Geschichtsvereins, Jahrgang 1966, blz. 98-201). Dit uitvoerige artikel beschrijft de generaties 24-28 en geeft verschillende correcties t.o.v. Leo van de Loo.

§        Edmund Strutz, “Die Ahnentafeln der Elberfelder Bürgermeister und Stadtrichter 1708-1808“  (Degener & Co, Neustadt an der Aisch, 1963, 227 blz.). Op dit boek baseren de genealogische gegevens van de generaties 29-32, alsmede aanvullende gegevens over de familie en over Elberfeld.

§        Aanwijzingen via de discussielijst Bergisches Land.

§        Gemeente Archief Amsterdam, DTB-boeken, poorterboeken.

§        H. de la Fontaine Verhey e.a., “Vier eeuwen Herengracht”  (Stadsdrukkerij Amsterdam 1976). Aanvullende gegevens.

§        Utrechts Archief, DTB-boeken provincie Utrecht, verdere acten en documenten.

§        Rijksarchief Gelderland (Gelders Archief) te  Arnhem, Burg. Stand en DBT boeken Gelderland.