|
15. Godfried van Leuven,
geb. 1209; overl. 21 jan 1253, zn.v. Hendrik I van Brabant en Mathilde van
de Elzas (van Boulogne); begr. te Affligem (B.), tr. na 1240 en voor 7 aug
1243 met Maria van Oudenaarde, geb. ca. 1220, dr.v. Arnoud IV
(Arnold) van Oudenaerde en Aleida (Alix) van Rozoy; overl. na 24 aug 1293.
16. Hendrik van Leuven
Gaasbeek, geb. ca. 1243; overl. 1 maart 1285, begr. te Brussel, tr. ca.
1260 met Isabella van Beveren, geb. ca. 1240, dr.v. Dirk IV van
Beveren en Margaretha van Brienne; overl. 1308, begr. te Brussel.
17. Johanna van Leuven
Gaasbeek, geb. ca. 1270, overl. 1302/1308, begr. te Brussel
(Carmelieten), tr. ca. 1294 (pauselijke dispensatie verleend 7 juni 1302)
met Gerard (I) van Horne, geb. ca. 1270, zn.v. Willem II van Horne en
Agnes van Perwijs (van Leuven); overl. 1330, begr. te Brussel.
18. Willem V van Horne,
geb. 1297, overl. 25 08 1343, tr. 1) dec. 1315 Oda van Putten en Strijen,
geb. ca. 1295, dr.v. Nicolaes III van Putten en Aleidis van Strijen; overl.
ca. 1331.
19. Oda van
Horne, geb. ca. 1318, overl. 1 april 1353, begr. Breda, tr. Jan II
van Polanen, ridder, heer van Polanen, Breda en de Lek, burggraaf van
Geertruidenberg, kocht de Lek in 1342 en Breda in 1350, overl. 3.11.1378.
20. Jan III van Polanen,
heer van de Lek, Breda, enz., vermeld vanaf 11 februari 1360, overl. 11
augustus 1394.
Bastaarden:
1. Oeda, vermeld
1394.
2. N.N. (‘Een
knechtken’, vermeld 1394) (= Jan van der Leck geheten van Grimhuysen)
(zie generatie 21).
3. N.N. (‘Een
knechtken’, vermeld 1394).
Bronnen
Uittreksel uit het testament (1394) van Jan III van Polanen: ‘By
zynen uitersten wil, daags voor zynen sterf-dag gemaakt, begeert hy
dat zyne lieve gezellinne, Vrouwe Ocilia, zal behouden alle de
kleinodien die zy hem bragt, en maakt haar zyne wooning beneden in
de Stadt, met den inboedel daarin, gedurende haar leven, indien zy
ongehuwd blyft, en niet langer. Hy bezette Oede, zyne bastaart
dochter, duizent oude schilden eens tot haar huwelyks goedt, en aan
twee knechtkens zyne bastaarden, elk vyftig oude schilden ’s
jaaers.’ [1]
P.S.: Op grond van de volgorde waarin de bastaarden worden genoemd
en het de naamloosheid van ‘de twee knechtskens’ zullen de twee
jongens nog vrij jong geweest zijn, terwijl Oede al op een leeftijd
was gekomen om te zijner tijd een huwelijk af te sluiten.
21. Jan van der Leck geheten van
Grimhuysen, geb. ca. 1390 (naar
berekening), won. Breda, vermeld 1435, als buitenpoorter van Leuven 1438 (Jan
van der Leck geheten van Grijmhuyse, bastertsone ‘s heeren Jans wilen heer
van der Leck ende van Breda [2],
in de parochie van Breda), nog vermeld als buitenpoorter 1468, [3]overl. voor 1474, tr. Beatrix van Bergen, geb. ca. 1410 (naar
berekening), overl. 1480 (grafzerk), dr. van Hendrik, bastaard van Bergen,
overl. 1465 (grafzerk), kleindochter van Hendrik III van Boutershem, heer
van Bergen op Zoom, en achterkleindochter van Hendrik van Boutershem en
Maria van Merxem.
Kinderen:
1. Oda van der Leck, overl. voor
1503, tr. Adriaen van de Kieboom, overl. voor 1525.
Kinderen:
1. Johanna van de Kieboom,
overl. 1525/34, tr. Joost Vlamincx, herbergier van het kasteel van Breda.
2. Lucie van de Kieboom, overl.
na 1525.
3. Joos van de Kieboom (alias
van Chaam).
Natuurlijke
kinderen:
1. Philips.
2. Cornelis.
3. Lenaert.
4. Oede.
4. Adriaen van de Kieboom.
Kinderen:
1. Joos?
2. Frans van de
Kieboom gen. van Grimhuysen, geb. ca. 1513, overl. 1580/81, tr. Maria
claesdr. van Etten.
2. Jan van der Leck, won. Ginneken,
leenman van het huis ‘Grimhuys’ 1474, overl. 1516/17.
Natuurlijke kinderen:
1. Jan Jansz. van Grimhuysen,
tr. Dingena Wouters van Kaem.
Kinderen?:
1. Jenneke
Jansdr., tr. Corneli Matthijsz., de scipper
2. Cornelie
Jansz.dr., tr. Jan van Merhout.
3. Engel
Jansdr., tr. Joost Dyrcksz.
2. Hendrik.
3. Beatrijs.
4. Merten Jansz. van Grimhuysen,
overl. voor 1517, tr. Margriet Anthonis Jacobsdr.
3. Joost van der Leck (zie
generatie 22).
4. Cornelia van der Leck, vermeld 15
juni 1495, tr. Mr. Adriaan van der Aa.
5. Beatrijs van der Leck, vermeld 15
juni 1495, tr. Thomas Bot.
Opmerkingen
De schrijfwijze ‘van der Leck’ is
aangehouden, omdat deze het meeste wordt gebruikt. Cornelia en
Beatrijs van der Leck worden door sommige auteurs toegeschreven als
zouden zij beiden uit een tweede huwelijk van Jan van der Leck
stammen, maar dat lijkt gezien de bekende feiten onmogelijk.
Cornelia heeft in 1512 al een volwassen kleinzoon Philips van der
Aa. Stel dat Philips in 1512 22 jaar oud was, en Philips’ vader
25/30 jaar ouder dan zijn zoon en de moeder van Philips’vader weer
20/25 jaar ouder, dan kom je uit op een geboortejaar voor Cornelia
van ca. 1435/45.
Bronnen
P.C. Bloys van Treslong Prins,
Grafzerken in Noord-Brabant, Nieuw-Gastel, blz. 179.
Hier leet begrave(n) Heynrick de
bastaert va(n) Berghen, die sterf int jaer 1465 en(de) Joeffrou
Beatrijs sy(n) dogter Jan’s huysvrouwe va(n) der Lecke-Gruithuise (=
Grimhuise). Sij sterf int jaer ons Heere(n) 1400 en(de) 80.
Wapen: doorsneden, boven een
rechthoek, waarin drie palen; beneden drie ruiten 2 en 1; over alles
heen een rechterschuinbalk van bastaerdij.
Vier kwartieren:
1. Als hoofdwapen 2. Drie lelies
(2-1)
3. Een vos boven twee torens (?) 4. Drie wassenaars
(2-1)
en(de) Joest va(n) der Lecke en
Joeffrouwe Beatrijs sijn huysvr. Joes voors(chreven) sterf de(n) 24
Juny ao MVc en(de) XII sy(n) huysvr. sterf de(n) X
Septemb. ao MVc en(de) LXXXX. Ja(n) voorsz(eyt) sterf –
[hier ontbreekt een stuk tekst] en(de) sy(n) huysvr. sterf de(n) XV
Septemb. 1557.
Over de ontbrekende
tekst kan men oneindig speculeren. Bovendien weten we in het
geheel niet hoe de teksten over de grafzerk verdeeld is
geweest. Desondanks kunnen we concluderen dat het graf (en
dus ook de grafzerk) achtereenvolgens in het bezit is
geweest van: (1) Hendrik van Bergen, (2) Jan van der Leck,
(3) Joost van der Leck, (4) Jan van der Leck. Dat wil zeggen
een doorlopende mannelijke stamreeks. De informatie op de
grafzerk zal dus betrekking hebben op de eigenaren van het
graf.
Brussel, ARA, Chambre des Comptes inv.nr. 550, fol. 428, d.d.
(15-7-)1474
Jan van der Leck geheeten van
Grymhuysen hout zijn huysinge metter hovinge geheeten Grymhuse met
hueren toebehoirten houdende tsamen VI buender .. (enz.) al omtrent
Ulvenhout gelegen weert, zijnde tsamen XXV Rguldem.
[kopie ‘denombremente’ van Bredase
lenen, rubriek Ginneken, in collectie Kleyn inv.nr. 65, GA Breda).
[tekst 1966
gepubliceerd door G.J.J. van Wimersma Greidanus]
RAWB, Oud
Gastel, ORA inv.nr. 47 (= nieuw 125 of 309, fol. 3v), d.d. 15-1-1503
Joes Adriaensz.
van den Kieboom, bekent dat tussen
hemzelf, zijn broer en zusters, alsmede zijn vader enerzijds en
Joost van de Leck van Grimhuysen, zijn oom, anderzijds scheiding en
deling overeengekomen was van goederen te Gastel, Roosendaal en
Kruisland, aangestorven van hun grootvader ‘Janne van de Leck
natuerlich, alias van Grimhuysen, ende van onze grootmoeder joncfr.
Beatrijs van Berghen, naturlic wettighe dochter, Jans voorz.
wettighe huysvr.’; verder verklaart de comparant dat hijzelf, zijn
broer Adriaen en zijn zusters Lucie en Janne tijdens het leven van
hun vader verdeling overeengekomen zijn van goederen te Chaam,
Ginneken en Roosendaal die hun aangestorven waren van hun moeder Oda
en nog aansterven zouden van hun vader Adriaen van de Kieboom. Lucie
en Janne behouden ‘erfrogghe’ op Jan van Grimhuysen te Ginneken.
[tekst 1966 gepubliceerd door G.J.J.
van Wimersma Greidanus]
P.S.: Protocol niet in te zien
vanwege restauratie.
GA Breda, inv.nr. 420, fol. 28v, d.d.
16-6-1512
Philips van der Aa verklaart dat Jan
van de Leck, geheten van Grimhuysen, betaald heeft alle aanspraken
die Philips had op Jan terzake van huwelijkse voorwaarden tussen mr.
Adriaan van der Aa, zijn ‘oude’ vader, en juffrouw Cornelie van de
Leck, als van Grimhuysen, zijn ‘oude’ moeder [zijn grootouders].
[tekst 1997 gepubliceerd door Ad
Jansen]
GA Breda, inv.nr. 425, fol. 119v,
d.d. 27-2-1518
In deze akte wordt verwezen naar een
schepenbrief van 16 mei 1435, waarin Govert de Ricke verkocht aan
‘Jannen van der Leck, bastaert van Grimhuysen’ een erfpacht van één
zester rogge, in bezit van Joost Vlaminx, die deze overdroeg aan de
weesmeesters van de Tafel van de Heilige Geest van Ginneken.
[tekst 1997 gepubliceerd door Ad
Jansen]
GA Breda, ORA inv.nr. 676, d.d.
23-8-1525
Over de hoeve te Ulvenhout, nagelaten
door wijlen Jan van Grimhausen aan de zusters Lucye en Johanna van
de Kyeboom (wed. Joost Vlamincx), die hem hun oom noemen en wijlen
Adriaen van de Kyeboom hun broeder. Laatstbedoelde heeft twee
minderjarige zoons, Joost en Frans.
[tekst 1966
gepubliceerd door G.J.J. van Wimersma Greidanus]
GA Breda, ORA inv.nr. 439, fol. 140v,
d.d. 17-11-1534
Frans
van de Kyeboom, noemt wijlen Johanna
van de Kyeboom, echtgenote van wijlen Joost Vlaminck, zijn ‘moeye’;
de nagelaten goederen van bedoeld echtpaar worden verdeeld.
[tekst 1966
gepubliceerd door G.J.J. van Wimersma Greidanus]
22. Joost van der Leck,
won Gastel, vermeld aldaar 17 april 1472, schout, overl. 24 juni 1512
(grafzerk), tr. Beatrix (...), overl. 10 september 1590 (= 1490?)
(grafzerk).
Kinderen:
1. Beatrix van der Leck, tr. 1e
Mr. Raes van Liedekercke, student te Leuven 1502, landmeter, overl. 1537,
zn. van Gerrit Raesz. van Liedekercke, leenman van Breda 1501, schout van
Roosendaal 1503-1515, en Maria N.N., tr. 2e Mr. Pieter van Dijck,
chirurgijn uit Wezel [4]
2. Geertruyd van der Leck, tr.
(voor 1514) [5]
Philips van Bruheze Cornelisz., won. Oosterhout, vermeld 1515 en 1531,
schepen van Oosterhout 1536, 1541, 1545, zn. van Mr. Cornelis van Bruhese,
rentmeester van de heerlijkheid Breda 1474-1489, overl. 23 april 1504, en
Mechteld van de Leck, overl. 12 augustus 1491 [6] [7]
3. Jan van der Leck (zie
generatie 23).
4. Barbara van der Leck, overl.
1519, tr. Frans van Liedekercke, poorter, schepen (1524) en burgemeester
(1545) van Bergen op Zoom, rentmeester van Standaardbuiten, schout van
Oudenbosch 1537, overl. 1545/48, zn. van Gerrit Raesz. van Liedekercke en
Maria N.N.[8]
Hij hertr. Cornelia Claesdr., van Antwerpen, dr. van Claes Gielisz. en Maria
Willemsdr. [9]
Kind:
1. Maria van Liedekercke,
genaamd van der Leck-Grimhuyzen.
Bastaard:
5. Beatrice van Grimhuysen.
Bronnen
GA Bergen op
Zoom, ORA inv.nr. 257, fol. 20v, d.d. 17-4-1472
Joos van Grimhuysen woont reeds te
Gastel.
[tekst 1966
gepubliceerd door G.J.J. van Wimersma Greidanus]
Markiezaatsarchief, Comm. van Breda,
inv.nr. 473, fol. 98, d.d. 1478/79 (oktober)
Grimhuizen te Gaste1 wordt vermeld in
rekeningen betreffende Oudenbosch.
[tekst 1966
gepubliceerd door G.J.J. van Wimersma Greidanus]
RAWB, Oud
Gastel, inv.nr. 1 (= nieuw 310), d.d. 11-9-1512
Schout en schepenen van Gaste1
oorkonden onder ede dat zij ‘gehouden hebben dat Joes van Grimhuysen
ende Beatrix sijn huysvr. getrout gheselscap geweest zijn’ en dat
Beatrix, Gertruyt, Johannes en Barbele getrouwde kinderen van hen
zijn.
[tekst 1966
gepubliceerd door G.J.J. van Wimersma Greidanus]
GA Breda, ORA inv.nr. 420, fol. 51v,
d.d. 20-11-1512
Jan
van de Leck geheten van Grimhuysen.
geeft de goederen die hem aanbestorven zijn van zijn broeder Joos
van Grimhuysen over aan zijn ‘zwager’ Joost Vlaminck, kastelein te
Breda.
[tekst 1966
gepubliceerd door G.J.J. van Wimersma Greidanus]
RAWB, Oud Gastel, inv.nr. 1 (= nieuw
310), d.d. (begin) 1515
Schepenen van Gaste1 getuigen dat
Joos van Grimhuysen oom was van Joos van Chame en van Joos de
Vlamink’s echtegnote, dewelken broer en zuster zijn; voorts dat Joos
van Grimhuysen oude goederen bezeten heeft ‘by huer gedenckenisse
den selven achtergebleven van H(endri)c de bastaert ende Beatrijs
syne moeder’; tenslotte dat Joos van Grimhuysen te Gaste1 gestorven
en begraven is.
[tekst 1966 gepubliceerd door G.J.J.
van Wimersma Greidanus]
P.S.: Een lijst van bedoelde goederen
is, te vinden in Markiezaatsarchief, Comm. van Breda inv.nr. 989.
[tekst 1966
gepubliceerd door G.J.J. van Wimersma Greidanus]
23. Jan van de Leck,
won. Gastel, secretaris (1561), schepen van Rozendaal (1534), schepen van
Gastel, later van Heer Jansland, collecteur van het schot 1563, overl.
tussen 18 mei 1564 en 11 mei 1565, tr. N.N., overl. 15 september 1557
(grafzerk).
Kinderen:
1. Joost Jansz. van de Leck,
vermeld 1565.
2. [Beatrix] Jansdr. van de
Leck (zie generatie 24), tr. 1e Jan Cools, tr. 2e Gerit [Adriaensz.]
Quant, tr. 3e Jan Jansz. van Beverloo.
Opmerkingen
Het is onduidelijk waarom G.J.J. van
Wimersma Greidanus spreekt over twee huwelijken van Jan van der
Leck. De eerste vrouw zou overleden zijn voor 1516, maar hij geeft
geen bron op.
Bronnen
GA Breda, Archief
I-1b (schepenbank), inv.nr. 429, fol. 148r, d.d. 13-2-1523
Cornelis Cornelis
Michielssen, getr. met Josijne Matheeus Anssemsdr., Lijsbeth
Woutersdr van Chaem, (wedu van) Matheeus Anssemsz., geven een
quitantie aan Jan van de Leck van Grymhuysen, i.v.m. een erfchijns
van 3 rijnsgulden, in voirleden tijden vercoft hadde Wouter van
Kaem, op omtrent 1 bunder beemden in den Grooten Beemdt t' Ulvenhout
onder de vyerscaren van Ghinneken, volgens brief van Ghinneken van
12 september 1497.
De erfchijns is
afgelost, en scelt dair af quijt de wedue en erfgenamen van wijlen
Joost Vlaminc, casteleijn was te Breda, die de erfchijns
uutreijckende was, en oic Jouffrou Lucye van den Kyeboom die dezelve
gelaet heeft.
[tekst 1966
gepubliceerd door G.J.J. van Wimersma Greidanus]
S.W.A. Drossaers,
Het Archief van de Nassauschen Domeinraad, eerste deel (1948),
regest 2881, d.d. 1-6-1534
Jan van der Leck,
schepen van Rosendael.
Markiezaatsarchief, Comm. van Breda, inv.nr. 1240, fol. 65, d.d.
2-9-1560
Jan van der Leck
legt een verklaring af ten overstaan van de griffier van het leenhof
te Bergen op Zoom dat hij dezelfde is als Jan van Grymhuysen Joosz.,
die op 4 januari 1519 het leen van een heidehoeve te Gastel had
verheven.
[tekst 1966
gepubliceerd door G.J.J. van Wimersma Greidanus]
RAWB, Oud Gastel,
ORA inv.nr. 2 (= nieuw 127, fol. 5v), d.d. 11-5-1565
Opt versouck bij
Jan van Heerlen als gemachtich van Jacop van Zevendonck, rentmeester
van mijn Ed. Heer den Marquis, constitueeren tot preferentie aenden
persoon gecommen vanden vercochten haeffelycke goederen
achtergelaten bij Jan vander Lecke ende verclaeren schepenen ter
mannen van den stadthouder voer recht dat alle die genen die hen
rechts ende preferentie van hebben aenen voors. penningen zullen
alhier overdienen heure redene van preferentie binnen drij weken
naest commende behoudens dat men middeler tijt zal doen doen drij
sondachschen proclamatien
RAWB, Oud Gastel,
ORA inv.nr. 127, fol. 13, d.d. 1-6-1565
Jan van Beverlo
voer hem zelven ende voer die weeskinderen Geerien Quaents
exhibeeren zeker bekenne ende verbintenisse Jans vander Leck gedaen
voer schepenen van Gastele in date den ixen meerte lxiiii (=
9-3-1564) Luijdicx (= Luik), aengaende de helft vanden huyse met
zijnen toebehoerten dwelck Jan vander Leck toebehoert heeft ende
alsoe den voers. Beverlo verstaet dat daer op geprocedeert wort ter
causen vander helft van xvi kar.gld. erffelick vuyten voers. huyse
gaende ende dat de voers. Beverlo (ende) consorten alreede
beschadicht is geweest ter causen van omtrent een gemet lants dat
hem vuytgewonnen is voer ix viertelen rogs daer die voers. Vander
Leck hem Beverlo bijden voers. bekenne off gelooft hadde schadeloos
te houden ende dat oick eenen Bastiaen Wouter heeft begonst te
procederen ter causen van vi kar.gld. inden voers. bekenne
gementioneert op een boschken dwelck de voers. Beverlo vercoft heeft
Laureijs Cornelisz.
Soe puteert de
voers. Beverlo den thoonder vanden brieff vanden voers. xvi kar.gld.
erffelick hantvullingen over zijne geheyschten renten versouckende
dat doende daermede desselfs thoonders recht vuer te hebben ende zoe
verre ijemant is die van gelijcken eenich recht pretendeert inde
voers. helft oft eenige hantvullinge puteert zoe contendeert de
voers. Beverlo met den voers. bekenne voer schepenen van Gastel
gepasseert geprefereert te worden voer alle andere die bekennen oft
verbintenisse buijten deser vierscharen gepasseert hebben mochten
ende voer alle bekennen ende verbintenisse jonger van daer wesen
ende heeft de voers. Beverlo oversulcx de penningen bedragende viii
kar.gld. onder recht geleijt.
RAWB, Oud Gastel,
ORA inv.nr. 127, fol. 21, d.d. 30-6-1565
Jan van Beverlo
comparerende in persoone persisteert bij zyn voergaende versouck
alsoe de vorster verclaert die drije sondaechse proclamatien gedaen
zijn aenhorende d’een helft vanden huijse van Jan vander Lecke
contenderende dat hij voer alsulcke hantvullinge ende beschadinge
als int voers. versouck verhaelt staet zal worden vergouwen aenden
voers. helft mits oick van zekere schaden van affgehouwen houdt ter
causen van Jans vander Lecx schot andere dat de zelve helft hem met
vonnisse zal aengewesen worden van die metten heel te vercoopen tot
voldoeninge van de voers. geloofte versoucken voirt daer op recht.
Schepenen verclaren voer recht dat alsoe de partijen van Jan van
Beverlo te weten Jan die Backer met zyn consorten zyn woenachtich
buijten der vierschaer van Gastele. Die voers. Jan van Beverlo de
voern. partijen zal doen doen een heerlijcke weten ten eijnde zij
compareren binnen een heerlijck gerecht om opt versouck.
RAWB, Oud Gastel,
ORA inv.nr. 127, fol.21v, d.d. 30-6-1565
Gehoirt ‘t
versouck bij Claes Jansz. Brouwer vuijten name vanden zekere
weeskinderen contenerenden gepresenteert te zijne aen zekere persoon
bij Joos Jansz. vander Leck vuytgewonnen op Pieter Aertsz Haesche
procederende van verschenen lantpacht van landen gelegen aende
Vijnenstrate waerop den voers. Claes Jansz. inden juaerteijt als
voer zekere renten is heffende ende de antwoerden bijden voers.
Joost Jansz. daer tegens gedaen ende verclaren schepenen voer recht
alsoe de voernoemde Joes Jansz. de voers. persoon met alle
stelempunteijten (?) van rechter naer costume van deser bancken
vuytgewonnnen heeft ende dat die voers. Claes Jansz. hem tegens de
zelve vuytwinninghen nyet geopponeert en heeft dat den voers. Joost
Jansz. aenden voers. persoon zal zijn geprefereert ende oversulcx
ontslagen vanden versoucke bijden voers. Claes Jansz. hem alhier
gedaen den voers. Claes Jansz. zijn actien gereserveert zulcx ende
alsoe hij te raeden zal te vinden behoudende ende voorn. Claes
Jansz. in persoone protesteert vanden vonnisse.
RAWB, Oud Gastel,
ORA inv.nr. 127, fol.21v, d.d. 30-6-1565
Jan van Beverlo
heeft t recht begeert tegen Laureijs Nuijten ende protesteert van
zijne comparitie.
RAWB, Oud Gastel,
ORA inv.nr. 127, fol. 23, d.d. 6-7-1565
Opt versouck van
Michiel van Gaelm als vuytgewonnen hebbende zeker lant gecomen van
Jan vander Leck leggende tegen des voors. vander Lecx huys (...). Is
bijden stadthouder den voors. dienaer ofte vorster belast den
huyrder vanden zelven landen te bruicken van egeen persoon te
scheyden voer ende alleen den voors. van Gaelm gecontenteert zy
vander voors. opwinninge ende heeft den dienaer verclaert den voors.
huyrder die weten gedaen te hebben.
RAWB, Oud Gastel,
ORA inv.nr. 127, fol. 24v, d.d. 13-7-1565
Jan van Beverlo
(…) comparerenden in persone als gelegen hebbende een buijten
genachten protesterende van nyemant te willen houden voer partijen
ende alsoe den vorster verclaert de weten gedaen te hebben aen Jan
die Backer met zijn consorten tot Bergen volgende den lesten
appoincten ende alsoe daer nijemant es compareert, versouck dat
schepenen willen recht doen opt versouck bij hem gedaen tegen allen
den geene die hem rechts ziuden willen vermeten aenden helft vanden
huijsinge van Jan vander Leck volgende den voors. versoucken.
Gehoert ‘t voers. versouck mitsgaders den relatie vanden vorster
verclarende den weten eerst op ghisteren gedaen te hebbende ende
oick gesien brieven van excecutie bijden voors. Jan die Backer ende
aen schepenen gesonden houdende schepenen ’t vonnis aen hem tot over
acht dagen salre dat partyen zullen compareren alhier ten huijse ten
acht uren voeren noenen ten voors. achten dagen ander zullen
schepenen alsdan compareren tot partijen costen.
RAWB, Oud Gastel,
ORA inv.nr. 127, fol. 25, d.d. 20-7-1565
Jan van Beverlo
qualitate qua hebbende actum totter helft vanden huyse met zijn
toebehoren dwelck Jan vanden Leck toebehoert heeft, hebbende indyer
qualiteyt handtvullinge gedaen van acht karolus gulden erffelicken
daer die voors. helft mede belast is compareert onder protestatie
noch ter tijt nyemanden voer zijn partije te willen kennen gerecht
hem noch ter tijt nyemant verthoont ende heeft oft eenich beschedt
overgelevert ende heeft in recht ende persisteert bij alle zijn
voergaende versoucken Jan die Backer vuyten naeme van Cornelis
Willemsz. Helman (?) ende voirts als gemachtich van Herman (?),
Bernaert ende Willem Buedinck mitsgaeders oick als toesiender van
Jan Roelants weeskinderen ende leeght over zeker extrack vuyten
regerende der wethen van Bergen op Zoom in date xxven augusti lxi (=
25-8-1561) onderteeckent Iserman (?), noch zeker vuytspraken gedaen
tot Bergen voors. bij wethouders in date xxiiien marty anno xvc
lxiii (= 23-3-1563) naer (...) onderteyckent A. Willemsz. ende zeker
verbintenisse insgelijcx voer schepenen van Bergen gedaen bij Jan
vanden Leck den xviiien mey lxiiii (= 18-5-1564) onderteyckent
vanden R. Houten. Sustinerende daer de voers. Jan die Backer
geprefereert te zijnen verweer ende een anderen anders daer bij
persisteert. Gehoert voerts t versouck van Jan van Beverlo bevelende
den restitutie vanden verleghenden penningen bij den voers. Beverlo
verleeght ten voeren vanden vergaderingen van schepenen ende
verclaeren schepenen tsaelve aen hem te houden totten differentene
vander (...). Hebben voorts partijen ten beijden zijden inden zaken
gecompareert versouckende rechts begeert. Schepenen gemaent zijnde
verclaren voer recht dat alsoe zij bevinden dat die geloeft ende Jan
vander Leck voer van Gastele gedaen den ixen martij anno xvc
vierentzestich naer stijl van Luijck (= 9-3-1564) onder van date is
dan submissie geschiet voer commissarissen tot Bergen den xxiiien
marty anno xvc lxiii naer Brabant (= 23-3-1564) ende gewillighe den
condempnatie geschiet voer wethouders van Berghen opten Zoom den
xviiien meij anno lxiiii (= 18-5-1564) daer naer. Dat die voers.
Beverlo daeromme zal geprefereert voer den voers. Jan die Backer zo
hij is procederende ende aen (...) helft vanden huysinge Jans vander
Leck ende condimperende die voers. Jan die Backer inden costen van
(...) predinc. Die voers. Jan die Backer inder qualiteyt (...) is
procederende protesteert ende appelleert vanden vonnisse.
RAWB, Oud Gastel,
ORA inv.nr. 127, fol. 26v, d.d. 31-8-1565
Cornelis Jansz.
(...) Jan van der Beverlo versouck als dat Laureijs Cornelisz.
Nuyten zal gehouden zijn te betaelen etc. [tweede proces].
RAWB, Oud Gastel,
ORA inv.nr. 127, fol. 27, d.d. leste augustus 1565
Jan van Beverlo
ende Cornelis Jansz. etc. [voortzetting tweede proces].
RAWB, Oud Gastel,
ORA inv.nr. 127, fol. 30, d.d. 7-9-1565
Jan van Beverlo
nomen quo voers. funieert int proces etc. [voorzetting tweede
proces].
RAWB, Oud Gastel,
ORA inv.nr. 127, fol. 38v, d.d. 28-9-1565
Jan van Beverlo
versouct rechtelick gevest ende geerft te zynen inden helft vanden
huysinge achtergelaeten bij wijlen Jan vander Leck zalr. als de
zelve rechtelick met meest bieden gecoft hebbende ende hem de slach
hebbende zijnde waerop schepenen verclaert hebben de zelbe vestinge
ende erffenisse aen hen te houden tot over acht dagen.
RAWB, Oud Gastel,
ORA inv.nr. 127, fol. 39v, d.d. 2-10-1565
Jan van Beverlo
ende (Lourens) Cornelisz. Nuyt veraccorderen met malcanderen om te
dienen van conclusie binnen xiiii dagen etc. [voortzetting tweede
proces].
RAWB, Oud Gastel,
ORA inv.nr. 127, fol. 39v, d.d. 2-10-1565
Gehoert t versouck
van Jan van Beverlo sustinerende dat volgens zijn recht voerderingen
gedaen aengaende den helft van den huysinge van Jan vander Leck ende
verclaeren schepenen dat volgende den vonnissen daer van in crachte
van gewijsden gegeven waer mede den voers. Beverlo inden voenr.
helft gevest is geprefereert te zynen wolgende zijn bescheeden ende
voer allen anderen ende alsoe oock den proclamatien dien aengaende
mede desen lantrechten behoerlick gedaen zijn dat Jan van Beverlo
inden voern. helft zijn geerft worden (...) egelyck zynnen rechten
alle anderen die hem daer naer recht is vermeten hebben onterft ende
dat ander des bancken recht ende volgende welcken vonnisse etc.
RAWB, Oud Gastel,
ORA inv.nr. 127, fol. 59, d,d, 16-11-1565
Jan van Beverlo
contra Laureijs Nuijten, etc. [voortzetting tweede proces].
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 4, d.d. 16-8-1578
Compareerde Thomas Anthonisz. de jonge Roscon en bekende dat
Johannis Johannis van Beverloo gelost ende gequeten heeeft alsulcke
rentbrief van 16 car.gld. 's jaers als comparant aanbestorven is bij
aflijvigheit van Michiel de Sandts weduwe tot Bergen op Zoom des
voors. comparants huijsvrouwe moeder, welcke rente gehypothekeert is
op de voors. Johannis van Beverloo huijs ende lande gelegen in Oud
Gastel eertijds toebehoort hebbende Jan van der Leck.
24. [Beatrix] Jansdr.
van de Leck,
tr. 1e Jan Cools, tr. 2e
Gerrit [Adriaensz.] Quant, tr. 3e (voor 1 juni 1565) Jan
Jansz. van Beverloo,
won. Klundert, later Utrecht (1602), burgemeester (1588), overl. tussen 9
augustus 1603 en 8 november 1614.
Kind (ex 1):
1. Wouter Cools, won. Fijnaart,
‘commies en clerq’van de rentmeester van Niervaart 1565-1566, rentmeester
van de ‘Ruijgenhil en Fijnaart’ 1577, rentmeester van ’t gemeen eylande van
Nijervaert, Fijnaert ende Ruigenhil’ 1578, rentmeester van ‘zijne Exellentie
in Fijnaert’ 1595, rentemeester van ‘de Fijnaert’ 1602.
Kinderen (ex 2):
2. Jan Gerritsz. Quant, van
Steenbergen, won. Klundert, schepen 1594, 1595, 1596, 1598, aalmoezener
1594, 1595, buiten burgemeester 1598, burgemeester 1600, weesmeester 1603,
overl. voor 17 november 1605, tr. 1e N.N., overl. voor 11 april
1603, tr.2e Fijnaart (ref) 1602/03 Martijntgen Hubrechtsdr.
Kinderen (ex 1):
1. Dirck Jansz. Quant.
2. Nicolaes (Claes) Jansz. Quant,
geb. ca. 1579.
3. Adriaen Jansz. Quant.
4. Jan Jansz. Quant.
3. Dingetje Gerritsdr. Quant,
tr. 1e Willem Claesz., tr. 2e Adriaen
Geraertsz. (zie generatie 25).
Kind (ex 3):
4. Maeyke Jans Beverloo, overl.
voor 7 december 1600, tr. Gielis Geraertsz. van der Wiele, won. Klundert,
wagenmaker, oud-burgemeester (1615), overl. Dordrecht voor 4 oktober 1623.
Hij tr. 2e Jacobmijntgen Dircsdr., overl. voor 1 februari 1626.
Zij hertr. Hendrik Jans Put, overl. na 1 februari 1626.
Kind:
1. Jan Gielisz. van der Wiele.
Opmerkingen
Er is geen akte gevonden waaruit blijkt dat de
moeder van de drie groepen kinderen inderdaad Beatrix heette.
Uitgaande van de naam Beatrix ontstaat echter de onderstaande
vernoemingsreeks:
1)
Beatrix (x Joost van de Leck),
2)
Jan van de Leck,
3)
[Beatrix] Jansdr. van de Leck
(x 2e Gerrit Quant),
4)
Dingetje Gerrit Quant (x 2e Adriaen Gerritsz.),
5)
Beatrix Adriaensdr.
Dit feit, gecombineerd met de niet alledaagse
naam Beatrix, lijkt daarom te pleiten voor de voornaam Beatrix.
Uit de gevonden akten komt duidelijk naar voren
dat er inderdaad drie huwelijken hebben plaatsgevonden. Waaraan
G.J.J. van Wimersma Greidanus echter ontleend heeft dat zij Beatrix
heette en in eerste echt gehuwd is geweest met Jan Cools evenals het
patroniem van Gerrit Quant is niet gevonden. Hij geeft geen
bronvermelding.
Bronnen
Taxandria 1926
(jrg. 33), blz. 199, d.d. 15-1-1572
Artikel over de
eerste hervormden te Steenbergen, hierin wordt genoemd Jan Jansz.
van Beverlo zonder nadere informatie over hem zelf.
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 4, d.d. 17-11-1583
Chaerlis van der
Eyke als gemachtigde van Jonckheer Joost van der Eyke, zijn oom,
versouckt ende sustineert dat Jan van Beverloo, Jan Geeritsz. ende
Wouter Cools zullen verclaren was blocken of deel deselve zij in
hueringe hebben genomen van Daniël de Loucker als rentmeester van
Nyervaert.
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 54, d.d. 1588
Inventaris van
overdracht van de archiefstukken door Abraham van Pael aan de
burgemeester Jan van Beverloo.
RAWB, Klundert,
ORAinv.nr. 5, d.d. 4-5-1595
Adriaen
Anthonisz. van der Broeck en beloifde mitsdesen voor Jacob Sijmons,
zijnen zwager, te betalen aen Jan van Beverloo ofte Gielis Geerits
als zijnde eygen schult de somma van 300 gld. van geleende
penningen.
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 5, d.d. 6-7-1595
Jan Geerits
Quant, van Steenbergen, als procuratie hebbende van Jan van
Beverloo, substitueert derselve procuratie Cornelis Adriaen
Hooftman, woonende tot Oud-Gastel, omme voorn. Beverloo te laten
onderstaen van alsulcke percelen lands en de huijsinge als deselver
Beverloo vercocht heeft aen Wouter Cools, rentmeester van de
Fijnaert, volgensde uijtcoop daervan zijnde, actum 17 juli 1595.
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 5, d.d. 11-9-1595
Jan Geeritsz.
van Steenbergen en bekent schuld aen Jan van Beverloo 150 car.gld.
als reste van seeckere schultbrief bij deselve Jan Geerits verleden
op ten 28e aprilis 1589. Jan Geerits beloift te betalen
aen Jan van Beverloo ofte aen Gielis Geerits wagemaecker alhyer de
26e novembris naestcomende.
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 5, d.d. 14-7-1600
Janneken
Heronimus jonghe dochter constitueert Jan van Beverloo haren oom met
ratificatie des ghenen hij in haere sacke gedaen most hebben ende
Claes Domis, won. tot Steenbergen.
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 5, d.d. 7-12-1600
Claes Cornelis
Franck Hulst als ingaarder van sekere schulden den sterfhuijs van
wijlen Mayken Jans van Beverloo dochter competerende heeft doen
besetten den persoon van Cornelis Adriaens Vooght, won in den
Finaert.
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 5, d.d. 14-8-1601
Lijsken
Huijbrechts, huijsvrouw van Thonis Willems, won. tot
Geertruijdenberch, constitueert Pieter Floris om van haren ’t wegen
te mogen ontfangen en innen van Jan Geraerts Quants als gecocht
hebbende d’huijsinge genaempt Antwerpen alsulcke penningen van 85
gld. resterende van gebreke van betalinge.
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 5, d.d. 15-3-1602
Genoemd o.a.
Nyclaes Jan Geerits Quants zoone oudt omtrent 23 jaren.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 9-A, d.d. 28-5-1602
Anst Adriaens,
won. bij de Tonnekreecke onder Nijervaert etc. belooft te betalen
aan Jannen van Beverloo, won. tot Utrecht, of Gielis Geerit,
won. in den Clundert.
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 5, d.d. 25-7-1602 [rechtdag]
Wouter Cools,
rentmeester van de Fijnaert, contra Jan Geraerts,
sijnen broeder,
Herman van Groeylant ende Jacob Mertens tot Zevenbergen.
Fijnaart, DTB trouwboek (ref), d.d. 1603/03
Getrout in de
Fijnaert Jan Geritsz. Quants, van Steenbergen, weduwnaer, wonend in
de Clundert, met Martijntgen Hubrechts, j.d. wonend in ’t land van
de Fijnaert.
RAWB, Klundert,
WK inv.nr. 7-B, d.d. 9-8-1603
Staet mitsgaders
zeckere accoord en uijtcoop van de goeden behouden int sterffhuijse
van Maijken Jan van Beverlo lest overleden huijsvrouw van Gielis
Geerts Wagemaecker. Op 30-10-1600 tot voogt gestelt Gielis Geraerts
en tot toesiender Wouter Cools, wonende onder de Fijnaert.
In de rekening:
1) Een zeer onduidelijke
verklaring over de uitkoop van Jan van Beverlo als grootvader van
Neeltken Gielisdr. (sic!), d.d. 30-7-1603
2) Ick Jan Adriaens, won. tot
Zevenbergen, als getrout hebbende Grietken Michiel
Lambrechtsddochter te ontvangen in desen Josijntken met haren
kinderen ende Lambrecht Michiels, beide kinderen van Michiel
Lambrechts, als reste van cooppenningen van de lege erve aan de
zuitzijde van ’t Marctvelt, daer oostwerts is aengeërft Cornelis
Adriaens van Dongen, zuid Otto Goossens, west de Stoofstrate en
noord ’t Marcktvelt, eertijts bij Willem Joosten de Wolft als voogt
van de voors. Michiel Lambrechts twee weeskinderen vercocht ende
gevest aen Gielis Geerts. Gielis Geerts quitteert d.d. 14-1-1601.
3) Aangehecht is een klein
briefje met daarop: Pieter Joosten de Wolf ghij sult Lambrecht
Michielsen swager het gelt van Dielis de wagemacker laeten ontvangen
d’welck Lambrecht Michiels begeert heeft.
4) Rekening doende Gillis
Geraerts Wagemacker etc. sedert de eerdere rekening gedaen op
30-10-1600.
RAWB, Klundert,
WK inv.nr. 7-B, d.d. 18-10-1605
Rekening doende
Gillis Geraerts wagemacker als vader en voogt over zijn weeskint
geprocereert bij Maijken Jans van Beverloo zijne huijsvrouw, sedert
de voorgaende rekening op 9-8-1603. Eert comt het weeskint met zijn
vader gemeen een block lant gelegen onder de dijckage van
Nieuw-Gastel, groot de helft van omtrent 13 gemet land, gemeen met
Dingenten Geraerts cavelinge.
RAWB, Klundert,
WK inv.nr. 6-B, d.d. 17-11-1605
Rekening doende
Jan Gheerits Quants vanwegen Adriaen Geerits en de weeskinderen van
Dingentien Gheerit Quantsdochter geprocreert bij Willem Claesz.
Getoont ter weeskamer bij Niclaes Jansz. Quants vanwegen ’t
sterfhuijs van zijnen vader Jan Geeraerts Quants voor Adriaen
Geraerts alhier present.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 7-A, d.d. 15-4-1606
Proces van
preferentie hangende ongedecideert voor de gerechte der Stede
Nijervaert tusschen de gemeene crediteuren van wijlen Jan Geertsen
Quants, in leven weesmeester te Nijervaert. Geschil over de
nalatenschap van Jan Gerritsen Quants, present Anthonis de Bruijn
als getrout hebbende Martijnken Hubrechtsdr., tevoren weduwe van Jan
Gerritsen Quants, mitsgaders Dirick Jans Quants en Claes Jans
Quants, kinderen van Jan Geerits Quants.
Crediteuren o.a. (1) Dierick Jans en Claes Janszonen Quant mondige
zonen voor hun zelf ende vanwegen Adriaen ende Jan Janszonen haren
opnmondige broeders voor hun moedersdeel volgens uitkoop van
11-4-1603, 1.600 pond, (2) Gillis Geraerts als vader en voogt van
zijn weeskint geprocreert bij Maijcken Jans Beverlo etc. Aldus
geadministreert in den Hage 15-4-1606.
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 98 (= nieuw 179, fol. 55), d.d. 8-11-1614
Jacob
Huijbrechts, wonende tot Bergen opten Zoom, ende bekende uten namen
van Gillis Geraerts van der Wijele, outburgemeester dezer Stede,
ontfangen te hebben de somma van sestich kar.gld. ter xl groot
tstuck, onder d’afflossinge ende quijtinge van d’helfte van zekere
rente van zes kar.gld. thien stuijvers jaerlijx versekert ende
veronderpant opt landt genaempt ‘den Ouden Wilden’ onder Nieuw
Gastel gelegen zijnde, waer van de wederhelft staende tot laste van
de kinderen ende gemeene erffgenamen van Adriaen Geraerts zalr. ende
van wegen d’zelve bij Andries Pietersz. mede competerende belooft is
in handen voors. insgelijcx aff te quijten ende te voldoen voor
kersmisse dach eerstcomende prijselijck op heerl (?) rente puraie
(?) exc (?). Des heeft d’voors. Jacob Huijberts belooft ende belooft
bij desen ter betaeldagen van de voors. renten helfte onder pleechte
den originale constitutiebrijef van zelve rente mitsgaders den
voors. van den Wielen ende erffgenamen van Adriaen Gearerts zalr. te
indenpueren, costeloos ende schadeloos van alsulcke rente van vijf
vijerden roggen jaerlijcx als inden voors. rentebreijeff mede is
vermeer ende utgespreken, welcke erff gelost ende genieten zijn mits
te tijt vande rente van zes kar.gld. thien stuijvers jaerlijcx door
handen van Jan van Beverloo zalr. ende zijnde d’voors. rente van
vijff viertelen rogge gepasseert bij
Jan van der Lecke des voors. Beverloo schoonvader zalr.,
ende onder verbintenisse van zijn comparants persoon in goederen
roerende ende onroerende opheden zoals exc. off anderen ter cause
van allen rechten ende rechteren met de costen. Actum opten viiie
november 1614.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 12-A, d.d. ??
[datum weggevallen]
Staet ende
inventaris mitsgaders scheing en deeling van de boedel achtergelaten
door Gillis Geraerts van der Wiele, outburgmeesters Nijervaert,
overleden binnen der Stad Dordrecht tusschen Jacobmijntgen Dircsdr.,
desselfs achtergelaten weduwe ter eenre ende Jan Gillisz. van der
Wiele, zijnen zone, ter andere zijde.
RAWB, Klundert,
WK inv.nr. 12-B, d.d. 4-10-1623
Cavelinge
tusschen Jan Gillis en Jacobmijntgen Dircx. Hendrik Jans Put, als
man en voocht van Jacobmijntgen Dircx bekent vercocht te hebben aen
Jan Gillis van der Wiele de gerechte helft van ’t huijs en erve
staende op ’t Merctvelt binnen Nijervaert, belent west Huijbrecht
Adriaens en oost Jacob Thonis, streckende voor van sHeerenstraete
ten achter aen d’erve van de voors. Huijbrecht Adriaens. Verder
worden de meubelen en goederen bevonden int sterfhuijs binnen der
stad Dordrecht verdeeld.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 11-A, d.d. 2-2-1627
In deze rekening
een briefje met: Hendrik Jans Put, als getrout geweest met de weduwe
van Gillis Geraerts van der Wiele, quitteert Jan Gillis van der
Wiele op 1-2-1626 wegens een niet afgeloste obligatie.
RAWB, Klundert,
WK inv.nr. 13, d.d. 9-12-1631
Stukken w.o. een
koopbrief d.d. 6-4-1624 ‘ten profijte van het weeskint gecocht van
Jan Gillis van der Wiele, nagelaten weeskindt van Maycken Jans van
Beverloo, een obligatie tot last deser Stede van 200 pond.’
25.
Dingentje Gerritsdr. Quant,
won. Klundert, overl.
voor 28 januari 1602, tr. 1e Willem Claesz., weduwnaar van
Wilmke Jacobsdr., overl. voor 1591 (doodgeslagen door Franck Adriaensz.),
tr. 2e ca. 1591 Adriaen Geraerts.
Kinderen uit het eerste
huwelijk van Willem Claesz. bij Wilmke Jacobsdr.:
1. Jacob Willem Claesz.
2. Claesken Willemsz.
3. Lesken Willemsdr.
Kinderen (ex 1):
1. Willemke Willemsdr., zat op
school in Rotterdam (1605), tr. Cornelis Jans van de Santberg.
2. Gerrit Willemsz., zat op een
kostschool te Overschie (1601-1603).
3. Benjamin Willemsz. (zie
generatie 26).
Kinderen (ex 2):
4. Beatrix Adriaensdr., geb. 1592,
tr. Andries Pietersz.
Kind:
1. Maeijcken Andriesdr.
5. Cornelis Adriaen Geraertsz.,
geb. 1596, testeert 31 januari 1616, overl. voor 29 maart 1616.
6. Michieltje Adriaensdr., geb.
1598, tr. Pouwels Jans van der Hoek.
Bronnen
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 6-B, d.d. 4-2-1598
Rekening doende Anthonis Jacobse van de
weeskinderen van Wilm Claes bij name Jacob Willems, Claesken ende
Lesken Wilmsdochteren daer moeder aff is geweest Wilmken Jacobsdr.
Getoont ter weeskamer bij Anthonis Jacobs rendant op 4-2-1598 voor
Jacob Willem Claesz. voor zich zelve. Uitkoop moeders goed voor
schepenen van Nijervaart 14-9-1595 [uitkoop reikelijk laat]. Eerder
was voogd der wezen Govert Jacobsz., wonende tot Capell. Franck
Adriaensz. was schuldich in de manslach ofte doot van Willem Claesz.
150 pond. De wezen zijn nog aenbestorven van Mariken Henricx
haerluijden moey 51 pond. Idem aenbestorven van Lijnken Jan Tonisdr.
oock hunne moeye 20 pond. De voorkinderen zowel als de nakinderen
van Wilm Claes bekomen nog een som geld van Jan Vervloet tot Breda.
Cornelis Dircx Truweel is ook voogd van de kinderen geweest.
RAWB, Klundert, WK inv.nr.
7-A, d.d. 28-1-1602
Compareerde ter weescamer Adriaen Geraerts,
wedr. van Dingentken Geeritsdr., en Jan Geraerts Quant, oom en
bloetvoogd van de drye onmondige weeskinderen geprocureert bij den
voors. Dingentken Geerits, met name Beatrix Adriaens, out omtrent 10
jaer, Cornelis Adriaens, oudt omtrent 6 jaer, en Michieltgen
Adriaensdr., out omtrent 4 jaer. Uitkoop. Adriaen Geraerts behoudt
de boedel, de kinderen te samen 1.000 gld. Het landbezit in
Steenbergen, en Out- en Nieuw-Gastel blijft met hun vader en de
voorkinderen gemeen bezit. Dingetken had 3 voorkinderen bij Willem
Claesz.
RAWB, Klundert, WK inv.nr.
7-A, d.d. 29-1-1602
Rekening doende Jan Geerits Quants,
weesmeester, als voocht van de nagelaten kinderen van Dingentken
sijne sustere. Getoont ter weeskamer bij de rendant aen Adriaen
Geraertsz. sijn zwager ende Anthonis Jacobs als toesiender van de
voors. wezen.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 6-B, d.d. 13-5-1602
Boedel Willem Claesz.; rekening van de rendant
die op 13 mei 1602 naar Rotterdam gereijst met zijn huijsvrouw om
aldaer in de schole te bestellen Willemken de dochter van Dingenken
Gherritsdr. salr. geprocureert bij Willem Claes ende vandaer voirts
naer Ouwerschie om aldaer voor het tweede jaer te besteden Gheerit-
en Benjamin Willems des voors. Willemkens broers.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 6-B, d.d. 14-6-1603
Ick Matheus des Planques bekenne voldaen te
wesen van Jacobus Lason, rector tot Delft, van deze rekening. Actum
tot Rotterdam 20 mei 1603. Wegens mondcost en het houden van
Willemke Willems, weeskind van de Clundert, van 15 mei 1603 tot 15
mei 1604. Den 14e juni 1603 heeft Jan Geertsen Quant ende Arie
Geertsen samen besomt voor de weeskinderen van Willem Claessen en
Dingenten Geererts voor Geerit ende Benjamin.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 6-B, d.d. 17-11-1605
Rekening doende Jan Gheerits Quants vanwege
Adriaen Geerits ende weeskinderen van Dingentien Gherrit Quantsdr.
geprocureert bij Willem Claesz. Getoont ter weescamer bij Niclaes
Jansz. Quants vanwege 't sterfhuijs van zijnen vader Jan Geeraerts
Quants voor Adriaen Geraerts alhier present.
RAWB, Klundert, WK inv.nr.
7-A, d.d. 12-12-1606
Rekening in 't corte bij Anthonis Jacobs
overgegeven van de goederen van de wezen van Willem Claes, haer
aenbestorven van vaderszijde. Getoont ter weeskamer bij Anthonis
Jacobs als voogd van de wezen ten overstaen van Geraert Willems en
Benjamin Willems, hare zuster nu tegenwoordig mondig.
RAWB, Klundert, ORA inv.nr. 98 (= nieuw 179,
fol. 100-101), d.d. 31-1-1616
Cornelis Adriaens, jonggesel, sieckelijck te
bedde liggende doch zijn verstant redenen sprake ende vijff sinnen
genoch machtig zijnde ende volcomentlijck gebruijckende etc.maakt
zijn testament. Hij legateert aan:
1) 60 gulden voor de huisarmen en voor
de opbouw van de kerk, ieder de helft.
2) Andries Pietersz., zijn zwager, twee
van zijn trekpaarden.
3) De overige goederen op de rechte
erfgenamen ab intestato, behalve dat 2/3e op Geraert ende Benjamin
Willems, zijne halve broeders zullen komen of op hun kinderen onder
voorwaarde dat ze dan alleen het vruchtgebruik zullen hebben.
4) Geeft aan zijn zwager Andries
Pietersz. het vruchtgebruik van de erfenis van zijn weeskind waarvan
de moeder is geweest Beatrix Adriaens, zijn zuster, totdat het
weeskind mondig is geworden.
5) Verder genoemd Michieltje Adriaens,
zijn zuster.
Tot voogden worden benoemd Thonis Anthonis
Sijmonsz. ende Pieter Cornelisz., zijne gebuijrluijden.
RAWB, Klundert, WK invnr. 9-B, d.d. 29-3-1616
Andries Pieters, wedr. van Beatrix Adriaens ter
eenre ende Pieter Jans Meermans ende Corstiaen Marijnis als
geordonneerde voochden en Anthonis Thonis Simons beneffens deselve
als toesiender van ’t weesint geprocureert bij Beatrix Adriaens ter
andere zijde, uijtkoop van ’t weeskint gen. Maijcke Andriesdr., out
omtrent 1 jaer. Het kint erft ook van haer oom zalr. Cornelis
Adriaensz.
Liquidatie tusschen Pauwels Jans van Hoeck (als
man ende voocht van Michieltgen Adriaens) en Corstiaen Marijnis als
voocht van ’t weeskint van Beatrix Adriaens etc.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 9-B, d.d. 6-5-1616
Conditie en voorwadern waerop de voochden van
’t weeskint van Beatrix Adriaens zalr. daer vader off is Andries
Pieters int openbaer zullen vercopen de cleederen t’haren lijve
behoort hebbende.
RAWB, Klundert, WK inv.nr.
11-A, d.d. 4-9-1616
Conditie en voorwaerden waerop de gemene
erfgenamen van Cornelis Adriaen Geraertszone aen den Langen Wech
zullen vercoopen de inboedel. Op huijden hebben de gemeene
erfgenamen namentlijck Pauwels Jans van de Hoeck, als man en voocht
van Michieltgen Adriaens, geass. met Pieter Jans Meermans haeren
geweesden voocht, mitsgaders Geraert- en Benjamin Willems, en Jan
Cornelis Jans met Andries Pieters mede voor zijn weeskint
overgebracht de verkoopcedulle.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 9-B, d.d. 21-4-1617
Rekening doende de secretaris Hendrick Pieters
van de coopdagen der vercochte goederen van de sterfhuijse van
Cornelis Adriaen Geraerts aende Langenwech zalr. Gepresenteerd bij
de redant ter weescamer voor Pauwels Jans van Hoeck, als man en
voocht van Michieltgen Adriaens, … (= Maeijken Andries) daer vader
off is Andries Pieters, mede alhier present, mitsgaders Jan Cornelis
Jans als man en voogt van Willemijntgen Willems, en Benjamin Willems
voor hem zelve ende in desen als lasthebber voor zijnen broeder
Geraert Willems, alle erfgenamen soo van hele als van halve bedde
van Cornelis Adriaen Geraerts ende mede present Pieter Jans Meermans
ende Thonis Sijmons geweesde voocht ende toesiender van de
huijsvrouwe van de voors. Pauwels Jansz.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 11-B, d.d. 21-4-1617
Staet van de achtergelaten goederen van 't
sterfhuijs van Cornelis Adriaen Geraerts. Gedaen en gemaekt ter
weeskamer bij Pauwels Jans van Hoeck, als man ende voocht van
Michieltgen Adriaens, Corstiaen Marijnis van der Steen als voocht
van 't weeskint van Beatrix Adriaens daer vader off is Andries
Pieters, mede alhier, mitsgaders Jan Cornelis Jans als man ende
voocht van Willemtgen Willems, en Benjamin Willems voor hem zelve en
in desen lasthebber van zijnen broeder Geraert Willems, allen
erfgenamen van heele of halve bedde van Cornelis Adriaens.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 14, d.d. ca. 1634
Staet int corte gedaen bij Jan Mathijs als oom
en voogd vant nagelaten weeskint van Andries Pieters zalr. daer
moeder of is geweest Beatrix Adriaensdr.
26.
Benjamin Willemsz., won.
Klundert,
zat op een kostschool te Overschie
(1601-1603), tr. voor 19 februari 1609
Adriaentje Adriaensdr.
Kinderen:
1. Beatrix Benjaminsdr., tr. Barent
Barentsz. (zie 27).
2. Dingetje Benjaminsdr., tr. Theunis Jansz.,
won. Fijnaart. Kinderen:
-
Benjamin Theunisz., ged. Fijnaart (ref) 12 mei
1641 (get. Ariaen Benjamins, Maeyke Benjamins en Grietje Ariens),
won. Fijnaart, erfgenaam van zijn oom 1692.
-
Grietje, ged. Fijnaart (ref) 5 oktober 1642
(get. Cornelis Benjamins, Adriaentje Lenaerts).
-
Beatris, ged. Fijnaart (ref) 14 februari 1644
(get. Cornelis Herberts, Willemijntje Willems).
-
Janneke, ged. Fijnaart (ref) 4 maart 1646 (get.
Arien Herberts, Maeyke Adriaansen, Jacomijntje Benjamins).
-
Jasper, ged. Fijnaart (ref) 27 oktober 1647
(get. Beatrix Gijsbrechts).
-
Janneke, ged. Fijnaart (ref) 13 november 1650
(get. Jan Joosten, Maeycke Hendricx).
3. Maeijke Benjaminsdr., j.d. van Klundert,
tr. 1e Fijnaart (ref) 24 april 1644 Jan Petersz., tr. 2e Hendrick Jansz.,
tr. 3e Fijnaart (ref) 21 augustus 1660 Andries Aelbrechtsz., wedr. van
Hadewij Pietersdr., otr. 4e Fijnaart (ref) 23 juli 1672 Peter Jans Telder,
wedr. van Geetruyt Geertsdr
Kinderen uit het eerste huwelijk:
-
Willem, ged. Fijnaart (ref) 20 november 1644
(get. Tunis Jansz., Dingman Marinus, Jacomijntje Benjamins).
-
Ariaen, ged. Fijnaart (ref) 26 augustus 1646
(get. geen).
-
Peterke, ged. Fijnaart (ref) 13 december 1648
(get. Wilm Buer).
Kind uit her derde huwelijk:
-
Benjamin Andriesz., ged. Fijnaart (ref) 4 maart
1663 (get. Michiel Pietersen, Grietien Teunis), won. Fijnaart,
erfgenaam van zijn oom 1692.
4. Adriaen Benjaminsz., j.m. van Klundert,
won. Fijnaart, overl. voor 1692, otr. Fijnaart (ref) 25 juni 1661 Maeijken
Jansdr., weduwe van Cornelis Jacobsz.
5. Jacomijntje Benjaminsdr.
6.
Cornelis Benjamins, won. Polder Nieuwendijk, overl. voor 25 mei 1692.
Opmerking
Er zijn (nog) geen bronnen gevonden
waaruit blijkt dat de Benjamin Willemsz., die vermeld wordt als zoon
van Dingetje Gerritsdr. (Quant), dezelfde is als Benjamin
Willemsz., die gehuwd was met Adriaantje Adriaansdr.
In Klundert en omgeving komt echter de
voornaam Benjamin, in combinatie met het patroniem Willem, verder
niet voor. Vrijwel iedereen die in het noordwesten van Brabant in
zijn kwartierstaat de voornaam Benjamin heeft, stamt van Benjamin
Willemsz af. Het is vrijwel uitgesloten dat in Klundert in dezelfde
tijdsperiode tweemaal een persoon zou voorkomen met de naam
‘Benjamin Willemsz.’ van vrijwel dezelfde leeftijd, waarbij
oorkondelijk vast staat dat hun nazaten de voornaam Beatrix blijven
doorgeven. De andere in 1692 vermelde en te Fijnaart wonende
erfgenamen, namelijk Benjamin Teunisz en Benjamin Andries, zijn
verder onderzocht. Zij zijn kleinzoons van Benjamin Willems. Dit
onderzoek leverde voorts de andere kinderen van Benjamin Willems op,
waaronder een dochter Dingena (vernoemd naar zijn moeder Dingetje
Gerritsdr. Quant).
Bronnen
RAWB, Klundert, ORA inv.nr. 97 (= nieuw 178,
fol. 152v), d.d. 19-2-1609
Benjamin Willems, als man ende voocht van
Adriaentgen Adriaensdr., ende bekende bij dezen int handen van
Adriaen Cornelis, aen den Nieuwendijck, voldaen ende betaelt te
wesen van alsulcke penningen als hij vanden voors. zijne huysvrouw
weghen onder gehat heeft gelijck hij mede bekende vernoecht ende
voldaen te wesen van haer aendeel van gronden van eenen geleghen
onder de Hoeven, een onder Bosch ende andersinds in Brabant haer
eenichsins competerende, cederen oversulcx ten behoeve vanden zelven
Adriaen Cornelisz. alle zijne gerechticheijt die hij nominus uxoris
den zelven Adriaen Cornelisz. daer in te worden gegoeit geeft ende
gevest. Constitueerde voorts specialijck Jan van Hensbij (?) omme
bij voors. Adriaen Cornelisz. voorn. bij gerechte daer d’zelve
perceelen gelegen zijn te moghen goeden, erven ende vesten
behoorlijcke brijeve van opdracht daer van te passeren ende voorts
te qualijceren ende specialijcken alles daer in te doen wes hij
comparant zelfs put (?) zijnde soude comen ofte moghen doen.
Gelovende voor goet vast ende van waerden te houden al ’t gunt bij
den voors. geconstitueerde daer in zal worden gedaen ende
gebesoigneert onder alle verbanden van regten wegen daer toe staende
ende behooren. Actum den xixe februarij 1609.
RAWB, Klundert, ORA inv.nr. 101 (= nieuw 182,
fol. 49v), d.d. 14-5-1647
Jan Stoffelsen, woonende aende Roodevaert,
Commer Pietersen van der Hoeven ende Tonis Claessen Endepoel, beijde
woonachtich onder de jurisdictie van 7bergen, doch aen dees sijde
renueirende, ende bekende samentlijck een voor al als pricipalen wel
ende deuchedelijck schuldig te wesen aen Cornelis Benjamins, soon
van Benjamis Willems ofte actie vercrijgende de somme van hondert en
vijfftich kar.gld. te xl groot t stuck eens, ter cause van goede
deuchdelijcke geleenden ende ondergedaene gelde, hen comparanten
gesamentlijck ten dancke aengetelt: soo sij verclaerde tot betalinge
vande paine vant huijs gecocht bij Adriaen Huijbrechts van Charel
Zansaert vervallen den xe meert 1647, waer voren zijluijden
comparanten hun hadde geconstitueert borgen ende principale
schuldenaren onder behoorlijcke renunchiatie, geloven zijluijden
comparanten d’voors. openningen aff te leggen ende restitueren tot
vermaninge ende believen van houder deses mitten interest vandoien
jegens den penninck zeven per cente, etc. Op huijden xiiie maij
1647.
RAWB, Klundert, Notaris P.A. Criellaert,
inv.nr. 4514 (= nieuw 9), d.d. 25-5-1692
Jonker
Johan Huttenhey, schepen inde wet alhier, in qualiteit als
rentmeester van de Wel Ed. Hoochgebooren Heeren ende Vrouwen
erffgenamen wijlen vrouwe Margareta van Mechelen, douagiere van den
Wel Ed. Hooch Geboren Heere Philips van Steelandt, in sijn leven
Drossaerd van Bladeren, ende Raadt van sijn Princelijcke Excellentie
Hooch Loffelijcke Memorie etc., mitsgaders als ontfanger van de
verpondinge over den Santbergh, Nieuwedijck ende verdere andere
polders, ende Hendrick Geeritse Veerman, als gesurrogeerde voocht
over de naergelaten weeskinderen wijlen Claes Janssen Elandt, in
echten verweckt aen Lauwereijsken Barents, ende in dier respectieve
qualiteijt als principaelste crediteuren van den naergelaten boedel
ende goederen wijlen Cornelis Benjamins, overleden inden
Nieuwendijck voors., onder de jurisdictie van Sevenbergen, ter eenre
ende Benjamin Teunissen, ende Benjamin Andriessen, beijde wonende
onder de jurisdictie van den Fijnaert alsmede de voors. Laureijsken
Barents, wonende onder dese juridictie als te samen respectieve
naeste bloedvrienden ende erffgenamen ab intestato van den voorn.
Cornelis Benjamins, in dier qualiteit ter andere sijde. Ende de
voorn. respectieve comparanten in haere voors. qualiteijten met
malcanderen onderling overcomen ende geaccoordeert te wesen gelijck
sij doen mits desen, ende dat in voegen ende manieren
naerbeschreven, te weten, dat de voors. drie laetste comparanten in
haere geuijte qualiteit sullen vermogen aen te vaerden dens voors.
naergelaten boedel ende goederen vanden voorn. Cornelis Benjamins,
mits ende onder dese desselfs conditien ende voorwaerden nochtans
dat de selve laetste comparanten gehouden sullen sijn, gelijckt sij
beloven bij desen alle deselve goederen ende effecten vanden voors
naergelaeten boedel wijlen hem Cornelis Benjamins publiecqelijck te
doen vercopen overgeven ende beneficeren ten behoeve ende profijte
vanden voorn. twee eerste comparanten in der selven respectieve
qualiteijten omme uijt de eerste ende gereetste penningen daervan
suijvere provenierrend bij haer selffs ontfangen genoeten ende
profiteert te werden, soodanige sommen van penningen als deselve tot
lasten vanden gemelten boedel te eijschen ende te pretenderen
hebben. ende dat etc. etc.
Uit het trouwboek van Fijnaart:
Fijnaart, DTB trouwboek (ref), d.d.
24-4-1644
getr. Jan Peters, en Maeijke
Benjamins, j.d. van de Clundert.
Fijnaart, DTB trouwboek (ref), d.d.
21-8-1660
getr. Andries Aelbrechts, wedr. van
Hadue Pieters, en Maijken Benjamins, weduwe van Hendrick Jansen,
won. byde in de Fijnaert.
Fijnaart, DTB trouwboek (ref), d.d.
25-6-1661
ondertr. Arije Benjamins, j.m. geb. in
Clundertslant, en Maeijken Jans, weduwe van Cornelis Jacobsz., won.
byde in de Fijnaert.
Fijnaart, DTB trouwboek (ref), d.d.
23-7-1672
ondertr. Peter Jans Telder, wedr. van
Geertruyt Geerts, en Maeijcken Benjamins, laatst weduwe van Andries
Aelbrechts, won. beyde onder Fynaert.
27. Beatrix
Benjaminsdr., over. voor 23 juni 1643, tr.
ca 1640 Barent Barentsz., won. aan
de Langeweg onder Klundert, landpachter, overl. voor 13 december 1667.
Hij tr. 1e
(voor 14 april 1621) Laureyske Cornelisdr. Scheurder, geb. ca. 1588, overl.
voor 25 april 1641, dr. van Cornelis Cornelis Scheurder en Lyntje
Sebastiaens, tr. 3e Leentje Jacobsdr. Truweel, geb. ca. 1624,
overl. voor 2 november 1662, dr. van Jacob Cornelisz. Truweel en Tryntje
Pietersdr.
Kind:
1. Laureyske Barentsdr.,
geb. ca. 1641, tr. Claes Jansen Elant (zie generatie 28).
Kinderen uit het derde huwelijk van Barent
Barentsz. bij Leentje Jacobs Truweel:
2. Trijntgen Barentsdr., tr. (voor
13 december 1667) Adriaen Cornelis Schouwenaer.
3. Susanneken Barentsdr., tr.
Willem Bartels.
4. Maeijcken Barentsdr., tr.
Marinus Jacobs Cruijslander.
5. Adriaentge Barentsdr.
Bronnen
RAWB, Klundert, WK inv.nr.
7-A, d.d. 2-12-1608
comp. Lintgen Bastiaens, wedu van Cornelis
Cornelis Scheurder, ter eenre en Thomas Jans als gecoren voocht van
de 3 kinderen van Cornelis Cornelis Scheurder met name Laureijsken
Cornelis, out omtrent 20 jr., Bastiaens Cornelis, out omtrent 14 jr.
en Cornelis Cornelis, out omtrent 6 jr., geprocreert bij de voors.
Lijntgen Bastiaens, ter andere zijde. Cornelis Scheurder had een
voordochter Adriaentgen Cornelisdr. met een kind genaempt Adriaen
Adriaensen.
RAWB, Klundert, ORA inv.nr. 99 (= nieuw 180,
fol. 2), d.d. 14-4-1621
Barent Barentsz., ende bekende deuchdelijck
schuldich te wesen aen Anthonis Thonis Sijmonsz. oft sijns actie
vercrijgende de somma van achtien hondert kar.gld. xl grooten tstuck
ter sake vande melipratien ende verbeteringe vande ixe hoeve van
sijn E.G. (Edele Grootheid?) Grooten Polder van Nijervaert op sijn
pacht ende last mit voorgaende consente van zijn E.G. rentmeester
hem te dancke overgelaten. Geloevende d’vooors. achttien hondert
gulden in handen voorn. te betalen opte navolgende termijnen te
weten twee hondert de selven guldens Jacobi dach in julio
eerstcomende deses loopende jaers 1621 ende voorts alle jaren ende
Jacobi dagen daeraen volgende etc. onder verbiding van sijns
persoons, compareerde mede Jacob Michiels, Pieter Cornelisz. ende
Lijntgen Sebastiaens, weduwe van Cornelis Cornelis Scheurder, geass.
met voors. Jacob Michielsz., haren gecooren voocht in desen, ende
hebben hen selven voor de voldoeningen van al des voors. is
geconstitueert. Besegelt op xiiiie aprilis 1621.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 13, d.d. 10-3-1631
Staet en inventaris van Jacob Cornelis Truweel
en Trijntgen Pieters, zijn overleden huisvrouw, geïnventariseerd op
10-3-1631 ten sterfhuijs. Op huijden 11-3-1631 bekende Jacob
Cornelis Truweel, weduwnaar van Trijntgen Pieters ter eenre
mitsgaders Willem Pieters en Jacob Claes respectieve oom en voocht
ende toesiende van de nagelaten weeskinderen van de voorn. Trijntgen
Pieters geprocreert bij den voorn. Jacob Truweel ter andere zijde,
uitkoop, opvoeding en tsamen 500 car.gld. van hun moedersgoet. De
vyer onmondige weeskinderen met namen Leentgen Jacobs, out 7 jaeren,
Cornelis Jacobs, out 6 jaeren, Pieter Jacobs, 4 jaeren ende
Adriaentgen Jacobs, 16 weken.
RAWB, Klundert, ORA inv.nr. 100 (= nieuw 181,
fol. 212), d.d. 25-4-1641
Barent Barentsz., voor d’een helft ende
Cornelis Cornelisz. Scheurders als eenige erfgename van zalr.
Laureijsken Cornelisdr., syne suster, ende overleden huisvrouwe van
den voorn. Barent Barentsz. ende bekenden indier qualiteit wel ende
wettelijck vercocht getransporteert gecedeert ende opgedragen te
hebben soo als sy doen mits desen in rechten vrijen eijgendomme aen
ende ten behoeve van Bartholomeus Huijbrechtsen seker huijsinge ende
erfe staende ende gelegen benoorden de Kercke binnen in dese stede
genaempt ‘St. Pieters’ daer oostwaerts is aenbelent ’s Heerenstrate
ende westwaerts Corstiaen Turnhout smidt, streckende voor van ‘s
Heerenstrate tot achter aenden Schousloot tegens ’t quartier ofte ’s
lants hutten, belast met heeren grontcijns etc. op huijden xxve
aprilis 1641.
RAWB, Klundert, WK inv.nr.
16-A, d.d. 23-6-1643
Inventaris van de goederen bevonden ten huize
van Barent Barents, lest weduwnaer van Beatrix Benjamins.
Compareerden ter weescamer Nijervaert Barent Barents lest wedr. van
Beatrix Benjamins, ter eenre mitsgaders Jacob Cornelis Truweel ende
Benjamin Willemsen resp. vooght ende toesiender over 't nagelaten
weeskint van de voors. Beatrix Benjaminsdr., ter andere zijde.
Uitkoop. Het kind gen. Laureijsken Barentsdr., oud 2 jaar, 500 gld.
uit het moederlijke goet.
RAWB, Klundert, ORA inv.nr. 100 (= nieuw 181,
fol. 266v), d.d. 4-6-1644
Oisvel Thomas, soldaet onder de comp. van Capt.
Johan Manleij, als getrouwt hebbende Willemken Cornelis
Brootroindersdochter, ende oversulcx mede erffgenamen van zalr.
Huijbrecht Huijbrechtsen, haren oom was, ende indier qualiteijt
bekende wel ende wettelijcken vercocht getransporteert gecedeert
ende opgedragen te hebben gelijck sij bij desen aen ende ten behoeve
van Cornelis Cornelis Scheuders, out wethouder deser Stede, sijn
contingent wesende een gerechte vierde part in sekere custings
schultbrieffve, luijdende tot laste van Robbert Arentfelt ende zijne
borgen etc, ter somma van vijff hondert kar.gls., etc. etc. Op
huijden den iiii junij 1644.
RAWB, Klundert, WK inv.nr.
19-A, d.d. 2-11-1662
Staet ende inventaris van de boedel en goederen
bevonden ten sterfhuijze van Barent Barentsen, wedr. van Leentgen
Jacobsen Truweelsdr. Geïnventariseert bij Barent Barentsen,
lantpachter in de Grooten Polder Neijervaart int bijwesen van
Cornelis Jacobsen Truweel als voocht, Claes Jansen Elant als
toesiender van de onmondige weeskinderen van wijlen Leentken Jacobs
Truweel daer vader off is Barent Barentsen.
RAWB, Klundert, WK inv.nr.
19-A, d.d. 12-2-1664
Reeckening doende Barent Verveer van de
coopcedulle horende Barent Barentsz onder sijne weeskinderen.
Gepresenteerd ter weeskamer bij den rendant in desen voor Claes Jans
Elant als vooght over de weeskinderen wijlen Leentgen Jacobs,
verweckt aen Barent Barents.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 19-B, d.d. 12-2-1664
Rekening doende Barent Verveer van de
administratie bij hem gehad als collecteur van 2 coopcedullen t.z.v.
coren te velde etc. toebehorende Barent Barents ende sijne
weeskinderen. Gepresenteerd bij den rendant voor Claes Jans Elants
als voogt over de weeskinderen wijlen Leentgen Jacobs verweckt aen
Barent Barents.
RAWB, Klundert, ORA inv.nr. 102 (= nieuw 183,
fol. 230), d.d. 9-9-1665
Cornelis Truweel, woonende in Blommendael onder
dese jurisdictie, sieckelijck naer den lichame doch sijn verstant
spraicke memorie ende sinnen wel machtich sijnde ende volcomntlijck
gebruickend etc., testeert.
Legateert aan Joffr. Cornelia Mugh, een gerecht
vijfde part van zijn goederen, item aan de armne deze Stad de som
van 50 gld.
Tot zijn enige en universele erfgenamen worden
benoemd Cornelis Jacobsz. Truweel, Jan Cornelisz. Elant, in huwelijk
hebbende Maeijcken Jacobs Truweel, de kinderen van Barent Barentsz.,
verwekt aan Leentken Jacobs Truweel, en het nagelaten zoontje van
Pieter Jacobs Truweel. Volgen nadere bepalingen over de verdeling
van de erfenis en benoeming van voogden. Over de kinderen van Barent
Barentsz. wordt tot voogd aangesteld Claes Jansen Elant en tot
toeziender voorn. Cornelis Jacobs Truweel.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 19-B, d.d.
13-12-1667
Reeckening doende Claes Jansen Elant als voogt
over de 4 weeskinderen van Barent Barentsz. verweckt bij Leentken
Jacobs Truweel salr. sijn leste huisvrouw was met name Trijntken
Barents, nu getr. met Adriaen Cornelissen Schouwenaer, Susanneken,
Maeijcken ende Adriaentken Barents. Van de administratie van deselve
Elant gehad van de goederen die Barent Barents soo ten tijde den
selve noch in leven was nl. tsedert 6 mei 1662 of daeromtrent tot
huijden dato.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 20-A, d.d.
[ongedateerd] = 8-2-1678
Rekening doende de wedu van wijlen Claes Jansen
Elandt in leven voocht over de 4 kinderen van Barent Barentsen
verweckt bij Leentken Jacob Truweel salr. sijne leste huijsvrouw
was, beijde salr. met namen Trijntje Barents, getr. met Adriaen
Cornelissen Schouwenaer, Susanneken Barents, getr. met Willem
Bartelsen, Maijcken en Adriaentje Barents ende dat bij deselve
Elandt gedaen en gehad van de goederen der voors. kinderen
aenbestorven en aangeërft door doode van Cornelis Truweel den voors.
kinderen oudtoom maternel volgende den testamente voor schepenen
alhier van 9 september 1665 en de wettige verdeelingh van date 29
september 1671.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 21, d.d. 30-5-1682
Reeckening doende Anneke Jeromias van der Clossen, weduwe van Jan
Hendricx Nobel in leven voocht was gesuggereert in plaats van Claes
Jans Elandt over de kinderen van Barent Barentsen verweckt bij
Leentjen Jacobs Truweel zalr. sijne leste huijsvrouw was; beijden
overleden, met name Trijntje Barents, getr. met Adriaen Cornelissen
Schouwenaer, Susnanneken Baents, getr. met Willem Bartles, Maeijcken
ende Adriaentje Barents, nu alle meerderjarig. Gedaen sedert de
leste reckening van 8-2-1678 over de goederen de kinderen
aenbestorven door doode van wijlen Cornelis Truweel de voors.
kinderen oudtoom maternel voor schepenen en secretaris alhier op
9-9-1665 gepasseert en de wettige verdeelinge tusschen de resp.
erfgenamen wijlen Cornelis Truweel haeren oudtoom bekomen voor haere
erfportie een somme van 1.288 gld. Erfgenaam is ook Marinus Jacobs
Cruijslander, als getr. hebbende Maeycken Barents, sijnde 1/4e part
getransporteert aen Cornelis Pieter Schipper.
28.
Laurijeske Barentsdr., geb. ca. 1641,
overl. voor 20 januari 1713, tr. 1e ca. 1660 Claes Jansen
Elant, won. in de Grote Polder van
Niervaart onder Klundert, bouwman, pachtte de achtste hoeve (1671), schepen,
overl. tussen 24 september 1677 en 8 februari 1678, tr. 2e (na 2
september 1679) Arij Japhets, overl. voor 18 augustus 1681.
Hij tr. 1e
ca. 1635 Soetje Anthonisdr. (eerder weduwe van Cornelis Gijsbrechts, overl.
voor 11 november 1634), overl. voor 4 oktober 1658.
Kinderen uit het eerste huwelijk van Soetje
Anthonisdr. bij Cornelis Gijsbrechtsz.:
1. Leentgen Cornelisdr., geb. ca.
1624, tr. Jan Corelisz. Elant.
2. Maijcken Cornelisdr., geb. ca.
1628, tr. Jan Elbertsz.
3. Barbera Cornelisdr., geb. ca.
1631, tr. Ferdinandus Damia.
4. Cornelia Cornelisdr., geb. ca.
1634.
Kind uit het eerste
huwelijk van Claes Jansen Elant:
1. Jan Claesz. Elant, geb. ca.
1636, overl. voor 28 augustus 1681, tr. Janneken Ariens Grootenboer.
Kind:
1. Soetje Jansdr. Elant.
Kinderen (ex 1):
2. Elant Claesz. Elant, j.m. geb.en
won. in den Grooten Polder van Nievaart, tr.1e Klundert (civ) 8 april 1684
Maeijken Jansdr. van der Zwaluwe, weduwe van Adriaen van der Zwaluwe, overl.
Klundert (gaarder) 21 januari 1709.
Kind:
1. Clasijntje Elant, geb. ca.
1697.
3. Benjamin Claesz. Elant, ged.
Zevenbergen (ref) 5 maart 1662, j.m. (ged. en won. in de Groote Polder van
Niervaart), overl. Klundert (gaarder) 3 januari 1729, tr. 1e Klundert (civ)
22 februari 1687 Marijken Damissen van der Cruijs, j.d. geb. en won. mede in
de Groote Polder van Niervaart, overl. voor 16 mei 1694, dr. van Damis
Janssen van der Cruijs en Jenneke Pieters Cramer, tr. 2e Sijntje Engelsdr.
van den Berg, overl. Klundert (gaarder) 17 oktober 1720.
Kind (ex 1):
1. Clasina Benjaminsdr. Elant,
geb. ca. 1691.
4. Beatrix Claesdr. Elant, overl.
Klundert (gaarder) 13 oktober 1705, tr. Laureijs Timmers.
5. Cornelis Claesz. Elant
(zie generatie 29).
6. Neeltje Claesdr. Elant, ged.
Zevenbergen (ref) 22 mei 1667, j.d. won. Klundert, overl. voor 28 maart
1707, tr. 1e Klundert (civ) 10 februari 1691 Jacob Cornelissen
van Etten, j.m. won. Klundert, tr. 2e Klundert (ref) 16 mei 1706
Bastiaen Cornelis (den) Hollander.
Kinderen (ex 1):
1. Cornelia van Etten, geb. ca.
1697.
2. Claes van Etten, geb. ca.
1701.
7. Aaltje Claesdr. Elant, overl.
Klundert (gaarder) 12 februari 1713, tr. Cornelis Adriaensz. Visser, ged.
Standaartbuiten (ref) 21 augustus 1672, zn. van Adriaen Jansz. en Grietje
Willems.
Opmerkingen
Volgens J.L.
Rijndorp zou Soetje Anthonisdr. voor een tweede keer gehuwd zijn
geweest met Jan Cornelisz. Daarover is niets gevonden. Misschien
heeft hij Jan Cornelisz. Elant de schoonzoon aangezien voor derde
echtgenoot.
Het is
opmerkelijk dat Claes Jansz. Elant ca. 1660 huwt met een vrouw, die
jonger is dan zijn zoon uit zijn eerste huwelijk.
Het
oorspronkelijke doopboek van Klundert is verloren gegaan, waarna men
aan de hand van verklaringen het doopboek in het eerste kwart van de
18e eeuw heeft gereconstueerd. Het doopboek is dus niet
compleet.
Bronnen
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 99 (= nieuw 180, fol. 202v ), d.d. 29-3-1628
Cornelis Gijsen,
won. aen de Noortsijde ende bekende wel ende deuchtelijck schuldich
te wesen aen Grietgen Cornelisdr., weduwe van Pieter Cornelisz.
Maet, off actie deser vercrijgende de somma van veertien hondert
vijfentwijntich kar.gld. te xl grooten tstuck, ter cautie vande
melaris ende winst van de (... = niet ingevuld) hoeve van dese
Grooten Polder etc.
In de marge:
compareerde Grietgen Cornelisdr., weduwe van Pieter Cornelisz. Maet,
ende lest weduwe van Corstiaen Marijnis van Steen, geass. met Francq
Schoormans, haren gecoren voocht in desen, ende bekende wthanden van
Cornelis Gijsen ende desselfs nasaet Claes Jansz. (= Claes Jansen
Elant) voldaan te wesen, op 12 december 1637.
RAWB, Klundert, WK
inv.nr. 13, d.d. 11-11-1634
Staet en
inventaris van alle goederen van Cornelis Gijsbertsz. zalr. in leven
tesamen met Soetken Anthonisdr. sijne nagelaten weduwe beseten,
geïnventariseert 10-11-1634 op de pachthoeve int bijwesen van Aert
Gijsbertsz. als oom ende bloetvoocht van de nagelaten weeskinderen.
Soetgen Antonisdr.
weduwe van Cornelis Gijsberts, overleden aen de Roovaert, geass. met
Jan Goossens haren gecoren voogd in desen ter eenre mitsgaders Aert
Gijsberts als oom en bloetvoogd en Balten Cornelis als toesiender
over de nagelaten weeskinderen ter andere sijde, volgt de uitkoop.
De kinderen met name Lijntgen (= Leentgen) Cornelis, 10 jr., Maycken
Cornelis, 6 jr., Barbara Cornelis, 3 jr. en Cornelia Cornelis 6
maenden.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 16-A, d.d. 26-2-1645
Staet en
inventaris van Claes Joosten, timmerman, ende Tanneken Jans, sijn
binnen Nijervaert overleden huisvrouw. Voocht over de kinderen
Balten Cornelis Ketelaer en toesiender Claes Jans Elants, namelijk:
Josijntgen Claes, 12 jr., Antonetta Claes, 4 jr. en Jaobmijntgen
Claesdr., out 2 jr.
P.S.: Hier is
waarschijnlijk sprake van een zuster van Claes Jansz. Elant.
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 102 (= nieuw 183, fol. 97), d.d. 4-3-1658
Claes Janssen
Elant, schepen in wette alhier, clouck ende gesont van lichaem,
gaende ende staende ende onder den volcke verkeerende ende Soetken
Thonisdr., echte man ende vrouw, d’selve sieckelijck in een
slaepbanck voor de viere liggende beijde haer verstandt sprake
sinnen ende memorie over al wil machtich sijnde ende volcomentlijck
gebruijckende gelijck opentlijck voor ons heeft gebleecken,
testeren, legateren aan de diaconie armen van deze Stad 50 gulden.
Verder wordt gesproken over eigen- en pachtlanden, bougereedschappen
etc. waarin de langstlevende zal blijven zitten.
Indien de
testateur eerst overlijdt zal hun beider zoon Jan Claesz. Elant, oud
omtrent 22 jaar, uitgereikt worden voor zijn vaderlijke erfenbis
1.800 gld.
Indien de
testatrice eerst overlijdt dan zal haar man haar drie dochters
Maijken Cornelis, tegenwoordig getrouwd met Jan Elbersen, Barbel
Cornelis, getrouwd met Ferdinandus Damia, en Cornelia Cornelisdr.,
oud omtrent 25 jaren, bij haar in voorgaande huwelijk verwekt door
Cornelis Ghijsbertsz., mitsgaders aan haar voornoemde gezamenlijke
zoon, tesamen uit reiken 1.800 gld. eens, elk kind daarvan zijn
portie genietende. De voorkinderen zijn voldaan behalve Cornelia
Cornelisdr.
RAWB, Klundert, WK
inv.nr. 17-B, d.d. 4-10-1658
Inventaris van de
goederen nagelaten bij Soetken Thonis, overleden in den Grooten
Polder van Nijervaert, en metterdoot ontruijmpt ende bij Claes
Jansen Elandt, wedr. van de voorn. Soetken Thonis, wert
gepossideert. Geïnventariseert ten sterfhuijse van de voors. Soetken
Thonis salr. int bijwesen van Jan Eldersen als getr. hebbende
Maijcken Cornelisdr. eene van de voordochters ende mede-erfgenaam
van de voors. Soetken Thonis.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 19-A, d.d. 17-11-1669
Reeckening doende
Jan Cornelis Elant lest wedr. van wijlen Leentgen Cornelis. Getoont
ter weeskamer bij de rendant ter requisitie van ende aen Jan Elders
als getr. hebbende Maijken Cornelisdr. De boedel van de voors.
Leentgen Cornelis competeert de verkooppeningen van eht hijs met het
gebruijck van 3 schaerweijden en een gemeten saeylant op den
pachthoeve van Cornelis Truweel 480 pond, verkocht aan Jan Cornelis
van den Santberch op 11 maart 1654.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 190A, d.d. 18-11-1669
Reeckening doende
Balten Ketelaer als administratie hebbende gehad van de cedulle der
vercochte cleederen naergelaten bij Cornelis Gijsen. Getoont ter
weeskamer bij den rendant in desen aan Jan Elders als getr. hebbende
Mayken Cornelisdr., Jan Cornelis Elant wedr. van wijlen Leentgen
Cornelis op 18-11-1664. Betaald aan Leentgen Cornelis en Barbera
Cornelis 50 pond, aan Jan Elderts in qualiteit als boven een gerecht
vierde part vandien ende ’t selve wederomme van Jan Cornelis en de
twee verdere susters die eerst teveel ontvangen hebben, nu
restitutie op order van de superintendent.
RAWB, Klundert, WK
inv.nr. 19-B, d.d. 6-3-1671
Acte van
authorisatie van de weduwe van Michiel Hagens pachter van ’t
hoorengelt ingaende 1 october 1669 om te verhalen aan de goederen
van Jan Claessen Elant vanwege achterstallig hoorengelt.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 20-A, d.d. 30-5-1671
Estimatie van de
goederen toebehoorende Jan Claes Elant pachter van zijne Ex. in den
Grooten polder van Nievaart.
RAWB, Klundert, WK inv.nr. 20-A, d.d. 4-6-1671
Estimatie van de
goederen toebehoorende Claes Jans Elant pachter van de 8e hoeve in
de Grooten Polder van Nievaert.
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 141 (nieuw), d.d. 24-9-1677
Claes Jansen
Elandt, bouwman, wonende in den Groten Polder van Niervaert, ende
Laureijsje Baerents, desselfs huysvrouwe, sijnde hij testateur
sieckelijck te bedde leggende, doch sij testatrice cloeck ende
gesont van lichaeme, gaende ende staende niettemin beijde haere
memorie hebbende ende verstant volkomen machtich ende gebruijcken,
soo ons uijtterlick bleeck, testeren, de langstlevende is erfgenaam
en is gehouden hun kinderen op te voeden tot hun mondige dagen,
voorts hebben sij gestelt tot voocht over de voors. minderjarige
kinderen Jan Hendericksz. Nobel ende tot toesiender Abraham Elant,
onder expresse seclusie van de weeskamer der stede Nievaert.
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 103 (nieuw 184, fol. 137), d.d. 7-5-1678
Tanneken Jans
Goers, wedu wijlen Huijbrecht Coomans, woonende inde Heijninge
welcke bekende wel ende deugdelijck schuldich te sijn aen ende ten
behoeve van Adriaen Japhten, woonende onder dese jurisdictie een
somme van 350 car.gld. etc.
RAWB, Klundert, WK
inv.nr. 20-B, dd.d. [ongedateerd] (tussen 22-12-1678 en 7-3-1679)
Staet en
inventaris van alle goederen bevonden ten huijse van Laureijske
Barents weduwe wijlen Claes Jans Elandt.
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 103 (nieuw 184, fol. 154v), d.d. 16-6-1679
Arij Japthen,
woonende onder dese jurisdictie, tr. aan Sr. Aelbrecht van der
Broeck, voorgaende schuldbrief van 350 car.gld.
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 103 (nieuw 184, fol 160), d.d. 2-9-1679
Laureijsken
Barents, wedu van Claes Jansz. Elant, woonende inden Grooten Polder
van Niervaert, dewelcke bekende bij desen wel ende deuchedelijck
schuldich te wesen aen Jan Henricxs Nobel ende Abraham Elant,
respectieve voocht ende toesiender over de nagelaten weeskinderen
van zalr. Claes Jansz. Elant bij hem aen haere comparante verweckt
en sulcx ten behouve van den selve weeskinderen een somme van 196
car.gld. 11 stuijvers tot supplement van der selve weeskinderen
vaderlijck goet hun competerende boven de melioratie en andere
brieven aen de selve op heden getransporteert etc.
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 103 (nieuw 184, fol 160v), d.d. 2-9-1679
Cornelis
Benjamins, woonende in den Nieuwendijck onder de jurisdictie van
7bergen, welcke bekende wel ende deuchdelijck schuldich te wesen aen
ende ten behoeve van Jan Hendricksz. Nobel als voocht ende Abram
Elant als toesiender, over de nagelaten weeskinderen van zalr. Claes
Jansz. Elant bij hem verweckt bij Laureijsken Barents, een somme van
150 gld. spruijtende ter saecke van een affreckeninge bij hem met
Laureijsken Barents gedaen die deselve somme op heden aen de voorn.
Nobel getranspoirteert, etc.; compareert mede Adriaen Japhten,
woonende onder dese jurisdictie, de welcke hem als borg stelt.
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 141 (nieuw), d.d. 13-3-1681
Arij Japhten ende
Laureijsken Barents, echteluijden, woonende in de Groote Polder van
Niervaert, sijnde hij testateur sieckelijk ende te bedde leggende
ende sij testatrice cloeck ende gesont van lichaeme gaende ende
staende niettemin beijde haer verstant ende memorie volkomen
machtich als ons uijterlick bleeck.
De testateuren
stellen elkaar tot universele erfgenaam onder conditie dat van hen
beiden gehouden zal zijn alle de voorkinderen van de testatrice zes
in getal op te voeden en te onderhouden. Ingeval zij testatrice de
langstlevende zal zijn, zal zij gehouden zijn aan de broeder van de
testateur Cornelis Japhten in één keer uit te keren 25 pond. Indien
de testatrice als eerste mocht komen te overlijden, zal de testateur
de kinderen tot hun 18 jaar onderhouden en ieder kind een somme van
100 gld. zonder meer eventueel te vervallen van het ene kind op het
andere uitreiken. Tot voogd wordt aangesteld boven de langstlevende
Jan Hendricksz. Nobel.
P.S.: In de acte
worden de kinderen niet met naam genoemd.
RAWB, Klundert, WK
inv.nr. 21, d.d. 28-8-1681
Staet en
inventaris van alle goederen bevonden ten huijse van Janneken Ariens
Grootenboer, wedu van Jan Claes Elandt, in den Grooten Polder van
Neijervaert. Zij belooft aan haer kint met name Soetje te mondige
dagen uijtte reijken 40 gld.
RAWB, Klundert, WK
inv.nr. 23, d.d. 16-5-1694
Staet en
inventaris van de boedel en goederen wijlen Marijken Damissen van
der Cruijs en desselfs naergebleven weduwnaer Benjamin Claessen
Elandt, wonnende in de Grooten Polder van Nyervaert. Aldus
geïnventariseert int bijwesen van des weemints grootmoeder Jenneke
Pieters Cramer, weduwe van Damis Janssen van der Cruijs. Op
11-5-1695 heeft Benjamin Elandt belooft sijn kint genaemt Clasina
Benjamins Elandt, out omtrent 4½ jr. te alimenteren en voor zijn
moedersgoet 100 gld. Voocht is hij zelf en toesiende is Bastiaen
Pietersen Cramer.
RAWB, Klundert, WK
inv.nr. 23, d.d. 28-3-1707
Staet en
inventaris van alle goederen nagelaten door Bastiaen Cornelis
Hollander ende sijne overledene huijsvrouw Neeltje Claessen Eland
gedaen en maacken bij den voorn. Bastiaen Hollander voor de
weeskamer wegens de twee minderjarige weeskinderen van de voors.
Neeltjen Claessen Eland verweckt bij Jacob van Eetten. De post den
4e april 1707 met Bastiaen den Hollander geaccoordeert dat hij sal
blijven in het volle besit van de moeder, mits dat hij de twee
voorkinderen van zijn vrouw verweckt bij Jacob van Etten met name
Cornelia, out 10 jr. en Claes, out 6 jr. sal alimenteren.
RAWB, Klundert, WK
inv.nr. 23, d.d. 18-2-1709
Staet en
inventaris van alle goederen nagelaten door Elant Claessen ende
desselfs overleden huijsvrouw zalr. Maeijke Jans tevoorens weduwe
was van Adriaen van der Zwaluwe, waervan de eene helft geproiteert
moet worden bij den voors. weduwnaer Elant Claessen ende de
wederhelft bij de kinderen van de voors. Maeijke Jans tot vier in
getal, waervan drie sijn voorkinderen verweckt bij Adriaen van der
Zwaluwe, het oudste genaemt Maeijke, getrouwt met Jacob Adriaensen
den Boer, en de twee andere Cornelis en Strijntje, en de vierde
sijnde het nakind verweckt bij Elant Claessen voors. genaemt
Clasijntje Elant, out omtrent 12 jr.
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 105 (= nieuw 186, fol. 76v), d.d. 20-1-1713
Jan Claassen
Cramer, mr. schoenmaecker, woonende alhier, dewelke verclaarde met
voordaande consent van d’Heer Bailliu Huge van de Mast, Heere van
Cleijnpoelgeest, regtelijck op sijn gront te besetten en arresteren
alle soodanige meuble goederen als jegenwoordig nogh op deselve
bevonden werden en aencomende ofte toebehoorende sijn den boedel van
wijlen Laureijsken Barents, letst weduwe van Arij Japhten, omme daar
aan te verhaalen soo verre het strecken kan de somme van agtien
gulden den comparant van de overleedene competereende overr huer van
het Camertje bij deselve in haar leeven bewoondt ten dage dienende
bij eijsch nader te expresseeren, den 20 januarij 1713.
RAWB, Klundert,
ORA inv.nr. 105 (= nieuw 186, fol. 78), d.d. 4-2-1713
Cornelis
Adriaansen Visser ende Aaltje Classen Elandt, egtelieden, testeren.
Er zijn drie kinderen. Tot voogden worden benoemd Cornelis Claassen
Elandt ende Arij Adriaans Visser, haare broeders.
RAWB, Klundert, WK
inv.nr. 25, d.d. 17-11-1719
Reeckeningh doende Robbrecht Weelant, als bij date van 4 april 1707
aangestelde voocht over de twee minderjarige kinderen van Neeltje
Claassen Elant in eersten huwelijke verwecjt bij Jacob van Etten.
Overgebracht en gepresenteert bij den rendant voor de weeskamer op
17 november 1719. Er was een testament voor Noatris Crillaaert van
24 februari 1704. De voors. Neeltje Claase Elant moeder van de
voorn. kinderen is daarna te komen trouwen met Bastiaen Cornelissen
Hollander, en geen testament gemaakt hebbende of andere voogden in
hare plaats gestelt, is na haar overlijden staat en inventaris van
de boedel opgemaakt en met de weeskamer uitkoop gedaan wegens het
moederlijk goet. Bastiaen Hollander behoudt de boedel en voedt de
kinderen op, genaamd Cornelia, 10 jr. en Claes, 6 jr. tot 20 jaren
en elk 3 gld. volgens uitkoop ter weeskamer Niervaart gepasseert 4
april 1707. De kinderen erven ook nog 5 gld. 12 stv. sijnde de helft
van 11 gld. 5 st. wegens een erfenis van der kinderen grootmoeder
van smoederswegen Laureijsken Barents. De voors. Cornelia van Etten
is komen te overlijden in de maand van januari 1718.
29.
Cornelis Claesz. Elant,
j.m. geb. Klundert, won. in de polder Niervaart onder
Klundert, bouwman,
overl. tussen 10
april 1740 en 29 juli 1741, tr. 1e Klundert (civ)
18 mei 1692 Catharina (Catie) Leenderts
Jongkint, weduwe van van Bastiaen Jansz. van der Spaen, won.
Zevenbergen,
overl. Klundert (gaarder) 16 april 1725, 2e Klundert (gaarder) 23
oktober 1728 Teuntje Jansdr. Witbol, ged. Zwaluwe (ref) 28 september 1710,
begr. Zevenbergen 18 oktober 1783, dr. van Jan Anthonisz. Witbol en Sijken
Ariens Arisman. Zij tr. 2e Zevenbergen (ref) 29 juli 1741 Pieter
Leendertsz. van der Heijden, j.m. van Oudenbosch.
Kinderen van Catharina
Leenderts Jongkint bij Bastiaen Jansz. van der Spaen:
1. Lena van der Spaen, overl. voor
28 juni 1726, tr. Arij Stelboer, overl. voor 28 juni 1726.
Kinderen:
1. Bastiaentje Stelboer, geb.
ca. 1716.
2. Arij Stelboer, geb. ca.
1722.
2. Cornelia van der Spaen, overl.
voor 28 juni 1726, tr. Ansem Blees.
Kinderen:
1. Pieter Blees, geb. ca. 1712.
2. Bastiaentje Blees, geb. ca.
1716.
Kinderen (ex 1):
1. Clasijntje Cornelis Elant,
overl. Klundert (gaarder) 24 maart 1717.
2. Nicolaas Cornelissen Elant
(Eland), geb. ca. 1695, tr. Klundert (ref) 11 mei 1727 Jorisje Ariense
Hoogendijk, weduwe.
Kinderen:
1. Catharina, ged. Klundert
(ref) 27 november 1728.
2. Geertruij, ged. Klundert
(ref) 1 november 1729.
3. Cornelis, ged. Klundert
(ref) 8 juni 1731.
4. Cornelis, ged. Klundert
(ref) 10 maart 1735 (get. Teuntje Witbol).
5. Adriana, ged. Klundert (ref)
18 augustus 1737 (get. Catharina van Dalen).
6. Arij, ged.Klundert (ref) 19
maart 1739.
3. Geertruyt Cornelisse Elant,
geb. ca. 1699, otr. Fijnaart (ref) 11 mei 1726 Dingeman Arijse
Grootenboer, zn. van Arien Herbertsz. Grootenboer en Neeltje
Dingemansdr. (Swaluwnaer).
Kinderen:
1. Neeltje, ged. Fijnaart (ref)
30 maart 1727.
2. Catharina, ged. Fijnaart
(ref) 16 januari 1729.
3. Cornelis, ged. Klundert
(ref) 31 augustus 1738.
4. Cornelis, ged. Klundert
(ref) 7 februari 1740.
5. Johannes, ged. Klundert
(ref) 17 december 1741 (get. Johannes Arisse Grotenboer en Neeltje Besemer,
echtelieden).
6. Machiel, ged. Klundert (ref)
25 augustus 1743.
Kinderen (ex 2):
4. Eelant Cornelis, geb. ca. 1728.
5. Jan (Johannes) Cornelisz. Elant,
geb. ca. 1730, overl. Klundert 7 mei 1780, tr. Numansdorp (ref) 2 maart 1760
Alida van Driel, ged. Strijen (ref) 2 september 1735, overl. Klundert 20
augustus 1808, dr. van Arie Cornelisz. van Driel en Huibertje Ariensdr.
Smit.
6. Benjamin Cornelisz. Elant, geb.
ca. 1732, tr. Geertruit Rouwbos.
Kinderen:
1. Cornelis Benjaminsz. Elant.
2. Chieltje Benjeminsdr. Elant.
3. Teunis Benjaminsz. Elant.
7. Zijken Cornelisdr. Elant, geb.
ca. 1736.
8. Lauwereyske Cornelisdr.
Elant, ged. Klundert (ref) 10
april 1740 (get. Dingeman Aryse
Grotenboer en Geertruij Cornelis Eland), overl. Zevenbergen 10 juni 1808,
tr. Antonij (Anton) Verhoeven.
Bronnen
RAWB, Klundert, DTB trouwboek (civ) deel 8,
d.d. 3-5-1692
Met attestatie van de predicant van Sevenbergen
Cornelis Claesz. Elant, joneman geboortigh in t Clundertlant, met
Catie Leenderts Jonckint, weduwe van Bastiaen van der Spaen,
woonende onder Zevenbergen, alhier, getrouwt den 18 meij 1692.
RAWB, Zevenbergen, WK inv.nr. 507 (nieuw 220,
fol. 112v), d.d. 28-6-1726
Cornelis Claessen Eeland, wedr. en boedelhouder
van Catrina Leenderts Jongkint zalr. bij d’selve verwekt hebbende
twee kinderen alsnog in levende lijve zijnde namentlijck Nicolaes
Eelant, out omtrent 30 jaar, ende Geertruijd Elant, out omtrent 26
jaer, met welcke twee kinderen den weduwnaar en boedelhouder wegens
haer moers goederen heeft afstand gedaen soo als d’selve kinderen
bekennen zijnde de overledene alvoirens getrouwd gweest met Bastiaen
Janse van der Spaen, uit welck huwelijk waeren verwect twee kinderen
namentlijck Lena van der Spaen, getrouwt geweest met Arij Stelboer,
beijde zalr. van welck huwelijk nog in weesen zijn twee kinderen
genoemt Arij out 4 jaar en Bastiaentje out 10 jaer, ende van
Cornelia van der Spaan, salr. verwelkt aen Ansem Blees, sijn nog in
leevende lijve twee kinderen genaempt Pieter, out 14 jaar en
Bastiaentje Blees out omtrent 10 jaar, ter eenre ende Ansem Blees en
Nicolaes Elant als opden 10e meij 1726 bij weesmeesters alhier
aangestelt zijnde tot voogden. Jan Jongkint neef van de kinderen is
opgeroep ter weeskamer te komen.
De weduwnaar zal in het bezit blijven van de
boedel. Soo beloofd Cornelis Eelant echter Bastiaantje van der Spaen
(sic!) jegenwoordig aen sijn huijs sijnde te sullen blijven
alimenteren soo als een stiefvader verpligt is te doen tot sijnen in
oudendag off staed dat se selfes bequaen is de kost te winnen.
Zijnde Arij Stelboer bij sijn meuije op stroff voor vijff jaer
bestelt, de minderjarige kinderen krijgen van hun grootmoeder
goederen 70 gulden voor haar vieren.
RAWB, Zevenbergen, WK inv.nr. 507 (nieuw 220,
fol. 154v), d.d. 30-12-1740
Trijntje Jans Witbol, wedu van ende
boedelhoudster van Cornelis Elant, overleden in den Santberg onder
dese jurisdictie bij de selve van Witbol nog in leven lijve zijnde
vijf kinderen met name Eelant Cornelis, out 12 jr., Jan, out 10
jaer, Benjamin, out 8 jaer, Zijken, oud 4 jaer en Lauwerijske Corn.
Elant, out omtrent 8 maenden. De voors. weduwe geass. met haer
aanstaande bruijdegom Pieter Leenderts van der Hijden. Zij zal de
vijf weeskinderen alimenteren tot mondige dagen en bij mondigheid
uitkeren van hun vaderlijke erfenisse ieder kint drie gulden drie
stuivers.
RAWB, Zevenbergen, WK inv.nr. 507 (nieuw 220,
fol. 242), d.d. 5-5-1769
Benjamin
Cornelis Eeeland, bouwboode won. op de Hooffstede van Juffer, de
wedu wijlen de Heer Hijndrick de Meroode etc., weduwnaar van wijlen
Geertruid Rouwbos, bij deselve verwekt drie kinderen met name
Cornelis, out 11 jaer, Ghieltje, out 9 jaar en Teunis Eeland, out 6
jaer etc.
- - - - - - - -
[1] Thomas Ernst van Goor, Beschryving der Stadt en
Lande van Breda (’s Gravenhage, 1744), blz. 27.
[2] Stadsarchief Leuven, regest 6316, anno 1438.
[3] Volgens Jansen, blz. 40.
[4] Ned. Leeuw 1956, kolom 88.
[5] Op 15 augustus 1514 gaf Geertruyt van Grimhuysen
aan haar man Philips van Bruheze een volmacht te Oosterhout (Kruisland, ORA
inv.nr. 6, akte 6, d.d. 6-2-1515).
[6] Taxandria 1934, blz. 8 e.v., 74 e.v. en 88
(aanvullingen).
[7] Zij is een dochter van Hendrik van de Leck, en
kleindochter van Philips van de Leck, bastaard van Jan II van Polanen en de
Leck (zie: Ons Voorgeslacht 1988).
[8] Ned. Leeuw 1956, kolom 88.
[9] Vlaamse Stam
1965, blz. 296. |