Reeks 206

Mulder

Voor de oudere generaties wordt verwezen naar Reeks 58

32.       Frederik Robert Evert van der Capellen, heer van Boedelhof, geb. Zutphen 24 febr. 1710, ged. Zutphen 26 febr. 1710, kocht in 1745 den Dam (Zutphen), de heerlijkheid Berkenwoude en Agterbroek (Zuid-Holland) en de heerlijkheid Rysselt, in 1733 geadmireerd, 1742 raad van Zutphen, 1751 schout van Zutphen, raad in de hof van Gelderland, ordinair gedeputeerde van het graafschap Zutphen, overl. Zutphen 28 juli1755, begr. Gorssel 1 aug.1755, tr. (huwelijkse voorwaarden) 17 juli 1731 met Anna Margrieta Elisabeth van Lijnden, vrouwe tot Rysselt, geb. op huis de Plack 6 nov. 1707, ged. Bemmel 10 nov. 1707, overl. 4 mei 1785, begr. te Gorssel, dr.v. Godert Philips van Lijnden, heer van de Plack en Rysselt en Anna Cornelia Isabella van Coeverden, zij erft in 1731 de heerlijkheden de Plack en Rysselt van haar broer Jasper Carel.

Zij vertrokken op 20 juli 1731 (met attestatie) van Gorssel naar Warnsfeld.

33. Alexander Philippe van der Capellen, heer van Berkenwoude en Agterbroek, geb. Warnsfeld 5 febr. 1745, ged. Warnsfeld 7 febr.1745, kolonel der cavalarie, kamerheer van prins Willem V, verliet het hof wegens patriotisme, ging in dienst van de provincie Holland, 1787 kolonel en gouverneur van Gorcum, nadat hij de stad na één kanonschot overgaf aan de Pruisen werd hij 17 sept. 1787 door de Pruisen gevangen genomen en opgesloten in Wesel, overl. Utrecht 10 dec.1787 aan de gevolgen van de gevangenschap, begr. te Gorssel, op 7 aug.1788 werd het familiegraf te Gorssel door de bevolking met buskruit opgeblazen, 1 aug.1830 bij K.B. nr. 11, op verzoek van zijn zoon Godert, postuum verheven tot baron voor al zijn nakomelingen, tr. Houten 16 nov. 1773 met Maria Taets van Amerongen, geb. 14 mei 1755, overl. IJsselstein 10 aug. 1809, dr.v. Gerard Godert Taets van Amerongen, heer van Oud Amelisweerd en Susanna Hasselaer.

34. Godert Alexander Gerard Philip van der Capellen, heer van Berkenwoude en Agterbroek, geb. Utrecht 15 dec.1778 in de Witte vrouwenstraat, bij de ouders van zijn moeder, ged. in de Waals-hervormde Pieterskerk te Utrecht, opgevoed door de Waalse predikant Pierre Chevallier, 1797 studeert Romeins en hedendaags recht te Utrecht, 1799 studeert staatswetenschappen te Göttingen, 1800 kamerjonker bij de hertog van Saksen-Weimar, 1803 secretaris van de rekenkamer departement Utrecht, 1805 lid van de raad van Financiën, 1806 Staatsraad, 1807 assessor Landdrost van Utrecht, 1807 secretaris-generaal deparmentaal bestuur Utrecht, 1808 ridder, later commandeur, in de orde van de Unie, 1808 landdrost Oost-Friesland, 1808 lid raad van State sektie wetgeving en binnenlandse zaken, 1809 minister van Binnenlandse zaken en eredienst, 1813 Comissaris-Generaal departement Zuiderzee, 1814 Jonkheer, bij Org. besluit nr. 14 op 28 aug.1814 benoemd in de ridderschap van Gelderland, 1814 Commissaris des Konings bij het professioneel gouvernement-generaal van België, 1814 secretaris van Staat voor de Belgische provincies te Brussel, 1814 buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister bij het Congres van Wenen, 1814 secretaris van Staat, koophandel en koloniën, 1814 lid Comissie-Generaal, aangesteld als Gouverneur-generaal Ned.-Indië, 1815 Secretaris van Staat, 1815 commandeur in de orde van de Ned. Leeuw, 1815 vertrekt naar Ned.-Indië, aankomst 10-5-1816, 1816 Commissaris-generaal voor Ned.-Indië, 19-8-1816 overdracht van Java door Engelsen, 1819 effectief Gouverneur-generaal voor Ned.-Indië en opperbevelhebber van de land- en zeemacht beoosten Kaap de Goede Hoop, 1821 Grootkruis in de orde van de Ned. Leeuw, 1 mei 1824 bij K.B. nr. 97 verheven tot baron op allen, 1825 teruggeroepen als Gouverneur-generaal vanwege zijn kritiek op het financiële beleid, 2 febr.1826 samen met zijn vrouw met het Engelse schip de S.S. Bombay via Londen teruggekeerd naar Holland, 1827 koopt huis Vollenhove te de Bilt, 1829 president-curator van de Utrechtse hogeschool, opperkamerheer van koning Willem I, 1838 buitengewoon gezant bij de kroning van koningin Victoria te Londen, 1840 als Nederlandse gezant naar Londen om de troonsbestijging van koning Willem II bij het Engelse hof bekend te maken, 1840 minister van staat, is actief bij hervormingen van het lager onderwijs, overl. Utrecht 10 april 1848, aan de gevolgen van een steenworp opgelopen op 23 febr.1848 bij de februari opstand te Parijs, tr. Utrecht 20 mrt.1803 met Jacoba Elisabeth, barones van Tuyll van Zuilen (Serooskerken), dit huwelijk bleef kinderloos.

Godert van der Capellen (1778 - 1848)

Geschilderde kopie naar een origineel in het Rijksmuseum te Amsterdam.

Op Java had hij tussen 1816 en 1822 (in laatstgenoemde jaar was zijn vrouw in Indië) een relatie met Zaiëm, een telg uit één van de Javaanse vorstenhuizen.

Uit deze relatie:

·         Doodgeboren kind

·         Kind op 10 jarige leeftijd overleden

·         Alexander Martinus van der Zaiëmsz, volgt hierna

 

35. Alexander Martinus van der Zaiëmsz, geb. Buitenzorg 11 nov. vóór 1821, 1840 klerk bij de algemene sekretarie te Buitenzorg, woonde van 1850 tot 1852 in de Préanger-Regentschappen en van 1854 tot 1856 te Rembang waar hij hervormd diaken was, overl. Batavia 17 april 1861, tr. 1e ca. 1839 met Sara Cleopatra Jacobs, overl. in of vóór 1851, tr. 2e Bandoeng 5 nov.1851 met Antoinette Esiore, overl. Batavia 3 aug. 1858.

·    Hij werd vernoemd naar zijn grootvader (33) en zijn naamdag “st. Martinus (Maarten)”= 11 november.

·    Zijn geboortejaar valt af te leiden uit de geboorte van zijn dochter Johanna Margaretha op 8 aug. 1840 te Buitenzorg, Regeringsalmanak 1841 blz. 254.

·    Genoemde dochter overleed op 31 aug. 1840, Regeringsalmanak 1841 blz. 284 en Indische-Navorser 1940 deel 6 blz. 57 “Overlijdensregister Buitenzorg nr. 213” waar zij een dochter van Alexander Martinus van der Zaiëmsz, klerk van de algemene sekretarie te Buitenzorg en Sara Cleopatra Jacobs genoemd wordt.

·    Het feit dat zijn dochter in dit overlijdensregister en in de Regeringsalmanak voorkomt, geeft aan dat hij tot de Indische- Nederlanders gerekend werd.

·    Indische Nederlanders moesten worden geregistreerd. Bij buitenechtelijke kinderen was het gebruikelijk om een afgeleide van de voor- of achternaam van de natuurlijke ouders te gebruiken als achternaam. In dit geval werd Alexander Martinus vernoemd naar zijn moeder Zaiëm met het toevoegsel “sz” wat staat voor “zoon van” dus Zaiëmsz. De tussenvoegsels “van der“ zien we ook bij van der Capellen en geven een zekere status aan. Alexander Martinus is door Godert van der Capellen onder deze naam erkend. Dokumenten die op deze erkenning betrekking hebben zijn verloren gegaan tijdens de Bersiap-periode.

·    De moeder van de inzender heeft destijds nog kennis kunnen nemen van tal van familie-documenten, waaronder de erkenningsakte van Alexander Martinus door Godert Alexander Gerard Philip van der Capellen.

·    Hij is de eerste die de naam van der Zaiëmsz voert, vóór hem komt deze naam niet voor en alle naamgenoten zijn aanwijsbaar afstammelingen van hem.

·    Zijn woonplaatsen en functie als diaken zijn ontleend aan de Regeringsalmanakken en Naamlijsten.

·    Met betrekking tot de tweede echtgenote: Antoinette Esiore, zie Regeringsalmanak 1859 blz. 617 en Regeringsalmanak 1862 blz. 71.

Uit het 1e huwelijk:

a.      Johanna Margaretha, geb. 1840, jong overl. 1840

b.      Godert Alexander Gerard, volgt generatie 36.

c.       Alexandriana Margaretha, geb. 1849

Uit het 2e huwelijk:

e.      Anthonius Martinus Leonardus, geb. 1852

f.        Willem Frederik Robbert Eugenius, jong overl. 1854

g.      August Wijnand, geb. 1856

h.      Gerardus Alexander Franciscus, overl. 1893

i.        James William Robert, geb. 1858, jong overl. 1859

 

36. Godert Alexander Gerard van der Zaiëmsz, geb. in de Préanger-Regentschappen 28 dec.1846, onderschout en vendumeester te Soerabaja, overl. Soerabaja 3 juli 1886, begr. te Peneleh graf B 1092, tr. 1e 9 sept.1876 met Geertruida Maria Vermeulen, geb. 7 sept.1854, overl. 8 mei 1885, dr.v. Theodorus Vermeulen en Maria Theodora Weijnschenk, tr. 2e 23 dec.1885 met Alida Francina Vermeulen (zuster van zijn 1e vrouw), geb. 10 mei 1860, overl. Bandoeng 6 sept.1936.

·    Ten aanzien van zijn geboorte: zie Regeringsalmanak 1853 blz. 432.

·    Hij werd vernoemd naar zijn grootvader (generatie 34). Hier is duidelijk sprake van alternerende naamgeving.

·    Toen zijn stiefmoeder in 1858 overleed was hij ongeveer 12 jaar en toen zijn vader in 1861 overleed was hij ongeveer15 jaar. Hieruit volgt dat hij, zijn zuster en halfbroers- en zusters in een pleeggezin of weeshuis werden opgevoed.

·    Ten aanzien tweede huwelijk: zie Regeringsalmanak 1887 blz. 229.

·    Zij wordt in de Adreslijst van 1899 weduwe van de onderschout en vendumeester G.A.G. van der Zaiëmsz  genoemd te Soerabaja.

·    Ten aanzien van haar overlijden: Bronnenpublicatie Ned. Ind. Genealogische vereniging Dl. 12 blz. 70, “Begraafplaats Peneleh te Soerabaja” door Ir. J.A. Huizen.

Uit het 1e huwelijk:

a.      Johanna Maria Francina Christina, geb. 1877

b.      NN, geb. 1879

c.       Henry Alexander, geb. 1884

d.     Maria Antoinette, geb. 1885

Uit het 2e huwelijk:

e.      Maria Gerardina Alida, volgt generatie 37

 

37. Maria Gerardina Alida van der Zaiëmsz, geb. Soerabaja 14 okt.1886, overl. Harderwijk 8 febr.1962, begr. Harderwijk, Oostgaarde afd. 1 graf 14 2eN 10 febr.1962, tr. Soerabaja 5 mei 1909 met Johannes Maximilliaan van Kelegom, geb. Soerabaja 23 mrt.1886, hoofdcontroleur telegraafdienst Java, overl. Bandoeng 12 okt. 1940, zn.v. Joannes Baptista van Kelegom en Anna (Javaanse).

·    Ten aanzien van haar geboorte: zie Regeringsalmanak 1888 blz. 277.

·    Ten aanzien van haar huwelijk: zie Regeringsalmanak 1910 blz. 18 en Stamkaart ambtenaren in Nederlandsch-Indischen dienst, Stamboek fol. 123 L1616.

·    Haar huis te Bandoeng werd ten gevolge van aanvallen van de politieke activisten (Bersiap-periode) tegen de Nederlands Indische elite eind 1945 verwoest. Daarbij zijn o.a. alle familiedokumenten verloren gegaan.

·    Het verkrijgen van nieuwe kopie-dokumenten in Indonesië is vrijwel onmogelijk omdat veel archieven verloren zijn gegaan of ontoegankelijk zijn.

·    Ten aanzien van zijn geboorte: zie Stamkaart ambtenaren in Nederlandsch-Indischen dienst, Stamboek fol. 123 L1616.

·    Ten aanzien van zijn overlijden: zie Stamkaart ambtenaren in Nederlandsch-Indischen dienst, Stamboek fol. 123 L1616.

Kinderen:

a.      Josephine Swiberta Francina, geb. 1910

b.      Wilhelm Napoleon, geb. 1912

c.      Gerardina Theresia Maria, geb. 1913

d.     Edmundus Maximiliaan, geb. 1915

e.      Roosje Antoinette, volgt generatie 38

f.       Gerard Thomas, geb. 1920

g.      Theodorus Franciscus, geb. 1925

 

38. Roosje Antoinette van Kelegom, geb. Koeto Ardjo 14 juni 1918, overl. Harderwijk 18 mrt.2007, gecremeerd Lelystad, Ölandhorst 23 mrt.2007, tr. 10 dec.1946 te Bandoeng met Anthonie Mulder, geb. Utrecht 3 juli 1916, majoor Kon. landmacht, ridder in de orde van Oranje Nassau met de zwaarden, ereteken voor orde en vrede met de gespen, oorlogsherinneringskruis met de gespen, overl. Harderwijk 1 dec. 1986, gecremeerd 5 dec. 1986 te Lelystad, Ölandhorst, zn.v. Julianus Johannes Mulder en Machteltje van der Rijst.

Kinderen (ondermeer):

  1. Maximiliaan Johannes Anthonie Maria Mulder, geb. Utrecht 15 oktober 1953.

  2. Robert Anthonie Maria Mulder, geb. Harderwijk 27 maart 1957, tr. Harderwijk 24 juli 1987 met Christine Elisabeth Lammers, geb. Bandoeng 2 februari 1957, dr.v. Cornelis Frans Karl Lammers en Ruth Strüwer. Kinderen uit dit huwelijk:

1.      Merlijn Mulder, geb. Harderwijk 2 november 1987.

2.      Fleur Mulder, geb. Harderwijk 21 augustus 1989.

3.      Job Mulder, geb. Harderwijk 1 december 1995.

 

NB: De bovenvermelde reeks onderscheidt zich van andere reeksen doordat er strikt genomen geen bewijs meer voorhanden is ten aanzien van de filiatie Godert Alexander Gerard Philip van der Capellen / Alexander Martinus van der Zaiëmsz. Dit bewijs is er tot ruim 60 jaar geleden echter wel geweest.  De moeder van de inzender heeft het bewijs meermalen in eigen handen gehad en zelf gelezen. Dit heeft de redactie van www.kareldegrote.nl doen besluiten voor één keer een uitzondering te maken ten aanzien van de bewijsvoering.
Ingezonden door: de heer M.J.A.M. Mulder

Bronnen:

Zie hetgeen bij de betreffende filiaties vermeld staat.