Reeks 78

 Holl (Soulcié)

Voor de oudere generaties wordt verwezen naar: De eerste generaties
De lezer wordt met nadruk erop gewezen dat de onderstaande reeks een paar "zwakke schakels" kent. Dit betreft namelijk de afstamming van  Lijsken Florisdr. Holl, generatie 24, overl. voor 1530, echtgenote van Jan Petersz. van Muijlwijck.  Zij zou een dochter zijn van Gouwe Gerritsdr. de Hoghe (en haar echtgenote Floris Holl, schepen van Gorinchem, overl. voor 1495) afstammende van het Gorinchemse geslacht De Hoog.  Hoewel deze Gorinchemse filiaties de Hoghe in strikte zin niet bewezen zijn lijkt een afstamming uit Van Arkel via bastaardij, hoewel niet bewezen, wel aannemelijk. 
In plaats van deze reeks niet de vermelden op de Karel de Grote Site is er, bij uitzondering, voor gekozen om dit wel te doen, doch vergezeld gaande met een kritische noot.  Uit reacties zou nl. kunnen blijken dat deze "zwakke schakels" in werkelijkheid veel sterker blijken te zijn of juist het tegenover gestelde. Reacties die meer duidelijkheid geven op bovenstaande filiaties zullen, voor zover relevant voor deze specifieke filiaties, opgenomen worden bij deze reeks.
6.  Heribert II, geb. ca. 880/890; tracht zijn machtsgebied uit te breiden; leke-abt van Saint-Médard-de-Soissons en van Saint-Crépin-de-Soissons; graaf van Vermandois, van Méaux, enz.; speelt een rol in de machtstrijd om de Franse  koningskroon en in de conflicten met Oost-Francië, Bourgondië, wegens het lot van Lotharingen; sluit met evenveel gemak allianties, die hij dan zo nodig ook weer zonder meer verbreekt; kiest ondanks zijn eigen Karolingische afstamming veelal de partij der Robertijnen; houdt de ongelukkige koning Karel III de Eenvoudige, na diens afzetting, vele jaren gevangen; overl. 23-2-943, begr. Saint-Quentin, tr. vóór 907 NN, geb. vóór 900, overl. na 931; dr. van Robert I graaf van Parijs, markgraaf van Neustrië (en later tegenkoning der Franken), en diens eerste echtgenote N. (event. Aélis?). 

7.  Adalbert I, graaf van Vermandois en leke-abt van St.-Quentin, geb. tussen 931 en 934, overl. 8.9.987, tr. tussen 949 en 954 Gerberga, geb. ca. 935, overl. na 7.9.978, dr. van Gijsbert, hertog van Lotharingen en graaf van Henegouwen, en van Gerberga, dochter van de Duitse koning Hendrik I. 

8.  Otto, geb. ca. 950/55, overl. tussen 986 en 987, graaf van Warcq, noemde zich ook graaf van Chiny, bouwde Warcq in 971. 

9.  Lodewijk I, graaf van Chiny.  Verkreeg na de moord van graaf Hermann van bisschop Raimbert de Verdun het graafschap Verdun. Gozelo, broer van Hermann, drong daaropVerdun binnen, verbrande het bisschoppelijk paleis en vermoorde op 18.9.1025 Lodewjk van Chiny. Tr. Adela. 

10.  Lodewijk II, graaf van Chiny. 

11.  Arnulf I, graaf van Chiny en van Waremme, heer van Gibet en van Warcq, voor 1066, overl. 16.4.1106.  Deed schenkingen aan de abdij van St.-Hubert in 1066 en deed ook vele schenkingen aan de abdij van Orval. Tr. 1) Adela, dr. van Hilduin de Roucy, overl. na 1068 en begr. in de abdij van St.-Hubert; tr. 2) NN.  
Uit het eerste huwelijk: 

12.  Otto II, graaf van Chiny in 1106, kocht de abdij van Orval, tr. Adela, dr. van Albert III, graaf van Namen. 

13.  Albert, graaf van Chiny, voor 1131, overl. 29 september, uiterlijk in 1162, tr. Agnes, dr. van Renaud I, graaf van Bar, en van Gisela de Vaudémont, overl. na 1182. 

14.  Lodewijk III, graaf van Chiny in 1162, overl. op kruistocht Belgrado 10.8.1189, tr. voor 1173 Sophia, die hertr. Voor 1197 Anselmus de Gerlande en voor 1201 met Gaucher d´Ivois. 

15.  Lodewijk IV van Chiny, geb. na maart 1173, graaf van Chiny 1189, tot 1200 onder voogdij, overl. 1227, begr. Orval, tr. 1206 Mathilde van Avesnes, overl. 5 nov. Na 1236, weduwe van Nicolaas IV de Rumigny. 

16.  Johanna van Chiny, erfdochter, in 1212 nog onmondig, overl. 1267/68, tr. vor 1226  Arnoud V van Loon, graaf van Loon en Chiny 1226, verkreeg de Maaslanden 1230, overl. Neus 1256, begr. Berkenrode. 

17.  Johanna (Aleidis) van Loon, tr. 1) Dirk II van Valkenburg die gedood werd bij de aanslag op Keulen 14/15.10.1268. Ze hertr. Albert van Voorne, burggraaf van Zeeland beoorster Schelde 1261, overl. (30?) dec. 1287, begr. Loosduinen. Hij hertr. 1281 Catharina van Durbuy, overl. 26.9.1328. 
Uit het huwelijk Voorne x Loon: 

18.  Mabilia van Voorne, wordt op 5.12.1305 getocht aan tienden gelegen rond Leerdam, waarmee haar echtgenote door de bisschop van Utrecht beleend wordt; overl. waaschijnlijk op 26.2.1313, tr. waarschijnlijk in 1293 met Jan III van Arkel. Jan III van Arkel is in 1298 als knaap getuige voor de graaf van Gelre, doch wordt reeds het volgende jaar als ridder vermeld. Zet de politiek van zijn vader Jan II voort en steunt ook Jan van Avesnes, die in 1299 graaf van Holland was geworden.  Door deze houding ontvangt hij in 1305 van de graaf de verbeurd verklaarde goederen van de verdronken Jan II van der Leede., waarbij waarschijnlijk ook Haastrecht dat hij in 1316 in leen krijgt van het kapittel van Oud-Munster. Levert diverse diensten aan de graven van Holland en Gelre; zo dient hij met 1.300 man in het leger van graaf Willem III dat  op 27.8.1315 optrekt tegen Vlaanderen. In 1319 staat hij met anderen borg voor een mogelijk op te leggen boete voor graaf Willem III als deze zich niet zal houden aan een uitspraak in een geschil met graaf Reinald van Gelre. Nadat hij in 1311/12 op verzoek van de graaf van Holland reeds raad was geworden van bisschop Guy van Utrecht, leidt hij na de dood van die bisschop in 1319 een Hollands leger dat de nieuwe bisschop Frederik van Zirk steunt tegen het opstandige Sticht.  Jan III van Arkel overl. 1324/25. 
(M.J. Waale, ´Nogmaals een bijdrage tot de genealogie van het middeleeuwse adellijke geslacht Van Arkel´, in De Nederlandsche Leeuw, 2000) 

19.  Jan IV van Arkel, volgde zijn vader begin 1325 op. In 1322 treedt hij als gemachtigde van zijn ouders op bij de huwelijkse voorwaarden tussen Hendrik van Brederode en Isabelvan Fonteynes. In 1327 vermeld als knaap, in 1328 reeds vermeld als ridder. Net als zijn vader versterkt hij de positie van de Arkels door afwisselend steun te verlenen aan Holland, Brabant en Gelre en het bisdom Utrecht. Neemt in 1335 met 55 andere ridders deel aan een kruistocht in Pruisen met de graaf van Oostervant, de latere graaf Willem IV en is getuige en arbiter in vele belangrijke geschillen. In 1335 en 1339 leent hij geld aan en staat borg voor de schulden van hertog Reinald II van Gelre. Namens graaf Willem IV neemt hij in 1341 de voogdij over het Sticht Utrecht op zich, maar nadat zijn halfbroer Jan in 1342 bisschop van Utrecht is geworden trekt hij zich terug uit de Stichtse politiek. Steunt zijn halfbroer in 1349 nog wel in diens strijd tegen de Bronkhorsten-partij in het Oversticht, waarschijnlijk uit eigenbelang, omdat hij zijn boer voor die strijd veel geld had geleend. Het jaar daarna steunt hij hertog Reinald III van Gelre in diens strijd tegen zijn broer Eduard bij het beleg van Tiel dat op 24.8.1350 door Reinald III werd veroverd. Is tevens betrokken bij de twisten over de opvolging van graaf Willem IV van Holland en steunt daarbij de ´Verbeider´ Willem V tegens diens moeder Margaretha van Beieren en treedt in 1350 toe tot het Kabeljauwse verbond. Als lid van de Raad van Willem V wordt hij bij diens afwezigheid op 30.12.1351 ruwaard van Holland. In 1352 wordt hij als baanderheer benoemd, een eretitel slechts verleend aan vier adellijke heren.  Als in 1351 graaf Willem V de goederen van zijn Hoekse tegenstanders verbeurd verklaart, wordt Jan IV van Arkel op 21.4.1351 beleend met een deel van de heerlijkheid van der Lek, die toebehoord had aan Jan II van Polanen. Toen echter in 1357 graaf Willem V krankzinnig verklaard werd en opgesloten, werd zijn broer Albrecht, zijn plaatsvervanger, ´ruwaard´.  Deze laatste verzoent zich met de verbannen Hoeken en Jan IV van Arkel wordt verzocht de Polanen-goederen te retourneren, waarover Arkel in strijd raakt met Albrecht van Beieren en in 1358 de opstandige stad Delft met troepen steunt in de strijd tegen de ruwaard. Op 29.5.1359 verzoent hij zich met Albrecht en overlijdt waarschijnlijk begin mei 1360. 
(M.J. Waale, ´Nogmaals een bijdrage tot de genealogie van het middeleeuwse adellijke geslacht Van Arkel´, in De Nederlandsche Leeuw, 2000) 
Jan IV van Arkel tr. 1329 met Irmengard van Kleef, geboren 1307, overleden 6 augustus 1362, dochter van Otto van Kleef en Adelheid van de Mark. Waaruit o.m.:

  • Herbaren van Arkel, gezegd Slingeland, volgt Reeks 86
Jan IV van Arkel had minstens één bastaard, die hierna volgt: 

20.  Goedeken bastert van Arkel, genoemd onder de edelen bij de landvrede tussen Jan van Blois en zijn gemalin Machteld van Gelre, hertogin van Gelre (6.1.1377).  
(M.J.Waale schrijft: ´Het is mogelijk dat , zoals Groesbeek stelt, Goedekende stamvader was van het het geslacht De Hoog, omdat in 1413 een Frederik de Hoge Godensz. Vermeld wordt als hooghemraad van de Alblasserwaard en zegelt met een van Arkel afgeleid wapen, namelijk met twee beurtelings gekanteelde dwarsbalken met een bastaard schuinstreep.´) 

21.  Gerrit de Hoghe, hoogdijkheemraad van de Alblasserwaard (1422), schepen 
(1433, 1435), wonend te Gorinchem, behoort tot de "vrienden" van Jan van Arkel in diens strijd tegen de graaf van Holland (1406). 
(Zie M.J.Waale, ´De Arkelse oorlog 1401-1412´, Hilversum 1990,  p. 249, mogelijk broer van de eveneens in 1406 onder de vrienden van Jan van Arkel vermelde Frederik die Hoge, die dezelfde zal zijn als Frederik Godensz., die vermeld wordt onder de ´aanzienlijken´ e het stadsbestuur van Gorinchem, Willem van Arkel´s ´goede vrienden´[p. 247]) 

22.  Gerrit Gerritsz. de Hoghe, leenman van Arkel (1441, 1458), schepen (1441, 1443, 
1446), wonend te Gorinchem. 

23.  Gouwe Gerritsdr. de Hoghe, tr. Floris Holl, schepen van Gorinchem, overl. voor 1495. 

24.  Lijsken Florisdr. Holl, overl. voor 1530, tr. Jan Petersz. van Muijlwijck, geb. ca. 1466, schepen van Gorinchem (1528, 1532), deed de poorterseed ald. (4.10.1505 en 17.12.1512), overl. tussen 26.10.1534 en 13.3.1536. 

25.  Marijke Jansdr. van Muylwijck, overl. voor 23-5-1580, tr. Frederick Dirxcsz., schout van Blokland (zeker van 1558-1562), gezworene (1545) en kerkmeester (1550) ald., overl. voor 23.5.1580 (oud 75 jaar). 

26.  Engelke Frederick Dircxsdr., tr. Cornelis Hendrixsz. 

27.  Anneke Cornelisdr., begr. Hoogblokland 1651 (overleefde haar echtgenoot dus 21 jaar), tr. Adriaen Rutgers, Heilige Geestmeester te Hoogblokland, overl. Hoogblokland 31.10.1630. 

Hieruit o.a.:

  • Engelken, volgt hierna
  • Ruth, volgt Reeks 139

28.   Engelken Ariensdr., van Hoogblokland, overl. Hoogblokland 19.4.1645, begr. ald. (grafsteen), tr. Pieter Ariensz. de Groot (de Grooten), won. in de Minckeloos (Minceloze) onder Noordeloos (1646), overl. Hoogblokland 6.1.1662, begr. ald. 12.l.1662 (grafsteen). 

29.  Annetje (Anneke, Annichje) Pietersdr. de Groot, tr. Nijs Jansz. de Vries, ged. Hoornaar 31.1.1638 (get. Roochus Nijssen, Beerent Lamberts en Maijke Tijmens). 

30.  Maijke Nijsse de Vries, geboren Hoornaar ca. 1664/67 (zie  Ons Voorgeslacht 1995, vanaf p. 185), tr. Hoornaar 2.12.1696 Aerien Gerritze Beusecom, gedoopt Hoornaar 1669.  Hieruit o.m.:

  • Ariaantje, volgt Reeks 168
  • Rokus, volgt hierna

31.  Rokus Ariensz Beusikom, gedoopt Hoornaar 18.5.1700, tr. Goudriaan 4.2.1725 Maritje Jansz Boon, gedoopt Goudriaan 12.7.1693.. 

32. Arie Rokusse Beusekum, gedoopt op 16.11.1727 te Goudriaan, tr. Noordeloos 28.3.1756 Dirkje Pieterse van den Dool, gedoopt 03.03.1726 te Hoogblokland, "wonend Giessen Nieuwkerk, wegens wateroverlast te Hoogblokland gedoopt" (getuige: Heijlthe van den Dool). 

33.  Jannigje Beusikom, geb.Goudriaan, overl. Bleskensgraaf 9.11.1819, tr. 22.02.1784 te Wijngaarden met Cornelis Slingerland. 

34.  Arie Slingerland, geb. Bleskensgraaf, bouwman, overl. 15.5.1869, tr.Oud.Alblas 3.1.1821 
Pieternella de Puiker, geb. Capelle a/d Ijssel, overl. Bleskensgraaf 4.11.1838. 

35.  Janna Slingerland, geb. Bleskensgraaf 3.11.1838, overl. Bleskensgraaf 19.3.1918, tr. Bleskensgraaf 24.12.1864 Hendrikus Baan, geb. Bleskensgraaf 9.5.1838, bouwman, overl. Bleskensgraaf 16.9.1909. 

36.  Pieternella Baan, geb. Bleskensgraaf 17.4.1866, overl. Bleskensgraaf 6.4.1940, tr.Bleskensgraaf 27.2.1890 Hendrik Boele, geb.Bleskensgraaf 15.5.1864, bouwman, overl. Bleskensgraaf 13.2.1941. 

37.  Adriaantje Boele, geb. 25.12.1894, overl. Brandwijk  6.4.1982, tr. 15.4.1924 Hendrik Kooyman, geb. Alblasserdam 11.2.1895, boer. 

38.  Jan Hendrik Kooyman, geb. Ottoland, 16.2.1925, overl. Menestreau en Villette,  24 juli 1975, begr. Menestreau en Villette,  boer, tr. Jacoba van de Hoef, geb. Rhenen30.12.1928, dochter van Teunis van de Hoef en Wilhelmina Gertruida van der Meijden 

39.  Wilhelmina Jeannette Kooyman, geb. Dungog, Australië 2.5.1957, tr. Jean-Yves Soulcié, geb. Périgueux, Dordogne 14.05.1955, zoon van Daniel Soulcié en Andrée (Robic). 

40a.  Thibaut Amaury Thimotée Soulcié, geboren op 9.2.1983 te Romorantin. 
40b.  Emérentine Soulcié, geboren op 27.6.1986 te Romorantin. 
40c.   Rébecca Soulcié, geboren op 15.6.1989 te Romorantin. 
40d.  Anthia Soulcié, geboren op 2.2.1997 te Orléans.

Ingezonden door:  Jean-Yves Soulcié
  • Bronnen:
    • ´La Préhistoire des Capetiens´, door Christian Settipani, Villeneuve d´Ascq, 1993.
    • ´Kwartieren Greidanus-Jaeger in stamreeksen´, door mr G.J.J. van Wimersma Greidanus, in werken uitgegeven door het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht en Wapenkunde, deel XII, 1994.
    • ´Nogmaals een bijdrage tot de genealogie van het middeleeuwse adellijke geslacht Van Arkel´, door Ir. dr M.J. Waale, in De Nederlandsche Leeuw, 2000, k 4. en verder, m.n. k. 24/25.
    • ´De Arkelse oorlog 1401-1412´, door M.J. Waale, Hilversum 1990.
    • Kwartierstaat van Maijken Nijssen de Vries, door Ir. J. Kooijman, in Ons Voorgeslacht 1995, p. 185 en verder.
    • ´Stamreeks van Muijlwijck´, door B. de Keijzer, in ´Hollandse Stam- en Naamreeksen´, Delft/Rotterdam 1990, p. 122.
    • Kwartierstaat De Keijzer-Eijkelenboom, in ´Kwartierstatenboek´, deel XV, uitgave van de Genealogische vereniging Prometheus, TU Delft, Delft 1998.
    • Eigen onderzoek door Jean-Yves Soulcié.