Reeks 97

 Hamers - via Van Grevenbroek

Voor de oudere generaties wordt verwezen naar: De eerste generaties
De lezer zij gewezen op het feit dat deze reeks meedere zwakke, of onjuiste, filiaties bevat, waardoor afstamming van Karel de Grote op onderstaande wijze niet mogelijk is.

6. Herbert II van Vermandois, overl. 23.2.943, tr. een dochter van Robert, graaf van Parijs. 

7.  Ludgard van Vermandois, overl. 9.2.978, tr. Theobald van Blois, overl. 16.1.975. 

8.  Emma van Blois, overl. 27.12.1003, tr. ca. 968Willem II van Aquitanië, overl. ca. 995. 

9.  Willem III van Aquitanië, overl. 31.1.1030, tr.  ca. 1018 Agnes van Bourgondië, overl. 10.1.1068. 

10.  Pieter (later Willem V) van Poitou, tr. Ermesinde van Longwy. 

11.  Clementia van Poitou, geb. ca. 1055, erfgename van Longwy, stichtte als gravin van Gleiberg het klooster Schiffenberg bij Giessen 1129, overl. 4.1.1142, tr. Gerard I van Gelre, geb. ca. 1060, graaf van Wassenberg (1086) en Gelre (1096), stichtte de kerk te Wassenberg 1118, overl. 24.10.1134/7. 
 

    T.a.v. de afstamming van Clementia van Poitou/Gleiberg, wordt verwezen naar "Excursiones": zij blijkt niet de moeder van Gerard van Gelre te zijn.

12.  Gerard van Gelre, geb. ca. 1098, vermeld 1117-1131, overl. voor 1134, tr. Irmgard van Zutphen, overl. 1141/42, hertr. voor febr. 1134 Coenraad II van Luxemburg. 

13.  Hendrik van Gelre, geb. ca. 1117, graaf van Zutphen en na de dood van zijn grootvader ook van Gelre, overl. 1182, begr. klooster Camp bij Düsseldorf, tr. 1134/37 Agnes van Arnstein, overl. 1179. 

14.  Otto I, geb. ca. 1150, graaf van Gelre en Zutphen 1182, overl. 1207, begr. klooster Camp, tr. ca. 1185 Richardis van Beieren, geb. ca. 1173, overl. 1231 als abdis van de Munsterabdij te Roermond, begr. ald., dr.v. Otto van Wittelsbach en Agnes van Loon. (Voor Otto van Wittelsbach wordt verwezen naar Reeks 83, generatie 15.)

15.  Mechteld van Gelre, overl. na 1247, tr. voor 1221 Hendrik II de Rijke, graaf van Nassau, geb. ca. 1180, vermeld 1198-1247, bouwde ca. 1240 het slot Dillenburg, overl. voor 25.1.1251. 

16. Jutta van Nassau, vermeld 1285-1313, overl. ca. 1313, tr. 1255/60 Jan van Kuijc, geb. ca. 1230, overl. 13.7.1308, vermeld 1260-1308, heer van Kuijc en Grave 1254-1308, Merum en Neerloon,  

17.  Kunegonde van Kuijc, tr. Ruprecht II van Virneburg, graaf van Virneburg, vermeld 1270-1306, overl. vóór 1.8.1308 

De lezer zij gewezen op het feit dat in de literatuur de herkomst van Kunegonde niet altijd eenduidig is.

18.  Kunegonde van Virneburg, vermeld 1291, test. 20.4.1328, overl. op 20.06.1328, tr. Jan III van Arkel, geboren circa 1265/70, overleden op 24.12.1324, heer van Arkel. 

    Jan III van Arkel lijkt rond 1265/70 te zijn geboren. Zijn broer Herbaren, heer van de Grote Waard, moet rond 1292 al zijn gehuwd, omdat diens dochter Heilwig in 1312 al was gehuwd met Dirk genaamd Van Herlaar, heer van Ameiden. Heilwig zal minimaal 12 (canoniek recht) zijn geweest. Voor een vrouwelijke generatiebreedte kan meestal met 20 jaar bij een oudste dochter gerekend worden. Vader Herbaren is dan rond 1292 gehuwd. Dochter Heilwig kan bij haar huwelijk in 1312 nog slechts twaalf zijn geweest. Bij de Van der Lecks zijn enkele kortere vrouwelijke generaties bekend. Jan III hertrouwde (waarschijnlijk) in 1314. Maris 1971, kolom 79. Kort 1983, kolom 197. Waale 2000, kolom 15. Zijn tweede vrouw maakte op 20 juni 1328 haar testament. Ze hoeft echter ook niet meteen op die dag te zijn overleden. Groesbeek kolom 115. 

    Kunegonde van Virneburg was weduwe van Johan II van Reifferscheid voor ze hertrouwde met Jan III van Arkel. In ES, Neue folge VII, tafel 143 Die Grafen von Virneburg, 1424-1545 auch Grafen von Neuenahr, staat bij haar 1e huwelijk een ‘vor 1293’. Dit moeten we vertalen met voor … 1293. Kunegonde’s 1e vermelding is van 1291. Derhalve zal 1293 wellicht haar 1e huwelijkse vermelding zijn. Ze zal derhalve in 1293 minimaal 12 jaar zijn, dus is Kunegonde minimaal geboren in 1281. Deze schatting is niet eens zo gek als we bedenken dat haar moeder Kunegonde van Cuijk geboren is uit het huwelijk rond 1260 van Jan van Cuijk en Jutta van Nassau. Het lijkt zelfs dat, deels ook uit andere redenen, het huwelijk van Jan van Cuijk beter op 1255 gesteld kan worden.

19.  Robert van Arkel, geboren circa 1316/1320, overleden op 21.07.1347. Heer van Bergambacht, Renswoude. 
    Robbert was op 12 juli 1340 reeds ridder, op 12 april 1344 maarschalk van het Sticht Utrecht, in 1346 beleend met het goed te Renswoude, op 1 sept. 1346 heer van den Berghe, voor 8 jan. 1347 heer van Asperen door huwelijk, sneuvelde 21 juli 1347. Robbert huwde eind 1346 met Aleid van Asperen, (Groesbeek kolom 176-177). Bovengenoemde geboorteschatting van circa 1320 is gerelateerd aan een huwelijksschatting van 1320 voor Jan III. Aangezien vader Jan III waarschijnlijk in 1314 zal zijn hertrouwd zal diens oudste zoon uit dit tweede huwelijk in 1314/15 zijn geboren. Derhalve zal ook Robbert van Arkel eerder geboren zijn dan de schatting van 1320. Geboren circa 1316/20 lijkt een veilige inschatting. Uit één of meerdere relaties had hij twee natuurlijke kinderen: Robbert (van Renswoude) en Jan (van der Borch).
20. Robert van Arkel, geboren circa 1345, overleden circa 1396. Heer van Renswoude. Kreeg omstreeks 1363 het leengoed Grevenbroeck geschonken en noemde zich vanaf toen Robert van Grevenbroeck. Gehuwd circa 1370 met Elisabeth de la Saulx, geboren circa 1345. 
    Door oom Johan van Arkel, bisschop van Utrecht, in 1363 beleend met Renswoude. Nadat Johan van Arkel bisschop werd van Luik en het graafschap Loon in zijn bezit kreeg, schonk hij Grevenbroek aan neef Robbert. Volgens du Tillet (fol. 292, aangehaald in het handschift Van Spaen, archief van den Hoogen Raad van Adel te ’s-Gravenhage) ontving Robrecht van Grevenbroeck in 1372 een jaargeld van de Koning van Frankrijk. Als burggraaf van Montenaeken leende hij in 1375 geld aan de stad Utrecht (van Spaen). Beleend in 1393 met den hof te Schleiden in het land van Dalem (Hollandsch Leenregister). In 1394 had hij een geschil met het klooster van Marienkroon te Heusden (Hollandsch Leenregister). Robrecht van Grevenbroeck stichtte een gasthuis te Roermond. Zijn vrouw was Elisabeth (volgend anderen Hildegond) de la Saulx, dochter van Wouter, heer van den Tempel en N. van Argenteau. Elisabeth was te voren weduwe van Daniel van Palland, heer van Trip. Van Sasse van Ysselt 1901, blz. 6-7. 

    Ridder Robbert van Arkel, Heer van Van Grevenbroeck genaamd van Aken. Kocht in 1366 het kasteleinschap van Montenaken van ridder Jan van Montenaken, Heer van Bindersveld en word 13-6-1373 als zodanig betiteld. In 1366 wordt hij als ridder vermeld en bezat hij een molen te Waremme in leen van de graaf van Loon (oom Jan de bisschop van Luik!). Hij verkreeg Grevenbroek (1380) van zijn oom bisschop Jan van Arkel. Naast Grevenbroek bezat hij Lille-St. Hubert, Rijnswoude, Hamont en Achel. Als ‘grand seigneur’ kreeg hij op 21-4-1372 een lijfpensioen van Karel V, koning van Frankrijk wegens bewezen diensten en liet hij een klooster en groot hospitaal te Roermond bouwen (met verwijzing naar Du Tillet, Recueil des Rois de France, leurs Couronne et Maison, deel II, blz. 297. Hij wordt hier ‘Van Renswoude’ genoemd). Robbert van Grevenbroeck was ontvanger generaal van het graafschap Loon. Ridder Otto van Arkel beloofde hem (1391) schadeloos te houden ‘van den hoeffstal ende alnoch 440 goede Holantsche guldens’. Hij leefde nog in 1401 maar overleed vóór 7-2-1416. In 1372 was hij gehuwd met jkvr. Pentecoste de La Saulx de Temples, weduwe van ridder Daniel van Pallandt, Heer van Trips. Pentecoste was een dtr. van ridder Wouter de La Saulx, Heer van Temples, en jkvr. Margriet d’ Argenteau (Arkenteel). Van Schijndel 1959, blz. 37-38. 

    Het kasteel van Grevenbroek was gebouwd door Willem van Boxtel die vanaf 1338 allodiaal heer was van het rechtsgebied Hamont, Achel en St. Huibrechts-Lille. Diens dochter en schoonzoon verkochten de heerlijkheid in 1360 aan de Luikse edelman Jan van Hamal. In de Loonse successieoorlog koos die de verkeerde zijde. In 1367 moest Jan van Hamal afstand doen van het kasteel van Grevenbroek waarna zijn zoon Willem met de burcht beleend werd als Loons leenman. Het Land van Hamont, etc. bleef allodiaal bezit van Willem van Hamal. Op 1 feb. 1380 ontving Robrecht van Arkel, het kasteel in leen van de Luise prins-bisschop. Hem werd tevens de heerlijke rechten over het land van Grevenbroeck in eigendom gegeven. In 1401 ontstond tussen het land van Grevenbroeck en de naburige Loonse dorpen onenigheid over het bezit van de heide. Prins-bisschop Jan van Beijeren liet de kwestie onderzoeken en grensstenen plaatsen. Robrecht van Arkel, heer van Grevenbroeck ging met de plaatsing niet accoord en liet ze uitrukken. De prins-bisschop bracht een leger samen en trok het land van Grevenbroek binnen, veroverde de vesting Hamont en belegerde het kasteel van Grevenbroek, dat door Jan van Grevenbroek werd verdedigd, dat zich na een langdurig beleg over moest geven. Bij decreet van 24 mei 1401 werd Robrecht van Grevenbroeck vervallen verklaard van zijn rechten en werd het Land van Grevenbroeck geannexeerd en tot Loons leen gemaakt. Zoon Jan van Grevenbroeck werd vervolgend beleend met het kasteel en het land van Grevenbroek. Piet Dekker 1998, blz.147-149. 

    Uit het bovenstaande valt dus te destilleren dat Robbert van Arkel in 1363 Renswoude ontving van zijn oom de bisschop. Hij is schijnbaar in het gevolg van zijn oom naar Luik gegaan en heeft daar carrière gemaakt. In 1366 was hij ridder en had hij een molen te Waremme. In 1366 kocht hij het kasteleinschap van Montenaken waaraan hij zijn incidentele bijnaam Van Aken ontleende. Hij had ook een bastaard met naam Robbert van Aken. Vervolgens moet hij in dienst van de Koning van Frankrijk hebben gestaan waardoor deze hem in 1372 beloonde met een lijfpensioen. Schijnbaar heeft oom Jan van Arkel, overl. 1377, het allodiale land van Hamont, etc. verworven van de familie Van Hamal en geschonken aan zijn neef, die naderhand zelf ook de burcht Grevenbroek verwierf omdat hij daar op 1 feb. 1380 door de nieuwe prins-bisschop mee werd beleend. Het kan ook zijn dat de schenking door bisschop Jan van Arkel een verzinsel is en dan zal heer Robbert uit eigen zak de burcht en het Land van Grevenbroek gekocht hebben. De schenking moet in ieder geval dateren voor … 1377, het overlijdensjaar van oom Jan. Heer Robbert van Grevenbroek was vóór 2 jan. 1413 overleden. Den Bosch R. 1188 (1412-1413), fol. 58r. 

    Zoon Jan van Grevenbroek wordt de oudste zoon genoemd van heer Robbert. Namen als Robbert, Wouter of Daniel lagen echter meer voor de hand. Dus of Jan is de oudste in leven gebleven zoon van heer Robbert, of hij is vernoemd naar oudoom bisschop Jan van Arkel aan wie zijn vader veel de danken had. Als Jan van Arkel de peetoom was zal Jan in ieder geval in voor 1 juli 1377 zijn geboren. Rekening houdend met enkele jonggestorven kinderen zal het huwelijk van heer Robbert in of kort voor 1372 volgens Van Schijndel dus best kunnen kloppen. Hij verwijst hiervoor naar (De Hemricourt,) Le Miroir des Nobles de Hesbaye. 

    Volgens Europaischen Stammtafeln, Neue Folge VI, Tafel 113 Die Herren von Argenteau in Argenteau und in Houffalize, was Wauthier de la Saule gt de Temples gehuwd met Marie, jongere dr. van Renaud IV van Argentau. Bij deze Renaud (heer Robert heeft een zoon met naam Reynier, kastelein van Montenaken) staat de volgende informatie: Ritter, seigneur de Fleron, vogt zu Ciney, senechall d Hzt Limburg; 1318/56, overl. 1356/58; tr.  Katharina von Corswarem, dr. v. Arnold. Marie’s oudere zus Adelaide huwde 1352 Werner van Merode. Voor zover je kunt vertrouwen op de ES zal het huwelijk tussen Marie van Argenteau en Wauter de la Saulx ook wel in de jaren ’50 te plaatsen zijn. Een dochter Elisabeth genaamd Pentecoste uit dit huwelijk zal derhalve bij haar hertrouwen nog jeugdig zijn geweest. Een huwelijksjaar van 1372 (de vermoedelijk eerste vermelding) is derhalve logischer dan ca. 1370. De (bij-) naam Pentecoste (Pinxt) komen we weer in jongere generaties tegen. 
    Heer Robbert van Arkel, heer van Grevenbroek heeft echter niet stil gelegen. Hij heeft maar liefst vier natuurlijke zonen met naam Robbert: R. van Aken; R. van Swolle; R. van der Hullen; R. Dunhoet, die we in de Bossche Protocollen tegenkomen in Peelland en in het grensgebied met België. Wellicht dat de laatste identiek is met een van de voornoemden. Diverse van deze zonen hebben voor nageslacht gezorgd die echter niet altijd gemakkelijk te koppelen valt aan de juiste Robbert. Naast de diverse Robbertsen is er ook nog een natuurlijke zoon Hector. De grote hoeveelheid kinderen en natuurlijke kinderen hebben ervoor gezorgd dat de genealogische literatuur over de Van Grevenbroeks (en het Land van Grevenbroek) zo’n onduidelijk beeld schetst over de juiste familieverhoudingen.

21.  Johan van Grevenbroeck, geboren circa 1375. Heer van Grevenbroeck, Hamont en Lille. Gehuwd met Elisabeth Dicbier, dochter van Hendrik Dicbier en Dirksken van Megen. 
    Johan van Grevenbroek, geboren rond 1375.  (Van Schijndel 1959, blz. 63.) 

    Hij verdedigde in 1401 het kasteel van Grevenbroek toen dat door de prins-bisschop van Luik, tevens graaf van Loon, werd belegerd in het geschil tussen deze en Johan’s vader.  De allodiale goederen van vader werden geannexeerd en zouden voortaan deel uitmaken van het graafschap Loon.  Zoon Johan (en zijn ergenamen na hem) werd op 24 mei 1401 beleend met het Land van Grevenbroek. Hij moest wel de schade vergoeden die zijn vader had aangericht.  (Sasse van Ysselt 1901, blz. 33, met verwijzing naar JJ. Vossen, La seigneurie de Grevenbroek  à Achel, in L’ancien Pays de Loon, 1896 blz. 16.) 

    Tussen 1412 en 1424 werd het Land van Grevenbroek in pand gegeven aan ‘Diederik van Pietersheim, zijn zoon Diederik en Willem van Hoorn’. (Ulens, blz. 202.) 

    Elect Jan van Beieren en het Luikse domkapittel gaven in 1412 het Land van Grevenbroek in pand aan Dirk van Pietersheim, heer van Neerharen. Op 24 mei 1415 werd Willem VII van Horne gekozen als voogd en zaakgelastigde voor Agnes van Flexhe, de weduwe van Dirk van Pietersheim, pandheer van Grevenbroek. In een charter van 26 mei 1424 werd dit door Willem VII nog eens bevestigd. (T. Klaversma, De heren van Horne, Altena, Weert en Kortessem  (1345-1433) (slot), in Weert in woord en beeld, Jaarboek voor Weert 1992,  met verwijzing naar originele oorkonden in het archief van St.Lambert in het Rijksarchief te Luik, en regesten bij E. Poncelet, Cartulaire de l’église de St. Lambert de Liège, Brussel 1933, deel 5, nrs. 2165 en 2291.) 

    Op 10 mei 1405 werden de huwelijkse voorwaarden opgesteld tussen heer Jan van Grevenbroek, ridder en baanderheer van Grevenbroek, oudste zoon van heer Robbrecht van Arkel, ridder, en jkvr. Elsbeen Dicbier, dochter van Hendrik Dickbier, heer van Mierlo.  (Cartularium Mierlo nr. 82.) 

    In een oorkonde van 19 juni 1410 verklaard  Johan van Grevenbroek de ‘dote’ te hebben ontvangen die zijn ‘swere’ Hendrik Dicbier had beloofd in de huwelijkse voorwaarden van 1405 en in diens testament (eerder die dag). Daartoe behoorde o.a. ‘de hoeffve geheeten Ter Hoeven gelegen inder  in de parochie van Mierle’. Hij zegelde met ‘eenen vuythangenden segel der wapenen van Aerkel rontomme getendelert in vuegen naer bescreven’.  (Cartularium Mierlo nr. 85.) 

    Heer Jan van Grevenbroek, ridder, was overleden voor … 1415. (Den Bosch R. 1189  (1414-1415),  fol. 253.  Volgens Van Schijndel (1959  blz. 63) was hij kruisridder ? en dood voor 1411.) 

    Een overlijdensjaar van 1411 zou kunnen verklaren waarom in 1412 de prins-bisschop het Land van Grevenbroek in pand gaf aan Dirk van Pietersheim. De kinderen en erfgenamen van Johan van Grevenbroek waren nog minderjarig en de schade was wellicht nog niet volledig betaald aan de bisschop. In 1405 huwde Johan met Elsbeen Dicbier.  Zijn oudste zoon Robbrecht zal dan in 1406 zijn geboren. Deze werd op 8 juni 1424 beleend met het huis en land van Grevenbroek en Hamont.  Hij moet dan leenrechterlijk meerderjarig zijn geweest, dus 18 jaar, hetgeen naadloos past bij een geboortejaar van begin 1406.  [Cartularium Mierlo nr. 86 (uitspraak door scheidsmannen over de twist tussen Willem VII van Horne en Robbrecht van Grevenbroek)] 

    Jkvr. Elsbeen Dicbier had bij Johan van Grevenbroek drie zonen: Robbrecht; Hendrik en Jan (mooi correct vernoemd)  en  hertrouwde met Jan Dirk Stockelmans (lokale/regionale familie) bij wie ze ook nog drie kinderen had: Hendrik; Jan; Sophia.  Jkvr. Elsbeen Dicbier was de oudste dochter van Hendrik Jan Dicbier, heer van Mierlo 1374-1410. 

    Hendriks vader Jan en ooms, Arnt en Gooswijn Moedel, hadden hun Dicbier-wapen (drie stuiken) laten vallen voor het voorouderlijke Van Mierlo-wapen: drie molenijzers met een barensteel met 3 hangers.  Hendrik Dicbier was vernoemd naar zijn overgrootvader Hendrik van Mierlo, schildknaap, heer van Mierlo, overl. 1331-1335. Een van diens vele dochters was jkvr. Agnes van Mierlo die met de Bosschenaar Jan Dicbier junior huwde. Hun zoon Jan Dicbier, overl. 1374, kocht in 1356 het dorp en de heerlijkheid Mierlo  en bouwde het kasteel van Mierlo. Deze Jan was in of kort voor 1352 gehuwd jkvr. met Elsbeen van Baerle, overl. na ..1399, dochter van de Limburgse ridder Willem van Baerle. Hun zoon Hendrik Dicbier huwde in of kort voor 1380 met jkvr. Dirksken van Megen, overl. na 1410, dochter van graaf Willem van Meghen.  Hendrik en Dirksken hadden vier kinderen: Elsbeen; Hendrik; Jan; Heijlwich x Jan van Berlaer, heer van Haps.  (Hans Vogels, Mierlo, zijn oudste heren en hun familie (c.1100-1335) een genealogische en historische reconstructie, Heemkunde Kring Myerle, Mierlo 1999, ISBN: 90-805381-1-6)

22.  Jan van Grevenbroek, overl. 26.6.1486 en begraven Hopertingen, heer van Bindersveld (nabij St Truyden), poorter van Maastricht (1461), testeert in 1481, tr. 1447 Christina van Sittert. 
    Op 30 mei 1447 werden de huwelijkse voorwaarden tussen jhr. Jan van Grevenbroek, heer van Bijlrevelt, en jkvr. Christina, dochter van wijlen Staes van Sittert, gezegd van der Cruijs, opgesteld. In deze akte verwijst jhr. Jan van Grevenbroek naar zijn overleden moeder Elsbeene van Dicbier. Daarbij aanwezig waren o.a. zijn broers jhr. Robbrecht, heer van Grevenbroek, en jhr. Hendrik van Grevenbroek en zijn neven Jan en Roelmont van Grevenbroek, wettige zonen van voornoemde Robbert. Namens Christina waren o.a. haar voogd jhr. Jan heer van Rijckel,  Raes van Rijckel, kanunnik en proost van het Luikse Sint- Bartholomeus, ridder Raes Warous, heer van Vorous en Ossinguiz en Raes van Hackaert, heer van Hupertinghen.  Deze uitgebreide akte van huwelijkse 
    voorwaarden werd op 14 juni 1447 bevestigd door de bisschop van Luik. Cartularium Mierlo, nrs. 87 en 88. 

    Op 28 juni 1485 maakte Johan van Grevenbroek, schildknaap en heer van Bilrevelt/Bijlrevelt in zijn huys te Hubbertinghen zijn testament met goedkeuring van zijn vrouw jkvr. Christina. Hij vermeld in zijn testament zijn drie (wettige) kinderen: Raeschen; Hendrick; en jkvr. Elsen. Hij was naast heer van Bilrevelt, gegoed in Hobbertinghen/Hubbertinghen, Berlinghen,  Wellen, Vlbeeck, Overbroeck, Mierlo, Tongeren, en had inkomsten uit het Land van Grevenbroek.  Johan wenste begraven te worden in de kerk van Hubbertinghen. Cartularium Mierlo, nr. 89. 

    Volgens Van Schijndel (naar Le Fort, Rijksarchief Luik, Fonds Le Fort, serie I, ms. no. IX, sub van Grevenbroeck)  zou Jan in eerste echt gehuwd zijn met een jkvr. Van Steenberghe, waaruit een dochter Cathelyne zou zijn geboren. Dit is nog niet gecontroleerd. 

    Opmerking: gezien de naam Raes bij drie huwelijksgetuigen van 1447 en een heer van Hupertinghen lijkt het er op dat  Erasmus van Grevenbroek zijn voornaam en zijn Hupertinghense bezit/interesse van moeders kant heeft meegekregen.

23.  Erasmus van Grevenbroeck (Jr Raes), overl. 1532 en begraven in Mierlo, heer van Heeswijck en Dinther (1502,1518), Mierlo (1518) en Bindersveld (lees Bildervelt  in Belgie).  
    Hij testeert 29.9.1532 en legateert het vorsterschap van Mierlo aan Vedastus (van Grevenbroek ??) "zijne neve", maar in leenregister (abusievelijk ?) genoemd natuurlijke zoon. Had bij N.N. twee bastaardzoons en bij Anna (lees Barbara) Martens negen bastaardkinderen, die zijn goederen erfden. Barbara Martens overleed na 26.9.1577 en werd begraven in Gemert. 
    Erasmus (Raeschen) was volgens het testament (1485) van zijn vader de oudste zoon. Hij was heer van Bilrevelt (Bijlrevelt) en gegoed in Hobbertinghen (huys, hoff, landen, bosschen), Berlinghen (landen en bosschen) en Mierlo (hoeve Ter Hoeffve met toebehoren). Vervolgens bezat hij een jaarlijkse rente van 30 gouden rijnsgulden op de heerlijkheid van Grevenbroek. Cartularium Mierlo stuk nr. 89. 

    Hij kocht 7 juni 1502 het dorp en de heerlijkheid Hupertingen (Huberdingen) in Luxemburg dat een leen was van de Heer van Heeswijk en Dinther, van. In 1518 verkocht hij dit weer. Taxandria  jrg. 13 (1906), blz. 70 (artikel G.vd. Elsen, Heeswijk en Dinther II). 

    Heer van het huis, dorp en de heerlijkheid Mierlo, en de watermolens op Coll door koop in 1518. 

    Erasmus testeert 29 sept. 1532 voor twee notarissen en schepenen van Mierlo, en vermaakt Mierlo aan zijn (minderjarig) petekind Jan, oudste zoon van jhr. Franchois, de zoon van zijn broer.  Bonaventura van Grevenbroek wordt als eerste van zijn natuurlijke kinderen genoemd (deze moet al rond 1527 zijn gehuwd). Vervolgens wordt Barbara Martens bedacht, bij wie Erasmus de volgende natuurlijke kinderen heeft verwekt: Anna (afzonderlijk en als eerste genoemd); Barbara; Lucia; Maria. Cartularium Mierlo, nr. 91. 

    Volgens Van Bokhoven maakte Erasmus op 28 sept. zijn testament en op 29 september voor schepenen van Mierlo een codicil. Zie Rijksarchief Noord-Brabant, collectie Baron van Leefdaal, nr. 3, gemerkt B, fol. 32 en Mierlo R. 49  (1533-1534), ongefolieerd. Volgens Van Bokhoven had Erasmus nog meer natuurlijke kinderen:  Frans (gehuwd); Dominicus; Bernard (deze laatste bij Barbara Martens). De overtuigend gebrachte opvatting van Van Bokhoven dat Mierlo vermaakt is aan de oudste zoon van voornoemde natuurlijke zoon Frans van Grevenbroek (en niet aan Jan zoon van jhr. Franchois zoon van jhr. Hendrik van Grevenbroek) wordt niet bevestigd door het testament van 29 september uit het Cartularium en de leenverheffing. 

    Van Schijndel noemt als natuurlijke kinderen van Erasmus nog: Dionisius (verm. 1520-1541);  Frans (verm. 1521-1532, priester en rector van een altaar in de kerk van Mierlo); Raes (verm. 1532); en de bekende Vedast (vaandrig in dienst van Z.K.M.). 

    De door Van Bokhoven genoemde neve Vedast of diens broer Jan worden niet als Van Grevenbroek betiteld.  In het testament van jhr. Hendrik van Grevenbroek, de jongere broer van Erasmus, en die van zijn vrouw Everardina Surleth, d.d. 25 juli 1526 is slechts sprake van hun beider wettige zoon en erfgenaam  Frans/Franchois (reeds gehuwd met jkvr. Catharina van Meghen) en diens zusters. Ook is er in het testament sprake van zijn zusters kinderen.  Cartularium Mierlo, nr. 90. 

    Omdat in het leenregister Vedast als natuurlijke zoon wordt betiteld, ziet men hem en zijn broer als natuurlijke zonen van jhr. Hendrik van Grevenbroek. De vergissing in het leenregister heeft dan slechts betrekking op een verwisseling van vader, Erasmus of broer Hendrik. Volgens het testament van vader erfde jongste zoon jhr. Hendrik, ‘landen, bempden en bosschen onder Wellen, Vlbeeck, Overbroeck en Berlinghen’, en 50 gouden rijnsgulden op het Land van Grevenbroek. 

    Na haar relatie met Erasmus van Grevenbroek huwde Barbara Martens (geb. ca. 1501/02, overl. voor 1 feb. 1580) met de Gemertenaar Gerart Lenart Valcx (overl. voor 14 juli 1578) bij wie ze nog vier kinderen kreeg: Catelijn (geb. ca. 1537/38); Adriaen; Marten; en Lenart.  Hun nageslacht komt veelvuldig voor in de Gemertse en Helmondse schepenprotocollen.

24. Bonaventura van Grevenbroek, geboren circa 1495.  
    Boneventura, geboren rond 1495. Van Schijndel 1959, blz. 125.  

    Boneventura van Grevenbroek, beleend met het schoutambacht van Mierlo 1532. Hij was in 1527 reeds gehuwd met Maria Snoex, overl. na 20 aug. 1552, dr.v. Willem Snoex en Engelken Verhoeven. Van Bokhoven, blz. 14-15. 

    Waarschijnlijk is ca. 1500 voldoende aangezien hij in of kort voor 1527 huwde. Zijn kinderen huwden in de jaren ’50-’60. Boneventura’s is van dezelfde generatie als Barbara Martens (c. 1501/02). Hij heeft derhalve een andere moeder. In 1529 had hij een geschil met de pastoor van Mierlo waarna hij de huisraad van de pastorie kort en klein sloeg en pastoor Jan Moens bijna zou hebben doorstoken als men hem niet had tegengehouden. Van Sasse van Ysselt 1901, blz. 108-109. 

    Barbara Martens was overigens op 7 mei 1535 al ‘hertrouwd’ met Gerard Valx. Van Bokhoven blz. 16

  

25. Raes van Grevenbroeck, geboren circa 1520. Gehuwd met Cornelia de Buyser. 

    Geboren omstreeks 1525, schout van Loon op Zand (1575), overl. voor 1610, tr. Cornelia de Buyser. Van Schijndel 1959, blz. 126.
  

26. Dirck van Grevenbroeck, geboren circa 1555, overleden op 15-06-1635. Stamvader van enige niet adelijke van Grevenbroeck's, welke men had of nog heeft te Loon op Zand, Tilburg, Helvoirt, Herpt, Bern en Den Bosch. Gehuwd met Anneke Corstiaan Peters van der Schoor, overleden op 26-10-1625. 

    Geboren omstreeks 1555, woonde in Udenhout waar hij een brouwerij aan de Molenstraat bezat (1606-1619), was met broer Boneventura eigenaar van ‘De Hesseldonck’ (1606-1610, vertrok in 1619 naar Loon op Zand waar hij schepen (1627) en schout (1634) werd. Zijn zegel vertoont het volle wapen van Arkel (1627). Hij testeerde 17-1-1631, overleed 15-6-1635 en werd begraven in de kerk van Loon op Zand. De scheiding en deling zijner goederen vond plaats op 17-1-1637, waaruit blijkt dat hij gehuwd was geweest met Anna van der Schoor, die reeds op 16-10-1625 te Loon op Zand was overleden. Anna was de dochter van Corstiaen Peterszn. van der Schoor. Van Schijndel 1959, blz. 126. 
  

27.  Jasparijntje van Grevenbroeck, ged. 12.1.1614, tr. Reynier Dirck Aert Nouwen, wonende en werkende te Tilburg. 

28.   Theodorus Reyneri Nauwen, geb. Tilburg ca. 1640, tr. Magdelena Walteri Cuypers, geb. ca. 1650, dochter van Wouter Andries Cuijpers en Adriana Peter Nicolaus de Cock in Loon op Zand. 

29.   Maria Theodorus Reijders Nouwens, gedoopt circa 1680, overleden op 22.08.1721 te Tilburg, tr. op 16.02.1710 te Tilburg Cornelius Petrus van der Schoot, gedoopt circa 1680, overleden op 17.05.1729 te Tilburg, zoon van Petrus Gerit van der Schoot en Cornelia Peter Niclaes de Cock. 

30.   Cornelia van der Schoot, gedoopt (RK) op 24.12.1713 te Tilburg, tr. 12.02.1736 te Tilburg met Gerardus Cornelius de Jongh, geboren circa 1705  te Tilburg, zoon van Cornelis de Jongh en N.N. 

31.    Cornelis Gerard de Jong, gedoopt (RK) op 30.03.1743 te Tilburg  Gehuwd voor de kerk op 16.06.1782 te Udenhout (RK) (Trouw 16.06.1782 Oisterwijk, NG. Echtgenote is Joanna Johannes van Broeckhoven, gedoopt (RK) op 17.11.1750 te Udenhout begraven op 20.05.1794 te Tilburg. Dochter van Johannes van Broekhoven en Anna Maria van  Iersel. 

32.   Martinus de Jong, Bouwman, akkerbouwer, gedoopt (RK, Goirle) op 20.01.1785 te Tilburg, overleden op 03.05.1850  Gehuwd voor de kerk op 23.09.1810 te Udenhout met Cornelia  Simons, gedoopt op 01.08.1787 te Udenhout, overleden op 03.01.1871 te Udenhout , dochter van Hubertus Johannes Simons, Landbouwer., en Petronella Henricus van Geenhoven. 

33.   Petronella de Jong, geboren op 25.11.1821 te Udenhout, overleden op 09.05.1879 te Loon op Zand. Gehuwd op 28.05.1853 te Udenhout met Peter Hamers, bouwman, geboren op 24.11.1826 te Loon op Zand, overleden op 19.05.1870 te Loon op Zand , zoon van Johannes Hamers, bouwman, en Johanna Maria Vermeer  

34.   Johanna Hamers, geboren op 09.02.1855 te Kaatsheuvel, overleden op 07.01.1924 te Kaatsheuvel Gehuwd 29.01.1880 te Kaatsheuvel Echtgenoot is Adrianus (Adriaan) de Kort, Landbouwer,geboren op 16.07.1851 Overleden op 11.02.1916 te Kaatsheuvel,  zoon van Johannes (Jan) de Kort, Landbouwer, en Maria van Broekhoven, Landbouwster. 

Ingezonden door: Ton de Kort
Een nadrukkelijk woord van dank is in deze door de redactie van De Karel de Grote Site verschuldigd aan de heer Hans Vogels, die zo bereidwillig was zijn Grevenbroek-gegevens ter beschikking te stellen, waarmee de ingezonden reeks aanmerkelijk aangevuld en op sommige plaatsen verbeterd kon worden, en mede aan de heer Hans van de Griend.
  • Bronnen
    • De Brabantse Leeuw
    • Genealogisch Tijdschrift voor Midden- en Oost-Brabant
    • Taxandria
    En met betrekking tot Grevenbroek en Arkel wordt verwezen naar: 
    • P.J.W.v.d.Berk e.a., Het Cartularium van Mierlo 1633. Bewerking 1991 van een ‘simpel’ afschrift uit 1884 door mr. CN. Krom. Het origineel is in 1944 in Nijmegen verloren gegaan. Het afschrift Krom is raadpleegbaar in het Rijksarchief Noord-Brabant: Archief Heerlijkheid Mierlo, inv.nr. 1a (130 folio).
    • A.J.L.v. Bokhoven, Jr. Raas van Grevenbroek, heer van Mierlo, overleden Ao. 1532, zijn bastaardkinderen en de moeder van (enkele) dier kinderen, De Brabantse Leeuw jrg. 26 (1977), 11-20.
    • BW.v. Schijndel, Het geslacht Van Grevenbroeck, Met Gansen Trou jrg. 9 (1959), 17->, jrg. 10 (1960), 26-.
    • A.v. Sasse van Ysselt, De familie van Grevenbroeck en de heerlijkheden Loon op Zand, Mierlo en Helvoirt, Taxandria jrg. 8 (1901), 3, 33, 72 (66-), 101, 153, 170, verbeteringen en bijvoegingen, jrg. 11 (1904), 308.
    • J.D. Wagner, Nog iets over de Grevenbroeck’s, Taxandria jrg. 18 (1911), 221.
    • P. Dekker, Godert van Bocholt. Enige heer, grootgrondbezitter en zoutzieder van de Zijpe. Een van de oudste en trouwste dienaren van prins Willem van Oranje, Hoofdstuk 7: De Heren van Grevenbroeck, Schoorl 1998,  147-152.
    • R. Ulens, Het land van Grevenbroek, Limburg (B) jrg. 11 (1929-1930),  202-207.
    • M.J. Waale, Nogmaals een bijdrage tot de genealogie van het middeleeuwse adellijke geslacht Van Arkel,  De Nederlandsche Leeuw jrg. 117 (2000), 4-33.
    • J.C. Kort, Raadsels rond drie Voornse vrouwen, De Nederlandsche Leeuw jrg. 100 (1983), 197.
    • A.J. Maris, De sterfdata van Heer Jan III (X) van Arkel en zijn eerste echtgenote Mabelia van Voorne, De Nederlandsche Leeuw jrg. 88 (1971), 73-79.
    • J.W.v. Groesbeek, De Heren van Arkel, De Nederlandsche Leeuw jrg. 71 (1954), 106, 172, 202.