Reeks 2

 Van der Meijden

4.  Judith van West-Francie, geb. omstr. 844, overl. na 870,  (dochter van IIIE Karel II, de Kale)    tr. (1) Verberie 1 okt. 856 Aethelwulf, koning van Wessex, tr. (2) 858 Aethelbald, koning van Wessex, werd in de lente van 862 geschaakt, tr. Auxerre 13 dec. 863 Boudewijn I IJserenarm, graaf van Terwaan 866, bestuurder van de gouwen Kortrijk, Aardenburg en West Vlaanderen en mogelijk Mempiscus (tussen Gent en Kortrijk), verloor na de schaking van Judith van West Francië zijn graafschappen 862 maar verzoende zich met Karel de Kale en werd opnieuw aangesteld tot graaf in de gouwen Vlaanderen, Waas en Gent 864 en na 866 in de streek Sint-Omaars (Ternois), leke-abt St. Pietersabdij te Gent 870, toezichthouder en raadgever van kroonprins Lodewijk (de Stamelaar) bij het vertrek van Karel naar Italië, overl. 21 jan. 879

5. Boudewijn II de Kale, geb. omstr. 864, graaf van Vlaanderen 879-918, usurpeerde na afloop van invallen van de Noormannen van de jaren 879-883 grondbezit en rechten in de hele streek tussen Schelde en Artois, gold als grondlegger van Vlaanderen als terrotoriaal vorstendom, wisselde herhaaldelijk van partij in de strijd tussen de diverse Westfrankische Koningen en liet aartsbisschop Fulco van Reims (900) en graaf Heribert I van Vermandois (voor 907) vermoorden, richtte een groot aantal burchten op ter bescherming van zijn gebied, overl. 10 sept. 918, begr. Gent, tr. omstr. 884 Aelfthryth van Wessex, geb. omstr. 872 (dochter van Alfred I de Grote, koning van Engeland 871-899, en Elswitha van Gainsborough), stak omstr. 884 het Kanaal over, gravin van Vlaanderen, overl. 7 juni 929

6. Arnulf I (de Grote), geb. 885/90, graaf van Vlaanderen 918-964, na de dood van zijn vader graaf van Noord-Vlaanderen en na de dood van zijn broer Adalofi heer van Boulogne 933, veroverde het graafschap Ponthieu, bevorderde de kloosterhervormingen van Gerard van Brogne, deed grote schenkingen aan de St.Pieter te Gent, trof regelingen met de Westfrankische Koning Lotharius ter bescherming van diens jeugdige kleinzoon als opvolger in 962, overl. 27 maart. 965, begr. St.Pieter te Gent, tr. 933 of 934 Adela van Vermandois, geb. 910/15 (dochter van Heribert II, graaf van Vermandois 907-943) en Adela (of Liegarde) van Neustrie), werd uitgehuwelijkt om de vrede tussen het huis Vlaanderen en de Heribertiner graven te bestendigen 933, gravin van Vlaanderen, overl. tussen 958 en 960, begr. Gent .
Hieruit o.m.: 

7. Hildegard van Vlaanderen, geb. 936/37, overl. tussen 11 apr. 975 en 11 apr. 980, begr. Egmond onder één steen met graaf Dirk III, tr. 938 Dirk II, geb. omstr. 932 (zoon van Dirk I (Bis), vermeld 936-941, en Gerberga (Geva) van Hamalant), graaf in het WestFriese gebied tussen Maas en Vlie 962-988, schonk ter ere van de bijzetting van St.Adalbertus Egmond een stenen kerk 15 juni 950, nam de grafelijke burcht in Gent in (965), bood de Egmondse abdij een evangeliarium aan 975, kreeg zijn lenen in Maasland, Kennemerland en op Texel van koning Otto III in vrij eigendom 25 aug. 985, overl. 6 mei 988.

8. Arnulf ‘Gandensis', geb. Gent omstr. 951, graaf van Holland 988-993, vergezelde keizer Otto II van Duitsland naar Rome 983, breidt zijn gebied uit naar het zuiden, overl. (gesneuveld) 18 sept. 993 (vermoedelijk aan de mond van de Maas), begr. Egmond (abdijkerk), later als heilige vereerd, tr. mei/aug. 980 Liutgard van Luxemburg (dochter van Siegfried van Verdun, graaf van Luxemburg 963-998, en van Hadewig (van Lotharingen), schenkt het bezit Rugge aan de St.Pieterskerk van Gent voor het zieleheil van haar gemaal 20 sept. 993, verzoende zich met de opstandige West-Friezen juni 1005, overl. 13 mei (na 1005), begr. Egmond (abdijkerk).

9. Dirk III 'Hierosolomyta' van Holland, geb. omstr. 981, volgde zijn vader op als graaf van Holland onder voogdij van zijn moeder 993, koloniseerde de Riederwaard omstr. 1015, versloeg het keizerlijk leger van Hendrik II bij Vlaardingen 1018, maakte een bedevaart naar Jeruzalem, steunde Koenraad II in de strijd om het Duits koningschap na 1024, overl. 27 mei 1039, begr. Abdijkerk Egmond, tr. voor 1019 * Othilde von de Nordmark, geb. omstr. 993 (mogelijk dochter van Bernard I, markgraaf van de Nordmark 1018-1044, en N.N. Vladimirovna van Kiev), vertrok na de dood van haar man terug naar Saksen (1039), overl. Quedlinburg 31 mrt. 1044

Volgens broeder Leo (Egmondse annalen, 1370) was zij een dochter van Bernard, hertog van Saksen. Hij geeft hiervoor geen enkele bronvermel-ding. Tegen deze filiatie is als belangrijkste punt in te brengen dat Floris I zelf met een dochter van Bernard I von Saksen was gehuwd, waardoor Floris en Gertrudis neef en nicht zouden zijn. Ramaer (1932) baseert zich op een artikel van Cohn (1871), die aangeeft dat Othelhilda als dochter van markgraaf Bernard II was (zoon van Bernard I van de Nordmark) zonder verdere verklaring. Europaische Stammtafeln I Teilband I geeft slechts één Bernard aan, gehuwd met een onwettige dochter van de vorst van Kiev en vader van Koenraad von Haldensleben. Deze Bernard heeft een zus, eveneens Othelhildes genoemd en stamt uit een belangrijkse Saksische familie (bron: jttp:www.genealogie-mittelalter.de).

10. Floris I van Holland, geb. na 1019, volgde zijn broer Dirk IV op als graaf van Holland 1049-1061, trachtte zijn macht uit te breiden in de Bommelerwaard doch werd vermoord bij Nederhemert 28 juni 1061 door een handlanger van bisschop Willem van Cuijk, begr. Egmond, tr. omstr. 1050 Gertrudis (Geertruida) van Saksen, geb. Saksen omstr. 1033 (dochter van Bernard II Billung, hertog van Saksen 1011-1059, en Eilika van Schweinfurt), regentes voor haar minderjarige zoon Floris II 1061-1071, week met haar tweede man naar Gent uit toen Godfried III met de Bult tegen Holland ten strijde trok 1069, overl. 4 aug. 1115, begr. St.Walburgskerk, Veurne (B.), tr. (2) 1063 Robert I de Fries, graaf van Vlaanderen .

11. Dirk V van Holland, geb. omstr. 1054, onder voogdij van zijn stiefvader Robrecht de Fries 1061-1071, zag zijn    landen bij Rijnland en Westflinge vervallen verklaard aan Utrecht bij oorkonde van keizer Hendrik IV 30 apr. 1064, verdreven uit Kennemerland 1071 doch werd opnieuw aangesteld tot graaf na de moord op hertog Godfried II 'met de Bult' 1076, onttrok de Zuid-Hollandse eilanden aan de macht van de Utrechtse bisschop en nam de sterkte IJsselmonde in juni 1076, steunde in de Constituurstrijd de pauselijke partij (1078), overl. 17 juni 1091, begr. Egmond, tr. voor 26 juli 1083 Othelhildis, overl. 18 nov. (?), begr. Egmond.

12. Floris II de Vette, volgde zijn vader Dirk V op als graaf van Holland 1091, voerde als eerste de titel graaf van Holland 1101 als leenman van de Utrechtse bisschop, nam geen deel aan de eerste kruistocht 1096 maar stimuleerde nieuwe veenontginningen bij de grote rivieren, overl. 2 mrt. 1122, begr. Abdijkerk Egmond, tr. omstr. 1108 Geertruida van Lotharingen, verwekte een natuurlijk kind bij N.N.
Hieruit (o.m.):

  • (bastaard)dochter, volgt Reeks 133
  • Dirk VI, volgt hierna

13.   Dirk VI graaf van Holland, geb. ca. 1109, overl. 5.8.1157, begr. Rijnsburg, tr. ca. 1124 Sophia van Rheineck, overl. Jeruzalem 26.9.1176, begr. aldaar. 
Hieruit (o.m.): 

  • Floris III, volgt hierna.
  • Otto IV/I van Bentheim, volgt Reeks 8

14.   Floris III graaf van Holland, geb. ca. 1128, overl. op kruistocht aan de pest 1.8.1190, tr. 1162 Ada van Schotland, overl. 11.1.1208, begr. Middelburg. 
 

15.   Willem I graaf van Holland, overl. 4.2.1222, begr. Rijnsburg, tr. 1) Stavoren 1197 Aleida van Gelre, waarsch. geb. ca. 1178, overl. 12.2.1218, begr. Rijnsburg. 
 

16.   Floris IV graaf van Holland, geb. 24.6.1210, gedood tijdens een steekspel in Frankrijk 19.7.1234, begr. Rijnsburh, tr. (verloofd Antwerpen 5.11.1214) 1224 Machteld van Brabant, geb. ca. 1197, overl. 22.12.1267, begr. Loosduinen. 
Hieruit o.m.: 
a.    Willem, volgt Reeks 37 
b.    Aleida, volgt hierna 
 

17.   Aleida van Holland, regentes van graaf Floris V 1258 - 1263, overl. tussen 1 maart en 9 april 1284, begr. Valenciennes, tr. sept. 1246 Jan I van Avesnes, geb. Houffalize april 1218, graaf van Henegouwen, overl. 24.12.1257, begr. Valenciennes. 
Kinderen o.m.: 
a.    Jan, volgt Reeks 3 
b.    Gwijde, volgt hierna 
 

18.   Gwijde van Avesnes, geb. ca. 1253, aartsdiaken van Luik, bisschop van Utrecht 1301 - 1317, overl. kasteel ten Goye 28.5.1317, begr. Utrecht (Domkerk). 
Onder zijn bastaardkinderen o.m.: 

  • Maria, vogt hierna
  • Aleid, volgt Reeks 59

19.   Maria van Avesnes, bastaard, geb. ca. 1290, overl. na 1.9.1344, begr. IJsselstein, tr. voor 6.1.1309 Arnold van Amstel, heer van IJsselstein, Oudshoorn, Aarlanderveen, overl. kort na 12.2.1363, begr. IJsselstein. 
Hieruit: 

  • Guyote, volgt hierna
  • Catharina, volgt Reeks 26


20.   Guyote van Amstel, erfdochter van IJsselstein, tr. 1330/31 Jan I van Egmond, geb. ca. 1310, overl. 28.12.1369, begr. IJsselstein. 

    20.5.1330: Gijsbert, heer van IJsselstein, Arnold van IJsselstein, ridder, en Jan van Egmond, maken huwelijkse voorwaarden tussen de laatste en jonkvrouwe Guyotte, dochter van heer Arnold van IJsselstein . 

     20.5.1330: Willem, graaf van Holland, belooft in aansluiting op de brief van 6.1.1309 (zie aldaar), jonkvrouwe Guyotte, gehuwd met Jan van Egmond, in het bezit te stellen van het huis te IJsselstein, indien heer Arnold van IJsselstein geen zoons nalaat . 

     21.9.1347: Guyotte, vrouwe van Egmond, beleent Hendrik van Harmelen met al het goed dat hij hield van haar moeder, vrouwe van IJsselstein . 

     5.4.1363: Johannes Wijnt, notaris, geeft op verzoek van heer Jan van Egmond en IJsselstein transsumpt van de brieven d.d. 14.8.1311, 18.10.1343, 28.10.1343 en 28.6.1347 . 

     11.6.1364: Deken en kapittel van Oudmunster te Utrecht geven aan heer Jan, heer van Egmond en IJsselstein, en vrouwe Guyotte zijn vrouw, gedurende haar leven het gerecht, cijns en grote en kleine tienden in de Achtersloot in pacht . 

     12.9.1364: Albrecht, hertog van Beieren, ruwaard van Holland, beleent vrouwe Guyotte, vrouwe van IJsselstein en Egmond, zijn nicht, met alwat haar vader, heer van IJsselstein, van de grafelijkheid van Holland in leen hield . 

     Uit dit huwelijk o.m. een dochter Berte van Egmond, waarvoor op 6.7.1371 huwelijkse voorwaarden werden opgesteld, m.b.t. tot haar huwelijk met Gerrit van Culemborg. De borgen daarbij waren o.m.: heer Gijsbert van IJsselstein, heer Otto van Leijenberg, Willem van Egmond, Jan van Almelo, Jan van den Vliet en Elias van Woudenberg .

 Kinderen (o.m.): 
  • Arend, volgt Reeks 56
  • Berta, volgt hierna
21.   Baerte (Berta) van Egmond, overl. 1413, tr. 2) (huw.voorw. 6.7.1371) Gerrit van Culemborg, heer van de Leck, Werth en Wertherbruch, Culemborg en Schalkwijk, overl. 28.5.1394. 
Hieruit o.a.: 
  • Johan, volgt Reeks 58
  • Gerrit, volg hierna


22.   Gerrit van Culemborg, heer van Maurik, geb. 1381, verkreeg 5 juni 1403 o.m. het  leengoed te Muijswinkel, groot 56 morgen, en had hierover op 30 maart 1459 een geschil met één zijner zoons; zegelde 9 april 1415 namens zijn neef, de heer van Boxmeer, en deelde 27 mei 1424 de bezittingen met zijn broers heer Johan III en Peter; zag op 14 okt. 1433 (met Peter) af van de rechten op het land van de Lek, hun aanbestorven van hun broer Zweder; zegelde op 2 juni 1453 enige oorkonden en verklaarde 10 febr. 1460 dat heer Johan III en heer Gerrit II zich hadden gehouden aan de scheidingsbepaling van 27 mei 1424; overl. tussen 10.2.1460 en 16.3.1466. Tr. 1) Arnolda Oem van Bochoven van Zevender, vrouwe van Renswoude (1417-1423), overl. voor 26 febr. 1423, dr. van Claes Oem van Zevender en Machteld van Isendoorn. Tr. 2)  tussen 1421 en 1438 Gijsberta van Zuylen van Nyevelt, overl. na 16.3.1466. 
Uit het eerste huwelijk o.m.: 

Uit het tweede huwelijk o.m.: 
  • Hubert, volgt hierna
23.  Hubert van Culemborg, erfde een hofstede te Maurik van zijn vader, overl. voor 6.6.1481, tr. 1460 N.N. van Rossum. 

24.  Sweder bastaard van Culemborg, overl. tussen 4.7.1502 en 6.4.1503, tr. Beatrijs N.N., overl. na 3.5.1504. 

25.  Hadewich (Haze) van Culemborg (Swedersdr.), overleden 1566/1567, dochter van Sweder van Culemborg, richter van Eck en Maurik 1494, en Beatrijs NN. Tr.voor 1515 met Arnt Wtenweerde, overleden 1557/1558, leenman van Culemborg te Maurik( 1518), richter van Eck en Maurik ( 1540, '43, '52), schout (1538), pander ( 1555/56). Hieruit o.m.

26.  Beatrix Wtenweerde, overleden ca. 1578, volgt haar man na diens dood op in de pachtgoederen te Wiel en volgt haar broer Olifier Wtenweerde als pachster op van ca. 4 morgen land in her Ommerenveld te Ommeren. Tr. Gijsbert Roelofsz. Geboren ca. 1500, overleden op 24-07-1562 te Eck, begraven te Eck, gerichtsman (1547) en nabuur(1552) van Eck.         

Gijsbert is Culemborgs jaarpachter van 3 morgen land te Eck en voor 3/4e deel (naast Roelof Henrickss en de erfgenamen van Roelof van Darthuijsen voor 1/4 deel) pachter van een uiterwaard en de Steenweert te Wiel, alsmede van een annex gelegen middelwaard. Hij zegelt als waarborg bij de verkoop van een huis en land te Eck in 1544; citeert als gerichtsman vanaf 1547 diverse malen on geschillen omtrent een middenzand bij Wiel en wordt in 1551 ca. 51 jaart oud genoemd. In een verkoop akte zegelt hij samen met Jan Wolterss als tijnsgenot en Henrick van Eck als tijnsheer. Op 28-12-1555 schrijft hij een kwitantie uit voor zijn broeder Jan Rolofss, pastoor van Maurik, die zelf niet schrijven kan. Als Gijsbrecht Roelofss wordt hij 8-4-1561 ca. 60 jaar oud en 'goet van namen' genoemd.
Uit de vondst in 1872 van zijn blauwe grafsteen met ingehakt wapen blijkt hij op 24-7-1562 te zijn overleden en te Eck begraven. Het wapen vertoonde vijf lelies (3:2) onder een in drieen afhangende barensteel.

27.  Johanna Gijsbert Roelofsdr. Geboren circa 1540, overleden na 1611. Tr. Joost van Essevelt, buur en kerkmeester te Eck, geboren circa 1520, overleden voor 1587, overleden voor 9 oktober 1587, buurmeester,1560 en kermeester, 1559-1560, 1563-1565 van Eck, pachter van land te Eck en Wiel,, zoon van Geurt van Essevelt.

28 .  Gijsbert van Essevelt, herbergier te Ingen, geboren circa 1560 te Ingen, overleden 1604-1611, gedurende de jaren 1591 en 1592 wordt Gijsbert samen met de andere Ingense Herbergiers Dirck Verhuyt en Antonius Splinters in een slepende procedure vermeld met de buurmeesters van Ingen, terzake van betaling van der verteringen door een in het dorp gelogeerd hebbende Engelse bevelhebber. Als vader van de onmondige voorkinderen Willem en Agnes van Essevelt, verkregen bij wijlen Agnes Willemsdr. spreekt hij op 31-3-1603 Arijen Vonck en Bartholomeus Vonck, erfgenaam van diens zuster Digna Vonck voor een schuld in rechte aan. Op 7-5-1604 treedt hij mede voor zijn zusters op als erfgenamen van hun moeder Johanna, wed. van Joost van Essevels, in een vorderingskwestie op Pelgrom en Alidt Vonck, erfgenamen van Digna Vonck vnd.. Zijn weduwe Anna Mertenss wordt tussen 22-4-1611 en 19-5-1628 diverse malen voor schulden in rechte aangesproken. Een vordering heeft zij op 10-1-1634.  Ondertrouwd 1) circa 1590 met Agnes Willemsdr. Geboren circa 1565 te Ingen, overleden voor 1600. Tr. 2) met Anna Mertensdr. Overleden na 1635. Uit het eerste huwelijk:

29.  Joost van Essevelt, gerichtsman, buurmeester en schepen van Ommeren, landeigenaar, geboren circa 1600, overleden na 1673, overleden kort na 10 oktober 1673, wonend te Ommeren, gerichtsman (1633), buurmeester (1647), schepen der heerlijkheid Ommeren, leenman van Lienden en ter Lede te Ommeren, landeignaar en pachter van de Commanderij van Ingen te Ommeren en pachter te Ingen. Tr. ca 1644, voor 15 0ktober 1644 met Theodora (Dirckje) van Hattem, overleden na 1676, lidmaat te Ommeren 1673, dochter van Jan Geurtsz van Hattem en Johanna Cornelisdr Vernooij.

30.  Gijsbert van Essevelt, landeigenaar, geboren circa 1630 te Ommeren, overleden voor 1692, leenman van lienden en ter Lede te Ommeren(1677), landeigenaar op Meerten in de heerlijkheid Lienden. Tr. circa 1660 met Judith Jansdr. van Westrhenen, geboren circa 1635, overleden na 1692, dochter van Gerritsz van Westrhenen en Gerritje Jelisdr. van Lienden.

31.  Joost van Essevelt, boer op de "Aschheuvel", geboren circa 1665 te Ommeren, overleden voor 1722. Wonend op de Aschheuvel te Ommeren, buurmeester (1697,1703) en kerkmeester (1696-1701, 1713-1716) aldaar mede voor zijn broers na de dood van zijn vader, vanwege Lienden en ter Lede beleend met land op de Brey te Ommmeren. Treedt mede voor zijn broer Claes en de kinderen van Teunis Janss van Westrhenen, verkregen bij Neeltje van Essevelt ex testamento op in een boedelscheidingsakte van Henrickje van Westrhenen, vrouw van Gijsbert van Essevelt. Blijkens de betalingslijsten van het familiegeld van Ommeren uit 1702 en 1703 (wanneer hij tevens buurmeester is) is Joost de hoogst aangeslagene van Ommeren. Tr. de kerk op 06-05-1694 te Ommeren met Neeltje Jansdr Quint, 25 jaar oud, gedoopt op 25-04-1669 te Ingen, dochter van Jan Bartensz Quint en Mechteld Jansdr.
Hieruit o.m.

32.  Johanna van Essevelt, ged. Ommeren 29.9.1704, tr. ald. 29.3.1728 Heere Metman, geb. Veenendaal ca. 1695. 

33.   Klaartje Cornelia Metman, geb. en ged. Utrecht 9.5.1730, begr. Veenendaal 25.11.1809, tr. Veenendaal 7.6.1750 Hendrik van Ravenswaay, ged. Veenendaal 21.11.1728, landbouwer te Veenendaal, begraven ald. 30.6.1806. 
Hieruit o.m.:

34.   Cornelis van Ravenswaay, ged. Veenendaal 18.2.1770, tr. ald. 9.11.1794 Arisje van Ginkel. 

35.   Clara Cornelia van Ravenswaay, ged. Veenendaal 23.8.1795, tr. ald. 28.6.1816 Tomas van der Meijden, ged. Veenendaal, 24.12.1786. 

36.   Lubbert van der Meijden, geb. Veenendaal ca. 1821, landbouwer, tr. Rhenen 23.3.1850 Rijkje Versteeg, geb. Rhenen ca. 1827. 

37.   Reijer van der Meijden, geb. Rhenen ca. 1866, landbouwer, tr. Veenendaal 8.5.1897 Aaltje Budding, geb. Veenendaal ca. 1873. 

38.   Lambertus van der Meijden, geb. Veenendaal 23.11.1897, tr. Teuntje Wisgerhof. 

39.   Jan van der Meijden, geb. 1934, tr. Neeltje Lodder. 

40.   Lambertus van der Meijden, geb.  1962, tr. Maria Willemina van de Scheur, geb. 1960. 
Hieruit: 
a. Maria Neeltje, geb.  1986 
b. Janneke, geb.  1988 

Ingezonden door: Ph.J. van Dael
Bronnen: 
  • Nederbetuwse afstammelingen van Karel de Grote via Beatrix Wtenweerde, door drs W.F.M. Ahoud, in De Gelderse Leeuw, Arnhem 1992
  • Kwartieren Greidanus-Jaeger in stamreeksen, door mr G.J.J. van Wimersma Greidanus, 's Gravenhage 1994
  • Deze reeks is later aangevuld met gegevens van de heer Gert Jan Vonk (zie Reeks 120 en 121)en ten aanzien van de generaties 4 t/m 12 door de heer Edwin van Voskuilen (zie Reeks 133 en 135).