Reeks 7

 tussenreeks via Van Amstel

Zie voor de hiervoor liggende generaties Reeks 4)

Deze reeks vertoont een onjuiste schakel in de vorm van een niet bestaande Ida van Boulogne die rond 1070 zou zijn gehuwd met Herman van Malsen. Met het schrappen van Ida zou de afstammingsreeks naar Karel de Grote, via de familie van de Heren van Cuijk, komen te vervallen. Echter: dat Hendrik van Malsen/Kuyc die met Alveradis [van Hochstaden] huwde, af zou stammen van Karel de Grote leek desondanks duidelijk. Hij was aanwezig bij een verkoop in 1096 door Ida van Lotharingen, weduwe van graaf Eustachius II van Boulogne, en haar zoon Godfried van Bouillon. Hendrik en Alveradis noemen bovendien hun "oudste" zoon Godfried. Zie voor het verdere verhaal: de excursiones.

9    Mathilde van Leuven, tr. Eustachius I van Boulogne, geb. ca. 1010, overl. ca.1049.

10    Eustachius II van Boulogne, geb. ca. 1049, overl. ca. 1080.

11    Ida van Boulogne, overl. 1106, tr. 1) ca. 1070 Herman (van Malsen), vermeld 1057-ca.1080, tr. 2) ca. 1080 Cono graaf van Montaigu, overl. 1106.
Uit het eerste huwelijk:

12    Hendrik I van Kuyc, geb. ca. 1070, overl. voor 9.8.1108, tr. ca. 1100 Alveradis (gravin van Hochstaden), vermeld 1108-1131, betrokken bij de stichting van de abdij Mariënweerd in 1129.

13    Herman van Kuyc, geb. ca. 1100, overl. ca. 1168, tr. ca. 1130 (waarsch.) een dochter uit het huis Namen of Laroche.

14    Hendrik II van Kuyc, geb. ca. 1130, overl. 1204, tr. ca. 1160 Sophia van Renen, erfdochter van Herpen.

15    Albert heer van Kuyc en Grave, Herpen, Merum en half Asten, geb. ca. 1160, overl. 1233, tr. ca. 1195 (Margaretha) van Merheym (Merum).

16    NN van Kuyc, is dood 1240(?), tr. ca. 1220 Gijsbert III van Amstel, vermeld 1230-1252.

    Gijsbrecht (III) van Amstel, heer van Amstel, ministeriaal van de bisschop van Utrecht, ridder. Getuige voor de elect Otto in 1238   (samen met zijn vader), 1239 , 1240 , mogelijk  ook in 1241  , 1244 (2x) ; in 1245 verkoopt Gijsbrecht van Vechten 12 morgen land bij Amelisweerd, welke hij in leen van Gijsbrecht van Amstel en in achterleen van de bisschop houdt, aan de abdij van Oostbroek en hij zal ze de abdij in volle eigendom overdragen zodra het leenverband is opgeheven  ; belooft in 1247 aan de voogd, de raden en de gemeente van Lubek zijn medewerking om aan hun medeburgers, die in de strijd tegen de rover Markward Culen gewond zijn, hun schade te doen herstellen, en verzoekt daarentegen aan zijn mannen hun kogge te doen teruggeven ; in 1247 getuige als de rooms-koning Willem zekere bij Delft gelegen landerijen aan zijn tante Richarda geeft en deze ze vervolgens  aan de Duitse orde schenkt  ; getuige voor het kapittel van Oudmunster te Utrecht in 1247  ; in 1249 getuige voor de echtgenote van Gijsbrecht van Ruwiel  en in 1248/49 onder de zegelaars voor Gijsbrecht van Ruwiel  , zou volgens Greidanus overleden zijn in 1354 (hoe komt’ie daaraan?).

    Volgens Van Spaen, zou de G. Miles van Amstel, die in 1233 mede in de aflossing van het pandschap van de goederen te Boskoop bewilligde, mits daarvoor 150 pond ontvangende, Gerard van Amstel betreffen.

    Kinderen (o.a.)

    • Gijsbert IV, volgt reeks 23
    • Arnold, volgt hierna
     
17    Arnold van Amstel, ridder, heer van Benschop, vermeld 1267-1290, bouwde de burcht IJsselstein  , overl. 1291, tr. Johanna, vermeld als diens weduwe in 1300.
    In 1277 verkoopt Wouter UtenGoye, knaap, behoudens goedkeuring van de leenheer, Jan van Kuijc, ridder, aan Arnold van Amstel, ridder, het gerecht in Eijteren aan weerszijden van de IJssel met de cijns, het veer en de visserij, op voorwaarde dat heer Arnold de schuld, die Wouter heeft aan Gerard van Vliet uit hoofde van diens huwelijk met Wouter’s zuster, betalen zal, in welke zaak Wouter’s broer Gijsbert arbiter zal zijn .
     
18    NN van IJsselstein, tr. Arnold van den Berghe, van 1277 tot 1296 vermeld als 'van Liesveld' en van 1290 tot 1300 als 'heer van den Berghe'.

19    Agnes van den Berghe. Volgens Wittert van Hoogland eist ze op 12.4.1332 de erfenis van haar vader op en die van haar broer Herbaren en bekomt een derde deel der goederen van Aertsbergen. Tr. Elias van Woudenberg.

    Elias van Woudenberg, geb. ca. 1285, is mogelijk voor het eerst vermeld in 1314  en noemt in 1316 Mechteld zijn stiefmoeder. In 1328 geeft Elias van Woudenberg, knaap, mede uit naam van zijn echtgenote Agnes, het goed Emelaer aan heer Arnoud van IJsselstein. In 1321, nog tijdens het leven van zijn vader Jan, geeft hij, als knape, een oorkonde uit betreffende het goederencomplex Te Velde. In 1329 heeft de bisschop een schuld aan Elias.  In 1333 verkoopt Elias het goed te Hoevelaken aan Reijnald, graaf van Gelre, hetgeen hem door de bisschop niet in dank wordt afgenomen. Ten einde zijn betrekkingen met de bisschop te verbeteren doet hij nog in datzelfde jaar met zijn vrouw en zijn zoon Jan afstand van alle rechten op de goederen, die ze van de bisschop in leen houden, als Elias zich niet voor 11 november van dat jaar te Duurstede in gevangenschap heeft begeven of voordien met de bisschop heeft verzoend. In 1336 belooft hij, nog steeds als knaap, heer Gijselbrecht, heer van IJsselstein, en diens zoon Arnoud, dat hij het huis Woudenberg slechts met hun toestemming in een oorlog zal gebruiken en het op hun verzoek voor de bisschop zal openstellen. In hetzelfde jaar verklaren hij en zijn vrouw met de bisschop te zijn overeengekomen dat hun oudste zoon Jan zal trouwen met jonkvrouwe Willemette, dochter van de bisschop. Ze vermaken daartoe hun zoon Jan hun huis te Woudenberg met alles wat ertoe behoort, behoudens een lijftocht voor hen beiden en beloven deze erfenis een half jaar na het huwelijk over te zullen dragen. Verder geven ze hun zoon Jan dadelijk een lijfrente van 100 pond zwarte tornoisen uit goederen aan te wijzen door de heer van IJsselstein en diens zoon Arnoud. Ook zullen ze binnen een half jaar, in overleg met diezelfde heren, Willemette een lijfrente van 40 pond geven en een even grote erfelijke rente. In 1339 verklaart Agnes, dat haar neef Herbaren van Riede, op haar verzoek drie brieven betreffende haar lijftocht uit het goed Woudenberg en het goed Oevelaer in ontvangst heeft genomen van haar oom de heer van IJsselstein. Hieruit blijkt o.m. dat Woudenberg dan een leen is van de graaf van Kleef en dat haar oom, na opdracht door Elias haar echtgenoot, hun zoon Jan daarmee beleent, behoudens de lijftocht voor haar echtgenoot en haarzelf. Waarschijnlijk mogen we hieruit ook concluderen dat Elias in 1339 reeds overleden is.
     
20    Jan van Woudenberg, geboren ca. 1310, overleden voor maandag na Judica 1367 57), tr. (huwelijkse voorwaarden 14.4.1336 55) Willemette, dochter van Jan van Diest, bisschop van Utrecht. Waarschijnlijk is deze Jan dezelfde die in tweede echt huwt met Aleid (door Booth ook van Almelo genoemd), waaruit:
 

21    Elias van Woudenberg, volgt Reeks 5 (generatie 21)

Bronnen:

  • generatie 11-16
    • De heren van Kuyc 1096-1400, door dr J.A. Coldewey, Tilburg 1981
  • generatie 17-21
    • Onderzoek Ph.J. van Dael
Specifiek generatie 16 en 17:
De heer J.A.Coldeweij voert in zijn boek “De heren van Kuyc 1096-1400” (blz.30) overtuigende argumenten aan voor een huwelijk tussen Gijsbrecht III van Amstel met een van Kuyc. Deze zijn onder meer:
  • Jan van Amstel, de zoon van Gijsbrecht IV, zegelt in 1325 met het wapen Amstel, waarin een  vrijkwartier Kuyc (zijn grootmoeder).
  • In 1285 is Jan I van Kuyc borg voor de drie gebroeders van Amstel (Gijsbrecht IV, Willem en  Arnold).
  • Van Spaen concludeert in zijn “Historie der Heeren van Amstel, van IJsselstein en Mijnden” dat de  moeder van Gijsbrecht IV uit het geslacht van Oegstgeest moet zijn gesproten. Dat hij bij deze veronderstelling onbewust het bewijs leverde van een huwelijk Amstel met Kuyc, heeft Van Spaen niet beseft. Hij kon namelijk niet weten dat Willem van Oegstgeest, die door hem wordt geciteerd, een zoon was van Dirk van Kuyc burggraaf van Leiden en van Christina van Oegstgeest. Deze Dirk was een oom van Jan I van Kuyc en dus ook (van moederskant) van Gijsbrecht IV van Amstel.
Van Spaen schrijft: “Alleen uit eene verklaring, door Floris van Oegstgeest in 1364 gegeven, verneemt men, dat de Heer van Amstel en zijn broeder Willem, Proost van S. Jan, moeije kinders waren van zijnen vader Heer Willem van Oegstgeest, Ridder; derhalve is waarschijnlijk de vrouw van Gijsbrecht den III, uit het geslacht van Oegstgeest gesproten”.  Tevens blijkt uit hetzelfde stuk dat burggraaf Hendrik van Leiden (Kuyc) een oom van Floris (bastaard) van Oegstgeest was. (Als bron vermeldt Van Spaen: Mieris III, 172. ) E.e.a. leidt tot de genealogische opstelling, zoals door Coldeweij in zijn “Heren van Kuyc”, op blz. 92/93 weergegeven. Echter plaatste hij een kanttekening daarbij, op blz.90, in noot 185,: “N.B.: het valt op dat Floris van Oegstgeest geen melding maakt van de derde broer, Arnold van IJsselstein; mogelijk was deze een zoon uit een tweede huwelijk van Gijsbrecht van Amstel met een dochter van Arnold II van Heusden.”. Inderdaad zou het ontbreken van Arnold van IJsselstein reden kunnen geven tot het veronderstellen van een tweede huwelijk van Gijsbrecht III van Amstel. Er zouden echter ook argumenten aan te voeren zijn waarom Floris van Oegstgeest deze Arnold niet zou hebben genoemd, zoals:
  • Floris doet  zijn uitspraak bijna 100 jaar na dato en hoeft dus zeker niet volledig in zijn uitspraak te zijn. Hij verzuimde ook de zuster Elisabeth van Amstel te vermelden, weliswaar een zuster, maar dan wel één die met de bekende Herman VI van Woerden was gehuwd.
(Hiervan uitgaande zou een zoon Arnold ook mogelijk zijn uit een huwelijk Van Amstel x Van Kuyc, als de Van Heusdens inderdaad verwant blijken te zijn met de Van Kuycs.)

Zoals hiervoor bermeld oppert Coldeweij de mogelijkheid dat Arnold een zoon geweest zou kunnen zijn uit een mogelijk tweede huwelijk van Gijsbrecht III van Amstel met een dochter van Arnold II van Heusden. Echter, de naam Arnold zou een verband met Van Heusden kunnen doen veronderstellen, maar andere aanwijzingen dan alleen de naam Arnold, die zouden wijzen naar een mogelijk huwelijk tussen Amstel en een dochter uit het huis Heusden, zijn niet te vinden.

Voorts wordt gewezen op hetgeen over dit onderwerp in 'De heren van Amstel 1105-1378', door Th.A.A.M. van Amstel, (Hilversum mei 1999, uitgeverij Verloren) o.m. op p. 95 en 96 wordt vermeld. Onder verwijzing naar Ketner's 'Stichtse Studiën' wordt daar gesteld dat er een mogelijkheid bestaat dat Arnold van IJsselstein (Gijsbert IV's broer) Benschop en andere Stichtse goederen wellicht van moederszijde in bezit zou hebben gekregen. Vermoedelijk trouwde Gijsbert III van Amstel in tweede echt mogelijk een vrouw van Benschop?