Voorouders van

Karel de Grote 

Voorouders van Karel de Grote.

Inleiding:

Inleiding:

Onderstaand overzicht van de voorouders van Karel de Grote is ontleend aan de boeken “Les Ancêtres de Charlemagne” van Christiaan Settipani (ISBN 2-906483-28-1), uitgebreid met de errata (andere theoriëen en drukfouten, die hij later gepubliceerd heeft op internet: “www. Rootsweb.com/~medieval/addcharlENG.pdf” en zijn boek “La Préhistoire des Capétiens, Tome I”. In geval van verschillende opvattingen zijn de meest recente errata aangehouden, dit geldt voor  Irmina, abdes van Ören getrouwd met Hugobert, en vooral voor de voorouders van Rotrude, echtgenote van Karel Martel. Reeds in de eerste errata geeft Settipani geen definitief oordeel omtrent de ouders van Rotrude maar beperkt zich tot waarschijnlijkheden, in de addendum 2000 gaat hij een stap verder en zijn Willegarde en St Lievin als ouders van Rotrude volledig verdwenen en wordt alleen een vader Lambert genoemd, dit is zo overgenomen maar de lezer zij gewaarschuwd dat vrijwel alle overige bronnen daarin verschillen. In de errata van januari 2000 verdwijnt Irmina van Ören volledig uit de kwartierstaat en heeft Hugobert als vrouw Theodrada, een zuster van Irmina, we hebben aangenomen dat in die nieuwe structuur, die noch volledig is noch iets motiveert, de eerdere veronderstellingen rond Hugobert ongewijzigd zijn gebleven.

De gegeven voorouders zijn allen Settipani’s keuze, vermeden is daarbij zowel alle mogelijkheden of alternatieven te noemen evenals, op een enkele uitzondering na, de weergave van de complete motievering.

Settipani onderscheidt a. voorouders die zeker zijn, b. voorouders die vrijwel zeker zijn (“quasi certitudes) en c. mogelijke voorouders. De eerste categorie is vet gedrukt en onderstreept, de tweede uitsluitend vet gedrukt en de laatste, helaas verreweg de grootste groep, is normaal weergegeven. De nummers voor de namen volgen de sosa nummers met Karel de Grote als 1. Voor de  lijn naar de oudheid hebben we Settipani’s voorbeeld gevolgd en een samenvatting gegeven van de veronderstelde lijnen met een schema als verduidelijking.

Tot slot geef ik U twee uitersten: er zijn pogingen om Charlemagne aan beroemde vorsten uit het verre verleden als Ramses, Priam van Troje (!) te koppelen maar er is ook een theorie van de duitse historicus Illig, overigens door weinigen geaccepteerd,  dat Charlemagne en een deel van de middeleeuwen in het geheel niet bestaan zouden hebben, zie: Heribert Illig: “ Das erfundene Mittelalter”.

1. Karel de Grote, geb. Ingelheim, 2 april 748, gest. Aken, 28 januari 814, zie “Eerste generaties.”

Eerdere bronnen gaven 742 als geboortejaar hetgeen hem een bastaard maakte, er is afdoende aangetoond dat Karel een zoon was uit het huwelijk van zijn ouders en het jaar 748 wordt thans als juist ervaren en ook in de “Préhistoire des Capétiens” opgegeven.

Generatie I

2. Pepijn de Korte, geb. ca. 714, gest. St. Dénis, 18 of 24 september 768, koning van Frankrijk van 751-768. Hij werd gedoopt in Utrecht door St. Willibrand, aartsbisschop van Utrecht

Deelde aanvankelijk de regering met zijn oudste broer Carloman, installeerde Childeric III op de troon, onderwierp Aquitanië en trok met zijn broer verder tot aan de oevers van de Inn (743). Na het intreden in het klooster  van zijn broer Carloman (747) alleen hofmeier, maakte reeds met Carloman een begin met diverse hervormingen in de kerk en schoot de paus te hulp tegen de Lombarden. Hij zond in 751 twee getrouwen, Fulrad en Bouchard, naar Rome om op diplomatieke wijze te informeren hoe paus Zacharias stond t.o.v. zijn eventuele koningschap en ontving het beroemde antwoord:” Het lijkt mij beter diegene koning te maken die de koninklijke macht bezit dan diegene die die macht niet bezit.” Hierop verzamelde hij zijn raad der edelen in november 751, sloot Childebert op in de Abdij St. Bertijn en werd tot koning gekozen. De echte erfgenaam Thierry werd zoals gebruikelijk in het klooster gedaan (Fontenelle) en verdween, als zijn vader, uit de historie. Na zijn kroning, 756-760, voerde hij oorlog met de Saksen, uiteindelijk onderworpen door zijn zoon, daarna met Beieren, waar hij zijn halfbroer Griffo verjoeg en de vasaliteit van Tassilo III accepteerde, onderwierp  tenslotte Aquitanië; verbeterde sterk de administratie van zijn rijk en vervolgde de verbetering van de organisatie van de kerk en startte zo een aantal acties die een vervolg kregen die later door historici de “carolingische renaissance” zou worden genoemd.

3. Berthe van Laon, gest. Choisy-au-Bac, 12 juni 783. Huwt Pepijn 743/44 volgens de annalen van Prüm, betrouwbaarder dan andere bronnen die verschillende data opgeven.  In 753 ondernam paus Stephanus II de reis naar Gallië om de hulp van de koning in te roepen tegen de Lombarden, bij deze gelegenheid werden Pepijn, Berthe en hun twee zonen gezegend op 28 juli 754 in de basiliek van St. Dénis, waarbij door de paus de banvloek werd uitgesproken over een ieder die de macht in het rijk zou grijpen en niet tot hun geslacht behoorde.

Berthe werd nauwelijks meer genoemd tijdens haar huwelijk met Pepijn behalve toen het huwelijk met Pepijn snel verslechterde en in 762 moest de paus Paulus I ingrijpen om Pepijn van een scheiding af te houden, des te meer liet zij zich gelden tijdens de regering van haar zoons door haar sterkr sympathie voor de Lombarden, reden van Karel’s huwelijk met de dochter van de lombardische koning, zij verloor snel invloed toen Karel een ander koers ging varen.

Generatie II

4. Karel Martel, geb. ca. 690, gest. Quierzy, 22 october 741, hertog der franken 717-741. Zijn moeder Alpaïde was de tweede vrouw  van Pepijn van Herstal en zijn stiefmoeder Plectrude nam direct de teugels in handen bij het overlijden van Pepijn terwille van haar zoon Théobald en sloot Karel op. Neustrië kwam, door Pepijn in 687 onderworpen, direct in opstand en versloeg Plectrude vernietigend waardoor Austrasië ernstig bedreigd werd, dit was het moment (714) dat Karel wist te ontsnappen, een leger vormde en de Neustriers aanviel met desastreus resultaat, overigens de enige maal in zijn leven dat hij een slag verloor. Na een eerste overwinning in 716 volgde een grote slag op 28 mei 717 te Vinchy tegen de koning van Neustrië Chilperic II en Karel was heer en meester in Francië. Plectrude werd in een klooster gedaan, waar we elk spoor van haar verliezen.

Karel voerde zijn gehele leven strijd, in 718 onderwierp hij de Saksen, in 719 de Friezen met de inname van Utrecht, in datzelfde jaar versloeg hij nogmaals Neustrië die ditmaal bijgestaan werden door Eudes van Aquitanië. Karel prefereerde om hofmeier te blijven en handhaafde Chilperic II op de troon, erkende diens opvolger Thierry IV en wist Austrasië en Neustrië te verenigen, stimuleerde de kerk en de evangelisatie, installeerde verschillende bisschoppen waaronder zijn zoon Gewileb in Mainz en Gregorius in Utrecht, in 724 overleed zijn vrouw Rotrude (zie 5) en hertrouwde hij Suannechilde, nicht van Odillo, hertog van Beieren.

Inmiddels waren de Saracenen aan hun opmars in Spanje begonnen (711) die rond 720 aan veroveringstochten aan de andere zijde van de Pyrenëen resulteerden, Eudes van Aquitanië wist bij Toulouse een krappe overwinning te behalen maar toen de heilige stad Tours werd bedreigd riep hij de hulp van Karel in, in 732 volgde de beroemde slag bij Poitiers waar Karel de arabieren tot staan wist te brengen, drie jaar later stierf Eudes en Karel wist zijn opvolger Hunaud met geweld onder zijn invloed te brengen, van 736 to 738 veroverde hij Bourgondië, de Provence en Marseille, zijn macht was inmiddels zo groot dat bij het overlijden van de merovingische koning Theoderic IV in 737 hij niet de moeite nam deze te vervangen, bij zijn dood verdeelde hij zijn rijk tussen zijn drie zonen, aan Carloman Austrasië, Alemanië en Thüringen, aan Pepijn Neustrië, Bourgondië, de Provence en de Moselgouw en aan Griffon (zoon van zijn huwelijk met Suannachilde) een stuk land in het centrum van het rijk.

Bovengenoemde Plectrude zou een dochter zijn van de senechal Hugobert en Theodrada en een zuster van de Irmina getrouwd met Chariveus, de schoonouders van Berthe van Prüm.

5. Rotrude, gest. 724. De eerste vrouw van Karel Martel en de moeder van Pepijn werd niet in de oude annalen genoemd, met uitzondering van de dood van een zekere Rotrude in 724, hetgeen automatisch inhield dat het een persoon van grote importantie was, mede door de perfecte synchronisatie met Karel’s tweede huwelijk werd aangenomen dat Rotrude de eerste vrouw van Karel is geweest.

6. Caribert Hardrad, geb. 700/705, gest. na 748, graaf van Laon, ondertekende met zijn moeder Berthe de stichtingsacte van het klooster Prüm op 23 juni 721, werd opnieuw genoemd onder de naam “d’Hardrad alias Caribert” in een schenkingsacte die Berthe deed aan klooster Echtenach, zijn jaar van overlijden werd benaderd door het feit dat uit een acte van 762 van Pepijn en Berthe duidelijk bleek dat Berthe toen al geerfd had.

7. (Gisèle ?), over de naam en het leven van de echtgenote van Caribert was niets bekend, maar het feit dat sinds Pepijn de naam regelmatig voorkwam bij de carolingische prinsessen en daarvoor niet maakt haar plaats als echtgenote van Caribert meer dan waarschijnlijk.

 

Generatie III

8. Pepijn van Herstal, geb. ca. 645, gest. Jupile sur Meuse, 16 december 714, de naam “van Herstal” is afkomstig van één van zijn landgoederen, zijn leven werd beheerst door de voortdurende strijd, eerst om de macht later de vergroting van het frankische rijk.

Hij trad pas op de voorgrond in 680 toen hij bij de dood van de koning van Austrasië met hertog Martin van Champagne (in tegenstelling tot eerdere theoriën, noch zijn broer noch zijn neef) een overheersende positie verwierf. Austrasië, sinds enige jaren onder het juk van Neustrië kwam in opstand maar Ebroïn, de hofmeier van Austrasië, is hen te sterk. Pepijn en Martin vluchtten verschillende kanten op, Martin verschanste zich in Laon en werd het eerste aangevallen, Ebroïn wist hem over te halen zich met zijn leger aan zijn zijde te scharen maar vermoordde allen zodra de stad zich opende, kort daarop werd Ebroïn vermoord door een edelman Ermenfried die direct naar het hof van Pepijn vluchtte aldus voedsel gevende aan het gerucht dat Pepijn de aanstichter van de moord was. Ebroïn’s opvolger Warraton sloot vrede met Pepijn, deze vrede was echter van korte duur, Gislemar, zoon van Warraton, verdreef zijn vader en voerde opnieuw oorlog, Pepijn werd verslagen bij Namen maar toen Gislemar meteen daarna overleed, keerde Warraton terug als hofmeier en het werd opnieuw vrede, bij Warraton’s overlijden in 686 nam zijn schoonzoon Berchaire zijn positie in en op aandringen van de weduwe van Warraton, Ansflède, viel hij Pepijn opnieuw aan, ditmaal wist Pepijn echter een eclatante overwinning te behalen, Tertry 687, hetgeen hem de macht over Austrasië geeft, Berchaire leefde weliswaar nog enkele jaren (tenminste tot october 688, en pas bij zijn dood nam Pepijn positie als hofmeier van koning Thierry III van Austrasië in en plaatste één van zijn getrouwen, Norbert, op zijn positie in Neustrië, in 700 vervangen door Grimoald, zoon van Pepijn, terwijl een tweede zoon Drogo, Bourgondië ging regeren met de titel hertog van Champagne. Pepijn was nu op het toppunt van zijn macht, weliswaar regeerde de merovingische koning maar Pepijn besliste, er waren echter regelmatig problemen aan zijn grenzen en de rest van zijn leven vocht hij met wisselend succes tegen de saksen, friezen en alemanen.

Het privé leven van Pepijn werd bepaald door familiedrama’s, getrouwd sinds 691 met Plectrude uit één van de machtigste families van Austrasië (vgl. 50), bij wie hij de zoons Drogo en Grimoald had, had hij een tweede echtgenote Alpaïde met als zoons Karel en Childebrant, tussen beide vrouwen, elk met hun eigen aanhang, bestond een enorme haat hetgeen culmineerde rond 705 met de moord op de prelaat van Luik, St. Lambert, aanhanger van Plectrude, kort daarop stierf Drogo en in april 714 werd Grimoald gedood op de graftombe van St. Lambert; tegen het einde van zijn leven stond Pepijn geheel onder de invloed van Plectrude en benoemde als zijn opvolger een bastaardzoon van Grimoald, mede uit wraak op de moord van Grimoald, dit ten koste van de zoons van Alpaïde en vier zoons van Drogo, die waarschijnlijk niet onschuldig waren aan deze moord. Deze fragile opvolging had desastreuze gevolgen kunnen hebben voor de opbouw van het rijk, ware het niet dat Karel, zoon van Alpaïs, kort na Pepijn’s dood wist te ontsnappen.

9. Alpaïs of Chalpaïs.  Van haar is niet veel bekend behalve dat zij reeds de tweede  vrouw van Pepijn  zou zijn geweest toen die nog getrouwd was met Plectrude, de theorie dat zij eerder een concubine was dan zijn echtgenote lag natuurlijk voor de hand, zij werd door verschillende bronnen genoemd, o.a. de kroniek van Frédégaire waarin ze beschreven wordt als “noble et charmante”, maar aangezien deze kroniek geredigeerd werd door Childebrand, broer van Karel Martel, is dit amper objectief te noemen.

Uit een tweede biografie van St. Landbert zou blijken dat deze kerkvorst Pepijn regelmatig zijn huwelijk met Alpaïde verweet omdat Plectrude nog leefde, reden dat deze vermoord werd op aanstichten zelfs van Alpaïde, het vervolg laat zich lezen als een –bloedige- roman, echter een uit die tijd daterende eerdere biografie van St. Landbert gaf aan dat Landbert vermoord werd door handlangers van Dodo als wraak op de moord van Dodo’s ouders op instignatie van Landbert; Alpaïde werd hierin wel genoemd als rechtmatige echtgenote van Pepijn maar zonder haar op enigerlei manier bij de moord te betrekken.

10. Landbert, geb. 665. gest. ca. 715, graaf sinds 706.

Hier verlaat Settipani zijn oorspronkelijke uitgangspunt dat Rotrude de dochter was van St. Liévin en Willegarde (Addendum to Addenda 31 Januari 2000), het wachten is op de theorie die zijn stelling onderschrijft.  

12. N, geb. 680, gest. voor 704, zoon van Irmina en Chariveus, jong gestorven.

13. Berthe de Prüm, stichtster van de abdij van Prüm in 721, Berthe of Bertrade geeft een belangrijke schenking in de vorm van grond verkregen uit de erfenis van haar voorouders voor de stichting van de abdij, de acte is medeondertekend door haar zoon Caribert en drie ongetwijfeld naaste bloedverwanten, Bernier, Rolande en Thierry, allen typisch mérovingische namen.

Generatie IV

16. Ansegisel, geb. ca. 610, gest. ca. 662, “domesticus”, het enige document dat Angisel noemt, samen met zijn broer Choldulf, is een oude acte uit 648 van de abdij van Stavelot Malmédy opgesteld door koning Sigebert III waarin deze Angisel benoemd tot “domesticus”, een positie vlak achter de hertogen, ook was bekend dat hij getrouwd was met Begga, dochter van Pepijn de Oude,

Er bestond er een legende in de kronieken van Xanten dat Ansegil een vondeling, Gondoin, opvoedde die uiteindelijk zijn pleegouders wilde doden, dat lukte dan met Angesil maar Begga wist te vluchten, dit verhaal was onzin, het was echter wel duidelijk dat Angesil vermoord was door een Gondoin, hertog in Austrasië in 669, getrouwd met Wulfegunde, dochter van Wulfoald,de hofmeier van 662 tot 680, deze Gondoin was ongetwijfeld de kleinzoon van een machtige naamgenoot, genoemd tussen 614 en 665, gelieerd aan de hofmeier Odo, op zijn beurt vermoord door Grimoald, zwager van Ansegil; de gehele zaak wordt nu geinterpreteerd als een vendetta tussen twee concurrerende families.

17. Begga, geb. 615/20, gest. 17 december 693, abdes van Andenne vanaf 691. Na overlijden van haar echtgenoot Angisel, trok zij zich terug in de abdij van Nivelles, gesticht door haar moeder Itta met haar zuster Gertrude als eerste abdes, overleden in 660. Zij had een gelofte afgelegd een klooster te stichten en vond de eerste jonge vrouwen die haar wilden volgen te Nivelles, met hen bouwde ze het klooster van Andenne waar zij overleed.

18. Childebrand, hoogwaardigheidsbekleder ......693......, slechts bekend van de oprichtingsacte van het klooster van Bruyères-le-Châtel door Clothilde in 673, waarbij zijn handtekening tussen vele andere edelen van Neustrië stond, zijn naam, uiterst zeldzaam in Gallië, gaf vrijwel zekerheid dat hij een voorvader was Childebrand, broer van Karel Martel.

20. N, geb. 640, zoon van Theodrada en Chrotbert (Robert) die in de errata 2000 niet verder gespecificeerd werd, zijn broer Landbert geb. 645, gest. 703, was bisschop van Maastricht.

24. Chariveus, geb. 660, gest. 692/6, graaf (?) van Laon 680-692.

25. Irmina, geb. 660, gest. ca. 704, in dit laatste jaar was zij non.

Niet te verwarren met Irmina van Ören die als schoonmoeder van Berthe van Prüm gegeven werd in “Les Ancêtres de Charlemagne”, maar nu als tante van “onze” Irmina voorkomt, zuster van Theodrada de echtgenote van Hugobert (vgl. 50 en 51)

26. Thierry III, geb. ca. 651, gest. 690/1, koning van Bourgondië 670 - 673, koning van Francië 690/1, kleinzoon van Dagobert I en ongetwijfeld de eerste merovinger die alle macht bij de hofmeier legde en daarmee de uiteindelijke ondergang van de merovingers inluidde.

Bij de dood van Clovis II in 657 werd hij opgevolgd in Neustrië door zijn zoon Clotaire III tot aan diens dood in 673, Austrasië was reeds in 662 beheerd door  Childéric II zodat bij de dood Van Clotaire III de derde broer Thierry III koning van Neustrië werd, maar Childeric, gesteund door St. Léger en zijn hofmeier Ebroïn wisten na enkele maanden Neustrië en Austrasië te verenigen, echter in 675 raakte St. Léger uit de gratie en verbond zich met de tegenpartij, niet lang daarna werden Childeric en zijn vrouw door Bodilon, een bloedverwant van Léger, vermoord en het late najaar had Thierry zijn troon terug met als hofmeier Leudèse, zoon van Erchinoald, Ebroïn wist echter te ontsnappen naar Austrasië en zette een bedrieger op de troon onder de naam Clovis die doorging voor een zoon van Clotaire III, de aanval op Neustrië werd ingezet en hij wist het leger van Thierry te verslaan, Leudèse werd gedood terwijl Thierry, Léger en diens broer Guérin gevangen genomen werden, Guérin werd gemarteld en gestenigd, Léger wordt eveneens gemarteld en blind gemaakt maar bleef gevangen tot zijn executie in 677 (vgl. 40), veranderingen in het politieke klimaat deden Ebroïn besluiten zijn bedrog toe te geven en erkende Thierry III, bij de dood van Dagobert II van Austrasië op 24 december 679, erfde Thierry Austrasië en regeerde over het gehele rijk tot zijn dood, hij werd begraven in St. Waast, bij Arras, uit het verhaal blijkt duidelijk dat de koningen slechts pionnen waren in de handen van de hofmeiers.

27. Clotilde/ Doda, gest. 692, begr. te St. Waast 5 juni 692, koningin van Franrijk en regentes na de dood van Thierry III, haar naam is bekend uit de geschiedschrijving uit die tijd waarin staat dat bij de dood van Thierry de troon toekwam aan zijn zoon Clovis III en koningin Clothilde, dit wordt bevestigd door een acte van 1 juni 691 getekend door “ roi Clovis .... et notre mère...Clothilde”.

Clothilde regeerde korte tijd voor haar zoon Clovis III en het feit dat ze Thierry overleefde bewijst dat zij identiek is aan de koningin Dode die drie jaar na Thierry begraven werd in St Waast bij haar echtgenoot, waarbij Dode of een bijnaam of een koosnaam voor Clothilde zou zijn geweest

 

Generatie V

32. Saint Arnulf, geb. 580/5, gest. 18 juli ca. 640, bisschop van Metz 614-629, hij is de oudste mannelijke voorvader van Karel de Grote die we met enige zekerheid kennen. Hij werd geboren in Austrasië uit een adellijk geslacht, werd jong naar het hof gestuurd waar hij onderwezen werd door de hofmeier Gundulf, werd benoemd tot “domisticus” en paltsgraaf en trouwde in die tijd met een jonge adellijke vrouw bij wie hij twee kinderen had.

Hij wist met Pepijn de Oude, koning Clotaire over te halen in te grijpen in Austrasië om Brunhilde gevangen te nemen, na de overwinning verkreeg hij het episcopaat van Metz en werd één van de belangrijkste raadgevers van Clotaire, hetgeen zich continueerde in 621 toen Clotaire zijn zoon Dagobert als vorst van die regio installeerde, echter toen Dagobert in 629 het gehele rijk erfde ontstond een breuk tussen de koning en Arnulf, die ontheven van zijn functies samen met zijn vriend Romaric en zijn neef Bertoul zich terugtrok in Habendum, hij stierf zonder opnieuw in de gunst van de koning te komen.

33. Dode, religieuse te Trier, zij zou zich in het convent te Trier hebben teruggetrokken toen Arnulf bisschop van Metz werd.

34. Pepijn de Oude of de Landen, geb. ca. 575, gest.  640, hofmeier van Austrasië,  hij werd voor het eerst genoemd in de kroniek van Frédégaire als één van de edelen die Clotaire II in 613 overhalen zich meester van Brunhilde te maken, Clotaire vertrouwde hem de opvoeding van Dagobert toe, in 624 werd hij benoemd tot hofmeier.

Hij ondersteunde effectief Dagobert toen Clotaire weigerde zijn zoon alle macht in Austrasië te geven maar die macht lag in de praktijk al bij Dagobert, optredende voor Dagobert deed Pepijn een belangrijke Agilolfinger Chrodoald wegens belastingschuld arresteren, Chrodoald wist echter te vluchten en vroeg Clotaire ten behoeve van hem te inteveniëren, Dagobert beloofde Chrodoald te sparen maar die werd bij diens terugkeer direct geexecuteerd, Pepijn viel echter enige tijd na St. Arnulf in ongenade en werd in de raadgevende vergadering vervangen door Cunibert, bisschop van Keulen, in 632 werd de administratie van Austrasië toevertrouwd aan hertog Adalgisel en genoemde Cunibert, ontheven van beide belangrijke functies bleef Pepijn echter aan het hof en hoewel hij in deze periode nauwelijks invloed had bleef hij wel de titel hofmeier dragen en hernam de macht behorende bij die positie na de dood van Dagobert onder diens zoon Sigebert III, opvolger van zijn vader in Austrasië.

35. Itte/Idoberge, geb. 592, gest. 8 mei 652, abdes van Nivelles, zij had drie kinderen bij Pepijn de Oude, Grimoald, die later de functie van zijn vader zou bekleden, Begga (zie 17) en Gertrude, later abdes van Nivelles, na de dood van haar man wijdde ze zich met haar jongste dochter aan de kerk, ontmoette in 647 St. Amand die haar aanraadde een klooster te stichten, waarop Itte het klooster van Nivelles stichtte dat sterk onder de invloed van de ierse school stond, haar dochter werd haar directe opvolgster in 652.

Ook de stichting van het klooster van Hamage werd op deze wijze door St. Amand bepaald, (vgl. 419),  zijn grote invloed illustrerend.

40. Chrotbert, (Robert) geb. 620, gest. 677/8, paltsgraaf van Arras. paltsgraaf, hertog van Neustrië, zijn naam kwam in 654 voor het eerst voor als getuige op een acte van Clovis II van Neustrië, een tweede maal in 663 bij zijn benoeming tot “majordomus sacrii palatii” van Clotaire III, een term die het best vertaald kan worden met “paltsgraaf”, en voor een derde maal in een document de abdij van Bèze betreffend, viel in ongenade en werd geexecuteerd(?) in 677/78.

Gezien de gevoeligheid van de kwestie droeg Ebroïn aan Robert op, zijnde paltsgraaf en dus vertrouweling, om St. Léger te executeren, Robert had echter medelijden met de blinde gevangene en weigerde een executie uit te voeren tot hij een dwingend bevel ontving op 3 october, (vgl. 26), Robert overleefde deze episode kennelijk niet want het volgende jaar werden bij koninklijke acte op 12 september 678 zijn bezittingen verdeeld, het was met grote waarschijnlijkheid hetzelfde jaar dat Ragnobert, in een andere acte genoemd als de zoon van Robert, geexecuteerd werd, beschuldigd van een complot tegen Ebroïn.

41. Théodrada, geb. 620/5, gest. 677/78, we kenden haar uitsluitend uit de acte genoemd in 40 waarin tevens genoemd werd Théoda (=Theodrada), overleden, weduwe van de (edele) Robert, zij was echter al overleden op het moment dat de acte geschreven werd.

Het samengaan van het overlijden van Robert, zijn vrouw en zijn zoon konden nauwelijks als toevallig gezien worden, te meer daar bekend was dat Theoda een grote waardering voor St Léger had.

48. N (=20)

50. Hugobert, geb. 635, gest. ca. 693, senechal 693, op 13 mei 706 deden Pepijn van Herstal, zoon van wijlen Ansegisel en Plectrude, dochter van wijlen Hugobert, een gave aan het klooster van Echtenach, voorts werd in het testament van Adèle van Pfalzel opgenomen dat haar zuster Ragentrude mede erfgename was met Plectrude,  alle drie dochters van Theodrada hetgeen Hugobert de echtgenoot van Theodrada maakte, hij werd verder genoemd in een acte van Clovis III van 28 januari 693 en die van 14 mei 697 van Childebert als paltsgraaf.

51. Theodrada, geb. 640, zij was een zuster van Irmine, abdes van Ören.

52 Clovis II, geb. 633, gest. november 657, koning van Frankrijk sinds eind october 640, in het dertiende jaar van zijn regering kreeg Dagobert deze eerste zoon bij zijn echtgenote Nanthilde, de werkelijke macht lag echter in handen van koningin Nantilde en Aega, hofmeier, aan wie Dagobert zijn zoon had toevertrouwd, beiden waren al snel verdrongen door Erchinoald, neef van moederszijde van Dagobert, als opvolger van Aega, hij trouwde een jonge en mooie slavin van engelse afkomst, Bathilde, bij wie hij drie zoons kreeg: Clotaire, Childeric en Thierry (=Theodoric), waarvan de eerste zijn opvolger werd onder regentschap van zijn moeder bij het jong overlijden van Clovis II, amper 24 jaar. Afgezien van de gebeurtenis die volgt was zijn regering een rustige periode in de geschiedenis van Francië.

In 641 begaf Nantilde zich naar Bourgondië en benoemde daar de neustrische edelman Flaochad als hofmeier, deze begon een bloedige oorlog tegen de patriciër Willibald, nazaat van de bourgondische koninklijke familie.

53. Bathilde, geb. voor 632, gest. 30 januari 680, koningin van Frankrijk in 648 ?, regentes 657-665, Erchinoald, die zijn vrouw Leudsindis verloren had wilde Bathilde, één van zijn angelsaksische slavinnen (!) trouwen maar zij weigerde, zij ontmoette Clovis aan het hof (ca. 648) waarbij zij zo’n indruk op hem maakte dat zij al spoedig trouwden.

Als regentes was één van haar eerste daden de moord op negen bisschoppen waaronder de bisschop van Lyon St. Aunemond onder het argument dat hun episcopaten staten in een staat vormden,  door haar biografen werden deze moorden ontkend maar ze waren bekend uit andere bronnen uit die tijd. Zij voerde een sterk en centralistisch gezag en wist haar naaste medewerkers goed te kiezen als St. Eloi en  St. Ouen en vooral Ebroïn als opvolger van Erchinoald  (overleden in 658) die tot één van de machtigste mannen van die eeuw zou worden. Zij stichtte de kloosters van Corbie en Celles. In 662 wist Bathilde met hulp van Ebroïn haar tweede zoon Childeric op de troon van Austrasië te plaatsen na de mislukte staatsgreep van de Pepinide Grimaold maar het bleef onrustig. In 664/5 werd de bisschop van Parijs Sigobrand, een getrouwe van de koningin, ernstig verdacht en vermoedelijk terecht, van een complot tegen Ebroïn, deze kwam hier achter, vermoordde Sigobrand en ried de koningin aan haar wens zich in het klooster van Chelles (Seine et Marne) terug te trekken snel te vervullen, zij bracht de rest van haar leven als een heilige in dit klooster door.

54. Ansegisel (=16)

55. Begga (=17)

 

Generatie VI

64. Bodogisel, gest. Carthago 589, ambassadeur te Byzantium  ca. 589.

Wetende dat de vader van St. Arnulf Bodogisel heet blijft de kwestie om deze nader te identificeren, er waren verschillende edelen van die naam bekend in de VIe eeuw:

  1. Bodogisel, patriciër in de Provence, vervolgens hertog in Austrasië, trouwde voor 566 met Palatina, dochter van de bisschop van Troyes Gallomagnus, stierf oud geworden in 585, vermaakte zijn nalatenschap aan zijn zoons,
  2. Bodogisel, een austrasische edelman, broer van hertog Babon, zoon van Mummolin van Soissons, ambassadeur te Byzantium in 589, maakte een stop in Carthago en werd daar door de bevolking omgebracht,
  3. Bodogisel, hofmeier, hij werd in 581 door Childebert aangezocht als opvolger van Domnole voor het diocees Mans, trouwde Magnatrude van wie hij een dochter had, had eveneens verschillende broers waaronder Nectaire echtgenoot van Domnola, dochter van Victor, bisschop van Rennes, hij was misschien identiek of een nauwe bloedverwant van de Bodogisel die diaken was in 576 te Tours en later bisschop van Angers,
  4. Bodogisel, echtgenoot van Sancia, gaf aan St. Bertrand, bisschop van Mans (586-632) zijn landgoederen in Fontaines en Sarthe, hij leefde nog in 616.

De eerste valt af wegens de leeftijd, gestorven in 585 op een zeer geavanceerde leeftijd en had een zoon die kon erven, dus was die zoon niet geboren in 580/5 zoals St. Arnulf, de derde Bogisel valt af aangezien hij alleen maar een dochter had, de vierde Bodogisel lijkt weinig waarschijnlijk aangezien Bertrand een deel van zijn goederen vermaakte aan St. Arnulf en volgens gebruik in die tijd zeker opgemerkt zou hebben dat deze een zoon van Bodogisel was, wat de tweede Bodogisel betreft, de naam Mummolin kwam in vele, hoewel vaak foute, genealogiën van St. Arnulf voor, zijn sterfjaar past goed bij het geboortejaar van St. Arnulf, terwijl bovendien bekend was dat de moeder van St. Arnulf jong weduwe werd. De tweede Bodogisel is daarom Settipani’s aanbeveling.

65. Chrodoare ( Ste. Oda), abdes van Amay na 589- voor 634, er waren veel twijfels rond zowel haar naam als het bestaan van het klooster van Amay, er bestond echter het testament van Adalgisel Grimon, diaken te Verdun waarvan de echtheid boven twijfel verheven was, waarin hij beschreef dat zijn zuster Ermentrude, zijn broer Adon, zijn neef hertog Babon en zijn tante van vaderszijde begraven waren in Amay; in 1977 werd bij opgravingen in Amay een graf gevonden van “de nobele Chrodoare, abdes van Amay”, dit betreft zeker Ste. Ode en de tante van Adalgisel.

Het eerste gegeven omtrent de moeder van St. Arnulf kwam van Ummon, schrijver uit de IXe eeuw die preciseerde dat ze uit Suavië (=van de stam der Alemanen) afkomstig was,“Het leven van Ste. Ode” uit de XIIIe eeuw bevatte een tekst dat Bodogisel als vader van St. Arnulf noemde en tevens Bodogisel als echtgenoot van Ste Ode, in een ander geschrift uit de XIe/XIIe eeuw werd Ode van Suavië als moeder van de bisschop van Metz genoemd, dit bevestigde enigszins de hypothese maar helaas ontbrak een referentie aan Amay.

66. Arnoald, bisschop van Metz 601-611, hij was historisch vastgesteld als bisschop van Metz al werd het begin van zijn episcopaat soms gesteld op 603, hij was een oomzegger van Agilulf, zijn voorganger, hij kwam mede voor in het testament van St. Bertrand van Mans uit 616 waarin hij afgeschilderd werd als een weinig aanbevelingswaardig persoon die zich met zijn oom vele eigendommen van de kerk toegeeigend had.

68. Carloman, werd eerst genoemd in “Het leven van Pepijn de Oude” uit de IXe eeuw zonder verdere kwalificatie, opnieuw in een genealogie van Karel de Grote uit de Xe eeuw: “ Carloman, hofmeier van Austrasië onder Theobert (596-612), broer van Thierry en vader van Pepijn”, het ontbreken van verdere gegevens uit die tijd deed ernstig twijfelen aan de titel, maar voldeed om Carloman hier te accepteren.

69. (Gertrude), afleiding van deze vrouw geschiedt op pure naamverwantschap via haar ouders.

80. Erlebert, edelman in Thérouanne, de hertog Robert die leefde tussen 654 en 677, voorvader van de Lambert/Robert waarvan de dochter getrouwd was met Ansbert, later abt van Fontennelle, was een voorvader van St. Lambert, eerste abt van Fontenelle en later bisschop van Lyon (678).

82. N, vader van Theodhard (102), Theotchar en Theodorada (41)

96. Chrotbert, (Robert) (=40)

97. Theodrada (=41)

100. (Alberic) , over hem was niets bekend en de naam en zijn plaats bij de voorouders van Karel de Grote werden afgeleid van de studie van andere families, met name de Etichonides, hertogen in de Elzas.

101. (Adèle), [zuster van St. Léger d’Autun en Guérin], als 100, de ouders van senechal Hugobert bleven onzeker, een verschil met Alberic was echter dat via de kronieken van Ebbersheim de historiciteit van Adèle wel vast stond evenals haar relatie tot St. Léger en Guérin, graaf van Parijs.

102. Theodard, geb. 620, gest. 673, bisschop van Tongeren (Maastricht) in 669

104. Dagobert I, geb. ca 609, gest. 16 januari 639, koning der franken 629-639, zoon van Clotaire II van Neustrië en koningin Bertrude. Dagobert I was (met Clovis I) zonder enige twijfel de bekendste der merovingers, hij had in ieder geval zeggenschap over het gehele rijk der franken en wist dat zeer goed aan zijn buurlanden over te brengen, hij wist een gezonde schatkist op te bouwen, een goede structuur van de kerk en was omringd door een raad van sterke mannen als Ouen, Eloi, Didier van Cahors en Paul van Verdun, waarvan de eerste drie heilig werden verklaard.

In 623 werd zijn vader koning van beide rijksdelen en droeg Dagobert op de machtige edelen van Austrasië de hofmeier Pepijn en Arnulf bisschop van Metz te beteugelen,  Dagobert wist zich snel onder de hoede van zijn vader uit te werken en als onafhankelijk vorst te regeren, hoewel hij in 625 nog een huwelijk moest accepteren met de zuster van zijn stiefmoeder Sichilde, Gomatrude, in 629 verkreeg hij ongeveer het hele koninkrijk maar moest daarvoor wel zijn half-broer Caribert II en de partij rond hem gevormd, elimineren, hij liet hem slechts een kleine strook rond Toulouse en bij diens dood in 632 verwierf hij ook dit laatste deel,  in 631 vestigde hij zich definitief te Parijs, verstootte Gertrude onder het motto dat ze geen kinderen kon krijgen en trouwde de neustrische Nantilde, datzelfde jaar werd hij tijdens een tour door Austrasië in 630 verliefd op een jong meisje Ragentrude bij wie hij een zoon Sigebert verwekte die als Sigebert III  koning van Austrasië werd, in 633 voerde hij een oorlog tegen de Wenden een slavisch volk onder gezag van een Samo, een frank, door geringe medewerking van de Austrasiërs voerde deze oorlog niet tot succes, inmiddels bracht Nantilde ook een zoon ter wereld, Clovis, en Dagobert kwam met de Austrasische edelen overeen dat deze Clovis slechts Neustrië en Bourgondië zou erven, de laatste jaren voerde hij oorlog tegen Saksen en vooral tegen Gascogne, tegen de laatste ondernam hij een expeditie die de bloem der edelen bevatte, hoewel de expeditie met succes werd bekroond, werd vlak bij de spaanse grens de hertog Arembert in een vernietigende hinderlaag gelokt, een feit waarin we één van de oorsprongen van de legende van het Roelantslied kunnen herkennen.

105. Nantilde, geb. 610, gest. 641/2, koningin der franken, regentes 639-640, kort na het bestijgen van de troon verstootte Dagobert Gomatrude, de vrouw die hem door zijn vader was opgedrongen voor Nantilde die hij trouwde in ca. 629, haar afkomst is onbekend, we weten echter dat haar broer Landegisel uitgebreide landgoederen bezat in de Limousin,  bovendien was zij de tante van de echtgenote van Floachad, hofmeier,  ze was dus niet van geringe afkomst. (vgl 52)

Andere bronnen beweerden echter dat zij wel van geringe, slavische, komaf was en haar positie gebruikte om haar broer in het zadel te helpen en haar nicht een goed huwelijk te laten doen (vgl.210).

108. Arnulf (=32)

109. Dode (=33)

110. Pepijn de Oude of de Landen (=34)

111. Itte/Idoberge (=35)

 

Generatie VII

128. Mummolin, hofmeier ? in Neustrië, ….566 …. , hij werd genoemd in een gedicht van zijn tijdgenoot Fortunat, die vertelde dat hij iemand was van hoge geboorte en tot de hoogste rangen van het hof behoorde, hij werd geidentificeerd als Mummolin de Soissons, vader van de hertog Babon en Bodogisel, beiden ambassadeur te Byzantium in respectievelijk 584 en 589, dit kon betekenen dat hij (of een naamgenoot) ambassadeur was in Byzantium in 539.

De naam Mummolin is van gallo-romeinse oorsprong, niet abnormaal in de periode waarin hij leefde, hier wordt tevens opgemerkt dat de Carolingers in de mannelijke lijn afstammen van prinsen en edelen die onder Clovis I hun invloed verloren, of dit nu afstammelingen waren van thüringse, suavische, bourgondische of frankische koningen, zij verloren hun invloed maar bleven min of meer lid van de locale adel, of waren zelfs gallo-romeinse notabelen of legeraanvoerders, hun dood kon een reden van vermelden kon zijn, (b.v.: Mundéric, Sigibald, Sigulf bij de franken, de zoon van Bertaire bij de thüringers, Willibald en Alethée bij de bourgondiërs), de verdere familie werd dan niet meer genoemd en verdwenen uit de geschiedenis om soms in de VIIe eeuw weer op de voorgrond te treden.

129. Ne, .....(zuster van Aunulf, hertog van Angoulème), haar grootvader zou een prins uit Thüringen zijn geweest, tevens de vader van Arnegonde en Ingonde, beide echtgenotes van Clotaire I, koning der franken (vgl 832).

132. Ansbert, senator, ook voor hem gold dat hij nergens door tijdgenoten genoemd werd en het waren slechts stambomen gemaakt in de carolingische tijd die ons zijn naam gaven, er was echter aangetoond dat sommige van deze bronnen gecopieerd zijn van oude kronieken van Metz , ook andere, onomastische argumenten ondersteunen Ansbert als vader van Arnoald.

133. Bilichilde ?, als Ansbert , oude genealogiën noemden haar als echtgenote van Ansbert en zelfs als dochter van Clotaire I, meer dan dat ze bestaan heeft en in bloedverwantschap stond tot de merovingers bleef onzeker.

138. Garibald I,  gest. 590, hertog van Beieren, één van de edelen van Clotaire I, trouwde in 555 Waldrade, weduwe van Theodebald van Austrasië, en ontving vrijwel tegelijkertijd het hertogdom Beieren, zijn nazaten stonden bekend als de Agilolfingers, een machtig geslacht vooral in Beieren, Lombardië en Austrasië; nadat Garibald zijn hertogdom ontvangen had gedroeg hij zich onafhankelijk en latere geschiedschrijvers in de VIIIe eeuw gaven hem zelfs de titel koning, zijn dood in 590 viel samen met de benoeming van Tassilo als “koning” van Beieren door Childebert, uit zijn huwelijk met Waldrada kwam zeker een dochter Theodelinde voort, die trouwde met Agilulf koning van Lombardië, voorts Grimoald, Gundoald en de hertog van Asti, de laatste was de stamvader van de lombardische koningen, verder een dochter die huwde met de hertog van Trident, zeker Tassilo I hertog van Beieren, vader van Garibald II en tenslotte de dochter die de moeder van Pepijn der Landen was, de mogelijkheid bestond dat er nog een dochter was die trouwde met Gisulf van Frioul omdat de kinderen typische Agilolfingerse namen hebben (Tassilo, Chrodoald en Grimoald)

139. Waldrade, ca. 550/55, koningin van Austrasië, bekend door Gregorius van Tours die vermeldde dat Theodebald, physiek zwak, ca. 544 Waldrade trouwde maar na zeven jaar regeren kinderloos overleed, Waldrade met Austrasië werd ontvangen Clotaire, oom van de overledene, ontving Waldrada met Austrasië met open armen en trouwde haar in 555, zijn achtste vrouw, berispt door de bisschoppen ontdeed hij zich weer van haar en gaf Waldrade als bruid aan Garibald, een andere bron vermeldde dat Waldrade de dochter was van de lombardische koning Wacchon en zuster van Wisigarde die Theodebert, koning der franken trouwde, de vader (!) van Theodebald, uit dezelfde bron vernamen we dat uit het huwelijk met Garibald een prinses Theodelinde werd geboren, waar Frégédaire nog aan toevoegde de prinsen Grimoald en Gundoald en Paul Diacre nog een naamloze dochter die Ewin van Trident trouwde.

160. N. Geb. 570, edelman in Theouranne.

192. Erlebert (=80)

194. N (= 82)

200. Hugues, hofmeier van Austrasië ..... 616-617/8

202. Bodilon, landeigenaar bij Dijon, mogelijk geestelijke in Le Mans ca. 643, hij kwam voor in het testament van St. Léger, bisschop van Autun, als mede-erfgenaam met de religieuse Sigrade, zijn echtgenote.

Met deze Bodilon zijn we teruggekeerd in de genealogie als gegeven in “Ancêtres de Charlemagne”, alleen nu niet via St. Liévin en St. Léger maar via de zuster van de laatste, Adèle die in genoemd boek ook als zuster van St. Léger genoemd werd en tevens als moeder van Hugobert, bovendien is Bodilon gegeven als vader van Guérin, graaf van Parijs, vgl 101. (JJS)

203. Sigrade, gest. ca. 677, religieuse te Sainte-Marie de Soissons, tijdens zijn gevangenschap schreef St. Léger een brief aan zijn moeder Sigrade om haar te troosten met de dood van Guérin en zijn eigen lot, getuigde van zijn liefde voor de familie en haar raadde steun te zoeken bij haar mede religieuses.

204 N (=82)

208. Clotaire II, geb. 584, gest. october 629, koning der franken 613-629, in 593 moest zijn leger de eerste aanval afslaan van de graaf van Champagne Wintrion, iets later, in 596 viel hij in gezelschap van zijn moeder, Parijs met zijn omgeving aan dat hij snel veroverde, hetgeen echter van korte duur was toen drie jaar later in 600 twee neven van Clotaire, de koningen Thierry en Théodebert, zich verenigden en hem  volledig in de pan hakte bij Dormelle, hij wist zelf nauwelijks te ontsnappen en moest een beschamende vrede sluiten, waarbij hem slechts Rouen en diens directe omgeving bleef, wist na enkele mislukte pogingen de juiste allianties te kiezen en werd uiteindelijk vorst over geheel Francië, overleefde diverse complotten maar moest in 623 toestaan dat zijn zoon Dagobert I koning van Austrasië werd maar hij  behield o.a. Auvergne en la Provence, Dagobert verzette zich maar wist niet meer te veroveren dan de Champagne, in 626 moest hij weer een gevaar keren door Godin, hofmeier van Bourgondië, zoon van Garnier II en ongetwijfeld zijn schoonzoon, te vermoorden die de erfenis van zijn vader probeerde te veroveren, hij behoorde tot de laatste sterke merovingers die zijn zoon in staat stelde een krachtig rijk met bekwame hand te regeren.

De overgang van de kleine vorst in Rouen tot het uiteindelijk resultaat verliep met veel bloedige oorlogen, in 604 werd hij voorzichtig wat agressiever met een slechte afloop, weliswaar kwam één van zijn grootste vijanden Bertoald om het leven maar hij verloor eveneens zijn eerstgeboren zoon Mérovée; in 607 zocht hij toenadering tot Thierry en werd zelfs peetoom van diens zoon Mérovée, einde dat jaar vielen de visigothen Thierry’s rijk binnen en Clotaire was er snel bij een coalitie te vormen tegen de visigothen die ook Theodobert en Agon, koning van Lombardië, omvatte, de coalitie hield niet lang stand en de gehele affaire ging als een nachtkaars uit, de spanning tussen de twee broers bleef echter oplopen en in 611 is het Thierry die Clotaire overhaalde gezamenlijk Théodebert aan te vallen, hem het noorden van Neustrië belovend bij een overwinning, in twee bloedige veldslagen wist Thierry zijn broer vernietigend te verslaan en hem met zijn gehele familie te executeren (612), Thierry was echter niet zo gelukkig met zijn gedane belofte en stond op het punt Clotaire aan te vallen toen hij onverwachts stierf in Metz aan de dysenterie, zijn troepen losten zich op; nu is het Brunhilde die zich sterk maakte voor de Neustrische troon voor haar achterkleinzoon Sigebert II, zij had zich echter de haat van vele bisschoppen en edelen op de hals gehaald door haar autocratisch optreden en vertegenwoordigers van de adel, o.a. Pepijn en Arnulf in Austrasië en Garnier II voor Bourgondië vroegen aan Clotaire om zo snel mogelijk tegen Brunhilde op te trekken, hij trok snel Austrasië binnen, vervolgens Champagne en Bourgondië waar hij Brunhilde en haar drie achterkleinkinderen  gevangen nam, de vierde, Childebert, had kunnen vluchten, doodde behalve zijn petekind Mérovée alle kinderen van Thierry en bracht de bijna zeventig jarige Brunhilde barbaars om na drie dagen martelen, met haar stierf één van de meest markante figuren van de VIe eeuw, Clotaire kon zich nu met recht koning der franken noemen.

209. Bertrude, gest. 618, zij kwam voor in de werken van Frégédaire in 613 en 618, de eerste maal door een voorstel van de bourgondische patriciër Alethée om Clotaire te vermoorden, vervolgens haar te trouwen en de troon met haar te delen omdat zij van bourgondisch koninklijke afkomst was, Bertrude was ontzet, waarschuwde Clotaire en de rest laat zich raden, de tweede maal werd slechts haar overlijden genoemd, zij stond bekend om haar goedheid en was zeer geliefd bij de koning en het hof, van haar afkomst was weinig bekend, de schuin getypte passage gaf weinig houvast omdat die (in de oorspronkelijk taal) zowel op haar als Alethée kon slaan, het eerste lag echter het meest voor de hand.

210. Ne. Nanthilde’s vader is ons volledig onbekend, deze onbekendheid is een argument voor haar eenvoudige afkomst.

216. Bodogisel (=64)

217. Chlodoare (Ste. Ode) (=65)

218. Arnoald (= 66)

220 Carloman (=68)

221. Gertrude (=69)

Generatie VIII

256. Munderic, pretendent voor de austrasische troon ca. 532, Gregorius van Tours gaf ons veel informatie over Munderic en met veel details, hij toonde aan dat Munderic deel van de merovingische familie was mede omdat Thierry hem de helft van zijn koninkrijk kon beloven, dit maakt Cloderic als zijn vader waarschijnlijker, in de twaalfde eeuw werd de biografie van St. Gondulf, bisschop van Tongeren, geschreven die liet weten dat Munderic  een broer was van hertog Bodegisel, zoon van de betreurde Munderic, oom van St. Arnulf, hetgeen de positie van Munderic bevestigde, in de “Préhistoire” vinden we op pag 60 een enkele verwijzing naar  Prins Munderic, zonder twijfel van de Keulse dynastie.

Op een dag gedurende de regering van Thierry I verhief Munderic zich en verklaarde voortaan de koning niet meer te dienen aangezien hij zelf net zo veel recht op die troon had, hij verzamelde een aantal mensen om zich heen die hem trouw zwoeren, Thierry probeerde vervolgens met valse beloften hem te paaien en bezwoer hem zelfs een deel van het koninkrijk te geven indien hij zijn claim waar kon maken, Munderic wilde zich echter niet overgeven en Thierry had geen andere keus dan een leger bijeen te roepen en Munderic aan te vallen, deze had niet de middelen om hetzelfde te doen en verschanste zich in Vitry-le-Brûlé (Marne), weerstond gedurende zeven dagen een beleg, uiteindelijk zond Thierry Aregisel als afgezant die hem een vrijgeleide beloofde als hij zich overgaf, Munderic stemde hier in toe en werd prompt gedood maar niet nadat hij zelf velen omgebracht had waaronder de verrader.

Het is jammer dat we in de “Préhistoire” niets gewaar worden omtrent de voorouders van St. Arnulf, immers de merkwaardige omstandigheid doet zich nu voor dat althans in de gegeven versie, de serie 512-256-128-64 enz.  aantoont dat Karel de Grote in de rechte lijn van Ripuarische franken afstamde (JJS)

257. Ne.... [zuster van Gondulf, bisschop van Metz].

258. Maurillon, in het testament van St. Bertrand noemde hij onder de personen die mede aanspraak gemaakt hadden op een deel van de erfenis van zijn moeder, Maurillon en diens zonen Aunulf en Arnulf, deze namen zouden kunnen betekenen dat zij voorouders waren van St. Arnulf, die een kleinzoon Aunulf had, maar Aunulf de zoon van Maurillon liet zijn bezittingen gedeeltelijk na aan de kerk in Angoulème en kon mogelijk geïdentificeerd worden met de hertog Aunulf die het lichaam van Théodebert in 573 begroef in Angoulème, er was echter ook nog een Maurillon onder de edellieden van die tijd, bisschop van Cahors, gestorven in 580, die identiek kon zijn aan “onze” Maurillon.

259. Ne... ( zuster van Ingeltrude)

264. (Ferréol), senator Rodez.

265. Dode, abdes van de St. Pierre van Reims, moeder van Ansbert, senator, en Agilulf, bisschop van Metz in 591 en een broer van Mundéric. Cloderic (zie 512/530) is de vader van Dode en haar broer.

266. Chrotbert, (Robert) (=40)

267. Theodrada (=41)

276. (Agivald ?), frankisch edelman.

278. Wacchon, gest. 540/1, Wacchon, kwam aan de macht in 510/5 door zijn oom Taton te verslaan en moest daarna afrekenen met zijn neef Ildichis, verslagen zocht deze zijn heil bij de Gepiden die hij tegen de Lombarden opzette zonder veel succes. Wacchon, nu vast op de troon zocht de oorlog en onderwierp de Herulen; eigenlijk was niet veel meer bekend dan dat hij drie keer trouwde: Radegonde, dochter van Basin van Thüringen, Austricuse een gepidische prinses, moeder van Waldrade en Wisigarde en tenslotte Salinga, dochter van de koning van Herule die hem een zoon Walthaire gaf, zijn opvolger.

279. Austricuse, gepidische prinses, tweede vrouw van Wacchon, moeder van Wisigarde die trouwde met Theodebert, koning van Austrasië, en Waldrada die Theodobald huwde, zoon bij een andere vrouw dan Wisigarde en opvolger van Theodobert,  haar vaders naam is onbekend maar zij was een zuster van Thurisinde, koningin der Gepiden in het begin van de VIe eeuw, wiens zoon, prins Thurismond gedood werd door de lombarden, zij stamt uiteindelijk af van Ardaric de koning van de Gepiden die zich gedwongen verbond met Attila en met hem de beroemde slag op de catalonische velden verloor in 451 en vervolgens het juk van de hunnen wist af te schudden.

384. N (=160)

404. N, broer van Garnier II, hofmeier van Bourgondië .... 613-627....

405. Ne, zuster van Chagnéric, graaf van Meaux.

406. N. (broer van Romain) de ouders van Sigrade werd afgeleid door een andere nauwe bloedverwant, Dido, bisschop van Poitiers 628-676 die historisch goed bekend was.

Toen Sigebert III zonder kinderen bleef, adopteerde hij in 652 Childeric, zoon van Grimoald en kleinzoon van Pepijn der Landen, Dido was een groot vriend van Grimoald, en toen Sigebert III vlak voor zijn dood toch een zoon kreeg (Dagobert II) was  het Dido die de jonge prins naar Ierland bracht en hem in een klooster deed intreden, spoedig daarna werd Grimoald in een val gelokt door de neustriërs gemarteld en gedood, Childeric “de geadopteerde” regeerde Austrasië gedurende zeven jaar, Dido overleefde de gebeurtenissen maar kreeg van de nieuwe machthebbers in 662 te verstaan zich voortaan op zijn diocees te concentreren.

407. Ne ... (zuster van Ansoald, ambassadeur in Lombardije in 623.

416. Chilpéric, geb.ca. 535, gest. Chelles, tussen 27 september en 9 October  584, werd na een leven vol oorlogen en verraad vermoord toen hij terugkwam van de jacht in de bossen rond Parijs.

Erfde in eerste instantie het koninkrijk van Soissons in 561, begon al gauw gebiedsuitbreiding te zoeken hetgeen hem in oorlog bracht met zijn broer Sigebert, werd echter overwonnen en verjaagd, echter bij de dood van een andere broer, Charibert, slaagde hij wel en veroverde een groot deel van Neustrië, Aquitanië en het deel ten zuiden van de Garonne, de oorlog tegen zijn broers continueerde zich met een zekere regelmaat, in 573 sloot hij een verbond met Gontran en trok op tegen Sigebert, werd verraden door Gontran en werd gedwongen tot een nadelige vrede, verbond zich opnieuw met Gontran en werd opnieuw verraden, zijn zoon Theodebert werd met de voorhoede van zijn leger volledig vernietigd (vgl. 258) door de graven Godisel en Gontran en hijzelf werd opgesloten in Tournai, echter Fredegundis (zie 417) wist Sigebert temidden van zijn troepen, te laten vermoorden, Chilperic begroef zijn broer, verbande diens weduwe Brunhilde naar Rouen en keerde terug in Soissons, Sigebert’s zoon Childebert wist echter te ontsnappen en werd in Austrasië tot koning uitgeroepen, in Rouen ontving Brunhilde Merovech, zoon van Chilpéric uit zijn eerste huwelijk die door Brunhilde tot een huwelijk werd verleid, Chilperic deed alsof hij dit accepteerde maar wist Brunhilde naar Austrasië te jagen en zijn zoon een tonsuur te geven, die ontsnapte echter, voegde zich weer bij Brunehilde maar werd uiteindelijk door machinaties van zijn stiefmoeder vermoord, Clovis de laatst overgebleven zoon van Chilperic deed nog enkele vergeefse pogingen  (575-577) om Acquitanië, oude bezitting van Sigebert, of Bourgondië van diens broer Gontran te veroveren, de laatste sluit een verbond met zijn neef Childebert II, maar verder als enkele bedreigingen kwam het niet, vijf jaar later werd dit verbond verbroken wegens een conflict rond Marseille, en Childebert ging een alliantie aan met Chilperic die hem wegens het inmiddels ontbreken van erfgenamen adopteerde; tegen de verzamelde legers kon Gontran niet op, had echter het geluk dat er muiterij uitbrak in het leger van Chilperic waardoor deze zich terug moest trekken zonder een nieuwe oorlog te kunnen  beginnen, Gregorius van Tours voegde aan zijn relaas toe: “hij hield van niemand en niemand hield van hem”.

417. Fredegundis, gest. 579, van haar weten we slechts dat zij van geringe afkomst was en door haar schoonheid al zeer vroeg concubine van Chilperic werd maar geen genoegen nam met deze bijrol, had de dood van velen op haar geweten , zij liet Audovera vermoorden, Chilperics eerste vrouw uit zijn huwelijk in ca. 549, vervolgens Galswinthe, Chilperics tweede vrouw sinds 564 en zuster van Brunhilde, kreeg uiteindelijk haar zin in 568 door haar huwelijk met Chilperic , was tevens verantwoordelijk voor de dood van Chilperics enige overlevende zonen Merovech en Clovis, de bisschop van Rouen en Chilperic’s broer Sigebert, (vgl. 416), deze lijst van slachtoffers was waarschijnlijk verre van volledig.

418 Richomer, geb. 547/57, patriciër in Bourgondië in 607, de ouders van Bertrude waren niet precies bekend maar het was bekend dat de echtgenoot van Gertrude, abdes van Hamage een hertog Richomer was, er was inderdaad een Richomer, romeins patriciër die in 607 de titel hertog kreeg en gezien zijn juiste leeftijd om echtgenoot van Gertrude te zijn en zijn juiste leeftijd om de hoogste positie in Bourgondië in te nemen werd de gegeven relatie als correct geaccepteerd.

419. Gertrude, geb. ca. 560, gest. december 649, abdes van Hamage, haar geboortejaar baseerde zich op het feit dat zij zeer oud is geworden, haar naam was bekend uit de biografie van Ste. Rictrude, abdes van Marchiennes (gest. 688) die trouwde met Adalbald een kleinzoon van Gertrude, dezelfde bron wist te vertellen dat Gertrude de dochter was van hertog Theodebald en getrouwd met hertog Richomer van koninklijke afkomst, van Gertude zelf was slechts bekend dat zij na de dood van haar man een klooster wilde stichten, en op             aanraden van St. Amand Hamage als de vestigingsplaats koos, zij werd de eerste abdes.

432. Mummolin (=128)

433. Ne (=433)

436. Ansbert (=132)

437. Bilichilde (=133)

442. Garibald I (=138)

443. Waldrade (=139)

Generatie IX

512. Clodéric, koning van Keulen 508-509, toen Clovis I met medewerking van zijn bloedverwant Cloderic de Visigothen onder Theodric bij Vouille verslagen had (507), schreef hij Cloderic een geheime brief waarin hij voorstelde zijn vader om te brengen aangezien deze te oud en ongeschikt was om te regeren, hij kon dan niet alleen een koninkrijk verwerven maar tevens op de vriendschap van Clovis rekenen, Cloderic verleid door zijn hebzucht, nam dit aan, liet zijn vader vermoorden terwijl deze zijn siesta hield in het bos van Buchau, en besteeg de troon en meldde het heugelijke feit aan Clovis, deze stuurde als antwoord een aantal van zijn mannen om de schatkist van Cloderic te controleren, toen deze laatste zelf zijn bezittingen aanschouwde werd hij met een bijlslag van één van de aanwezigen gedood, Clovis breidde op deze wijze zijn rijk ten oosten van de Rijn uit.

(Het betrof hier het rijk der ripuarische franken, in tegenstelling tot de salische franken, de eerste waren arianen, de tweede katholiek, Clovis streefde naar een groot frankisch rijk en gebruikte o.a. het geloofsargument om bovenbeschreven actie te ondernemen, volledig gesteund door de bisschoppen van zijn rijk. JJS)

513. Ne,..... gest. 509, verwant aan de Algilolfingers, de bisschop Agilulf van Metz (ca. 601) beschreef dat zij van gallo-romeinse afkomst was, ook was bekend dat hij een oom was van Arnoald, bisschop van Metz in 611 (vgl. 66), deze afkomst kan slechts via de mannelijke lijn aangezien de agilofingers franken waren, dit leidde Settipani tot de conclusie dat de grootmoeder van Arnoald een dochter was Cloderic, wiens agilolfingerse afkomst dan loopt via haar grootvader van moederszijde die als nazaat Garibald I van Beieren had, de eerste bekende agilolfinger, Agilulf is dan als broer van Ansbert eveneens een oom van Arnoald, dit brengt ons bij de frankische prinses die we zochten als vrouw van Cloderic en moeder van Dode, de gallo-romeinse afkomst van de bisschop is dan afkomstig van Ferreol, echtgenoot van Dode (vgl. 264)

514. Florentin, bisschop van Genève in 513, Florentin werd als bisschop gekozen wegens zijn kwaliteiten maar toen zijn vrouw zich bij hem voegde bleek zij in verwachting en Florentin trok zich terug van de geboden positie, Artemie beviel van St. Nizier, nadien werd niets meer van Florentin vernomen, waarschijnlijk omdat hij kort daarna overleed.

515. Artémie, gallo-romeinse edelvrouwe, haar plaats in de kwartierstaat was boven al bepaald, haar zoon Nizier was bisschop van Lyon van 553-573.

518. Baderic, geb. ca. 529, bij de dood van Basin van Thüringen, ging de troon over naar zijn zoon Ermenfred, die echter een deel van de macht delegeerde aan zijn broers Berthaire en Badéric medekoningen, dat duurde echter niet lang en Ermenfred viel Berthaire aan en doodde hem, vervolgens, onder druk van zijn ambitieuse vrouw Amalaberge, een afstammelinge van Theoderic de Grote van Italië, verbond hij zich met Thierry van Austrasië en werd Baldéric aangevallen, overwonnen en onthoofd, Ermentred had niet lang plezier van zijn broedermoorden want Thierry geassocieerd met zijn broer Clotaire veroverde Thüringen in 531 (vgl. 832).

528. Tonance Ferréol, senator te Narbonne  ....479-517......, in de biografie van St. Firmin vertelde hij een zoon te zijn van Ferréol, senateur van Narbonne en Industrie, Ferréol was ons verder bekend als één van de neven die St. Apollinairius van Valence bezocht voor hij naar Arles ging in 517, dit maakte het bijna zeker dat “onze” Ferréol geboren was uit het huwelijk, gesloten ca. 450, tussen Tonance Ferréol en Papianille, nicht van Sidonius Apollinarus, en chronologisch zou deze Ferréol een zoon zijn van dit paar en dus identiek aan Tonance.

529. Industrie, was als vrouw van Ferréol en moeder van St. Firmin van Uzès zeker van adellijke afkomst.

530. Clodéric (=512)

531. Ne (=513)

552. [Agilulf] (zwager van Clodéric), dit personage waarvan de naam misschien Agilulf was, stamde af in de vrouwelijke lijn van een koning Agilulf der Suaven, gestorven in 458, we veronderstellen dat hij een broer was van één van de vrouwen van  Clodéric, koning te Keulen.

553. Ne, een bourgondische prinses, mogelijk een dochter van Godegisel en Theodelinde die zeker geen mannelijke nakomelingen hadden, zij moest dan wel de slachtpartij te Vienne overleefd hebben (vgl. 1106) want Settipani geeft aan dat zowel Godegisel als Theodelinde daarbij omgebracht werden, chronologisch zou een dochter van Godegisel en Théodelinde de grootmoeder van Garibald, hertog van Beieren 555-590 moeten zijn.

Dat beide echtelieden omkwamen in 500 baseert zich op de beschrijving van Settipani die schrijft achter de beide namen “morts vers 500”.(JJS)

556. Zuchilon, lombardische prins, broer van Taton, koning der Lombarden aan het einde van de Ve eeuw en vader van Wacchon de opvolger van Taton.

808. Garnier I, hofmeier te Bourgondië, gest. 589/9, frankisch edelman, ambassadeur te Byzantium ca. 570, daarna hofmeier te Bourgondië, zijn zoon Garnier II was ambassadeur in Rome bij paus Gregorius de Grote in 602 en hofmeier van Bourgondië in 614, zijn echtgenote is volledig onbekend.

810. Gondoald, graaf van Meaux 584.

812. N (broer van Syagrius, bisschop van Autun 561-602)

832. Clotaire I, geb. 501/2, gest. Soissons, 561, jongste zoon van Clovis en Clothilde, koning der franken 511- 561, erfde van zijn vader het gebied dat later Neustrië omvatte en het oude frankische rijk beneden de Maas, nam als hoofdstad Soissons, trouwde bij het overlijden van zijn broer Chlodomer in 524 diens weduwe Guntheuca, sloot een verbond met zijn andere broer Childebert en doodde de zonen van de overledene met uitzondering van Chlodoais, die de kerk ging dienen en later heilig werd verklaard, zijn positie werd versterkt toen in 558 Childebert overleed zonder erfgenamen en Clotaire tot zijn dood alleenheerser was.

Na de moord op de zonen van Chlodomer stuurden de broers aan hun moeder een mes (de dood) en een schaar (de tonsuur) waarop Clothilde antwoordde dat zij hen liever dood zag dan getonsureerd waarmee zij eigenlijk de moord op haar kleinzoons sanctionneerde, in 531 assisteerde Clotaire zijn halfbroer Theodoric I in 531 om Thüringen te veroveren, Clotaire nam Radegonde, nicht van de thüringse koning gevangen die hij vervolgens trouwde, Radegonde wilde echter niet met de moordenaar van haar familie leven en Clotaire stopte haar dus in een klooster, in 532 besloten de beide broers Bourgondië te veroveren hetgeen twee jaar later tot een totale overwinning leidde, in 533 was Theoderic I van Austrasië overleden en de broers vonden dit een goede gelegenheid ook dit rijk te annexeren hetgeen echter mislukte en Theodebert wist zijn erfdeel te behouden, door betaling van 50000 sous, die hij overigens had gekregen van Theohadad voor de moord op diens nicht Amalasuintha, sloten een verbond met Byzantium en vervolgens met Theohadad, koning der oostgothen, geratificeerd door diens opvolger in 537, tot 541 bleef het rustig maar toen vielen de broers Spanje aan, na hevige gevechten moesten zij zich echter terugtrekken, toen echter Theodebald, zoon en opvolger van Theodebert onverwachts overleed in 555 vonden de broers een nieuw doel om te veroveren maar ditmaal was het Clotaire die de buit binnen haalde.

833. Arnegonde, vijfde vrouw van Clotaire, zuster van Ingunde, zijn vierde vrouw, we weten weinig van haar behalve dat Gregorius van Tours haar Aregonde noemde, echter in 1959 ontdekte men een sarcophaag in de basiliek van St. Dénis, hoogst waarschijnlijk van een echtgenote van Clotaire, die de naam Arnegonde droeg, overigens had Clotaire acht vrouwen.

836. Betton, geb. 525, Edelman te Orléans wiens zoon Richomer een broer was  van St. Loup (550- na 614), bisschop van Sens in 613, van deze bisschop werden de ouders gegeven als Betton en Austragilde.

837. Austragilde Aiga, geb. 530, zuster van Austrene (525/530-604/614), bisschop van Orléans in 587 en Aunachaire (525-605), bisschop van Auxerre in 565, via deze bisschoppen zijn haar ouders bekend, volgens latere bronnen leidde zij het leven van een heilige maar dit kon gebaseerd zijn op haar naam Aiga, grieks Άγια = heilige.

838. Theodebald, gest. 649, behalve dat hij hertog was verder weinig over hem bekend, de oude kronieken zwijgen buiten de indicatie dat hij hertog van Douai geweest zou kunnen zijn.

864. Mundéric (=256)

865. Ne (=257)

866. Maurilon (=258)

867. Ne (=259)

872. Ferréol (=264)

873. Dode (=265)

874. Chrotbert, (Robert) (=40)

875. Theodrada (=41)

884. Agivald (=276)

886. Wacchon (=278)

887. Austricuse (=279)

Generatie X

1024. Sigebert, konig van Keulen, beter koning der oostfranken, ... 496-508, gewond in 496 aan zijn knie in de strijd tegen de Alemanen in de bossen van Zülpich, droeg sindsdien de bijnaam “de manke”, de wijze waarop en waarom hij stierf is reeds beschreven bij 512.

1030. Rusticus, gest. 25 april 501, bisschop van Lyon ca. 494, als bisschop bekend en o.a. beschreven door Ennode van Pavia in de biografie van St. Ephiphane, hij was zoon van Aquinius en achterkleinzoon van Decimus Rusticus, prefect van Gallië van 409-413, vertrekt nog als edelman met eerder genoemde bisschop van Padua op een missie naar koning Gondebaud van Bourgondië.

1031. Ne.... dochter van Ruricius van Limoges, bisschop 485-ca. 507.

1036. Basin, gest. ca. 511, koning van Thüringen, bekend als een groot koning en de grondlegger van het grote Thüringen, zijn rijk strekte zich uit tot de oevers van de Donau, had contact met de lombarden onder koning Wacchon, die hij zijn dochter Radegonde ten huwelijk gaf, hij was de grootvader van de Radegonde gevangen genomen door Clotaire I (vgl. 832)

Hij was zeker een afstammeling van de Basin die in 450 Childéric, koning der salische franken, opgejaagd door zijn familie, onderdak verschafte, die dit beloonde door zeven jaar later bij het bestijgen van de frankische troon Basina te ontvoeren die de moeder van Clovis I zou worden (vgl. 3328)

1037. Menia, zij had bij Basin drie zoons: Ermenfred, Bertaire en Baderic en een dochter Radegonde, hertrouwde na de dood van Basin met een lombardische edelman bij wie zij een zoon had, Audoin die koning der lombarden zou worden en een dochter die stammoeder van de hertogen van Frioul werd. (vgl.518)

1056. Tonance Ferreol, prefect van Gallië vanaf 451, gezien het jaartal een kritiek moment om de verantwoording van Gallië te verwerven, nam deel aan het verzet tegen Attila en was daarna in 469 deel van een missie van senatoren naar Rome en verwierf daar veel waardering voor zijn verdiensten, aan het einde van zijn leven wijdde hij zich aan de kerk zonder dat ergens beschreven werd dat hij de tonsuur nam, Sidonius Apollinarius beschreef de familie der Ferréols uitgebreid en wist verder te vermelden dat zij vele patriciërs onder hun voorouders hadden met uitgebreide landgoederen bij Nîmes en Rodez, van zijn echtgenote Papianille had hij meerdere zonen waarvan er maar één genoemd werd: Tonance,

1057. Papianille, bloedverwante van Sidonius,de laatste was gehuwd met een dochter van keizer Avitus van dezelfde naam en haar nicht en de vrouw van Tonance zou daarom een tweede vrouw kunnen zijn die Avitus als oom had.

Avitus speelde een belangrijke rol als romeins veldheer in Gallië (vgl. 2212) en zijn intieme relatie met de patriciërs in Dijon zou hierdoor verklaard zijn. (JJS)

1058. Probus, geb. 430/5, hij was een klassegenoot van Sidonius Apollinarius op de school van Eusebius te Lyon of Arles.

1059. Eulalie, Sidonius noemde haar tweemaal als zijn nicht van vaderszijde die zijn oude vriend Probus had getrouwd, hij vertelde daarbij dat zij hoogstaande ethische principes had, Minerva gelijkend en respect afdwong bij strenge ouderen waaronder haar schoonvader de consul Magnus.

1060. Sigebert (=1024)

1106. Godogisel, gest. 500, koning der bourgondiërs vanaf 474 ?, bij de dood van Gondoic verdeelde die zijn rijk tussen zijn vier zoons, Gondebald, Godogisel, Chilpéric en Godomar, waarbij de laatste drie koningen van deelstaten waren ondergeschikt aan Gondebald, Gondesil vestigde zich in Genève, een dergelijke oplossing van de erfopvolging resulteerde in die tijd altijd in broedertwisten, zo ook hier wat leidde tot de eerste acties die het einde van het zelfstandige koninkrijk Bourgondië zouden inleiden.

Godosil, direct in oorlog met Gondebald, ging een bondgenootschap aan met Clovis I en beloofde die schatting te betalen bij een overwinning, Clovis ging daar natuurlijk direct op in en viel Bourgondië binnen, Gondebald, onwetend van het verraad van zijn broer bood Godisel aan de oorlog direct te beeindigen om de gemeenschappelijke vijand te bestrijden, deze veinsde het er mee eens te zijn maar op het slagveld verbond hij zich met de franken en bracht Gondebald een zware nederlaag toe, deze ontsnapte naar Avignon waar hij direct belegerd werd door Clovis, Godogisel vestigde zich in Vienne en vierde zijn overwinning, het tij keerde echter snel, een afgevaardigde van Gondebald wist Clovis over te halen het beleg te staken op voorwaarde dat gondebald als diens vazal schatting zou betalen, Clovis accepteerde en trok zich terug, het gevolg laat zich raden, Gondebald trok op naar Vienne en belegerde de stad, dit beleg duurde lang en Gondogisel was genoodzaakt de niet strijdende burgers uit de stad te verwijderen, één van hen was de architect van het aquaduct die uit wraak Gondebald benaderde en hem de weg wees met zijn leger naar het centrum van Vienne waar Godogisel en zijn manschappen omgebracht werden.

1107. Theodelinde, koningin der bourgondiërs, een acte van de VIIIe eeuw, “bevestigd” door een vervalsing uit de Xe eeuw, noemde Theodelinde als echtgenote van Godogisel, zij zouden de abdij van de St Pierre van Lyon hebben gesticht, , maar het lijkt onmogelijk dat Godogisel, ariaan van geboorte, in de korte tijd tussen zijn overwinning en zijn opsluiten in Vienne, én katholiek geworden was én een abdij  had gesticht, Settipani sluit zich alsnog aan bij de theorie dat behalve de naam de rest wel verzonnen zal zijn.

1112. Claffon, koning der lombarden, zoon van Gondoin de eerste uit het geslacht van Lething, hij regeerde in de tijd dat de lombarden nog in Dalmatië gevestigd waren.

1620. Agivald (=276)

1624. Désiré, gest. 549, edelman uit Dijon en bisschop van Verdun ca. 543-549, hij onderging diverse geweldplegingen in opdracht van Thierry I van Austrasië, werd aangegeven door een Siriwald, berooft, gefolterd en verbannen, bij de troonbestijging van Theodebert, zoon van Thierry I herkreeg hij zijn vrijheid en zijn zetel, de koning leende hem zelfs 7000 goudstukken die Désiré, althans volgens Gregorius, aan kooplieden gaf om de handel te bevorderen, bij zijn dood liet zijn zoon Syagrius Siriwald vermoorden.

1625 Ne, edelvrouw te Toulouse.

1664. Chlodovech (Clovis) I, geb. 466, gest.  Parijs, 27 november 511, hij volgde zijn vader op in 481 of begin 482, had de steun van de geestelijkheid, die de feitelijke macht uitoefende bij gebrek aan een centraal gezag, als de keizer in Rome of diens militaire gouverneur, had bij zijn dood vrijwel geheel Francië veroverd.

Hij begon met zijn rijk uit te breiden van de Maas tot de Loire door Syagrius te elimineren en versloeg vervolgens in 507 te Vouilly de visigothen onder Alaric en regeerde toen over een rijk dat zich uitstrekte tot de Pyrenëen, annexeerde vervolgens de “rijkjes” van andere frankische stammen door diens aanvoerders te doden die allen bloedverwanten waren, (vgl. 512), en heerste nu tevens over de gebieden der oostfranken oostelijk van de Rijn tot de Moezel, trouwde 492 de katholieke bourgondische Clothilde, werd in 498 katholiek gedoopt, voerde oorlog tegen Bourgondië van koning Gondebald door een alliantie met diens broer Gondegisel aan te gaan, na Gondebald volledig in het nauw te hebben gedreven liet hij deze zijn gebied en zijn leven tegen een zware schatting, anexeerde in 508 alle kleine frankische rijken in Francië en vermoordde de meeste van zijn bloedverwanten om erfopvolgingsproblemen te vermijden,in hetzelfde jaar kreeg hij erkenning van de keizer Anastasius die hem behalve met allerlei titels tevens als zoon adopteerde, voor Byzantium een onderwerping, voor de franken het begin van hun vrijheid, organiseerde een concilie in Orléans in juli 511, de eerste maal dat staat en kerk verenigd waren, overleed kort daarna in Parijs dat hij tot hoofdstad van zijn rijk had gemaakt.

1665. Clothilde, gest. Tours, 3 juni 545, de tweede vrouw van Clovis, dochter van Chilperic II van Bourgondië, zeer godsdienstige vrouw hoewel men thans twijfelt aan haar rol in de bekering van Clovis (politieke argumenten speelden waarschijnlijk een grotere rol) heeft zij zeker elke inspanning aan die bekering gewijd, doopte hun eerstgeboren zoon Ingomer (493) met toestemming van Clovis maar dit kind stierf spoedig, volgens Gregorius van Tours verzette Clovis zich toen heftig tegen de doop van hun tweede zoon maar vergeefs, na overlijden van Clovis vestigde zij zich te Tours maar verloor het contact met de locale politiek niet, intervenieerde verschillende malen bij gewapende conflicten tussen haar zoons, overleed te Tours en werd in Parijs naast haar echtgenoot begraven door haar overgebleven zoons Childebert en Clotaire, werd heilig verklaard door Pelagius  II, paus van 579-590.

1672. Parovius, edelman te Reims.

1673. Ne, … prinses uit Thüringen.

1674. Pastor, gallo romeins edelman te Orléans.

1675. Ragnoara, zij of haar echtgenoot waren van koninklijke bloede, aangezien Pastor als gallo-romein niet in aanmerking kwam, moest zij afstammen van Ragnomer een veelvuldig voorkomende naam bij de merovingers, deze Ragnomer, koning van Cambrai werd door Clovis I in 508 vermoord (vgl 1664), chronologisch moest Ragnoara de dochter van deze Ragnomer zijn.

1676. Agivald (=276)

1728. Clodéric (=512)

1729. Ne. (=513)

1730. Florentin (=514)

1731. Artémie (=515)

1734. Badéric (=518)

1744. Tonance Ferréol (=528)

1745. Industrie (=529)

1746. Clodéric (=512)

1747. Ne. (=513)

1768. [Agilulf] (zwager van Clodéric) (= 552)

1769. Ne, een bourgondische prinses (=553)

1772. Zuchilon (=556)

Generatie XI

2062. Ruricius, bisschop van Limoges ca. 485-507.

2063. Hiberie, dochter van Ommace, senator stammend uit een patricische familie.

2212, Gondoic, koning van Bourgondië, “magister militium Galliarum” in 463, bondgenoot van Avitus in de tijd dat die legeraanvoerder in Gallië was.

2224. Gondeon, Lombardisch koning.

3248. Gondobald, edelman in Lyon,

3328. Childeric I, gest. Tournai, 481/2, koning der westfranken (salische franken) van 456/7 tot zijn dood, zijn regering was meer van een romeins generaal dan “rex” van een frankische stam, zijn eerst bekende optreden was in de slag bij Orléans in 463 tegen de Gothen, dienende onder Aegidius (vgl. 6497) legeraanvoerder van keizer Marcianus was hij aanvoerder van het frankische legeronderdeel, er heerste verwarring over dit optreden, Gregorius van Tours sprak over Orléans en de overwinning op de Gothen terwijl “Het leven van Ste. Geneviève” sprak over een belegering van Parijs in diezelfde periode, afgezien van deze tegenstrijdige feiten hoorde men niets meer over Childeric, behalve zijn dood.

Er is echter een klein probleem, Marcianus was geen keizer meer in 463, hij regeerde van 450-457 en werd opgevolgd door Leo I die regeerde van 457-471. Een tweede probleem is dat Settipani, zie 1036, vertelt dat Childeric door zijn familie verjaagd werd, een feit dat hij in zijn “Préhistoire” niet de moeite vindt te noemen.(JJS)

3329. Basina, echtgenote van Basinus, koning van Thüringen, werd door Childeric I ontvoerd, Gregorius van Tours liet haar tegen haar man opmerken “Ik heb overzee een verdienstelijker man gekend dan jij bent, en zal me alle inspanning gedogen om met hem samen te wonen”, los van de getekende verhouding tussen beide echtelieden, bracht de term “overzee” de nodige verwarring over haar afkomst, (vgl.1036)

3456. Sigebert (=1024)

3462. Rusticus (=1030)

3463. Ne (=1031)

3468. Basin van Thüringen (=1036)

3469. Menia (=1037)

3488. Tonance Ferréol (=1056)

3489. Papianille (=1057)

3490. Probus (=1058)

3491. Eulalie (=1059)

3492. Sigebert (=1024)

3538. Godogisel (=1106)

3538. Theodolinde (=1107)

3544. Claffon (=3544)

Generatie XII

6482. Godogisel (=1106)

6483. Theodelinde (=1107)

6496. Latinus, hertog in Bourgondië, hij werd genoemd in de biografie van St. Dometius als levende in het midden van de Ve eeuw, een andere bron noemde hem als echtgenoot van Syagria en vader van Gondobald, Latinus, een ariaan, werd katholiek onder invloed van zijn vrouw en St. Dometius.

6497. Syagria, edelvrouwe te Lyon, hoewel katholiek zou zij getrouwd zijn met de ariaan Latinus, misschien identiek aan een naamgenote eveneens van hoge geboorte die in 494 als weduwe in Lyon leefde met een jonge dochter, haar naam wees er op dat ze lid was van de adellijke familie der Syagriden en kon een dochter geweest zijn van een Syagrius die de bourgondiërs hielp hun wetten te redigeren, dit laatste werd afgeleid uit zijn bijnaam “Solon des Burgondes”, zonder twijfel had Syagrius een dochter van zijn beschermer en vriend koning Gondebald getrouwd en geeft een reden te meer dat zijn kleinzoon, zoon van Syagria Gondobald heette.

Het is jammer dat Settipani niet de Syagrius noemt, gallo romeins legeraanvoerder en zoon van Aegidius de luitenant van de beroemde Aetius die de slag tegen Atilla won in 451, bourgondische bezittingen verdedigde tegen Clovis I, (vgl. 1664) verslagen vluchtee hij naar Alaric II, heerser van Toulouse en omgeving, die hem en zijn zoon de dood injoeg door hen uit te leveren aan Clovis in 484. (JJS)

6656. Merovech (Mérovée), gest. 456/7, de eerste voorvader van Clovis I van wie we enige zekerheid hebben hebben, zou zoon zijn van een Chlodion, zijn geschiedenis werd gedeeltelijk verward met die van oostfrankische koningen zeker waar het de relatie met Rome (Aetius) en de hunnen (Attila) betrof, zijn datum van overlijden is eigenlijk het enige dat we zeker weten.

De germaanse mystiek wenste een legendarische afkomst te realiseren en zo ontstond het verhaal dat de echtgenote van Chlodion bevrucht werd door een zeemonster uit welke verbinding Mérovée werd geboren.

6657 Ne, onbekende echtgenote van Merovech, zou gevangen genomen zijn door Attila.

6706. Godogisel (=1106)

6708. Theodolinde (=1107)

6926. Ruricius. (=2062)

6927. Hiberie (=2063)

8248. N

Voorouders van Karel de Grote tot ca 250 v. Chr.

We hebben gezien dat Ruricius, bisschop van Limoges, ongeveer van 485-507, een voorvader van Karel de Grote kan zijn (1031), een dichter uit diezelfde tijd, Fortunat leerde ons dat hij afkomstig was van een belangrijke romeinde familie, de Anicii, de aard van deze afkomst bleef duister maar het is aannemelijk het voortkwam uit het huwelijk van Pontius, broer van Meropius Pontius Paulinus, bisschop van Noles (409-431) en (Anicia) dochter van Quintus Clodius Hermogenianus Olybrius, consul in 379, uit dit huwelijk werd geboren Pontius Proserius Paulinus Iunior, bisschop van Noles in 431, en zeker ook Hermogenianus en Adelphius, beiden bisschoppen van Limoges, één van beiden was zeker de vader van Rusticus. Uit de verschillende opties kiezen we de Anicii aangezien de genealogie dankzij een aantal recente publicaties redelijk goed bekend is.

Quintus Clodius Hermogenianus Olybrius was gehuwd met Turrenia Anicia Iuliana, dochter van Anicius Auchenius Bassus, prefect van Rome in 382, en zijn vrouw Turrenia Honorata, de vader van Anicius Auchenius Bassus was mogelijk Amnius Manius Ceasonicus Nicomachus Anicius Paulinus, consul in 334, zoon van Amnius Anicius Iulianus, consul in 322. De consul van 322 moet een zoon van (Sextus) Anicius Faustus, consul in 298, zijn geweest, zijn onbekende vader was zeer waarschinlijk een Quintus Ancius Paulinus zoon van (Quintus) Anicius Faustus Paulinus, legaat van een landstreek op de Balkan aan de Donau in 229-230, en zijn moeder zou een dochter van Caius Asinius Nicomachus Iulianus kunnen zijn die proconsul was van Azië ca 225/250. Deze was op zijn beurt een zoon van Caius Asinius Quadratus Protimus, proconsul van Griekenland in het begin der IIIe eeuw, broer van van Caius Asinius Rufus, zij waren in ieder geval allen afstammelingen van de beroemde geschiedschrijver aan het begin der IIIe eeuw, Caius Asinius Quadratus, die als tante Asinia Quadratilla had, dochter (?) van Caius Julius Quadratus Bassus consul in 105 en Asinia Marcella. Caius Julius Quadratus Bassus stamde af van oosterse koningen, afgezien van de details valt aannemelijk te maken dat hij afstamde van koning Deiotaros (Deiotarix) getrouwd met Berniké die waarschijnlijk een kleindochter is van Attalos II, koning van Pergamos, waarvan de afstamming van Antiochus II bekend was. Deze laatste is een kleinzoon van Apama van Bactrië hetgeen ons brengt bij het perzische koningshuis der Achemeniden, dat regeerde van 550-330 v. Chr. (Dit zou dan het koningshuis moeten zijn waar Alexander de Grote een einde aan maakte, JJS) Het is niet uitgesloten, maar niet demonstreerbaar dat deze Achemeniden verwant waren aan de pharao’s, de achtergrond van de gedachte dat de oorsprong van Karel de Grote bij de Ramsesiden te leggen valt.

 

Hans.J.C. Schats

La Teste de Buch,14 februari 2004

Ingezonden door: J.J.C.Schats