| Manuscript Sijen |
algemeen |
In de collectie handschriften van de Hoge Raad van Adel te
‘s-Gravenhage bevindt zich onder inv.nr. 581 een 8” bandje
(vermoedelijk in de 19de eeuw verworven uit de collecties van Jhr.
Jan Willem van Sypesteijn (18 16- 1866), dat aantekeningen bevat van
grafzerken en borden in kerken in Holland en Utrecht. Het manuscript
dateert van halverwege de 17de eeuw, maar het is niet duidelijk wie de
auteur was. Mogelijk was dit Joris Pietersz. Sijen († 1666), over wiens
genealogische en heraldische werkzaamheden echter niets bekend is; dit in
tegenstelling tot die van zijn kleinzoon Dr. Arent (Arnold) Sijen
(1640-1678), Hoogleraar te Leiden, die door Philips van Leefdael in zijn
aantekeningen ‘een liefhebber van waepenen’ genoemd werd (zie: E. van
Varenbergh, Aantekeningen van enen geslachtkundigen der zeventiende eeuw,
Gent, 1873: blz. 7). De gedachte dat genoemde Joris Pietersz. Sijen de
auteur van dit handschrift (en vermoedelijk van nog veel meer manuscripten
in de collecties van de Hoge Raad van Adel) was, is gebaseerd op het
voorkomen van zijn eigendomskenmerk op een soortgelijk manuscript uit de
collectie Van Spaen (inv.nr. 252;4, eveneens bij de Hoge Raad van Adel),
dat niet alleen zeer grote overeenkomst vertoont in schrift, maar ook in
de uiterlijke vorm van het bandje alsook op het feit, dat in beide
bijzonder veel Utrechtse gegevens voorkomen.
1. Pieter, volgt IIa 2. Cornelis Sijen, tr. 5 febr. 1668 Anna de Flines 3. Elisabeth Sijen, overl. 27 aug. 1671, tr. 27 febr. 1669 Lodewijk van Erpekum 4. Dr. Arnoldus Sijen, volgt IIb 5. Jan Sijen, te Oudenbosch, rentmeester van Fijnaert, overl. 11 maart 1689, tr. Margriet Oem, dr. van Jan Oem (overl. 1653) Danielszn en Alijd van Wielericks Zij hadden een zoon, die dr in de medicijnen was. te Leiden 6. Maria Sijen, tr. 29 juni 1672 Jacob van Lennep 7. Margaretha Sijen, overl. 27 april 1680, tr. 18 febr. 1674 Cornelis de Flines IIa. Pieter Sijen, overl. 2 juli 1669, tr. 7 nov. 1660 Elisabeth Adriaansdr. Corver, geb. 1644, overl. 1720; zij tr. 2de Jan Oets., overl. ca 1690.
Zie voor zijn nakomelingen: J.L.B. de Murault, De Nalatenschap van den heer Johan van Halmael. Utrecht, 1881, tabel II 1. Maria Sijen, geb. 8 april 1662, overl. 3 mei 1687, tr. in 1684 Lacob Linning 2. Pieter Sijen, volgt III. III. Pieter Sijen, geb. 11 dec. 1661, overl. 30 sept. 1714, tr. 12
sept. 1680 Geertruij Pietersdr. Block, overl. Moskou 11 aug. 1706, dr. van
Pieter Block en Cathalijntje Bulsingh; hij tr. 2de Margaretha Lintelo IIb. Arnold Sijen, geb. Amsterdam 18 sept. 1640, student Leiden, med. dr. 1659, hoogleraar Leiden 1670, overl. Leiden 21 okt. 1678, tr. 12 juni 1663 Clara Cincq, geb. Gouda in oktober 1642, overl. 27 dec. 1693, dr. van Harmen Pietersz. Cincq en Niesje Gerritsdr. Bonse.
NB. Zie voor Arnold Sijen en zijn nakomelingen: Dr. J. J. de Jong, Met goed fatsoen; de elite in een Hollandse stad, van Gouda 1700-1780. Zpl. 1985., pag. 375. Zie voor hem tevens: A.J. van der Aa, Biografisch woordenboek ..., dl 17, p 1140 1. Mr. Harmen Sijen, geb. 19 juli 1669, Raad van Gouda, tr. 8 okt. 1689 Maria van Alsem.... Harmen Sijen is kaptein der schutterij te Gouda in 1694 (NL1918,320) 2. Jan Sijen, geb. 23 aug. 1667, overl. ongehuwd 10 maart 1689 3. Maria Sijen, geb. 19 juli 1669, overl. 13 maart 1716, tr. 24 juli 1691 Top(?) Brouwer, overl. 1696. 4. Elisabeth 5. Pieter 6. Arnoldus [Vriendelijke mededelingen van de heer Frans van Rooijen.]
|
| Manuscript Sijen |
Merode x Bauw |
![]() 2. Willem van Merode, heer van Veulen, erfburggraaf van Loon 1502, voogd van Duffel 1516-1523, amman van Brussel 1486, overl. 24.8.1525, begr. Veulen, tr. na 12.7.1486 3. Catharina Bauw, overl. na 16.6.1500, erfdochter van Goetsenhoven. 4. Willem van Merode, kanunnik van St. Lambert te Lüttich,
van St. Marie te Aken, heer van Veulen, erf-burggraaf van Loon, overl.
25.11.1483, begr. Veulen, tr. 1454/55 8. Ricoud van Merode, heer van Merode, Frenz en
Westerloo, overl. 9.7.1446, begr. d'Horn bij Merode, (zn. Van Ricoud van
Merode, heer van Merode en Frenz, overl. voor 1399, en van Margaretha van
Wesemaele), tr. 1) Margaretha van Houfalize, tr. 2) 12. Wouter Bou van Eenckhoven, (zn. van Wouter Bou,
heer van Vremde bij Ranst, raad en kamerheer van de hertog van Brabant, en
van Elisabeth van Merum, overl. ca. 1460 en weduwe van Hendrik van Ranst,
zn. Van Costijn van Ranst en Johanna NN), tr. Echter: 14. NN van Harduemond 20. Gerard Van der Aa, (Manuscript De Jonge:
Communiemeester te Mechelen in 1420), tr.
24. Hendrik V van Oyenbrugghe,
overleden op 6 december 1432. De enige zoon uit het huwelijk van Henrick
IV wordt na de dood van zijn vader in 1392 de nieuwe heer van Coolhem. Hij
werd ridder geslagen en mocht zich leenman van de hertog van Bourgondië
noemen. Zijn titulatuur werd verder uitgebreid met 'heer van Brusse-Itegem
(deelgemeente van Heist-Op-den-Berg), Orsmaal (deelgemeente van Linter),
Budingen (deelgemeente van Zoutleeuw), Meldert (deelgemeente van
Hoegaarden), enz.'. Deze laatste titels kwamen voort uit zijn huwelijk met
Johanne van Meldert, zijn eerste vrouw, erfdochter van Jan, heer van
Meldert. Gezien haar oudste broer Willem in 1402 stierf en haar tweede
broer rond 1405, erfde zij de bezittingen van haar vader. Johanne wordt
reeds in 1402 met haar man vermeld. Ze stierf in 1422 en werd te Mechelen
begraven in de kerk van de Geschoeide Karmelieten. Enige maanden voor haar
dood in 1422 maakte Henrick V met haar een testament op waarin hun
goederen vermeld staan die na hun dood dienen verdeeld te worden. Hun
dochter, Kateline, krijgt in vergelijking met haar oudere broer Henrick VI
weinig, maar dit was wel de gewoonte in die tijd. Henrick VI erft alle
huizen en gronden. Zo o.m. een erf binnen in de stad en de vrijheid
Mechelen (ongetwijfeld het ouderlijk huis), namelijk te Heffen, gronden in
en rond Brussel, volle plaetsen te Puurs en omgeving, in het Land van
Waas, te Hingene, Ruisbroek, Willebroek, Itegem, Orsmaal, een beemd 'den
Esch' te Battel achter hun hof. Verder waren er nog hoeven te Battel en
een herberg te Mechelen bij de "Zacbrugghe'met al de huizen daar in
de buurt. Binnen de parochie Puurs had deze Henrick ook nog heel wat
goederen die hij ge‰rfd had van wijlen Olivier van Coelhem, zijn oom.
Opmerkelijk is verder is verder het feit dat Margareta, getrouwd met Karel
van Imeerseel en tante van Johanne van Meldert, in 1396 een beneficie
stichtte in de Sint-Gummaruskerk te Lier, namelijk 'Capellania Cantauriae
B. Mariae Virginis de Coelhem' genoemd. (Hij is eerder getrouwd na 1422
voor de kerk met Beatrix Van der Aa, overleden in het jaar 1465, dochter
van Gozewijn Van der Aa en Elisabeth van Hofstade. (Zij was weduwe van
Willem van Duras.) Hij was gehuwd (2) met 40. Gozewijn Van der Aa, overleden voor 1415,
(Steurs: Hunne eigendommen strekten zich uit over Muizen en Hever). 80. Guillaume Van der Aa, tr. 192. Henrick III van
Oyenbrugghe, overleden na 1317.Henrick III volgt zijn vader op rond 1261.
Hij huwt met Catharina van Boechout, dochter van Daniël, heer van
Boechout. Uit dit huwelijk komen drie kinderen voort, namelijk Boudewijn,
Willem en Prudence. In zijn laatste wilsbeschikking bepaalt Henrick dat
Boudewijn, zijn oudste zoon en zijn opvolger, de heerlijkheid Coolhem zal
erven; Willem erft de heerlijkheid Oyenbrugge. We stellen met andere
woorden vast dat Coolhem belangrijker geworden was dan Oyenbrugge daar het
naar de oudste zoon ging. Boudewijn en zijn nageslacht zullen zich vanaf
dan ook gaan noemen naar hun heerlijkheid en aan hun naam "geheten
van Coelhem" toevoegen of zich gewoon "van Coelhem" noemen.
Henrick verwierf een cijnshof te Kampenhout (gehucht Wilder) dat naar hem
genoemd werd, nl. het "Cijnshof van Coolhem". In 1317 wordt dit
hof voor het eerst vermeld. Later werd het aangeduid als geheeten van
ouder tijde t Laethof van Coelhem. (Seegers, G. 1999). Hendrik III tr. 384. Henri II van Oyenbrugghe,
gedoopt rond 1200, overleden in het jaar 1261, ongeveer 61 jaar oud. 768. Arnould van Oyenbrugghe,
gedoopt voor 1157, overleden na 1218, minstens 61 jaar oud. Na het
overlijden van zijn broer en vader zien we dat ARnt van Oyenbrugge, broer
van Henrick I zich een dubbele titulatuur aanmeet, nl. Heer van Oyenbrugge
en heer van Coolhem. Uit de volgorde van de titels kunnen we afleiden dat
alleszins eerst Oyenbrugge in het bezit kwam van deze familie en daarna
pas Coolhem. Arnt, die de Grimbergse oorlog overleefd had, trouwde met Ode
van Diest en uit dit huwelijk kwamen nog twee zonen voort: Henrick II en
Arnt (Arnoud) (Seegers, G., 1999). Arnould tr. 1536. Arnould Van Audenaerde,
tr. 3072. Gerard Van Audenaerde. Door Jos Smits werd gewezen (waarvoor dank) op: "La terre et Seigneurie de Ranst en Brabant" door René van Berchem (Genève 1971) Annexes III Tableau 2, waarin wordt verwezen naar een werk van L. Stroobant: "La famille Bau de Malines aux XIV° et XV° siècles" (Merksplas 1908). En voorts een artikel van François Haverals in het Jaarboek 1996 van de werkgroep "Geschiedenis van Boechout-Vremde": "De Heren van Vremde" welke nuttige gegevens zou kunnen bevatten. Voorts zij dank verschuldigd aan mevrouw Beatrijs van der Aa, met betrekking tot de kwartieren Van der Aa en Van Oyenbrugge. |
| Manuscript Sijen |
Van der Horst |
1.
Dirk van de Horst,
werd in 1519 schepen in de Hoge Gerechtsbank van Tuijl; in 1528 komt hij voor onder de huwelijksvrienden van Johan de Cocq van Neerijnen en in 1531 als magescheidsvriend bij de familie de Cocq van Neerijnen; in 1531 en 1537 compareerde hij in de Ridderschap van het Sticht; in 1555 stond hij, woonachtig te Varik, op het Riddercedul van het Kwartier van Nijmegen; werd in 1540, 1544 en 1556 beleend met het huis Varik, waarna hij het in 1557 transporteerde op zijn bastaardzoon Gijsbert, onder voorbehoud van de lijftocht van zijn vrouw Catharina van Varik; werd in 1536 beleend met Nederhorst en Overmeer en na zijn dood werd in 1559 zijn bastaardzoon Gijsbert met Nederhorst beleend; Dirk van der Horst overleed, volgens NL 1957 k. 331 op 3, 4, 5, 6, 7 of 8 april 1559, zijn grafsteen werd als dorpel van de west-ingang van de toren van de kerk te Dodewaard gebruikt. Waarom is Dirk (met zijn echtgenote?) in Dodewaard begraven? De zerk zou een goede plaats hebben gekregen onder in de toren. Herberen
de Cock van Neerijnen, weduwnaar van Maralla van Culemborg, tr. 1535 met
Katrijn van Sterkenburg. 2.
Alfer van der Horst, in 1485 na dode van zijn vader beleend met ter
Horst en 9 morgen in Acquoy (belening op Werner van Zuylen, waarschijnlijk i.v.m. minderjarigheid Alfer), tr. 3.
Joost/Judoca van Zuijlen van Harmelen 4.
van der Horst, tr. 5. van
Beest 6. Dirk
van Zuijlen van de Haer, tr. 7. Elisabteh
van Zuijlen van Nijevelt Dirk van Zuijlen, vader van: ·
Dirk van Zuijlen van de
Zevender x 1434 Joost/Josine van de Haer, dr. van Gijsbert van de Haer x
Jutte o
Dirk van Zuijlen van de Haer x Elisabeth van Zuijlen van Nijevelt §
Joost/Josine van Zuijlen x
Alfer van der Horst o
Werner van Zuijlen (c. 1484 – 1503) §
(bast.dr) Joost/Josine van
de Haer x 1) N. van Raephorst, x 2) Dirk van der Does o
Gijsbert van Zuijlen van de Haer
|